Een goeie maand geleden klampte de nieuwe trainer van Kortrijk Luka Elsner verslaggever Eddy Soetaert aan met een aantal vragen over KV Kortrijk.
...

Een goeie maand geleden klampte de nieuwe trainer van Kortrijk Luka Elsner verslaggever Eddy Soetaert aan met een aantal vragen over KV Kortrijk. Daar kon Soetaert, sinds 1 mei perswoordvoerder van de rood-witten, als auteur van twee geschiedenisboeken over KVK en als journalist die de club voor de krant Het Volk en later Het Laatste Nieuws bijna vijftig jaar volgde, wel op antwoorden. De in Frankrijk opgegroeide Sloveen, een talenknobbel die inmiddels ook al startte met lessen Nederlands, wilde onder meer weten: Waar komt de naam 'Kerels' vandaan? Hoe komt het Guldensporenstadion aan zijn naam? Welk soort voetbal verwachten de Kortrijkfans? Op die laatste vraag was het antwoord simpel. Soetaert hoorde het vorige week nog op een vergadering van KVK-aanhangers: 'Je moet hier werkvoetbal spelen, veel grinta tonen. Kortom: al wat ze dit seizoen nauwelijks gezien hebben.' Het antwoord op de andere vragen? Toen KV Kortrijk eind oktober 1976 net voor het eerst in eerste klasse was beland, boog het in de slotfase een 1-2 achterstand tegen Anderlecht om in een 3-2 zege. De dag nadien titelde journalist Vic De Rouck van Het Volk: ' De Kerels van Kortrijk', waarmee hij verwees naar de clubinitialen KVK. Het werd meteen de nieuwe roepnaam van de club. Enkele weken eerder, op 12 september, werd voor de eerste thuiswedstrijd tegen Cercle Brugge het oude stadion van Kortrijk Sport aan de Meenstesteenweg, waar de club na de fusie in 1971 zijn intrek had genomen, in aanwezigheid van 12.000 toeschouwers omgedoopt tot Guldensporenstadion. De naam verwijst naar de veldslag op 11 juli 1302 op de Kortrijkse Groeningekouter, waar na de zege van het Vlaamse volksleger op het Franse ridderleger de gulden sporen van de gevallen ridders verzameld en opgehangen werden in het koor van de Kortrijkse Onze Lievevrouwenkerk achter de Grote Markt. Daar hangen vandaag nog steeds de replica.De late jaren zeventig waren de tijden van Boudewijn Braem, van Gizze Vergote, van Albert De Lamper, Michel Timmerman, Johan Vermeersch en Djamel Zidane, de eerste en enige speler die ooit als lid van Kortrijk aan een WK-eindronde mee deed en wiens poster aan de muur hing bij Zinédine Zidane. Hij stond in de basis van Algerije op het WK 1982. Vorige week lanceerde KVK nog een documentaire over de Algerijnse cultvoetballer op myKVK.be, het platform waarop het de eigen aanhang met extra reportages wil verwennen. Het was ook de tijd van de Duitse spits Harald Nickel die dat eerste seizoen in eerste klasse op Standard, waar KVK ging winnen, zo'n indruk maakte dat de Rouches hem na dat seizoen kochten. Nickel maakte voorin furore met zijn landgenoot Ludwig Sklarski, een valse nummer negen die via de amateurs van Bayern München bij Kortrijk belandde en later als speler van het Liechtensteinse FC Vaduz twee officieuze interlands mocht afwerken voor de toen nog niet erkende nationale ploeg van Liechtenstein. Er was ook Damir Desnica, de doofstomme Kroatische spits die van 1985 tot 1990 veel indruk maakte met zijn rushes en techniek, en slechts door zijn dubbele handicap weerhouden werd van de topcarrière waar hij op basis van zijn talent recht op had. Het was de tijd waarin de toenmalige topclubs met een bang hart naar Kortrijk afzakten en daar vaak voor een vol stadion (15.000 man) ingemaakt werden. 'Kortrijk was een vesting toen', herinnert Soetaert zich. 