En, verrassing, niet Bergen of Roeselare, maar Eupen bleek zondag de winnaar van de eindronde in tweede klasse. Voor het eerst in zijn bestaan speelt de club uit de Oostkantons straks in eerste klasse.
...

En, verrassing, niet Bergen of Roeselare, maar Eupen bleek zondag de winnaar van de eindronde in tweede klasse. Voor het eerst in zijn bestaan speelt de club uit de Oostkantons straks in eerste klasse. Zeven jaar geleden speelde de Königliche Allgemeine Sportvereinigung Eupen al eens de eindronde. Toen waren Zulte Waregem, FCV Dender en Heusden-Zolder de tegenstanders en promoveerden de Limburgers. Eupen deed het toen nog met een amateurploeg; nu beschikt het over een profkern van 24. Allemaal dankzij de samenwerking die het opzette via makelaars, wat met Antonio Imborgia een Italiaanse sportief directeur opleverde die er zijn spelers plaatste. GeneraldirektorManfred Theissen nam in januari loopbaanonderbreking als politiecommissaris van Eupen om zich voltijds met de club te kunnen bezighouden. Manfred Theissen: "We hadden het voordeel dat anderen ons sinds het begin van de eindronde niet helemaal au sérieux genomen hebben. Ik maakte mij in het begin wel wat zorgen over ons gebrek aan ervaring: onze ploeg is heel jong. Alleen Maric is 26 en Hendrikx is 35. De verplichting om te promoveren lag meer bij Bergen en Roeselare dan bij ons. Maar l'appétit vient en mangeant. "We zijn heel sterk aan het seizoen begonnen, maar in februari, maart kregen we een dipje. De groep is jong en heeft geen ervaring met de druk die er was toen we aan de leiding stonden." "Er zijn drie domeinen: het sportieve, de infrastructuur en de structuur. Over een van de drie maak ik mij geen zorgen en dat is het sportieve. De ploeg zoals die er nu staat, heeft talent. Bovendien hebben onze Italiaanse partners veel contacten. Antonio Imborgia ( sportief directeur, nvdr) kende aanvankelijk de Belgische markt nog niet genoeg en hij wou meteen zekere waarden, dus is hij bij spelers uitgekomen die hij kende. Maar hij zal zich om ons straks te versterken ook op de Belgische markt oriënteren. Wat de infrastructuur en de structuur betreft, is het duidelijk dat er iets moet veranderen. Ik hoorde van mijn collega bij Bergen, Alain Lommers, dat hij over zestien werknemers beschikt in de administratie; ik heb een halftijdse secretaresse. "Twee en een halve maand geleden zijn we gesprekken begonnen met de gemeente Eupen, eigenaar van het stadion, en met de Duitstalige gemeenschap. Zij hebben ons verzekerd dat ze ons voor de infrastructuur zouden steunen als we promoveren. Er zijn ook al contacten gelegd met ondernemers voor een nieuwe tribune, veldverwarming en de verlichting. De plannen liggen klaar. We beschikken over 4250 plaatsen, waarvan 1000 zitplaatsen. We komen 4000 zitplaatsen te kort, maar we kunnen een tribune van 5000 zitplaatsen bouwen tegenover de hoofdtribune. We hebben tijd tot 15 oktober om alles in orde te krijgen, maar als het echt niet zou lukken, waarom zouden we dan niet tijdelijk in een ander stadion kunnen gaan spelen? Misschien moeten we aan Standard vragen of we daar kunnen spelen?" "In december 2008 stonden we laatste in tweede klasse met vijf punten. Transfers waren duur, dus het was een samenwerking zoeken of degraderen. Per toeval, via makelaars met contacten in Italië en België, zijn we bij Italianen terechtgekomen. Ze zijn onder andere ook bij Doornik, Charleroi en andere clubs gaan praten. Wij hebben ons blijkbaar goed 'verkocht', als ik het zo mag noemen. Bovendien zit je in Eupen op een uur van de luchthaven van