Zou Gerrie Mühren er vanavond nog even aan terugdenken? Aan het moment waarop hij tegen Real Madrid op 25 april 1973 tijdens de wedstrijd een balletje hoog hield? Vijf keer na elkaar! Beeld je in, Mbark Boussoufa kreeg al de wind van voren toen hij even euforisch op de bal ging staan in een 6-0 tegen RC Genk. Mühren deed het in de halve finale van Europacup 1, waarin Ajax de Koninklijke uitschakelde. Smakeloze arrogantie, vond George Knobel, de toekomstige trainer van de Amsterdammers. Ajax zat toen op het einde van een heerlijke cyclus, met vier Europese finales in vijf jaar. In die lente en zomer van 1973 viel het allemaal definitief uit elkaar. De rek was eruit, de honger weg, de discipline nergens. Bij de start van het nieuwe seizoen zouden de spelers zelf Johan Cruijff het aanvoerderschap afnemen. Acht stemden voor Piet Keizer, zeven voor Cruijff. Die trok zijn conclusies. In maart 1973 had de Spaanse overheid de grenzen opengezet voor buitenlandse voetballers. Bel Barcelona maar, zei Cruijff na de stemming tegen zijn schoonvader en zaakwaarnemer Cor Coster. In Barcelona vond Cruijff Rinus Michels terug, de architect van dat succesrijke Amsterdamse team.

Flipper

Het is voor iedereen een verrassing als Ajax in januari 1965 ex-speler Michels aanstelt tot hoofdcoach. Michels is dan 36, vrijgezel, rijdt in een tweedehands Skoda en heeft op dat moment alleen amateurs getraind. Deeltijds, want zijn hoofdbaan is turnleraar op een Amsterdamse school voor doven. Een baan die hij aanhoudt, Ajax traint op dat moment drie keer in de week, 's avonds. Michels is een aanstelling van Jaap van Praag, zes maanden eerder voorzitter geworden. Samen hebben ze een droom: van Ajax een internationale topclub maken. Geen simpele opgave: Ajax vecht op dat moment tegen de degradatie, de sfeer in het team is verziekt. De spelers zijn eigenlijk veredelde amateurs, met overdag een baan. Een autorijschool, een sigarenwinkel, een sportwinkel, vertegenwoordiger bij een verzekeringsmaatschappij. Ze worden slecht betaald en mopperen veel.

Michels besluit in een eerste fase de discipline aan te scherpen en neemt afstand. Hij, de midvoor die destijds altijd in was voor een mop, pakt het plots zeer zakelijk aan. Klinisch. Te dicht staan bij de spelers (met enkelen had hij zelf nog gevoetbald) kan leiden tot beschuldigingen van favoritisme, vindt hij. Een complimentje kan er nooit af. De schoolmeester in Michels steekt ook de kop op: hij zet zijn spelers op bankjes en doceert tactiek. Hij gaat op trainingskamp en voert afzonderingen in op zaterdagavond, nadat hij hoort dat spelers weleens de stad in gaan de dag voor de match. Ajax redt zich dat seizoen. De tijdelijke overeenkomst wordt die zomer omgezet in een definitief contract. Michels zegt zijn baan op.

De volgende stap is immers het invoeren van een profstatuut. Slechts vier spelers wagen in een eerste fase de sprong. Onder die vier: Keizer en Cruijff. Zeven keer per week trainen ze, zegt Cruijff fier in een van zijn eerste interviews met de nationale pers. Vanwege zijn ranke gestalte krijgt de jonge spits al snel een hele reeks bijnamen: de kleine, de spijker, de spriet, de lucifer, de garnaal uit Betondorp. Bij Ajax, zo lezen we in het boek van Menno de Galan over die periode ( De trots van de wereld, Michels, Cruijff en het Gouden Ajax van 1964-1974), hebben ze nog een andere: Flipper, een toen populaire tv-dolfijn.

Cruijff is immers niet alleen een begenadigd voetballer, hij heeft echt overal een mening over. Aan de verzorger vraagt hij of deze of gene speler wel een massage nodig heeft, aan de dokter of die spuit niet kan worden vervangen door een pilletje. Tactiek, geld, Flipper zet zijn grote mond vaak op. Als je ingaat op zijn opmerkingen, zo leren ze snel bij Ajax, verzeil je in oeverloze discussies. Praatziek, brutaal, opstandig, maar ook: onzeker. Zo omschrijft later de huispsycholoog de jonge Cruijff.

In stappen schakelt Michels over naar een volledig profregime voor alle spelers. Wie niet volgt, gaat eruit. Hij verandert ook de oefenstof, met veel meer aandacht voor korte sprintjes en positiespel. Partijtjes met drie tegen één, drie tegen twee. Michels traint heel hard, soms té hard, getuigt Barry Hulshoff in het boek. Volgens de huidige wetenschap zou je zijn aanpak 'conditieafbrekend' noemen, maar op dat moment maken de Amsterdammers in wedstrijden fysiek er nog wel het verschil mee.

