Tussen de voetballer en de mens Stephen Laybutt zit er een wereld van verschil. De beenharde centrale verdediger, fysiek indrukwekkend en vaak uitpakkend met stevige Britse tackles, is buiten het veld helemaal geen krijger. Nee, hij is eerder een beetje teruggetrokken, oogt zelfs wat schuchter. Als hij mag terugblikken op zijn voetbalparcours en de band met zijn Australië, bloeit de international helemaal open.
...

Tussen de voetballer en de mens Stephen Laybutt zit er een wereld van verschil. De beenharde centrale verdediger, fysiek indrukwekkend en vaak uitpakkend met stevige Britse tackles, is buiten het veld helemaal geen krijger. Nee, hij is eerder een beetje teruggetrokken, oogt zelfs wat schuchter. Als hij mag terugblikken op zijn voetbalparcours en de band met zijn Australië, bloeit de international helemaal open. "Ik ben dan ook een echte Aussie", zegt Laybutt vol overtuiging. "Altijd laid-back, lekker relaxed en rustig op mijn eentje genieten van het mooiste beroep dat er bestaat : profvoetballer. En als mijn loopbaan erop zit, dan keer ik gewoon terug. Want ik ben en blijf een echte beach boy. ( Uitnodigend.) Je zou echt eens naar Wollongong moeten komen, ten zuiden van Sydney. Kilometers strand, met golven waar je als surfer alleen maar van kan dromen. Is het niet logisch dat ik hier het strand en de zon mis ? Maar ook mijn vriendin. ( Twijfelend.) Alhoewel ik over dat laatste nog geen volledige zekerheid heb. Ze werkt op een advocatenbureau down under. Het contact vermindert, de mails en telefoongesprekken worden schaarser. Bovendien ben ik iemand die op de juiste momenten van de week graag eens uitgaat. Misschien wordt het wel eens de hoogste tijd voor een Belgisch meisje ( grijnst)." Laybutt startte al op vrij jonge leeftijd met voetbal. "Al op mijn vijfde begon die microbe voor soccer te knagen. Dat kwam door mijn broer, die vijf jaar ouder is en ook voetbalde. Later koos hij voor rugby. Toen ik begon, waren er veel andere mogelijkheden : Australian football, cricket, hockey, zwemmen en atletiek. Ik was in mijn jeugdjaren ook een heel goede hordeloper. Maar voetbal kwam altijd op de eerste plaats. I enjoyed the game, but wasn' t taking it very seriously." Zijn talent bleef niet onopgemerkt. Op zestienjarige leeftijd werd Laybutt, toen nog een authentieke spits " and pretty skinny", door een bondsverantwoordelijke voorgedragen op het National Sports Institute van Canberra. "Een opleidingscentrum voor slechts achttien tot twintig spelers. De generatie net voor mij bestond uit Josip Skoko en Mark Viduka. Ik volgde er cursus samen met Hayden Foxe en Lucas Neill. Ik was een trefzekere spits : fysiek stevig, sterk met het hoofd en ( lacht) toen redelijk snel. Kick and rush was mij op het lijf geschreven." Een gecompliceerde beenbreuk gooide roet in het eten. "Een persoonlijk drama. Ik kon meer dan een jaar niet spelen, een behoorlijk frustrerende situatie. Maar op je zeventiende laat je daardoor de moed niet zakken. Als een gek werkte ik aan mijn terugkeer. Het herstel verliep echter moeizamer dan verwacht. In totaal had ik daarna nog eens twaalf maanden nodig om mijn conditie terug te vinden. Voor de trainer het signaal om me eens in de verdediging uit te proberen. Een goede ingeving, want ik werd door de bondscoach opgeroepen voor de selectie onder achttien jaar. Op die manier kon ik ook naar het buitenland."Het avontuur trok Laybutt aan. Hij was pas 22 toen het Japanse Bell-mare Hiratsuka hem een eenjarig contract aanbood. Een vreemde keuze, want de J-League trekt normaal gezien alleen maar uitbollende toppers aan. "Ik had er met onze nationale beloften een oefenwedstrijd gespeeld. De lokale sterspeler raakte door mijn toedoen geen bal, iets wat hun bestuur blijkbaar ook was opgevallen. Op het voetbalvlak beleefde ik er een leuke periode. Alleen de taal vormde een zwaar probleem. Slechts een paar mensen spraken Engels. Ik moest me op training laten bijstaan door een tolk."Brisbane Strikers werd na een jaar zijn nieuwe werkgever. "Een goede keuze, want op die manier kon ik vier jaar geleden in Sydney deelnemen aan de Olympische Spelen. Een buitengewone ervaring. Het leek alsof ik droomde. Jammer genoeg konden we sportief de verwachtingen niet inlossen." Zijn naam verdween wel in het notitieboekje van Rob Baan van Feyenoord, maar in Rotterdam kende de Australiër een hoop tegenslag. "De ongelukkigste periode uit mijn voetballoopbaan, deels ook aan mezelf te wijten. Ik werd het slachtoffer van een