Brussel, Keulen, Düsseldorf ..." "Op een uur of anderhalf uur zit je in Bochum, Schalke, Dortmund, Gladbach, Keulen ... En hier in de regio zitten ook niet weinig supportersclubs van die Duitse ploegen, clubs die daar al twintig, dertig jaar naartoe gaan. Van dat cliënteel zouden wij nu graag een deel recupereren." "Sinds 1 juli 2009 spreken we niet meer van de Italianen en de Belgen, maar van 'de club'. De spelers liggen onder contract bij 'de club'. Zonder mijn handtekening is er geen enkele speler die komt of gaat. Om maar aan te geven dat er geen twee 'clans' meer zijn. Maar Antonio Imborgia is een voetbalkenner, dus het is duidelijk dat een groot deel van de sportieve zaken via hem passeert. Bij ons zit een speler van Inter ( Desenclos, nvdr) die ginder nooit zal spelen, maar clubs als Inter hebben misschien veertig, vijftig spelers onder contract en zijn blij dat ze hen speelminuten kunnen geven. Als we in eerste zitten, zullen er wellicht nog makkelijker spelers komen. "Hoe lang de samenwerking gaat duren, kan ik niet zeggen; maar áls ze ons zouden verlaten, zal de club gewoon correct verder kunnen blijven bestaan. Zolang ze blijven en spelers aanbrengen, zal men dan toch goed voetbal gezien hebben in Eupen. Andere spelers groeien daardoor ook. Olivier Vinamont bijvoorbeeld is een speler van de streek, hij woont op tien kilometer van hier. Hij speelt hier al vijf jaar, een ballenafpakker, een werker, maar met de vooruitgang die hij het laatste jaar heeft gemaakt, kan hij mee in eerste klasse. Het grote verschil tussen Italië en België is dat ze hier aan de fysieke voorbereiding dertig procent werken in verhouding tot het voetbalgedeelte. In Italië is dat zestig procent. Fysiektrainers zijn in Italië heel belangrijk. "We zijn in de voorbereiding drie weken naar Italië geweest, met 28 man. Marc Hendrikx, die toch al wat meegemaakt heeft, had dat nog nooit gezien. Alles perfect geregeld en nooit het minste probleem. Daar is de basis gelegd, denk ik, om de competitie ' en fanfare' te beginnen. Dat is het professionalisme van onze Italiaanse partners." "Onlangs was er een interview met de burgemeester van Tubeke ( Raymond Langendries, tevens voorzitter, nvdr) over hoe hij de promotie met Tubeke had beleefd. Hij vond ook: als je de kans krijgt, moet je ze grijpen. Volgens hem heeft Eupen het voordeel dat het een toeristische stad is: we liggen vlakbij de Hoge Venen. De publiciteit die wij voor de regio maken - en wij zijn niet alleen - is groot. Als men nu over Eupen praat, heeft men het meteen ook over het voetbal. Daar is de politiek zich ook van bewust. "Westerlo is een voorbeeld voor ons. Een club in een kleine gemeente die correct overleeft. Eupen telt 18.000 inwoners, maar is eerder bourgeois. Nu het goed gaat, zijn ze daar en als je ze tegenkomt in de stad is het niet 'jullie', maar 'wij' als ze het over de club hebben. ( lacht) Maar dat is normaal, denk ik, dat stoort me niet." "We zijn een klein, sympathiek clubje en we zullen een klein nummer blijven, dat is zeker. Maar is het verschil tussen grote en kleine clubjes niet wat een competitie interessant maakt? Kortrijk en STVV hebben als kleinere clubs toch voor kleur gezorgd in de competitie? Het strafste is dat Modrikamen met zijn nieuwe politieke partij, de PP, wil streven naar drietaligheid in België: Frans, Nederlands en Engels. Goed, hé? ( lacht) De Duitstalige Gemeenschap bestaat blijkbaar niet." ( grijnst) door raoul de grooteMisschien moeten we aan Standard vragen of we daar kunnen spelen? Onze Italiaanse partners hebben veel contacten.