Michels hamert ook op discipline. Politiek en sociologisch gezien vreemd. In de uitgesproken rebelse periode van de tweede helft van de jaren zestig, waarin provo's Amsterdam op stelten zetten en de maatschappelijke trend duidelijk links is, gaan de spelers qua uiterlijk mee met dat sociaal fenomeen. Ze laten hun haar groeien. Ook Cruijff. De Hulshoff van toen heeft veel weg van een harige rockzanger. Maar op het veld kneedt Michels hen tot rechtse rakkers, gedisciplineerd taken uitvoerend. Dictatoriaal.

Dat lukt niet direct. Michels ziet zich genoodzaakt om een boetesysteem in te voeren. Spelers moeten tijdig op de training zijn, op tijd bij teambesprekingen, goed gekleed aan tafel gaan, voor alles zijn er regeltjes. Wie te laat is, krijgt naast een boete ook straftraining. Voor zichzelf is Michels ook hard. Nachtenlang maakt hij analyses van tegenstanders, evaluaties van de eigen ploeg. Het doel: de gemakzucht eruit krijgen, de discipline aanscherpen en de top bereiken. Niet alleen nationaal, ook internationaal.

Mistig

Nationaal lukt direct, de methode slaat aan en Ajax wordt in de zomer van 1966 opnieuw landskampioen, de eerste titel sinds 1960. De trainer is daarmee niet tevreden. Ajax pakt zijn titel op het veld van Twente, maar de analyse van Michels is dat zijn ploeg "nog niet het niveau heeft van Real Madrid of Partizan Belgrado". Die spelen dat jaar de finale van EC 1, van hoog mikken gesproken ...

De omkadering staat er op dat moment nog niet. Wanneer Ajax een paar maanden later Liverpool partij moet geven in EC 1 verzamelt de ploeg in Zeist. Met privéauto's rijden ze naar het Olympisch Stadion (De Meer is te klein voor zo'n topmatch), van een bus is nog geen sprake. Het is mistig en verre van zeker of de wedstrijd wordt gespeeld. De auto van Sjaak Swart wil niet starten. De spelers die bij hem zitten stappen uit en proberen de kar in gang te duwen. Dat lukt niet direct. Pas drie kwartier voor de aftrap komt het gezelschap in het stadion aan, na een dolle rit door Amsterdam, mist of geen mist. Qua voorbereiding kan dat tellen. Maar Ajax stunt, voert perfect de taken uit en wint met 5-1.

In de return wordt het 2-2, Ajax heeft internationaal een eerste prestigieuze scalp. Na de return geeft Michels een stukje van zijn filosofie prijs: "Het ritme van een tegenstander kun je breken door op balbezit te spelen."

Laat Real maar komen, glundert voorzitter Van Praag. Maar de volgende tegenstander heet Dukla Praag, dat Ajax wipt. Het succes is eenmalig, niet bestendig.

Michels reageert daarop keihard: hij zet een paar oudgedienden uit de ploeg en dropt centraal naast Hulshoff de Joegoslaaf Velibor Vasovic, in december overgenomen van Belgrado. Michels vindt zijn ploeg te braaf. Vasovic is de eerste Ajaxverdediger die onder druk niet naar de voetballende oplossing zoekt, maar hard weg ramt. Vasovic blijkt op het veld ook de initiatiefnemer van de pressing. Op zijn sein rent iedereen naar voren, wat de tegenstand van toen in verwarring brengt. Michels heeft weer een nieuw stukje voor zijn puzzel gevonden.

In interviews omschrijft hij de analyse na Dukla als volgt: "Aantrekkelijk, positief voetbal is een middel, geen doel. Teamtactiek moet tot in de perfectie worden uitgevoerd, dat is heilig." Ajax wordt weer kampioen en op de viering kondigt Van Praag aan dat Michels, die nog dezelfde zomer een tien jaar oudere vrouw huwt, heeft bijgetekend tot 1971. Op een andere bruiloft, die van Keizer, loopt Cruijff Danny Koster tegen het lijf. Ze zal later zijn vrouw worden en haar vader Cor zal het leven van Cruijff grondig veranderen.

Labiliteit

Op het einde van de zomer van 1967 komt er een psycholoog in dienst van de club, een initiatief van de clubdokter. Een eerste experiment met een psycholoog, twee jaar eerder, liep faliekant af, maar Michels is in principe niet tegen. Plots zijn er zelfs twee, naast een psycholoog werkt de club ook met een ... kinderpsychiater.

Beiden zijn gefascineerd door Johan Cruijff en wat zij omschrijven als diens 'labiliteit'. De spits is in 1966 nog van het veld gestuurd bij Oranje (een primeur, hij was de eerste) wegens fysieke agressie tegenover de scheidsrechter. Cruijff krijgt daar een forse schorsing voor. Als het nummer 9 ook tegenover zijn medespelers fysieke agressie gebruikt, gaan ze hem helemaal bestuderen.

Oorzaak voor de labiliteit vinden psychologen in de jeugd van Cruijff. Die verliest op zijn twaalfde zijn vader, wat grote economische consequenties heeft. De familie moet hun groentewinkel verkopen, het gezin verhuist en moeder gaat om de kost te verdienen aan de slag als schoonmaakster en kantinehulp bij Ajax. Cruijff beseft op dat moment dat economische zekerheid belangrijk is. Gestimuleerd door zijn schoonvader wordt het later een leidraad door zijn hele leven, waarin relletjes vaak het gevolg zijn van een discussie over geld.