opeenvolging van blessures. Mentaal was ik niet opgewassen tegen de druk. Je bent jong en denkt dat alles vanzelf zal komen. Bert van Marwijk gaf centraal de voorkeur aan Kees van Wonderen, Ulrich van Gobbel, Patrick Paauwe en Ferry de Haan. Ik was ook geen aankoop van hem, wat ik snel merkte. Met de tweede ploeg mocht ik alleen maar trainen, niet spelen. Dan is je lichaam gevoelig, krijg je blessures en herval je constant. Ik verveelde me er dood, had heimwee. Ik bleek niet sterk genoeg om die opdoffers te verwerken." Een verhuur aan RBC moest voor de ommekeer zorgen, maar kende een even abrupt einde. "Al na één wedstrijd moest ik afhaken met een enkelblessure", beschrijft Laybutt zijn nieuw leed. "De moed zakte me in de schoenen. I felt miserable, lonely and homesick. Ik werd er aan mijn lot overgelaten. Niemand bij Feyenoord bekommerde zich om mij. Vandaar dat ik voor de laatste twee maanden van dat seizoen inging op een deal met het Noorse Lyn. Ik kende de trainer, Stuart Baxter, een intelligent en leuk persoon. Volledig fit keerde ik terug naar Feyenoord, waar ik nog een seizoen onder contract lag. Van Marwijk was daar niet zo happy mee. Hij wilde liever verder werken met eigen jeugd, vertelde Rob Baan me. Dat deed voor mij de deur dicht. Ik zat daar toch op een dood spoor. Definitief stoppen met voetballen was dé oplossing. Ik vroeg om mijn contract te ontbinden en mocht terugkeren. Dat was een ferme opluchting." Terug thuis nam Laybutt even een break. "Ik vertoefde uren op het strand, ging op zoek naar een verklaring van mijn falen. De conclusie was vrij simpel : ongelukkige blessures op het verkeerde moment en deels door mijn eigen schuld had ik het niet gemaakt in Europa. Ik overwoog even om sportmanagement te studeren aan de universiteit. Maar stilaan keerde de zin terug door trainer te zijn van een kleiner team." Brisbane Strikers contracteerde hem opnieuw. "Een laatste kans. Ik besefte daar dat ik eigenlijk al mijn hele leven van voetbal droomde. Snel hervond ik mijn beste niveau. Edi Krncevic, die nu makelaar is, stelde me een test bij Moeskroen voor. Josip Skoko gaf me een positief beeld. Net voor ik tekende, liet ook bondscoach Frank Farina me weten dat ik de juiste keuze maakte. Hij vond dat ik in Australië kostbare tijd verloor." Het was Georges Leekens die ervoor zorgde dat hij net voor de competitiestart een verbintenis kon tekenen. "Vanaf het begin toonde the coach enorm veel respect. Hij wilde me absoluut erbij. Dat motiveerde me sterk. Ik merkte wel dat mijn lichaam de dagelijkse trainingen wat moeilijker verteerde. ( Lacht.) De rustdag kon ik in het begin goed gebruiken." In de eerste seizoenshelft werd Laybutt als linkerverdediger uitgespeeld. "Een nieuwigheid", vertelt de van nature rechtsvoetige speler. "Ik was bijzonder opgelucht dat Grégory Lorenzi er in januari bijkwam. Centraal kom ik het best tot mijn recht." Aangezien Moeskroen te lang treuzelde met het lichten van de optie, volgde Laybutt Leekens gratis naar AA Gent. "Vanaf de eerste gesprekken met Michel Louwagie voelde ik veel ambitie. Ze bouwen een nieuw stadion en streven naar een plaats bij de eerste vijf. Ook financieel verbeterde ik me." Tot nu toe werd zijn overgang een voltreffer. "Maar ik kan nog veel beter", is hij streng voor zichzelf. "Ik zoek nog een beetje naar automatismen. Het is niet altijd gemakkelijk met telkens iemand anders aan je zijde. Momenteel zit is misschien aan tachtig procent van mijn mogelijkheden. Fysiek sta ik nog niet op punt."Laybutt vindt dat AA Gent in de top thuishoort. "Zeker als we na de winterstop ook nog over Davy De Beule, Ali Lukunku en Sandy Martens beschikken. Pas dan zal je het echte Gent zien. We maken nog te veel individuele fouten. Niettemin vind ik een derde plaats geen onrealistische doelstelling." Een overstap naar de Premier League blijft voor hemzelf een mogelijkheid. "De voorwaarden om aan een werkvergunning te raken worden gemakkelijker", toont hij zich goed op de hoogte van de reglementering. "Ik moet daar geen superstar zijn. Lucas Neill haalt daar ook een redelijk niveau. Waarom zou ik dat niveau of dat van de First Division dan niet aankunnen ? In Engeland wordt het echte voetbal gespeeld. Je merkt het : ik kan nog dromen. ( Lacht luidop.) Niet slecht voor een wereldreiziger als ik, hé. Maar voorlopig amuseer ik me kostelijk bij AA Gent. Noteer dat ook maar." door Frédéric Vanheul Frédéric Vanheule'Een derde plaats vind ik zeker geen onrealistische doelstelling.'