Sinds renners weer met aerodynamische fietsen het uurrecord mogen aanvallen, begon vorig najaar een stortvloed aan pogingen. Met tot nu toe vier recordverbeteringen: van Jens Voigt over Matthias Brändle en Rohan Dennis tot Alex Dowsett, die met 52,937 km de langste afstand in zestig minuten aflegde. Weinigen die eraan twijfelen - en nog het minst hijzelf - dat Bradley Wiggins zondag een pak beter zal doen (55 km?).
...

Sinds renners weer met aerodynamische fietsen het uurrecord mogen aanvallen, begon vorig najaar een stortvloed aan pogingen. Met tot nu toe vier recordverbeteringen: van Jens Voigt over Matthias Brändle en Rohan Dennis tot Alex Dowsett, die met 52,937 km de langste afstand in zestig minuten aflegde. Weinigen die eraan twijfelen - en nog het minst hijzelf - dat Bradley Wiggins zondag een pak beter zal doen (55 km?). Opvallend bij al die verbeteringen: de verschillende decors. Voigt/Dennis (Grenchen) en Brändle (Aigle) reden op Zwitserse pistes, Dowsett fietste in Manchester en Wiggins probeert het op de olympische wielerbaan van Londen. Thomas Dekker trok zelfs naar Aguascalientes (Mexico), maar mislukte. De keuze voor die piste is logisch: gelegen op 1900 m hoogte en dus een kleinere luchtweerstand, de reden waarom ook Eddy Merckx in 1972 voor een baan in Mexico-Stad opteerde. Voigt, Dennis, Brändle en Dowsett kozen, afhankelijk van hun nationaliteit en ploeg, echter voor Europese pistes, waar de hoogte minder een rol speelt. Dat is echter niet de enige prestatiebepalende eigenschap van een wielerbaan. Zo raadde Merckx Bradley Wiggins de Krylatskoye Velodrome in Moskou aan. Die is immers 333 m lang, 83 meer dan de meeste 250 m-pistes, zoals Londen, Manchester en Grenchen. Volgens Merckx zou het op zo'n lange baan "makkelijker zijn om door de bochten te rijden". Voor de UCI geen probleem: alle lengtes tussen 133 en 500 m zijn toegelaten voor een uurrecordpoging. Een factor om rekening mee te houden? Ja, bevestigt Robin Decottignies, specialist biomechanica van Energy Lab. Maar in tegenstelling tot wat Merckx beweert, is een grotere lengte níét per se voordeliger. "Ideaal", zegt Decottignies, "is een piste met kortere rechte stukken en lánge bochten, zoals op de 200 m-baan in Aigle (waar Brändle reed, nvdr). Het aandeel tijd/afstand in de bochten op een uur is er groter - zo'n 100 bochten meer immers dan op een 250 m-piste. De G-krachten maken het wel moeilijker om in een stabiele positie te blijven, zeker als het om een zwaardere, grote renner gaat. Voor iemand die het echter gewend is om op een piste te rijden, weegt dat nadeel niet op tegen het voordeel: in de bochten, vooral de langere, legt de centrale lichaamsmassa minder afstand af - zo'n twee meter per ronde - dan de fiets." Waarom trekt dan niet iedereen naar Aigle? "Omdat er nog andere factoren meespelen", aldus Decottignies. "Bijvoorbeeld de rolweerstand van de piste of de mogelijkheid om de temperatuur te reguleren." De verklaring ook waarom Wiggins voor Londen opteert. Door een natuurlijk ventilatiesysteem wordt de temperatuur er constant op 28 graden gehouden. En hoe warmer, hoe lager de luchtdensiteit en bijgevolg de luchtweerstand. Door speciale toegangsdeuren blijft het klimaat in het Lee Valley VeloPark ook stabiel zodat luchtverplaatsingen vermeden worden. Bovendien is de rolweerstand er heel klein omdat de piste gemaakt is uit Siberisch pijnboomhout. En natuurlijk spelen ook commerciële redenen een rol: Londen is qua aantal zitjes (6000) een van de grootste in Europa. En die waren in amper zeven minuten uitverkocht. Bovendien wordt Wiggins' recordpoging live uitgezonden op Sky Sports, dat zijn hoofdzetel in Londen heeft. DOOR JONAS CRETEURDoor een natuurlijk ventilatiesysteem wordt de temperatuur constant op 28 graden gehouden.