PLUS

1. PAULO HENRIQUE

Financieel was de passage van Paulo Henrique door de constructie met het makelaarsbureau Traffic niet Westerlo's meest lucratieve transfer - het kreeg maar tien procent toen hij naar Trabzonspor verhuisde - maar sportief bekeken was hij de beste speler die ooit voor de club voetbalde. Henrique werd in Heerenveen opgevangen in een familie met Braziliaanse roots maar frequenteerde te graag het uitgaansleven en vergooide daarmee zijn kansen op een doorbraak in Europa. Hij sprak, placht zijn toenmalige trainer Trond Sollied te zeggen, beter Nederlands met de meisjes dan met zijn trainers. Niet dat hij in Westerlo ineens als een engeltje leefde, maar terend op zijn klasse slaagde de Braziliaanse aanvaller erin op eigen houtje kansen te forceren en af te werken.

2. NABIL DIRAR

Omdat hij in Marokko was geboren en pas op zijn dertiende naar België kwam, begon Nabil Dirar vrij laat met voetballen. Als jongste in een gezin van tien waarvan de vader overleed toen Nabil één jaar oud was, werd hij verwend. Truitjes en schoenen kreeg hij van zijn broer die in Italië woonde. Dirar speelde vooral in Casablanca en Brussel pleintjesvoetbal en kreeg pas op latere leeftijd een echte voetbalopleiding. De achterstand waarop hij daardoor werd gezet, maakte dat hij bij Diegem Sport onder de radar van de eersteklassers bleef. Westerlo bood hem evenwel een kans en zag hem twee seizoenen later voor 1,5 miljoen euro naar Club Brugge gaan. Behalve sportief werd hij daardoor ook financieel een voltreffer.

3. TONI BROGNO

Eigenlijk had deze plek ook voor Jochen Janssen kunnen zijn. De ene gehaald bij Lommel, de andere bij Charleroi, braken bij Westerlo de carrières van Jochen Janssen en Toni Brogno immers quasi gelijktijdig open. Het duo toonde zich trefzeker door zijn complementariteit: de lange Janssen als targetman en de vinnige Brogno als ongrijpbare satelliet. Het leverde Janssen een transfer naar Club Brugge op en Brogno een selectie als Rode Duivel en - in zijn laatste en enige seizoen zonder Janssen - een titel van topschutter met 30 doelpunten. Los van elkaar slaagde geen van beiden er bij een andere club nog in deze prestaties te overtreffen. Aan Janssen hield Westerlo circa een miljoen euro over én Björn De Coninck, die het er van Club bij kreeg. Voor Brogno ving het een gelijkaardig bedrag van Sedan én een ruzie met broer/makelaar Dante over de commissie.

MIN

1. RÔMULO

Het makelaarsbureau dat Westerlo Paulo Henrique aan de hand had gedaan schoof na diens vertrek ene Rômulo dit seizoen als opvolger naar voren. Weliswaar niet behept met dezelfde kwaliteiten, maar toch een spits die het niveau van Westerlo in de Belgische competitie moest opkrikken. Edoch, Rômulo verdween al tijdens de voorbereiding uit de kern wegens een te kleine actieradius en te weinig punch. Te veel vertrouwen van de club in de makelaars en een te zwakke inschatting van de competitie en de ploeg door diezelfde makelaars zetten Westerlo een pad in de korf: kostbare tijd ging verloren om werk te maken van een nieuwe versterking in de aanval. De degradatiezorgen waarmee de club nu zit, vinden er voor een niet onbelangrijk deel hun oorsprong.

2. SERGEI OMELIANOVITSJ

Bij Charleroi had Sergei Omelianovitsj genoeg ervaring in eerste klasse opgedaan om voor Westerlo meer dan zomaar een speler te kunnen zijn. Omelianovitsj, einde contract bij Charleroi en dus gratis, had in Westerlo op het middenveld de opvolger van Lukas Zelenka moeten worden, maar toch strandde de Oekraïner op dertien wedstrijden en geen enkel doelpunt. Jan Ceulemans gaf doorgaans de voorkeur aan de als talent voor een paar miljoen frank van Eendracht Aalst gekomen Sammy Van den Bossche, die overigens ook geen onvergetelijke indruk maakte. Bij Verbroedering Geel ontpopte Omelianovitsj zich in tweede klasse vervolgens wel tot een onmisbare schakel. De Oekraïner droomde altijd luidop van een carrière hogerop, maar kwam bij clubs als Allianssi en Tubeke terecht.

3. ZDENEK SVOBODA

Zdenek Svoboda kwam naar Westerlo met negen interlands voor de Tsjechische nationale ploeg en een karrenvracht wedstrijden voor Sparta Praag als bagage, maar ook met een knieblessure als verdachte stempel op zijn papieren. Gehoopt werd dat hij bij Westerlo in alle rust zou herstellen en de club er vervolgens een goedkope topspeler aan zou overhouden. Met een staande ovatie, zo wisten ze in Westerlo zijn status in Tsjechië te onderstrepen, was bij Sparta Praag afscheid van hem genomen. Edoch, helemaal fit werd Svoboda nooit en hoeveel geduld er drie seizoenen lang ook werd opgebracht, in de wedstrijden waarin hij meedeed, kon hij nooit de klasse laten blijken dat hij vroeger moest hebben gehad.