Bovendien, zegt de psycholoog, is Cruijff bovengemiddeld getalenteerd. Praten doet hij om het eigen falen te maskeren. Als middel tegen nervositeit raadt de psycholoog Cruijff een hond aan. Dat advies slaat hij in de wind. Wel is Cruijff gaan roken. Twee, drie sigaretten na een wedstrijd, niet eentje om te genieten. Verslavend gedrag, oordelen zijn begeleiders.

Hoe getalenteerd ook, op beslissende momenten faalt Cruijff in die dagen. Vooral internationaal. Hij is niet klaar voor de druk, oordeelt de psycholoog. Ballen die er in de competitie gemakkelijk ingaan, vliegen Europees naast. Cruijff laat de ploeg op belangrijke momenten in de steekt, concludeert de pers hard als het godenkind faalt tegen Real en de ploeg Europees opnieuw wordt uitgeschakeld.

De spanning tussen Michels en Cruijff stijgt in die periode continu. Cruijff lijkt voor Michels de belichaming van de nationale volksaard. In een interview uit die tijd zegt Michels het zo: "Een Nederlander gaat nu eenmaal sterk uit van zichzelf en is er moeilijk van te doordringen wat nu eigenlijk het prof zijn is. Je moet voetbal eten, drinken en slapen."

Cruijff doet dat niet, Danny eist veel aandacht. Voetbal komt soms, zo heeft men bij Ajax de indruk, op de tweede plaats. Hij is bezig met de film die Bert Haanstra over die periode draait, met sponsorcontracten (overhemden, bouwpakketten, schoenen), en hij denkt aan een transfer. Zijn huwelijk kondigt hij aan op tv, op de sofa van Mies Bouwman. Terwijl Michels net focus wil en teamspirit, denkt Cruijff aan zijn economisch belang.

Gemakzucht

Het seizoen 1968/69 begint met een bom: Cruijff vliegt naar het tweede elftal. Michels, dictatoriaal, laat zijn autoriteit nog eens gelden. Iedereen moet mee in zijn denken, ook het genie uit Betondorp. Michels probeert dat seizoen ook een nieuwe veldbezetting uit: de 4-2-4 wordt een 4-3-3. Na een tijdje krijgt Cruijff een nieuwe kans. Hij past in het systeem. Voor anderen is Michels ongenadig: wie fysiek te licht weegt voor de top moet eruit. Zo kneedt Michels langzaam maar zeker Ajax.

Als Cruijff tegen Benfica weer eens een resem kansen laat liggen, rukt Michels zich bijna de haren uit het hoofd. Pas in de return lukt het wel. Michels heeft dan een speech afgestoken in de kleedkamer en zijn bende op scherp gezet. Ajax zal dat jaar doordringen tot de Europese finale, maar die verliezen. De tegenstander, AC Milan, speelt het net iets uitgekookter tegen een veel te aanvallend Ajax. Het werk van vier jaar Michels is bijna af, maar nog niet helemaal. Hij heeft zijn spelsysteem, zijn hardheid, Cruijff begint te scoren in de grote matchen ... maar hij heeft nog geen beker, en dus moet het nóg beter.

De analyse is dat het mes in het middenveld moet en de verdediging in balans. De buitenspelers in de spits, toen nog Keizer en Swart, moeten van Michels mee verdedigen bij balverlies. In een interview met de Haagse Post - Ajax is in 1969 voor het eerst in vier jaar geen landskampioen - verwittigt hij het publiek van De Meer: "Volgend jaar is het resultaat primair. Het vranke en vrije aanvalsspel behoort tot het verleden. De nieuwe periode zal waarschijnlijk met zich meebrengen dat de esthetische manier waarop Ajax voetbalde, zal wijken voor een speelwijze die meer op resultaat is afgestemd."

Het is mei 1969, buiten knallen de rotjes van de linkse bohemiens, maar Michels is zo dictatoriaal als wat.

Het seizoen erop staat Ajax internationaal in de schaduw van Feyenoord, dat als landskampioen prompt doorstoot naar de Europese finale van EC 1 en die ook wint. Michels ziet hoe in De Kuip jongens als Israël, Laseroms of Jansen zich afjakkeren en ergert zich blauw aan de mentaliteit van zijn eigen spelers. In een interview met Voetbal International haalt hij nog eens zwaar uit: "Seizoen na seizoen moet ik tegen ze aanpissen om ze wakker te houden. Bij contractbesprekingen, ja, dan zijn ze er plotseling, die echte profs ... Er is geen eind, ze blijven over geld zeiken." Vooral Cruijff, die door Cor Koster vanaf de zomer van 1969 echt als een merk wordt neergezet, spant de kroon.

Voortdurend zoekt Michels naar extra karakter. Uit de jeugd komt Ruud Krol, de nieuwe linksachter. Van buitenaf nieuwe middenvelders als Arie Haan, Nico Rijnders en Gerrie Mühren.

