Het succes van Kameroen op het WK 90 was dat van Roger Milla. Weinig mensen herinneren zich dat de 38-jarige spits niet eens geselecteerd was door bondscoach Valeri Nepomniachi. Milla had drie jaar eerder afscheid genomen van interlandvoetbal en bouwde zijn carrière af in een onbeduidende competitie op het eiland La Réunion.
...

Het succes van Kameroen op het WK 90 was dat van Roger Milla. Weinig mensen herinneren zich dat de 38-jarige spits niet eens geselecteerd was door bondscoach Valeri Nepomniachi. Milla had drie jaar eerder afscheid genomen van interlandvoetbal en bouwde zijn carrière af in een onbeduidende competitie op het eiland La Réunion. Het was Paul Biya, de president van Kameroen, die eiste dat Milla meeging naar de Mondiale. De Russische bondscoach stond na een dramatische Afrika Cup enkele maanden voordien niet in al te stevige schoenen en hapte toe. De spelersgroep was nochtans niet opgezet met de komst van de man met het fijne snorretje en de overtollige kilo's. Dat veranderde toen hij in de voorbereiding tegen Hajduk Split inviel en in zijn eentje een 3-0-achterstand tot 3-2 milderde. In de openingsmatch tegen Argentinië stond Milla niet aan de aftrap. Hij viel tien minuten voor tijd in, dertien minuten nadat François Omam-Biyik voor het enige doelpunt uit de partij had gezorgd. Pas in de tweede partij, tegen Roemenië, speelde Milla een rol van betekenis. Hij kwam dit keer al na 58 minuten op het veld, scoorde binnen het kwartier en deed dit vijf minuten voor tijd nog eens over (2-1). Na elk doelpunt liep hij naar de cornervlag om zijn befaamde, erotische buikdans op te voeren. Kameroen verloor zijn derde wedstrijd met een B-ploeg (4-0 tegen Rusland), maar werd toch groepswinnaar. In de tweede ronde botste het op Colombia met Carlos Valderrama, de man met de weelderigste haardos uit de WK-geschiedenis. In de extra time was het opnieuw Milla time met twee goals in vier minuten (2-1). Milla had vier van de vijf doelpunten van Kameroen voor zijn rekening genomen, ook al had hij slechts 100 minuten op het veld gestaan. De Ontembare Leeuwen waren het eerste Afrikaanse team dat zich op een WK bij de laatste acht plaatste. De hele wereld supporterde voor het Afrikaanse land dat de grootmachten van het voetbal uitdaagde. "Dankzij het voetbal kan een klein land groot wezen", zei Milla aan Simon Kuper in diens boek Football Against the Enemy. In de kwartfinale tegen Engeland was Kameroen de betere ploeg, maar het sneuvelde door eigen fouten en een strafschop omgezet door Gary Lineker in de verlengingen. "Indien we Engeland hadden geklopt, was Afrika ontploft", vertelde Milla aan France Football. "Ont-ploft. Er zouden doden gevallen zijn. God weet wat hij doet. Ik moet hem bedanken omdat hij ons in de kwartfinales een halt toeriep." Een wereldtitel voor een Afrikaans land leek slechts een kwestie van tijd. Het beeld van de zwarte voetballers die wars van elke strategie of tactiek puur instinctief en voor het plezier van het spel voetbalden, verdween. Afrikaanse voetballers groeiden in de komende jaren uit tot sterkhouders van de topteams van Europa. Voor 1990 waren Afrikaanse voetballers een curiosum in Europa. Het WK in Italië versnelde en verhevigde de aanvoer van Afrikaanse spelers. In 2000 stonden er 900 Afrikaanse voetballers op de loonlijst van West-Europese profclubs. Meer dan de helft kwam uit Nigeria, Kameroen, Ghana, Marokko en Angola. De ommekeer is ook duidelijk te merken op de palmares van de Afrikaanse Voetballer van het Jaar. Voor 1990 voetbalde de meerderheid van de winnaars (13 van de 20) bij grote Afrikaanse clubs. Na 1990 stonden al de winnaars op de loonlijst van een Europese club. Er was sprake van een heuse leg drain van Afrika naar Europa. Voor Milla bestonden de nationale teams vooral uit spelers uit Afrikaanse competities. "Zelfs het team van Kameroen dat Argentinië in 1990 versloeg, bestond uit vijf spelers die in een plaatselijke club in Yaoundé actief waren", constateerde Arnold Pannenborg in How to Win a Football Match in Cameroon? Van de 311 spelers