'Iedereen zag tegen die verplaatsing op, met de tribunes die zo kort op het veld stonden als reglementair toegelaten was. Het publiek zat in de nek van de spelers.' Johan Vermeersch, later actief in het Brusselse voetbal, spurtte bij KVK zeven jaar de lijn op en neer. Het seizoen van de promotie naar eerste was hij zelfs clubtopschutter met dertien goals. KVK was toen nog geen full-profploeg en trainde om half vijf 's middags, later om vijf uur. Dat kwam onder meer Vermeersch, die zijn bouwbedrijf al had opgestart, goed uit. Ook hij herinnerde zich de volle stadions tegen de toppers en de extra adrenaline die dat aan de spelers gaf: 'Wanneer we van het hotel de Broel, waar we 's zondags samenkwamen, in de auto stapten, geraakten we amper door de massa bij het stadion. Thuis waren we tegen de grote ploegen onklopbaar, maar we misten regelmaat. We konden die lijn nooit doortrekken op verplaatsing. Het verschil tussen uit en thuis was altijd te groot, en ik zie dat dat bij Kortrijk nog altijd zo is.' In maart 2002 ging Kortrijk bijna failliet. Ex-coryfee Boudewijn Braem trok toen aan de alarmbel en zette met advocaat Joseph Allijns, die vervolgens voorzitter zou worden, een reddingsactie op die Kortrijk stap voor stap terug naar eerste klasse bracht. Op de vraag wat hem van de laatste vijftig jaar is bijgebleven, verwijst Eddy Soetaert - naast het frappante feit dat KV Kortrijk nooit Europees voetbalde - naar één man. 'Alles in Kortrijk vandaag heeft te maken met Hein Vanhaezebrouck. Die kwam in 2006 en zag dat de lange tribune tegenover de hoofdtribune, waar vroeger zesduizend man bijeen gedrukt stond op de staanplaatsen, leeg stond; er zat maar duizend man. Hein zei: 'Ik wil weer voor een vol huis spelen.' Iedereen lachte. Maar in een kwartfinale van de beker tegen Club zat het ei-vol, zoals Hein het wilde. Dat vond ik straf, net zoals het feit dat Kortrijk voor de bekerfinale in 2012 15.000 man meekreeg naar Brussel. 'Hein heeft de schwung er hier weer in gebracht, hij heeft Kortrijk weer op de kaart gezet, bracht structuur, zelfvertrouwen en enthousiasme. Het is zoals ex-voorzitter Arsène De Gryse ooit zei: als je een nieuwe wasmachine wil kopen, bel Hein, hij zal je wel een goeie aanraden.' 'Wie ooit met Hein Vanhaezebrouck samengewerkt heeft, heeft zijn normen verlegd', getuigt Jelle Brulez, COO van KVK. 'Hein was enorm bezig met details. Hij deed niet alleen het sportieve, maar creëerde daarrond een structuur die het nodige geraamte bood waardoor je van een gewone performance tot topprestaties kon komen.' Rik Foulon, vandaag sportief manager van KVK, stroomde net als Braem door vanuit de eigen jeugd, net als doelman Patrick Deman, vandaag keeperstrainer, en Johan Devolder en Claude Verspaille, die nu deel uitmaakt van de scouting. Uit zijn beginjaren als jeugdspeler en fan herinnert Foulon zich vooral Djamel Zidane. 'Die was snel, kon acties maken en het ook zelf afmaken en had vista. Ondertussen bleef hij wel met beide voeten op de grond. Damir Desnica maakte ook indruk op mij, die had een goeie trap, wist het doel te bereiken en af te ronden. Als jonge snaak in de tribune was ik fan van Harald Nickel.' Foulon zat eind jaren tachtig zelf in de kern tot Georges Leekens na het seizoen 1998-99 besliste af te stappen van de avondtrainingen en over te gaan tot een full-profregime, met dagtrainingen. Toen verkoos hij zijn job in het onderwijs als leraar LO en biologie boven het onzekere en op dat moment nog niet zo veel beter betaalde baan als profvoetballer. Toen Kortrijk begin 2002 op de rand van het failliet stond, was Foulon beloftentrainer. ' Jean-Marc De Gryse vroeg me om voor drie maanden mee te werken aan het sportieve en ik ben gebleven. Eerst hebben we de scouting verfijnd, wij waren een van de eerste clubs in België die veel op data inzetten. Intussen werken we al een jaar of tien met dezelfde scouts. Dan weet je wat je aan mekaar hebt.' Voor Foulon staat KVK voor een familiaal karakter, werkkracht en kameraadschap. Vaak had Kortrijk door de jaren heen een hechte kern, een mengeling van Vlaams (of beter: West-Vlaams) en Frans. In vergelijking met de jaren zeventig en tachtig zag hij ook de publieke belangstelling tanen. 