Haan lijkt aanvankelijk de weekste, Michels brandmerkt hem al snel als 'eeuwige student' - Haan studeert voor onderwijzer. Mühren brengt loopvermogen. Rijnders is beenhard, maar heeft één groot probleem: hartritmestoornissen. Als blijkt dat Feyenoord alsnog het Ajaxmiddenveld weg tikt in een topper die op 3-3 eindigt, besluit Michels dat er nóg karakter bij moet. Ajax haalt Johan Neeskens. Michels spaart niemand, dat seizoen komt het ook tot een open conflict met Piet Keizer. Die teert te veel op zijn geniale invallen. Te veel ballerina, zucht Michels als Arsenal Ajax uit de Europacup knikkert.

Ajax wordt dat jaar wel kampioen, maar voor het eerst twijfelt Michels of zijn aanpak wel de juiste is. Heiligt het doel wel de middelen, zal de coach zich in interviews afvragen. Michels lijkt plots een softie.

Hartaanval

Die trend zet zich na de zomer door. Ajax krijgt een heel andere Michels aan het roer. Milder, soepeler, eentje die laat begaan, trainingen soms overlaat aan zijn assistenten. De spelers profiteren van de ruimte. Cruijff, op de sukkel met de lies, is opnieuw de grote afwezige. Als begin oktober de resultaten tegenvallen, komen de spelers zelf bij Michels vragen om een koerswijziging. Hij moet weer strenger worden.

De veldbezetting is haast altijd 4-3-3, met nagenoeg dezelfde elf: Stuy - Suurbier, Vasovic, Hulshoff, Krol - Rijnders, Neeskens, Mühren - Swart, Cruijff, Keizer. Wanneer Cruijff half oktober terugkeert, dit keer met het later legendarische nummer 14 in plaats van 9, slaat de machine aan het draaien. De aanzet voor totaalvoetbal wordt gegeven: de spitsen laten zich (nu en dan, Swart is te oud om helemaal te veranderen) terugzakken op het middenveld terwijl de backs mee in de aanval gaan. Rechtsachter Suurbier scoort geregeld.

Rustig is het evenwel nooit, voortdurend gooit Cruijff bommetjes. Steevast dreigt hij met een transfer. Er wordt zowaar geflirt met Zuid-Amerika, maar vaak gaan de dromen richting Spanje.

Als april nadert en er moet worden gestreden voor een finaleplaats in EC 1 is de toekomst van Cruijff bij Ajax hoogst onzeker. De kranten speculeren volop. Wat de buitenwereld niet weet, is dat die van Michels op dat moment al is bepaald. Vlak voor de halve finale tegen Atlético Madrid tekent die een contract bij ... Barcelona. Niemand die het weet. Ajax schakelt Atlético uit en mag naar Wembley. Tegenstander: Panathinaikos.

Op Wembley moet de puzzel van zes jaar in elkaar vallen, Michels wil een mooi afscheid. De dag voor de match traint hij nog eens keihard, een uur aan een stuk. Loodzwaar. De spelers gaan compleet stuk. Tegenover Menno de Galan zegt Barry Hulshoff daarover: "Wellicht zo bedoeld, zodat we het spel sober hielden."

Tijdens de rust van de finale gebeurt er een drama. Op het grote veld rent Nico Rijnders zich zo te pletter dat hij de pauze doorbrengt op de massagetafel. Benauwd, kortademig. Velen zullen zich later afvragen of Rijnders daar geen eerste, lichte, hartaanval kreeg. De Nederlander zal die zomer naar Club Brugge verhuizen en daar later op het veld nog een hartaanval krijgen. Clubdokter Michel D'Hooghe moet hem uit de doden terughalen. Rijnders wordt vervolgens afgekeurd voor topsport, maar sterft op zijn 28e in Brugge toch aan een hartaanval.

Het is Arie Haan die hem vervangt en, onder de indruk van de omstandigheden, er vrijwel niks van bakt. Tot hij scoort en daarmee een belofte aan zijn vriendin moet nakomen: als Ajax won, moest hij haar diezelfde zomer nog trouwen. Aan de rust gebeurt nog een ander drama: flankaanvaller en clubicoon Swart moet eruit. Michels ontziet met het einddoel in zicht niets of niemand. "Topvoetbal", zo omschrijft Michels het dat voorjaar in het Algemeen Dagblad, "is zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren."

Tijdens de kampioensreceptie neemt Michels afscheid. Een journalist vraagt hem later hoe de spelers reageerden. Michels: "Zeer verschillend. Maar in ieder geval niet van dien aard dat ze me op de schouders hebben genomen." Swart zal nooit vergeten hoe hij daar werd geslachtofferd. De feestvreugde van de winst gaat compleet aan hem voorbij.

Michels verhuist naar Barcelona, twee jaar later gevolgd door Cruijff. Zijn Ajax zal nog twee keer op rij EC 1 winnen en het totaalvoetbal onder zijn opvolger Stefan Kovacs (een trainer onder wie spelers veel macht hadden) nog verfijnen.

DOOR PETER T'KINT

Mei 1969, de rotjes van de provo's knallen, maar Michels is en blijft dictatoriaal.

Relletjes zijn in het leven van Johan Cruijff vaak het gevolg van een discussie over geld.