van de 16 naties die in 2002 deelnamen aan de Afrika Cup speelden er 193 (62 %) in Europa. Bij Kameroen, Nigeria en Senegal was dat voor de hele selectie het geval. Afrika heeft een lange voetbalgeschiedenis. Het spel werd al rond 1860 in Zuid-Afrika geïntroduceerd. Egypte werd in 1923 als eerste Afrikaanse land lid van de FIFA en nam in 1934 als eerste Afrikaanse land deel aan het WK. De uitnodiging was echter niet voor een Afrikaans land bestemd, maar voor de winnaar van de play-off van het Midden-Oosten. Egypte haalde het tegen een land dat toen bekendstond als Palestina en reisde op een schip met de naam 'Hellwan' van Alexandrië naar Napels. De Farao's speelden slechts één wedstrijd in het Italië van Mussolini (2-4-verlies tegen Hongarije) en het zou 56 jaar duren voor ze naar het WK en Italië terugkeerden. Marokko verloor in 1962 zijn barragewedstrijd tegen Spanje. Daarop boycotte de CAF (Afrikaanse Voetbalconfederatie) vier jaar later het WK in Engeland, omdat het continent geen garantie kreeg voor een vaste deelnemer. 3 juni 1970: 36 jaar had Afrika op deze dag gewacht. Marokko vierde in Mexico de terugkeer van Afrika tegen West-Duitsland en leverde ei zo na een geweldige stunt af. Marokko kwam op voorsprong tegen de Mannschaft, maar de Duitsers ontsnapten aan puntenverlies (1-2). "Geruime tijd vreesde ik dat dit een herhaling van de nederlaag van Italië tegen Noord-Korea in 1966 zou worden", haalde spits Uwe Seeler opgelucht adem. Met slechts een gelijkspel tegen Bulgarije was het WK na de eerste ronde voorbij voor Marokko. Het continent was gedurende vele decennia compleet verwaarloosd door de FIFA. Dat veranderde toen João Havelange in 1974 voorzitter werd. Hij zorgde ervoor dat Afrika verzekerd was van één deelnemer aan de Wereldbeker. De Maghreblanden waren aanvankelijk de vaandeldragers van het Afrikaanse voetbal. Tussen 1970 en 1998 werd Afrika negen keer op zeventien op het WK vertegenwoordigd door landen aan de Middellandse Zee. Tunesië zorgde in 1978 voor de eerste Afrikaanse zege: 3-1 tegen Mexico. Voor het eerst kwam de tweede ronde in zicht, maar een blunder van Ali Kaabi stelde de Pool Grzegorz Lato (ex-Lokeren) in staat het enige doelpunt van de partij te maken. Tunesië moest West-Duitsland kloppen om door te gaan. Het bleef echter 0-0, omdat Ben Rahaiem geen strafschop kreeg van scheidsrechter Augusto Orosco toen hij door Manfred Kaltz werd neergelegd. Toch was het een geslaagd WK voor Afrika. Toen in 1982 het aantal deelnemers naar 24 werd opgetrokken, kreeg het een tweede deelnemer. Algerije en Kameroen waren nieuwkomers. Net als Marokko in 1970 en Tunesië in 1978 moest Algerije het WK openen met een duel tegen West-Duitsland. Derde keer goede keer. De Woestijnvossen haalden het met het beslissende doelpunt van Lakhdar Belloumi (2-1). "Het was alsof de Titanic opnieuw zonk", schreef de Süddeutsche Zeitung. Na de zege was er ruzie in het Algerijnse kamp over de premies, met een nederlaag tegen Oostenrijk voor gevolg. Algerije speelde op donderdag 24 juni zijn laatste wedstrijd tegen Chili. Het won, maar verkwanselde een 3-0-voorsprong. Met 3-2 op het scorebord had het een doelsaldo van nul. Oostenrijk en Algerije telden nu vier punten, West-Duitsland twee. De Mannschaft moest op vrijdag 25 juni in Gijón Oostenrijk kloppen. Oostenrijk (met doelsaldo + 1) kon zich de luxe permitteren om nipt te verliezen. Horst Hrubesch (ex-Standard) scoorde na tien minuten en van dan af hielden beide ploegen het voor bekeken. Algerije was het slachtoffer van deze salonremise. "Dit was de schandelijkste dag uit onze voetbalgeschiedenis", oordeelde de Duitse televisie. Een klacht van Algerije werd door de FIFA verworpen. De Wereldvoetbalbond paste wel het reglement aan. Voortaan werden de laatste duels in iedere groep op hetzelfde moment afgewerkt. 