Veertien miljoen inwoners telt Istanbul officieel (in 1994 waren het er nog maar 6,6 miljoen) en op de weg lijkt het alsof die allemaal op hetzelfde moment een auto besturen in Europa's grootste metropool. Iedereen rijdt als gek, slingerend van links naar rechts en omgekeerd, altijd met topsnelheid. Wanneer geen van de vier rijvakken doorgang biedt, is de pechstrook een uitstekend alternatief. Op de brede stadslanen is oranje licht geen signaal om te remmen, maar om plankgas te geven.
...

Veertien miljoen inwoners telt Istanbul officieel (in 1994 waren het er nog maar 6,6 miljoen) en op de weg lijkt het alsof die allemaal op hetzelfde moment een auto besturen in Europa's grootste metropool. Iedereen rijdt als gek, slingerend van links naar rechts en omgekeerd, altijd met topsnelheid. Wanneer geen van de vier rijvakken doorgang biedt, is de pechstrook een uitstekend alternatief. Op de brede stadslanen is oranje licht geen signaal om te remmen, maar om plankgas te geven. Om van Europa naar Azië te rijden (omgekeerd kan ook), zijn er amper twee bruggen. Er staat een derde gepland. Weer een megalomaan project, maar wel een waar niet alleen de ondernemers en de overheid, maar ook de weggebruikers beter van worden, want de twee huidige bruggen kunnen het intercontinentale verkeer niet slikken. Het alternatief voor de verkeersinfarcten op de beide bruggen over de Bosporus is de boot. Het regent oude wijven wanneer de volle ferry van Besiktas aan de Europese oever van Istanbul koers zet over de Bosporus. Om het kwartier vaart er een, en ze lopen snel vol. Het blijft iets hebben, voor amper anderhalve euro van Europa naar Azië varen, maar geen van de aanwezigen op de volgepropte boot let op het immer majestueuze uitzicht over de twee continenten. Voor hen is dit de dagelijkse tocht naar huis na hun dagtaak. In Üsküdar, op de Aziatische oever, is het aanschuiven voor een taxi naar de wijk waar Fenerbahçe voetbalt. Hier, in het Sükrü Saracoglustadion in de wijk Kadiköy, genoemd naar de voormalige Turkse premier die ook jarenlang voorzitter van Fenerbahçe was, stond de wieg van het Turkse voetbal. Het was in de jaren voor Wereldoorlog I, waarna Turkije zijn definitieve gelaat zou krijgen, het enige voetbalplein in Istanbul. Alle toenmalige verenigingen werkten er hun wedstrijden af, nadat het voor een flinke som was gehuurd van de toenmalige sultan. Vandaag is het na een grondige renovatie, die afliep in 2006, met zijn 50.500 plaatsen een van de meest sfeervolle stadions ter wereld. Eerst zingt de ook in dit hondenweer weer talrijk opgedaagde aanhang uit volle borst het clublied mee. De gemiddelde opkomst mag dan door het voetbalschandaal van een paar jaar geleden en de invoering van een gedigitaliseerde supporterspas teruggelopen zijn, daar is hier vanavond in de thuiswedstrijd in het kader van de Europa League tegen Ajax niets van te merken. De voorbije twee jaar is hier door een omkoopzaak geen Europees voetbal gespeeld, en nu dat weer wel het geval is, wil niemand dat missen. Niet alleen de harde kernen achter de twee goals, maar ook de fans in de zijtribunes zingen alsof hun leven ervan afhangt. En wanneer de supporters tijdens de wedstrijd op de vingers gaan fluiten, klinkt dat door de perfecte akoestiek oorverdovend. Kortom: Sükrü Saracoglu is een echte hel. Aan de uitgang van de perszaal hangen oude foto's van de stichter van de Turkse republiek. Kemal Atatürk zou een aanhanger van Fenerbahçe zijn geweest, en dus heeft de club de foto's van Atatürks bezoek in 1913 (toen hij nog maar legerofficier was) mooi uitvergroot, zodat elke bezoeker kan zien dat hij hier niet bij zomaar een club langskomt. Een dag eerder heeft aartsrivaal Galatasaray in de Champions League Benfica partij gegeven. Sinds 2011 voetbalt de chique club van Istanbul in het noordelijke stadsdeel Seyrantepe in de Turk Telecom Arena, goed voor 52.600 plaatsen, net boven de stadsring. Tijdens de