Op Wembley moet de puzzel van zes jaar in elkaar vallen.

Zou Gerrie Mühren er vanavond nog even aan terugdenken? Aan het moment waarop hij tegen Real Madrid op 25 april 1973 tijdens de wedstrijd een balletje hoog hield? Vijf keer na elkaar! Beeld je in, Mbark Boussoufa kreeg al de wind van voren toen hij even euforisch op de bal ging staan in een 6-0 tegen RC Genk. Mühren deed het in de halve finale van Europacup 1, waarin Ajax de Koninklijke uitschakelde. Smakeloze arrogantie, vond George Knobel, de toekomstige trainer van de Amsterdammers. Ajax zat toen op het einde van een heerlijke cyclus, met vier Europese finales in vijf jaar. In die lente en zomer van 1973 viel het allemaal definitief uit elkaar. De rek was eruit, de honger weg, de discipline nergens. Bij de start van het nieuwe seizoen zouden de spelers zelf Johan Cruijff het aanvoerderschap afnemen. Acht stemden voor Piet Keizer, zeven voor Cruijff. Die trok zijn conclusies. In maart 1973 had de Spaanse overheid de grenzen opengezet voor buitenlandse voetballers. Bel Barcelona maar, zei Cruijff na de stemming tegen zijn schoonvader en zaakwaarnemer Cor Coster. In Barcelona vond Cruijff Rinus Michels terug, de architect van dat succesrijke Amsterdamse team. Het is voor iedereen een verrassing als Ajax in januari 1965 ex-speler Michels aanstelt tot hoofdcoach. Michels is dan 36, vrijgezel, rijdt in een tweedehands Skoda en heeft op dat moment alleen amateurs getraind. Deeltijds, want zijn hoofdbaan is turnleraar op een Amsterdamse school voor doven. Een baan die hij aanhoudt, Ajax traint op dat moment drie keer in de week, 's avonds. Michels is een aanstelling van Jaap van Praag, zes maanden eerder voorzitter geworden. Samen hebben ze een droom: van Ajax een internationale topclub maken. Geen simpele opgave: Ajax vecht op dat moment tegen de degradatie, de sfeer in het team is verziekt. De spelers zijn eigenlijk veredelde amateurs, met overdag een baan. Een autorijschool, een sigarenwinkel, een sportwinkel, vertegenwoordiger bij een verzekeringsmaatschappij. Ze worden slecht betaald en mopperen veel. Michels besluit in een eerste fase de discipline aan te scherpen en neemt afstand. Hij, de midvoor die destijds altijd in was voor een mop, pakt het plots zeer zakelijk aan. Klinisch. Te dicht staan bij de spelers (met enkelen had hij zelf nog gevoetbald) kan leiden tot beschuldigingen van favoritisme, vindt hij. Een complimentje kan er nooit af. De schoolmeester in Michels steekt ook de kop op: hij zet zijn spelers op bankjes en doceert tactiek. Hij gaat op trainingskamp en voert afzonderingen in op zaterdagavond, nadat hij hoort dat spelers weleens de stad in gaan de dag voor de match. Ajax redt zich dat seizoen. De tijdelijke overeenkomst wordt die zomer omgezet in een definitief contract. Michels zegt zijn baan op. De volgende stap is immers het invoeren van een profstatuut. Slechts vier spelers wagen in een eerste fase de sprong. Onder die vier: Keizer en Cruijff. Zeven keer per week trainen ze, zegt Cruijff fier in een van zijn eerste interviews met de nationale pers. Vanwege zijn ranke gestalte krijgt de jonge spits al snel een hele reeks bijnamen: de kleine, de spijker, de spriet, de lucifer, de garnaal uit Betondorp. Bij Ajax, zo lezen we in het boek van Menno de Galan over die periode ( De trots van de wereld, Michels, Cruijff en het Gouden Ajax van 1964-1974), hebben ze nog een andere: Flipper, een toen populaire tv-dolfijn. Cruijff is immers niet alleen een begenadigd voetballer, hij heeft echt overal een mening over. Aan de verzorger vraagt hij of deze of gene speler wel een massage nodig heeft, aan de dokter of die spuit niet kan worden vervangen door een pilletje. Tactiek, geld, Flipper zet zijn grote mond vaak op. Als je ingaat op zijn opmerkingen, zo leren ze snel bij Ajax, verzeil je in oeverloze discussies. Praatziek, brutaal, opstandig, maar ook: onzeker. Zo omschrijft later de huispsycholoog de jonge Cruijff. In stappen schakelt Michels over naar een volledig profregime voor alle spelers. Wie niet volgt, gaat eruit. Hij verandert ook de oefenstof, met veel meer aandacht voor korte sprintjes en positiespel. Partijtjes met drie tegen één, drie tegen twee. Michels traint heel hard, soms té hard, getuigt Barry Hulshoff in het boek. Volgens de huidige wetenschap zou je zijn aanpak 'conditieafbrekend' noemen, maar op dat moment maken de Amsterdammers in wedstrijden fysiek er nog wel het verschil mee. Michels hamert ook op discipline. Politiek en sociologisch gezien vreemd. In