1982 betekende een keerpunt voor het Afrikaanse voetbal. Met Kameroen en Algerije had het voor de eerste keer twee deelnemers. Kameroen verloor geen enkele van zijn drie wedstrijden (3 gelijke spelen) en moest slechts op basis van het doelsaldo Italië laten voorgaan naar de tweede ronde. In 1986 was Afrika vertegenwoordigd door twee Maghreblanden. Algerije leek op papier sterker dan vier jaar eerder, met spelers als Djamel Zidane (ex-Sint-Niklaas en Kortrijk) en Rabah Madjer (ex-FC Porto) die hun geld in Europa verdienden. Er waren niet alleen meningsverschillen tussen de spelers die in Afrika en in Europa speelden, maar ook met de bond. Algerije kwam niet verder dan een gelijkspel tegen Noord-Ierland en was snel weer op weg naar huis. Marokko telde minder spelers die naar Europa waren uitgeweken, maar beschikte met doelman Badou Zaki en spelmaker Mohammed Timoumi (ex-Lokeren) over sterke pionnen. De Leeuwen van de Atlas begonnen met twee gelijke spelen tegen Polen en Engeland. In de derde wedstrijd stond Portugal op het programma. Marokko won met 3-1. Met José Faria, een tot de islam bekeerde Braziliaan, bereikte een Afrikaans team voor de eerste keer de tweede ronde. Daarin moest Marokko het nog maar eens opnemen tegen West-Duitsland. Na 117 minuten was het nog steeds 0-0, maar een vrije trap van Lothar Matthäus vanop 30 meter besliste de strijd. In vier op vijf WK's moest een Noord-Afrikaans land het tegen West-Duitsland opnemen. De Duitsers stonden slechts 15 van de 390 minuten op voorsprong (tegenover bijna 50 minuten voor de Maghreb-landen), maar gingen telkens ten koste van de Noord-Afrikanen door. Milla en Kameroen maakten in 1990 grote indruk op Havelange, met als gevolg dat Afrika drie teams mocht afvaardigen naar de World Cup in Amerika: Kameroen, Marokko en Nigeria. Milla onderbrak nog maar eens zijn pensioen en brak op 42-jarige leeftijd zijn eigen record als oudste doelpuntenmaker op een WK. Maar alleen de Super Eagles overleefden de eerste ronde. Het was het begin van het gouden tijdperk van Nigeria. Het meest bevolkte land van het continent, 120 miljoen inwoners op dat moment, was wellicht de leukste ploeg van de World Cup. De Super Eagles speelden eerst Bulgarije op een hoopje (3-0), verloren van Argentinië (2-1), maar stelden tegen Griekenland de tweede ronde veilig (2-0). Clemens Westerhof, de Nederlandse bondscoach van Nigeria, pakte met een merkwaardig verhaal over een omkooppoging uit en de spelers eisten een dubbele premie als ze Italië uitschakelden. Weer ging een Afrikaans team ten onder aan discussies over geld. Met spelers als Sunday Oliseh (ex-Luik en Racing Genk), Jay-Jay Okocha, Rashidi Yekini, Finidi George en Daniel Amokachi (ex-Club Brugge) werd de basis gelegd voor het olympische team dat twee jaar later onder Jo Bonfrère olympisch kampioen werd. In 1998 breidde de FIFA het aantal deelnemers aan de WK-eindronde uit tot 32. Havelange, die na 24 jaar voorzitterschap opstapte, deed een laatste gebaar voor Afrika en trok hun aantal deelnemers op tot vijf. Zuid-Afrika, Kameroen, Tunesië en Marokko werden al in de groepsfase geëlimineerd. Alleen Nigeria bereikte de tweede ronde, maar overleefde de eerste partij in de knock-outronde niet. "Het was een mirakel dat we zo ver raakten met onze organisatie en de tactische knowhow van de mensen die het beleid bepaalden", oordeelde Sunday Oliseh in Feet of the Chameleon van Ian Hawkey. De Super Eagles leefden van crisis naar crisis en iedereen verwachtte aan de vooravond van het WK het ontslag van bondscoach Bora Milutinovic, die pas drie maanden in dienst was. Bora ontsnapte omdat generaal Sani Abacha, de sterke man van Nigeria, levenloos werd aangetroffen in het presidentiële paleis in Abuja. Hij was waarschijnlijk vergiftigd. Desondanks was dit WK een mijlpaal voor Afrika. De Marokkaan Saïd Belqola werd de eerste Afrikaan die een WK-finale floot. Hij gaf in die match rood aan Marcel Desailly, de eerste in Afrika (Ghana) geboren speler die (met Frankrijk) de wereldtitel won. De beste speler van het toernooi, Zinédine Zidane, was bovendien de zoon van Algerijnse immigranten. Zuid-Afrika, Kameroen, Nigeria en Tunesië waren snel vergeten, maar toch riep het WK in Japan en Zuid-Korea herinneringen op aan dat van Italië in 1990. Senegal, met