Soms vraagt men mij of ik nooit goesting heb gehad om trainer te worden. Feitelijk niet, als ik eerlijk mag zijn. Ik beschouwde een trainer als een noodzakelijk kwaad. Ik herinner mij nog de wijze woorden van mijn jeugdtrainer, de illustere 'Noulle' Deraeymaeker: "Ik heb een goed huwelijk, een goede gezondheid, geen geldzorgen en toch ben ik grijs geworden, en dat was omdat ik Van Binst in mijn ploeg had!" En die brave man had nog gelijk ook. Het is misschien de reden waarom ik op dat gebied geen ambitie koesterde, ik wilde niet dat men mij aandeed wat ik mijn trainers had aangedaan. En toch ben ik het geworden! Onder George Kessler werd ik hulptrainer van Club Brugge. Dat liedje duurde maar één jaar want toen vertrok 'de Duitser' naar Olympiacos. Hij wilde mij meenemen naar Griekenland, maar dat zag ik ni...

Soms vraagt men mij of ik nooit goesting heb gehad om trainer te worden. Feitelijk niet, als ik eerlijk mag zijn. Ik beschouwde een trainer als een noodzakelijk kwaad. Ik herinner mij nog de wijze woorden van mijn jeugdtrainer, de illustere 'Noulle' Deraeymaeker: "Ik heb een goed huwelijk, een goede gezondheid, geen geldzorgen en toch ben ik grijs geworden, en dat was omdat ik Van Binst in mijn ploeg had!" En die brave man had nog gelijk ook. Het is misschien de reden waarom ik op dat gebied geen ambitie koesterde, ik wilde niet dat men mij aandeed wat ik mijn trainers had aangedaan. En toch ben ik het geworden! Onder George Kessler werd ik hulptrainer van Club Brugge. Dat liedje duurde maar één jaar want toen vertrok 'de Duitser' naar Olympiacos. Hij wilde mij meenemen naar Griekenland, maar dat zag ik niet zitten, misschien niet de slimste beslissing uit mijn leven. In het casino van Middelkerke had ik vervolgens een afspraak met mijn oud-manager Balla. Toen hij binnenkwam zat ik aan de bar met Marleen, een blonde schone uit Kortrijk die ik een paar minuten eerder had leren kennen. Balla kwam snel ter zake: ik kon trainer worden van Wallonia Namur. "Van wie?" vroeg ik hem. Ze speelden in bevordering (vierde nationale) en waren zeer ambitieus, en dat bleek ook uit het salaris dat ze van plan waren om mij te betalen! "Mooie streek", mengde Marleen zich in het gesprek. Het voorstel interesseerde me geen bal, maar ik wilde stoer doen en vroeg aan de Kortrijkse, met wie ik andere plannen had, of ze zin had in een weekendje Namen? "Waarom niet?", antwoordde ze. Ik gaf Balla de opdracht om een afspraak te maken met het bestuur van de Waalse ploeg. En dat weekendje gaan zij betalen, voegde ik er snel aan toe! Wallonia Namur had altijd in de schaduw gestaan van Union Namur en men wilde daar absoluut verandering in brengen, daarom had men zwaar geïnvesteerd. Toch was de infrastructuur niet om over naar huis te schrijven. Een bouwvallig stadion, alleen de kantine leek mij oké, dat was een geruststelling, maar de grote verrassing kwam later! In de kleedkamer van de bezoekers stond een massagetafel of wat daarvoor moest doorgaan. In werkelijkheid was het een tafel, compleet met voetsteunen, die thuishoorde in het kabinet van een gynaecoloog... Marleen, die mij vergezelde, lachte zich een bult! Ik was denkelijk verliefd op dat moment en kon waarschijnlijk niet helder denken, want ik besloot om de uitdaging aan te gaan. Het werd een rustig seizoen. We eindigden op een verdienstelijke zesde plaats, meer was er niet uit die groep te halen. Een van mijn beste spelers was Lefranq, de rechtsachter die ook buitenwipper was in een discotheek. Daar moet ik verder geen tekeningetje bij maken, zeker? Op het einde van het seizoen was iedereen tevreden, maar ik had het wel gezien en besloot ermee te kappen. Ik ging met Marleen samenwonen in Kortrijk. Dat moeten de bestuursleden van White Star Lauwe geweten hebben, want plotseling stonden ze aan mijn deur. Ze stelden mij voor om hun trainer te worden. Daar Lauwe op een boogscheut van Kortrijk gelegen was, accepteerde ik. Lauwe was in het bezit van enkele getalenteerde spelers: Lorenzo Staelens, die verloofd was met de dochter van de plaatselijke beenhouwer; Hein Vanhae-zebrouck, die de zoon was van de secretaris; Rudy Ducoulombier, later speler van Kortrijk en Sint-Truiden. We werden dat jaar herfstkampioen. Ik zag de schrik in de ogen van de voorzitter, hij was bang dat we zouden promoveren naar derde klasse. Uiteindelijk werden we vierde. Het tweede seizoen was minder, mede door het vertrek van Lorenzo Staelens naar Kortrijk, en ik besloot er nu definitief mee te stoppen, maar neen hoor! Mijn vriend Marc Audoor was elftalafgevaardigde van SK Oostnieuwkerke, een dorp in de omgeving van Roeselare. Ze waren net gepromoveerd naar bevordering, maar waren nu in het bezit van de rode lantaarn na de eerste seizoenshelft. Marc probeerde mij ervan te overtuigen de boel over te nemen na de winterstop. Wie doet nu zoiets? Awel, ik! Drie wedstrijden voor het einde waren we al gered, uitgerekend op het veld van White Star Lauwe, 0-1. Ik moet toegeven dat de Lauwenaars nu niet bepaald de zolen van onder hun schoenen hadden gelopen...! Daarna kon ik definitief eindigen in schoonheid, wat ik dan ook deed. 'Het voorstel interesseerde me geen bal, maar ik wilde stoer doen.'