Zo redeneerden ze vroeger in Colombia. Gelukkig kon Luis Fernando Saldarriaga die tendens omkeren. Dat Fabio Duarte, in 2008 wereldkampioen bij de beloften, samen met Sergio Henao, Rigoberto Urán en Nairo Quintana de grote hoop van het Colombiaanse wielrennen in zich draagt, heeft niks met doping vandoen, maar alles met een wetenschappelijke aanpak. En die werd gelegd door deze universitair uit Medellín.
...

Zo redeneerden ze vroeger in Colombia. Gelukkig kon Luis Fernando Saldarriaga die tendens omkeren. Dat Fabio Duarte, in 2008 wereldkampioen bij de beloften, samen met Sergio Henao, Rigoberto Urán en Nairo Quintana de grote hoop van het Colombiaanse wielrennen in zich draagt, heeft niks met doping vandoen, maar alles met een wetenschappelijke aanpak. En die werd gelegd door deze universitair uit Medellín. Saldarriaga: "Het wielrennen in Colombia was vroeger zeer empirisch. Talent in overvloed, renners genoeg, maar amper methode, structuur of wetenschap. De talenten werden niet gecoacht. Je had hier ook maar één cultuur: die van de klimmer. Iedereen werd in die richting geduwd, maar nooit met wetenschappelijke argumenten. Was iemand wel geschikt om klimmer te worden? Geen mens die het wist. Had die renner soms geen ander potentieel? We waren goed, maar nooit schitterend. De belachelijke redenering was toen: wie niet kon klimmen, diende tot niks. "Toen Lucho Herrera en Fabio Parra afhaakten, kwamen we in een crisis. Er kwam geregeld nog talent, Santiago Botero onder meer, maar we raakten nooit meer aan succes. Ik vroeg me af waarom. Ik ging profielen bestuderen, zoeken naar een beter rendement. Een systeem, interdisciplinair, met de hulp van psychologen en dokters, voedingsspecialisten, trainers. En dat allemaal harmoniseren in één schema, op zoek naar het hoogste rendement. "Het eerste wat we deden, was zoeken naar een doel. Wat is de specialiteit van deze of gene sporter? Dat hangt van de fysiologie af, er zijn limieten aan elk lichaam. Maar een wielrenner wordt geboren met talent, en dat talent moet je ontwikkelen. Je kán leren tijdrijden, op kracht trainen, op techniek, tactiek... "Niemand heeft Lucho Herrera, dé referentie voor de Colombiaanse renner, ooit leren koersen. Gevolg: Herrera verloor zeer veel wedstrijden, omdat hij te vroeg ging of te laat. Onze renners hebben dat nu wél geleerd. Net zoals ze ook techniek hebben geleerd. Neen, we hebben hier geen windtunnels, in Zuid-Amerika kunnen wielrenners daarvoor nergens terecht, maar we werken veel op de piste. Aan houding, snelheid, esthetiek, aan zo weinig mogelijk energieverlies zodat ze ritme opdoen dat je kan gebruiken in een tijdrit. "De wortels van ons wielrennen liggen op het platteland, de meeste renners komen daar vandaan en wijken dan uit naar de stad. Hoe ze zich aanpassen, is vaak terug te leiden tot de houding van hun familie. Het is hier zeer gesloten. In twee uur staan jullie in Duitsland of in Frankrijk. Hier niet. Je doet uren met de bus over een paar honderd kilometer vanwege de bergen en het verkeer, of je moet uren vliegen. Onze sportlui hebben ook vaak niet gestudeerd, wat van invloed is op hun levenshouding. Wie gestudeerd heeft, denkt vaak veel vrijer, veel opener."