Khalilou Fadiga (ex-Lommel, Club Brugge, Beerschot en AA Gent), opende tegen wereldkampioen Frankrijk met een zege. Opmerkelijk was dat alle spelers van de Leeuwen van Teranga die aan de match begonnen in Frankrijk voetbalden, terwijl bij de Fransen alleen Papa Bouba Diop in La Douce aan de slag was. Senegal werd de tweede Afrikaanse ploeg die de kwartfinales bereikte. In de achtste finales werd Zweden na verlengingen opzijgezet. Turkije bleek in de volgende ronde echter te sterk. Ilhan Mansiz zorgde in de verlengingen voor een golden goal. Simon Kuper merkte in 1996 op dat alleen de rijke, stabiele Afrikaanse landen presteerden op het WK. Van de zeven landen die sinds 1970 present waren op het vierjaarlijkse voetbalfeest - Algerije, Egypte, Kameroen, Marokko, Nigeria, Tunesië en Zaïre - was alleen Zaïre - de flop van 1974, met onder andere een 9-0-nederlaag tegen Joegoslavië - naar Afrikaanse normen een arm land. 2006 haalde die stelling dan weer onderuit. Kameroen, Nigeria, Senegal, Egypte en Zuid-Afrika ontbraken op de grote afspraak. Tunesië kreeg het gezelschap van Angola, Ghana, Ivoorkust en Togo, vier debutanten. Drie ervan voelden nog de naweeën van een burgeroorlog of waren gewoon heel arm. Tunesië ging er zoals gebruikelijk in de eerste ronde uit. Ghana, met Michael Essien, bereikte als enige de tweede ronde, maar moest - zonder de geelgeschorste middenvelder van Chelsea - buigen voor Brazilië. Ivoorkust had een prima elftal, maar de Olifanten sneuvelden in de Groep van de Dood met Argentinië, Nederland en Servië-Montenegro. Angola incasseerde al na 4 minuten een doelpunt van ex-kolonisator Portugal, maar hield dan gedurende 251 minuten de netten schoon. De gelijkmaker van Iran (1-1) betekende echter de uitschakeling. Togo deed er twee weken lang alles aan om alle vooroordelen over het Afrikaanse voetbal te bevestigen. De Sparrowhawks (sperwers) hadden zich dankzij de goals van Emmanuel Adebayor geplaatst, maar maakten er in Duitsland een potje van. Het team was nog maar net in Duitsland gearriveerd of de discussies over de premies begonnen al. Vlak voor hun tweede partij, tegen Zwitserland, dreigden de spelers met een staking. Bondscoach Otto Pfister kondigde zijn steun aan de spelers aan en stapte op. Hij keerde terug, toen de FIFA het verschil tussen de twee kibbelende partijen bijpaste. De spelers van Togo hadden uren en dagen gediscussieerd over hoeveel ze verdienden bij een gelijkspel of winst, maar keerden zonder punten naar huis terug. Onenigheid over geld is een rode draad in veel WK-campagnes van Afrikaanse finalisten. Het is wellicht ook de reden waarom ze sinds 1990 vaak heel sterk starten, maar al te snel wegzakken. Het voetbal in Afrika lijdt onder een gebrek aan middelen. Onder andere omdat uit veel verhalen blijkt dat bondsleiders zichzelf vaak verrijken. De officials bemoeien zich ook te veel met het sportieve beleid. Trainers komen en gaan. Nigeria veranderde tussen 1989 en 2009 twintig keer van bondscoach, berekende Ian Hawkey. Zuid-Afrika wisselde elf keer in het decennium nadat Philippe Troussier hen in 1998 voor het eerst naar het WK loodste. Ghana kwam aan zestien bondscoaches in dezelfde periode en Kameroen versleet zestien trainers sinds zijn kwartfinale op het WK 90. Afrika mist ook nog steeds voldoende goede coaches en geeft ze te weinig kansen. Van de 28 teams die in de voorbije tachtig jaar aan het WK deelnamen, werden er slechts tien geleid door een Afrikaan. De zes ploegen die de tweede ronde bereikten, hadden een Braziliaan, een Fransman, een Nederlander, een Rus en een Serviër aan het roer. Nooit een Afrikaan. Het Afrikaanse voetbal heeft in het voorbije decennium de hoge verwachtingen niet ingelost. De wereldtitel die in 1990 binnen bereik leek, is nog een verre droom. Zelfs op het eigen continent verwacht bijna niemand dat een Afrikaans team wereldkampioen wordt. door françois colinHet WK 90 in Italië versnelde en verhevigde de aanvoer van Afrikaanse spelers naar Europa.Tot 2006 presteerden alleen de rijke, stabiele Afrikaanse landen op het WK.