de uitgesproken rebelse periode van de tweede helft van de jaren zestig, waarin provo's Amsterdam op stelten zetten en de maatschappelijke trend duidelijk links is, gaan de spelers qua uiterlijk mee met dat sociaal fenomeen. Ze laten hun haar groeien. Ook Cruijff. De Hulshoff van toen heeft veel weg van een harige rockzanger. Maar op het veld kneedt Michels hen tot rechtse rakkers, gedisciplineerd taken uitvoerend. Dictatoriaal. Dat lukt niet direct. Michels ziet zich genoodzaakt om een boetesysteem in te voeren. Spelers moeten tijdig op de training zijn, op tijd bij teambesprekingen, goed gekleed aan tafel gaan, voor alles zijn er regeltjes. Wie te laat is, krijgt naast een boete ook straftraining. Voor zichzelf is Michels ook hard. Nachtenlang maakt hij analyses van tegenstanders, evaluaties van de eigen ploeg. Het doel: de gemakzucht eruit krijgen, de discipline aanscherpen en de top bereiken. Niet alleen nationaal, ook internationaal. Nationaal lukt direct, de methode slaat aan en Ajax wordt in de zomer van 1966 opnieuw landskampioen, de eerste titel sinds 1960. De trainer is daarmee niet tevreden. Ajax pakt zijn titel op het veld van Twente, maar de analyse van Michels is dat zijn ploeg "nog niet het niveau heeft van Real Madrid of Partizan Belgrado". Die spelen dat jaar de finale van EC 1, van hoog mikken gesproken ... De omkadering staat er op dat moment nog niet. Wanneer Ajax een paar maanden later Liverpool partij moet geven in EC 1 verzamelt de ploeg in Zeist. Met privéauto's rijden ze naar het Olympisch Stadion (De Meer is te klein voor zo'n topmatch), van een bus is nog geen sprake. Het is mistig en verre van zeker of de wedstrijd wordt gespeeld. De auto van Sjaak Swart wil niet starten. De spelers die bij hem zitten stappen uit en proberen de kar in gang te duwen. Dat lukt niet direct. Pas drie kwartier voor de aftrap komt het gezelschap in het stadion aan, na een dolle rit door Amsterdam, mist of geen mist. Qua voorbereiding kan dat tellen. Maar Ajax stunt, voert perfect de taken uit en wint met 5-1. In de return wordt het 2-2, Ajax heeft internationaal een eerste prestigieuze scalp. Na de return geeft Michels een stukje van zijn filosofie prijs: "Het ritme van een tegenstander kun je breken door op balbezit te spelen." Laat Real maar komen, glundert voorzitter Van Praag. Maar de volgende tegenstander heet Dukla Praag, dat Ajax wipt. Het succes is eenmalig, niet bestendig. Michels reageert daarop keihard: hij zet een paar oudgedienden uit de ploeg en dropt centraal naast Hulshoff de Joegoslaaf Velibor Vasovic, in december overgenomen van Belgrado. Michels vindt zijn ploeg te braaf. Vasovic is de eerste Ajaxverdediger die onder druk niet naar de voetballende oplossing zoekt, maar hard weg ramt. Vasovic blijkt op het veld ook de initiatiefnemer van de pressing. Op zijn sein rent iedereen naar voren, wat de tegenstand van toen in verwarring brengt. Michels heeft weer een nieuw stukje voor zijn puzzel gevonden. In interviews omschrijft hij de analyse na Dukla als volgt: "Aantrekkelijk, positief voetbal is een middel, geen doel. Teamtactiek moet tot in de perfectie worden uitgevoerd, dat is heilig." Ajax wordt weer kampioen en op de viering kondigt Van Praag aan dat Michels, die nog dezelfde zomer een tien jaar oudere vrouw huwt, heeft bijgetekend tot 1971. Op een andere bruiloft, die van Keizer, loopt Cruijff Danny Koster tegen het lijf. Ze zal later zijn vrouw worden en haar vader Cor zal het leven van Cruijff grondig veranderen. Op het einde van de zomer van 1967 komt er een psycholoog in dienst van de club, een initiatief van de clubdokter. Een eerste experiment met een psycholoog, twee jaar eerder, liep faliekant af, maar Michels is in principe niet tegen. Plots zijn er zelfs twee, naast een psycholoog werkt de club ook met een ... kinderpsychiater. Beiden zijn gefascineerd door Johan Cruijff en wat zij omschrijven als diens 'labiliteit'. De spits is in 1966 nog van het veld gestuurd bij Oranje (een primeur, hij was de eerste) wegens fysieke agressie tegenover de scheidsrechter. Cruijff krijgt daar een forse schorsing voor. Als het nummer 9 ook tegenover zijn medespelers fysieke agressie gebruikt, gaan ze hem helemaal bestuderen. Oorzaak voor de labiliteit vinden psychologen in de jeugd van Cruijff. Die verliest op zijn twaalfde zijn vader, wat grote economische consequenties heeft. De familie moet hun groentewinkel verkopen, het gezin verhuist en moeder gaat om de kost te verdienen aan de slag als schoonmaakster en kantinehulp bij