Alsof je een sprookjesbos binnenrijdt. De smalle, natte wegeltjes die tussen de bomen kronkelen naar het ouderlijke huis van Thomas Matton, zijn bestrooid met verkleurde herfstbladeren, maar zitten nog altijd veilig verscholen onder een diepgroen dek. Horebeke, in de buurt van Zwalm, blijkt met zijn ongeveer 2000 inwoners een schilderachtig pareltje in de Vlaamse Ardennen. Eentje waar iedereen nog iedereen kent, en waar de rust nog regeert. Ook letterlijk. "Daar en ginder zijn twee bejaardentehuizen", wijst Matton. "Ik woon er mooi tussenin.
...

Alsof je een sprookjesbos binnenrijdt. De smalle, natte wegeltjes die tussen de bomen kronkelen naar het ouderlijke huis van Thomas Matton, zijn bestrooid met verkleurde herfstbladeren, maar zitten nog altijd veilig verscholen onder een diepgroen dek. Horebeke, in de buurt van Zwalm, blijkt met zijn ongeveer 2000 inwoners een schilderachtig pareltje in de Vlaamse Ardennen. Eentje waar iedereen nog iedereen kent, en waar de rust nog regeert. Ook letterlijk. "Daar en ginder zijn twee bejaardentehuizen", wijst Matton. "Ik woon er mooi tussenin. "Dit is zo een van die weinige buurten in Vlaanderen waar kinderen nog op straat kunnen sjotten. Ook ik sta hier nog geregeld een balletje te trappen voor onze deur, op mijn eentje, tegen de gevel. Vroeger was mijn neef, die een beetje verderop woont, meestal mijn speelkameraadje. "Rond mijn zesde sloot ik me aan bij VV Horebeke, waar ik anderhalf jaar bleef." Thomas Matton: " Bob Browaeys, die nu nationale jeugdploegen traint, woont ook in Horebeke. Hij kende mensen bij blauw-zwart en had daar eens laten vallen dat ze moesten komen kijken. "Ik kreeg bij Club een goede opleiding, van gediplomeerde trainers. Het grote verschil was dat ik ineens betere ploegmaatjes had. "Ik bleef er veertien jaar, een leuke tijd." "Ik had er natuurlijk graag in de eerste ploeg gespeeld, maar was er op dat moment niet klaar voor. Ik ondervond twee à drie jaar veel last van blessures, speelde zeer weinig en voelde dat de eerste ploeg een stapje te hoog was. En dus ging ik bij Oud-Heverlee Leuven spelen, in de tweede klasse, om mij daar te ontwikkelen." "Nee, OHL gaf een zeer goede indruk. Zeer professioneel. Er werd overdag getraind en de accommodatie is perfect; de trainingsvelden van Oud-Heverlee liggen er schitterend bij, aangenaam afgesloten, tussen de bossen. Ook de fitnesstrainingen zijn er heel goed geregeld, net als de medische begeleiding. Bijvoorbeeld op het vlak van krachttraining was het een stap vóóruit. Daar was toen bij de beloften van blauw-zwart nog niet zoveel aandacht voor als nu. In Leuven kregen we allemaal een individueel programma." "Mijn ambitie was om binnen de twee jaar in de eerste klasse te staan, met OHL of via een transfer. Dat lukte al na één jaar." "Een scheurtje in de heupbuigers. Ik moest direct zes weken aan de kant blijven. En ook de eindronde miste ik door een blessure." "Intussen werd ik sterker en kan ik beter de vele trainingen aan. Op jongere leeftijd was de belasting wat te groot, omdat ik laat begon te groeien. Sinds mijn achttiende kwam er zeker nog tien à vijftien centimeter bij. "Rond mijn vijftiende merkte ik dat ik te kort kwam tegenover anderen die al meer ontwikkeld waren. Ik was ook nog smaller en tengerder dan nu. Het maakte me wel sterker op het technische vlak, je leert dingen ontwijken." "Meestal achter de spitsen. Soms ook op links. Dat lukt goed, ook al ben ik rechtsvoetig. Ik kom graag naar binnen. En nu, bij Zulte Waregem, voetbalde ik ook al op rechts. "Centraal voel ik me het best in mijn sas. Dan ben je meer bij het spel betrokken. Op de flank is het altijd wat afwachten welke passes je krijgt, en je zit daar wat beperkt door die zijlijn. Ik ben ook niet echt het type dat een man passeert en een voorzet geeft. Ik ga liefst recht op doel af." "Ik moet het hebben van mijn inzicht en techniek. Een jongen die nog wat aan duelkracht moet winnen. Maar zo'n minpuntje probeer je af te dekken door slim te spelen; door goed tussen de lijnen te lopen." "Omdat ik een goed loopvermogen heb, kan ik zowel verdedigend als aanvallend mijn steentje bijdragen. Mijn conditie is oké. In de zomer fiets ik hier ook veel. Op mijn eentje of met vrienden. Bijna alle beklimmingen van de Ronde van Vlaanderen liggen binnen een straal van twintig kilometer." "En een stuk of tien assists, mede omdat ik de corners en vrijtrappen gaf, zoals nu vaak." "Blijkbaar. Ook Gent, Roeselare en Cercle hadden mijn naam opgeschreven, maar echt concreet werd dat niet. "Bij Zulte Waregem had ik direct een goed gevoel. Vooral het gesprek met de trainer overtuigde me. Hij zag in mij iemand die een basisplaats kon verwerven. Dat was genoeg." "Ik moet mijn positie verzorgen, mee druk zetten. Op het aanvallende vlak geeft de trainer veel vrijheid. Hij moedigt creativiteit aan." "Van alle trainers die ik al meemaakte, heeft Francky Dury de meeste aandacht voor tactiek. Het gaat vaak over passlijnen en speelhoeken afschermen. Het komt erop neer de tegenstander te dwingen om de bal te spelen naar waar jij het wil. Als zij een zwakke linksback hebben die niet goed uitvoetbalt, moet je ervoor zorgen dat die de bal krijgt en hem laten doen. Zo recupereer je makkelijker het leer. "Nog zoiets; de lijn tussen hun centrale verdedigers en hun spitsen moet altijd onderbroken zijn, zodat vanuit hun defensie niet plots een bal naar voren vertrekt waarbij een station wordt overgeslagen. "De trainer zegt vaak dat we terug moeten naar het voetbal van het eerste jaar van Zulte Waregem in de eerste klasse, en dat we dat moeten koppelen aan de mentaliteit van vorig seizoen, toen deze ploeg vaak onderlag, maar vanuit een goede organisatie en instelling toch dikwijls kon winnen." Sdoor kristof de ryck - beelden: belga