avondspits staan er bij elke uitrit te midden van de zes rijvakken een paar verkopers van flesjes water, in het stikdonker, zonder fluohesje. Een dag eerder stond, richting luchthaven, midden tussen de vier rijvakken op dat stuk van de ring, een bananenverkoper met twee bananen in de hand. Ongetwijfeld plat geknepen. De Turkse landskampioen doet het zonder Jason Denayer maar met Wesley Sneijder en Lucas Podolski, de toptransfer die op de rechterflank als een gek tekeergaat, een wedstrijd in een verschroeiend tempo, die geen moment verveelt. Ook hier spelen de toeschouwers in het nochtans maar voor twee derde gevulde stadion een hoofdrol, wordt het clublied door iedereen meegezongen en zijn de choreografieën indrukwekkend. Uiteindelijk overwintert Galatasaray evenmin als vorig seizoen in de Champions League. Omdat ook de competitiestart niet denderend is, mag coach Hamza Hamzaoglu, een voormalige linksbuiten die nog bij Galatasaray voetbalde, na nog geen jaar zijn biezen pakken, ook al won hij in dat ene jaar titel en beker nadat hij in december 2014 Cesare Prandelli verving. Zo zit Galatasaray de afgelopen acht jaar na het vertrek van Erik Gerets aan het weinig benijdenswaardige gemiddelde van één trainer per jaar. Niet dat de nieuwe coach daar wakker van ligt. Mustafa Denizli gaat het komende anderhalf jaar 4,5 miljoen dollar verdienen. Wanneer hij kampioen wordt, komt daar nog een fikse som bovenop, maar Denizli heeft met zijn 66 jaar ervaring zat, ook al coachte hij de afgelopen twee jaar geen club meer. De voormalige Turkse bondscoach (op het EK in 2000 in België en Nederland) speelde zelf nog bij Galatasaray en werd er 23 jaar geleden uitgewuifd als succestrainer. Hij is overigens de enige trainer die met alle drie de topclubs uit Istanbul kampioen werd: met Galatasaray in 1988, met Fenerbahçe in 2001 en met Besiktas in 2009. Iedereen mag sinds dit seizoen zo veel buitenlanders opstellen als hij wil. Elke kern mag veertien buitenlanders tellen, op voorwaarde dat er ook veertien Turkse spelers zitten. Tot vorig seizoen mochten Turkse eersteklassers zes buitenlanders opstellen. Prompt haalde Fenerbahçe bij Manchester United Nani en Robin van Persie. Kostprijs voor de twee: elf miljoen euro. In totaal spendeerde Fenerbahçe afgelopen zomer 41 miljoen aan nieuwe spelers. Galatasaray, dat het financieel minder breed heeft, zag met Jason Denayer en Lionel Carole (Troyes) beloftevolle jonge buitenlandse talenten komen, die luidop dromen van de absolute Europese top. Natuurlijk speelt ook de buitengewoon voordelige belastingsituatie mee als extra lokmiddel. Topsporters betalen in Turkije slechts 15 procent belasting, terwijl dat in België 53 procent bedraagt, in Duitsland 47 procent en in het Verenigd Koninkrijk 45 procent. Alleen in Bulgarije dragen topsporters nog minder af (10 procent). De nieuwe buitenlandersregel moet ervoor zorgen dat Turkse clubs beter meedraaien in Europa, terwijl het ook Turkse jongens aanzet om harder te werken voor een plaats in het eerste elftal. Een minpunt voor de ontwikkeling van het Turkse voetbal zijn de naweeën van het grote voetbalschandaal dat in 2011 bekend werd en waarvoor hoofdzakelijk Fenerbahçe met de vinger gewezen werd. Voorzitter Aziz Yildirim ging er zelfs de gevangenis voor in, maar werd onlangs net als tal van andere beschuldigden vrijgesproken. Daarom eist de man die sinds 1998 onafgebroken de voorzittersstoel bezet houdt een fikse schadevergoeding voor de geleden verliezen van zijn club. Aangezien Fenerbahçe voor een Europees seizoen tussen de 30 en 40 miljoen euro opstrijkt, is de club in totaal dus een kleine honderd miljoen euro misgelopen. Met dat geld erbij had Galatasaray, op dit moment de enige club in de top 20 van Deloittes rijkste clubs die niet in een van de vijf topcompetities speelt, de aartsrivaal qua financiële kracht nooit meer kunnen bijhalen. Want al voor het schandaal bouwde Yildirim, een