Ajax. Cruijff beseft op dat moment dat economische zekerheid belangrijk is. Gestimuleerd door zijn schoonvader wordt het later een leidraad door zijn hele leven, waarin relletjes vaak het gevolg zijn van een discussie over geld. Bovendien, zegt de psycholoog, is Cruijff bovengemiddeld getalenteerd. Praten doet hij om het eigen falen te maskeren. Als middel tegen nervositeit raadt de psycholoog Cruijff een hond aan. Dat advies slaat hij in de wind. Wel is Cruijff gaan roken. Twee, drie sigaretten na een wedstrijd, niet eentje om te genieten. Verslavend gedrag, oordelen zijn begeleiders. Hoe getalenteerd ook, op beslissende momenten faalt Cruijff in die dagen. Vooral internationaal. Hij is niet klaar voor de druk, oordeelt de psycholoog. Ballen die er in de competitie gemakkelijk ingaan, vliegen Europees naast. Cruijff laat de ploeg op belangrijke momenten in de steekt, concludeert de pers hard als het godenkind faalt tegen Real en de ploeg Europees opnieuw wordt uitgeschakeld. De spanning tussen Michels en Cruijff stijgt in die periode continu. Cruijff lijkt voor Michels de belichaming van de nationale volksaard. In een interview uit die tijd zegt Michels het zo: "Een Nederlander gaat nu eenmaal sterk uit van zichzelf en is er moeilijk van te doordringen wat nu eigenlijk het prof zijn is. Je moet voetbal eten, drinken en slapen." Cruijff doet dat niet, Danny eist veel aandacht. Voetbal komt soms, zo heeft men bij Ajax de indruk, op de tweede plaats. Hij is bezig met de film die Bert Haanstra over die periode draait, met sponsorcontracten (overhemden, bouwpakketten, schoenen), en hij denkt aan een transfer. Zijn huwelijk kondigt hij aan op tv, op de sofa van Mies Bouwman. Terwijl Michels net focus wil en teamspirit, denkt Cruijff aan zijn economisch belang. Het seizoen 1968/69 begint met een bom: Cruijff vliegt naar het tweede elftal. Michels, dictatoriaal, laat zijn autoriteit nog eens gelden. Iedereen moet mee in zijn denken, ook het genie uit Betondorp. Michels probeert dat seizoen ook een nieuwe veldbezetting uit: de 4-2-4 wordt een 4-3-3. Na een tijdje krijgt Cruijff een nieuwe kans. Hij past in het systeem. Voor anderen is Michels ongenadig: wie fysiek te licht weegt voor de top moet eruit. Zo kneedt Michels langzaam maar zeker Ajax. Als Cruijff tegen Benfica weer eens een resem kansen laat liggen, rukt Michels zich bijna de haren uit het hoofd. Pas in de return lukt het wel. Michels heeft dan een speech afgestoken in de kleedkamer en zijn bende op scherp gezet. Ajax zal dat jaar doordringen tot de Europese finale, maar die verliezen. De tegenstander, AC Milan, speelt het net iets uitgekookter tegen een veel te aanvallend Ajax. Het werk van vier jaar Michels is bijna af, maar nog niet helemaal. Hij heeft zijn spelsysteem, zijn hardheid, Cruijff begint te scoren in de grote matchen ... maar hij heeft nog geen beker, en dus moet het nóg beter. De analyse is dat het mes in het middenveld moet en de verdediging in balans. De buitenspelers in de spits, toen nog Keizer en Swart, moeten van Michels mee verdedigen bij balverlies. In een interview met de Haagse Post - Ajax is in 1969 voor het eerst in vier jaar geen landskampioen - verwittigt hij het publiek van De Meer: "Volgend jaar is het resultaat primair. Het vranke en vrije aanvalsspel behoort tot het verleden. De nieuwe periode zal waarschijnlijk met zich meebrengen dat de esthetische manier waarop Ajax voetbalde, zal wijken voor een speelwijze die meer op resultaat is afgestemd." Het is mei 1969, buiten knallen de rotjes van de linkse bohemiens, maar Michels is zo dictatoriaal als wat. Het seizoen erop staat Ajax internationaal in de schaduw van Feyenoord, dat als landskampioen prompt doorstoot naar de Europese finale van EC 1 en die ook wint. Michels ziet hoe in De Kuip jongens als Israël, Laseroms of Jansen zich afjakkeren en ergert zich blauw aan de mentaliteit van zijn eigen spelers. In een interview met Voetbal International haalt hij nog eens zwaar uit: "Seizoen na seizoen moet ik tegen ze aanpissen om ze wakker te houden. Bij contractbesprekingen, ja, dan zijn ze er plotseling, die echte profs ... Er is geen eind, ze blijven over geld zeiken." Vooral Cruijff, die door Cor Koster vanaf de zomer van 1969 echt als een merk wordt neergezet, spant de kroon. Voortdurend zoekt Michels naar extra karakter. Uit de jeugd komt Ruud Krol, de nieuwe linksachter. Van buitenaf nieuwe middenvelders als Arie Haan, Nico Rijnders en Gerrie Mühren. Haan lijkt aanvankelijk de weekste, Michels brandmerkt