DOOR RAOUL DE GROOTE

Financieel was de passage van Paulo Henrique door de constructie met het makelaarsbureau Traffic niet Westerlo's meest lucratieve transfer - het kreeg maar tien procent toen hij naar Trabzonspor verhuisde - maar sportief bekeken was hij de beste speler die ooit voor de club voetbalde. Henrique werd in Heerenveen opgevangen in een familie met Braziliaanse roots maar frequenteerde te graag het uitgaansleven en vergooide daarmee zijn kansen op een doorbraak in Europa. Hij sprak, placht zijn toenmalige trainer Trond Sollied te zeggen, beter Nederlands met de meisjes dan met zijn trainers. Niet dat hij in Westerlo ineens als een engeltje leefde, maar terend op zijn klasse slaagde de Braziliaanse aanvaller erin op eigen houtje kansen te forceren en af te werken. Omdat hij in Marokko was geboren en pas op zijn dertiende naar België kwam, begon Nabil Dirar vrij laat met voetballen. Als jongste in een gezin van tien waarvan de vader overleed toen Nabil één jaar oud was, werd hij verwend. Truitjes en schoenen kreeg hij van zijn broer die in Italië woonde. Dirar speelde vooral in Casablanca en Brussel pleintjesvoetbal en kreeg pas op latere leeftijd een echte voetbalopleiding. De achterstand waarop hij daardoor werd gezet, maakte dat hij bij Diegem Sport onder de radar van de eersteklassers bleef. Westerlo bood hem evenwel een kans en zag hem twee seizoenen later voor 1,5 miljoen euro naar Club Brugge gaan. Behalve sportief werd hij daardoor ook financieel een voltreffer. Eigenlijk had deze plek ook voor Jochen Janssen kunnen zijn. De ene gehaald bij Lommel, de andere bij Charleroi, braken bij Westerlo de carrières van Jochen Janssen en Toni Brogno immers quasi gelijktijdig open. Het duo toonde zich trefzeker door zijn complementariteit: de lange Janssen als targetman en de vinnige Brogno als ongrijpbare satelliet. Het leverde Janssen een transfer naar Club Brugge op en Brogno een selectie als Rode Duivel en - in zijn laatste en enige seizoen zonder Janssen - een titel van topschutter met 30 doelpunten. Los van elkaar slaagde geen van beiden er bij een andere club nog in deze prestaties te overtreffen. Aan Janssen hield Westerlo circa een miljoen euro over én Björn De Coninck, die het er van Club bij kreeg. Voor Brogno ving het een gelijkaardig bedrag van Sedan én een ruzie met broer/makelaar Dante over de commissie. Het makelaarsbureau dat Westerlo Paulo Henrique aan de hand had gedaan schoof na diens vertrek ene Rômulo dit seizoen als opvolger naar voren. Weliswaar niet behept met dezelfde kwaliteiten, maar toch een spits die het niveau van Westerlo in de Belgische competitie moest opkrikken. Edoch, Rômulo verdween al tijdens de voorbereiding uit de kern wegens een te kleine actieradius en te weinig punch. Te veel vertrouwen van de club in de makelaars en een te zwakke inschatting van de competitie en de ploeg door diezelfde makelaars zetten Westerlo een pad in de korf: kostbare tijd ging verloren om werk te maken van een nieuwe versterking in de aanval. De degradatiezorgen waarmee de club nu zit, vinden er voor een niet onbelangrijk deel hun oorsprong. Bij Charleroi had Sergei Omelianovitsj genoeg ervaring in eerste klasse opgedaan om voor Westerlo meer dan zomaar een speler te kunnen zijn. Omelianovitsj, einde contract bij Charleroi en dus gratis, had in Westerlo op het middenveld de opvolger van Lukas Zelenka moeten worden, maar toch strandde de Oekraïner op dertien wedstrijden en geen enkel doelpunt. Jan Ceulemans gaf doorgaans de voorkeur aan de als talent voor een paar miljoen frank van Eendracht Aalst gekomen Sammy Van den Bossche, die overigens ook geen onvergetelijke indruk maakte. Bij Verbroedering Geel ontpopte Omelianovitsj zich in tweede klasse vervolgens wel tot een onmisbare schakel. De Oekraïner droomde altijd luidop van een carrière hogerop, maar kwam bij clubs als Allianssi en Tubeke terecht. Zdenek Svoboda kwam naar Westerlo met negen interlands voor de Tsjechische nationale ploeg en een karrenvracht wedstrijden voor Sparta Praag als bagage, maar ook met een knieblessure als verdachte stempel op zijn papieren. Gehoopt werd dat hij bij Westerlo in alle rust zou herstellen en de club er vervolgens een goedkope topspeler aan zou overhouden. Met een staande ovatie, zo wisten ze in Westerlo zijn status in Tsjechië te onderstrepen, was bij Sparta Praag afscheid van hem genomen. Edoch, helemaal fit werd Svoboda nooit en hoeveel geduld er drie seizoenen lang ook werd opgebracht, in de wedstrijden waarin hij meedeed, kon hij nooit de klasse laten blijken dat hij vroeger moest hebben gehad. DOOR RAOUL DE GROOTE