'Veel Kortrijkzanen zijn ook fan van Club. We weten dat KVK nooit de rijkste en de grootste zal zijn. In 1989 hadden we een heel goed seizoen met Leekens, toen konden we even aan Europees voetbal ruiken, maar ook niet meer dan dat. Om dat te bereiken, moet je constant presteren, uit en thuis, een heel jaar lang. En een ploeg kunnen behouden. Na die successen trok Georges naar Club en nam Lorenzo Staelens en Foeke Booy mee. Een jaar later kwam hij Verspaille halen. Dat is de rode draad doorheen Kortrijk. Bijna elk seizoen verliezen we onze betere spelers.' Dus moeten Foulon en co ononderbroken op zoek naar vervangers: liefst jonge en sterke spelers die er snel staan en dan doorverkocht kunnen worden. 'Ze moeten een zekere vorm van professioneel gedrag vertonen, topfit en sterk zijn. Wij kunnen het ons niet permitteren om spelers te halen die we na drie maanden moeten opzij schuiven.' Hij noemt een paar recente voltreffers: Adam Marusic, nu een vaste waarde bij Lazio. Samuel Gigot zag hij bij het bescheiden Arles: 'Een sterke verdediger die onmiddellijk toonde dat hij het niveau had. Zit nu bij Spartak Moskou.' Soms is het gokken. 'De Algerijn Youcef Atal sprak geen Frans toen hij hier kwam, maar hij pikte alles snel op en werd al na een half jaar voor drie miljoen verkocht aan Nice.' En dan is er het verhaal Terem Moffi: 'Onze scout, ook al een ex-speler, Ivica Jarakovic, zag hem in Litouwen en belde meteen. Eerst denk je: tja, Litouwen... Toen hij een thuiswedstrijd van KVK bijwoonde, riep hij enthousiast: ' Great atmosphere!' Vervolgens komt de vraag: laat je hem gaan voor dat superbod, of houd je hem om met zijn goals in PO2 te geraken? Zo'n speler beschouwt Kortrijk als een platform. Als die zijn kans hoger krijgt, moet je je belofte ook houden. Anders verlies je je geloofwaardigheid. Je moet willen meedenken in het verhaal van een speler. Hij zit nu al aan veertien goals met Lorient.' De inkomende transfer van Moffi toont de verschuiving bij Kortrijk, dat vroeger scoutte in Frankrijk en op de Balkan en nu in de hele wereld naar talent zoekt. De sportief directeur wenst zijn club 'dat het goed blijft gaan in een snel veranderend wereldje. Vaak was het hier sportief een net-niet verhaal, naar het voorbeeld van die bekerfinale tegen Lokeren in 2012. ' Kortrijk moet stap voor stap gaan. Een nieuw trainingscentrum staat alvast op de planning. 'De laatste jaren is Kortrijk uitgegroeid tot een gezellige, moderne stad. Het zou fijn zijn als wij van die belevingswereld deel uitmaken.' Vandaag geldt Kortrijk als een goed gerunde club, zonder schulden, maar ook zonder overschot. Geen grammetje vet zit er nog aan, en dat werkt omdat algemeen manager Matthias Leterme (34) elke euro drie keer omdraait. Toen hij in november 2009 bij KVK belandde als financieel manager, wist niemand dat hij de zoon was van Yves Leterme. Voor hem was het een kennismaking met een nieuwe wereld: 'Ik was hier nog nooit geweest. Mijn voetbalhart klopte voor RC Genk. Op school waren ze voor Club of Anderlecht, dus wilde ik me anders profileren. Genk voetbalde toen heel spectaculair en aanvallend.' Wat hem in Kortrijk meteen trof, was de Engelse sfeer bij de wedstrijden én de enorme drive en betrokkenheid die hij voelde: 'Het waren allemaal mensen die al veel hadden meegemaakt met de club, de vergaderingen begonnen om zeven uur 's morgens en duurden tot 's avonds laat. Er werd hard en met een hart gewerkt voor deze club.' Toen hij in 2009 bij KVK aan de slag ging, was dat in de containers rechtover het oefenveld waar nu de pers ontvangen wordt. 