hem al snel als 'eeuwige student' - Haan studeert voor onderwijzer. Mühren brengt loopvermogen. Rijnders is beenhard, maar heeft één groot probleem: hartritmestoornissen. Als blijkt dat Feyenoord alsnog het Ajaxmiddenveld weg tikt in een topper die op 3-3 eindigt, besluit Michels dat er nóg karakter bij moet. Ajax haalt Johan Neeskens. Michels spaart niemand, dat seizoen komt het ook tot een open conflict met Piet Keizer. Die teert te veel op zijn geniale invallen. Te veel ballerina, zucht Michels als Arsenal Ajax uit de Europacup knikkert. Ajax wordt dat jaar wel kampioen, maar voor het eerst twijfelt Michels of zijn aanpak wel de juiste is. Heiligt het doel wel de middelen, zal de coach zich in interviews afvragen. Michels lijkt plots een softie. Die trend zet zich na de zomer door. Ajax krijgt een heel andere Michels aan het roer. Milder, soepeler, eentje die laat begaan, trainingen soms overlaat aan zijn assistenten. De spelers profiteren van de ruimte. Cruijff, op de sukkel met de lies, is opnieuw de grote afwezige. Als begin oktober de resultaten tegenvallen, komen de spelers zelf bij Michels vragen om een koerswijziging. Hij moet weer strenger worden. De veldbezetting is haast altijd 4-3-3, met nagenoeg dezelfde elf: Stuy - Suurbier, Vasovic, Hulshoff, Krol - Rijnders, Neeskens, Mühren - Swart, Cruijff, Keizer. Wanneer Cruijff half oktober terugkeert, dit keer met het later legendarische nummer 14 in plaats van 9, slaat de machine aan het draaien. De aanzet voor totaalvoetbal wordt gegeven: de spitsen laten zich (nu en dan, Swart is te oud om helemaal te veranderen) terugzakken op het middenveld terwijl de backs mee in de aanval gaan. Rechtsachter Suurbier scoort geregeld. Rustig is het evenwel nooit, voortdurend gooit Cruijff bommetjes. Steevast dreigt hij met een transfer. Er wordt zowaar geflirt met Zuid-Amerika, maar vaak gaan de dromen richting Spanje. Als april nadert en er moet worden gestreden voor een finaleplaats in EC 1 is de toekomst van Cruijff bij Ajax hoogst onzeker. De kranten speculeren volop. Wat de buitenwereld niet weet, is dat die van Michels op dat moment al is bepaald. Vlak voor de halve finale tegen Atlético Madrid tekent die een contract bij ... Barcelona. Niemand die het weet. Ajax schakelt Atlético uit en mag naar Wembley. Tegenstander: Panathinaikos. Op Wembley moet de puzzel van zes jaar in elkaar vallen, Michels wil een mooi afscheid. De dag voor de match traint hij nog eens keihard, een uur aan een stuk. Loodzwaar. De spelers gaan compleet stuk. Tegenover Menno de Galan zegt Barry Hulshoff daarover: "Wellicht zo bedoeld, zodat we het spel sober hielden." Tijdens de rust van de finale gebeurt er een drama. Op het grote veld rent Nico Rijnders zich zo te pletter dat hij de pauze doorbrengt op de massagetafel. Benauwd, kortademig. Velen zullen zich later afvragen of Rijnders daar geen eerste, lichte, hartaanval kreeg. De Nederlander zal die zomer naar Club Brugge verhuizen en daar later op het veld nog een hartaanval krijgen. Clubdokter Michel D'Hooghe moet hem uit de doden terughalen. Rijnders wordt vervolgens afgekeurd voor topsport, maar sterft op zijn 28e in Brugge toch aan een hartaanval. Het is Arie Haan die hem vervangt en, onder de indruk van de omstandigheden, er vrijwel niks van bakt. Tot hij scoort en daarmee een belofte aan zijn vriendin moet nakomen: als Ajax won, moest hij haar diezelfde zomer nog trouwen. Aan de rust gebeurt nog een ander drama: flankaanvaller en clubicoon Swart moet eruit. Michels ontziet met het einddoel in zicht niets of niemand. "Topvoetbal", zo omschrijft Michels het dat voorjaar in het Algemeen Dagblad, "is zoiets als oorlog. Wie te netjes blijft, is verloren." Tijdens de kampioensreceptie neemt Michels afscheid. Een journalist vraagt hem later hoe de spelers reageerden. Michels: "Zeer verschillend. Maar in ieder geval niet van dien aard dat ze me op de schouders hebben genomen." Swart zal nooit vergeten hoe hij daar werd geslachtofferd. De feestvreugde van de winst gaat compleet aan hem voorbij. Michels verhuist naar Barcelona, twee jaar later gevolgd door Cruijff. Zijn Ajax zal nog twee keer op rij EC 1 winnen en het totaalvoetbal onder zijn opvolger Stefan Kovacs (een trainer onder wie spelers veel macht hadden) nog verfijnen. DOOR PETER T'KINT Mei 1969, de rotjes van de provo's knallen, maar Michels is en blijft dictatoriaal. Relletjes zijn in het leven van Johan Cruijff vaak het gevolg van een discussie over geld. Op Wembley moet de puzzel van zes jaar in elkaar vallen.