bouwondernemer, een fonkelnieuw trainingscentrum voor zijn club en vernieuwde hij het stadion tot een moderne voetbaltempel. Na de omkoopaffaire bleef hij ook zonder Europees voetbal topspelers aantrekken. Op wie je geld moet inzetten voor de titel is nog moeilijk uit te maken. Besiktas brengt net als vorig seizoen het beste voetbal, maar toen ging trainer Slaven Bilic onderuit in de grote stadsderby's: hij won er niet één. Zo kan je geen kampioen worden in een competitie waar de drie groten uit Istanbul onder elkaar de prijzen verdelen. Vandaag leidt Senol Günes,die met Turkije in 2002 derde werd op het WK, de ploeg. Volgens Turkse kenners heeft Besiktas de beste want meest fanatieke supporters van het land, en volgens Pelé,die er ooit met Santos voetbalde, bezit het stadion het mooiste uitzicht van de wereld. Maar dit seizoen is het, net als het vorige, thuisloos. Het stadion met zicht op de Bosporus wordt immers verbouwd en moet na Nieuwjaar klaar zijn. In afwachting doet Besiktas, in de hiërarchie van het Turkse clubvoetbal altijd een beetje in de schaduw van de andere twee, in de metropool aan stadionhopping. Terwijl de ploeg van Mario Gomez het beste voetbalt, heeft Fenerbahçe, de volksclub met de grootste aanhang in eigen land, onder leiding van zijn nieuwe trainer, de Portugees Vítor Pereira,de beste spelers. Galatasaray, van zijn kant, is in potentie het beste team. Voetbal in Turkije is voetbal in Istanbul. Vijf van de achttien eersteklassers komen uit de metropool, met naast de drie grootmachten ook nog het bescheiden Basaksehir en het Kasimpasa van Ryan Donk. Niet dat de twee kleinere clubs uit Istanbul op korte termijn een bedreiging vormen voor de grote drie. Daarvoor zijn hun hinterland en aanhang veel te klein. Vorig seizoen sloten ze de rangschikking van de toeschouwersgemiddelden in de Süper Lig. Basaksehir, voorheen bekend als Istanbul BB, trok vorig seizoen in het Fatih Terimstadion gemiddeld 2700 toeschouwers. Kasimpasa, dat zijn wedstrijden afwerkt in het Erdoganstadion, genoemd naar president Recep Tayyip Erdogan, die in dat stadsdeel geboren werd maar verder geen impact heeft op de club, speelde voor 2400 kijkers. Dit jaar doet Basaksehir het met 3800 kijkers ietsje beter, maar de lege tribunes bij Kasimpasa (gemiddeld 1900 kijkers) bieden een heel andere aanblik dan die van Fenerbahçe (gemiddeld 32.000), Galatasaray (22.500) en Besiktas (16.000). De kleintjes uit Istanbul kunnen aanhalen dat ze niet de enigen zijn die amper volk trekken. Van de achttien eersteklassers halen er amper zes gemiddeld 10.000 kijkers (naast de grote drie Konyaspor, Bursaspor en Trabzonspor). Liefst acht eersteklassers halen geen 5000 kijkers, en dat was vorig seizoen over een hele competitie niet anders. Opmerkelijk is dat Turkije zowat het enige voetballand is waar nooit een kampioensviering plaatsvond in de hoofdstad. Gençlerbirligi won wel de beker in 1987 en 2001, maar lijkt ook nu weer op een grijs seizoen af te stevenen. De bescheiden nieuwkomer Osmanlispor is een tweede vertegenwoordiger van de hoofdstad. Ankaragücü, de oudste club uit de hoofdstad (opgericht in 1910) en in 1959 een van de medestichters van de Süper Lig, won net als stadsrivaal Gençlerbirligi twee keer de Turkse beker (1972 en 1981). Sinds 2012 voetbalt het, geplaagd door financiële problemen, op een lager niveau. Ook de toeschouwersaantallen bewijzen dat Ankara geen voetbalstad is. Slechts 5300 toeschouwers wonen de thuiswedstrijden van Osmanlispor bij, bij Gençlerbirligi zijn het er 2800. Geen cijfers voor een stad met 4,5 miljoen inwoners. Met een begroting rond de tien miljoen euro zijn de topclubs uit de hoofdstad niet opgewassen tegen de grote spelers uit Istanbul, die met een budget van rond de honderd miljoen (voor Besiktas wat minder) werken. DOOR GEERT FOUTRÉ IN ISTANBUL - FOTO'S BELGAIMAGEDe nieuwe buitenlandersregel moet ervoor zorgen dat Turkse clubs beter meedraaien in Europa.