'In de winter moest je tot 's middags je jas aanhouden omdat de verwarming maar traag aansloeg, in de zomer was het niet uit te houden van de warmte. Je moest goesting en gedrevenheid hebben om in die omstandigheden te werken.' Vandaag ontvangt hij als algemeen manager zijn bezoek in de moderne kantoren van de club aan de Kien, een opgeknapte oude manufactuur van een voormalig textielbedrijf langs de Leie, op wandelafstand van het stadion en het stadscentrum.Bij zijn komst runde Jean-Marc Degryse, zoon van ex-voorzitter Arsène De Gryse, KVK. Na zijn plotse overlijden in januari 2012 besliste diens broer Vincent al zijn aandelen te verkopen. Een Belgische koper die de gevraagde 2,5 miljoen wilde betalen werd niet gevonden en via Dirk Degraen kwam Kortrijk in 2015 uiteindelijk voor de volle 100 procent in handen van de Maleise zakenman Vincent Tan, die vijf miljoen euro betaalde. Vandaag is Tan nog steeds eigenaar van KVK, maar de club wordt vanuit Kortrijk gerund, al overlegt Matthias Leterme voor elke beslissing met Ken Choo, de rechterhand van Tan in Londen: 'Ook als we een speler aantrekken of laten gaan. Hij heeft nog nooit iets tegengehouden, maar geeft wel altijd nuttige feedback.' Sinds iets meer dan twee jaar staat Kortrijk weer te koop. De vraagprijs zou om en bij de vijftien miljoen bedragen, maar het is niet zo dat Tan per se morgen al van de club af wil, nuanceert de algemeen manager. 'Het enige wat vaststaat, is dat hij de geplande bouw van een nieuw stadion niet in zijn eentje zal financieren. Hij is wel bereid om te participeren in een groter project.' In de inkomsten via de huidige accommodatie zit nog amper rek, weet Leterme. Sinds zijn komst is het budget van vijf à zes miljoen euro opgetrokken naar zestien miljoen. In normale tijden is er na elk seizoen een tekort van zo'n vier miljoen. Het is niet de bedoeling dat Tan dat bijpast. De afspraak is dat Kortrijk zijn eigen boontjes dopt en alleen in noodgevallen aanklopt bij de eigenaar. Leterme is fier dat hij dat amper heeft moeten doen de voorbije jaren. 'Vroeger verkochten we bij wijze van spreken aan AA Gent, nu rechtstreeks aan het buitenland.' Het houdt wel in dat als de club een bod van acht miljoen krijgt op Moffi, de clubbestuurders bereid zijn om hem zelf met de fiets naar FC Lorient te brengen, al woog zijn vertrek dan wel weer flink op de doelpuntenproductiviteit bij KVK. Maar met die duurste uitgaande transfer ooit kan KVK weer rustig een jaar verder. Er worden aan de accommodatie nog retouches uitgevoerd, bijvoorbeeld voor de ontvangst in de familietribune IV, maar een grondige verbouwing behoort niet tot de plannen. Leterme hoopt op dat nieuwe stadion waarvoor op de site Evolis al plaats voorbehouden is, maar hij ziet als oplossing ook schaalvergroting, al heeft hij het dan niet over een BeNeLiga: 'Daar zie ik het nut niet van in.' Waar hij aan denkt, is aan schaalvergroting in de eigen regio, maar dan zonder rivaal Zulte-Waregem: 'Zulte-Waregem is Oost-Vlaanderen, en die rivaliteit stimuleert ons meer dan ze ons afremt. Die gaan hun eigen weg, maar richting Moeskroen en Roeselare blijf ik een groter interessant project zien, eventueel met een gezamenlijke jeugdacademie. Nu worden elk jaar onze betere jeugdspelers toch weggehaald.' Waar ziet hij de 50-jarige club over vijf jaar staan? 'Zo dicht mogelijk bij die linkerkolom, plaats zes tot en met acht. Tegenwoordig heb je de G5 of de G6, vlak daaronder zou je ons moeten aantreffen. The best of the rest. En eens de beker winnen, voor ons misschien de makkelijkste manier om ooit Europees voetbal te halen, want kampioen zullen we niet worden, en tweede ook niet. Wij kennen onze plaats.'