Hotel Molenvijver in Genk. In de hal verzamelt een delegatie trainers uit Finland, begeleid door Mark Van Geersom, gewezen coördinator en trainer van de nationale jeugdploegen die binnenkort persoonlijk raadgever wordt van Allaerts. De UEFA stimuleert het uitwisselen van kennis, vertegenwoordigers uit Finland, Wales en Tsjechië zijn in het land om wat meer te weten te komen over het Belgische opleidingsmodel. Paul Allaerts heeft voor hen even zijn bureau in Tubeke ingeruild. Toen de KBVB onlangs afscheid nam van Benoît Thans werd de gewezen topscheidsrechter uit Mol zijn opvolger. Een verrassende stap, niet alleen vanwege zijn achtergrond in de arbitrage. Allaerts was immers een topman bij Dexia, later Belfius. Waarom geeft iemand zijn job bij de bank na zo veel jaren op om voor de voetbalbond te gaan werken?
...

Hotel Molenvijver in Genk. In de hal verzamelt een delegatie trainers uit Finland, begeleid door Mark Van Geersom, gewezen coördinator en trainer van de nationale jeugdploegen die binnenkort persoonlijk raadgever wordt van Allaerts. De UEFA stimuleert het uitwisselen van kennis, vertegenwoordigers uit Finland, Wales en Tsjechië zijn in het land om wat meer te weten te komen over het Belgische opleidingsmodel. Paul Allaerts heeft voor hen even zijn bureau in Tubeke ingeruild. Toen de KBVB onlangs afscheid nam van Benoît Thans werd de gewezen topscheidsrechter uit Mol zijn opvolger. Een verrassende stap, niet alleen vanwege zijn achtergrond in de arbitrage. Allaerts was immers een topman bij Dexia, later Belfius. Waarom geeft iemand zijn job bij de bank na zo veel jaren op om voor de voetbalbond te gaan werken? Paul Allaerts: "Dat is een vraag waarbij ik even moet uitweiden. In een carrière komen er momenten waarop een mens zich afvraagt: wat zijn nu eigenlijk nog mijn dromen? In juli word ik 49. Jarenlang had ik twee ladders naast elkaar: mijn werk bij de bank en mijn job als scheidsrechter. Altijd goed kunnen combineren, maar op een gegeven moment ga je kijken naar waar je passie ligt. Bij mij lag die altijd in het voetbal. En dan zie je opportuniteiten en moet je op een gegeven moment een stap durven zetten. De bankwereld was sinds 2007 ook niet meer de ideale omgeving." Paul Allaerts: "Ik had een executive job, maar de challenges waren moeilijk, omdat je in een afbouwscenario zat. Ik heb lang in een groei gezeten, een groepsdynamiek, internationaal ook. Als dat weer wordt gereduceerd naar België en de challenges zijn: kosten drukken... Mijn voordeel is dat ik er in verschillende domeinen heb gewerkt. Het mooie van zo'n groot bedrijf was dat ik de harde wereld van IT kon inruilen voor het HR-gebeuren, eerder de zachte kant. Aanwerving, personeelsplan, een stuk financieel. Daarna verzekeringen, op groepsniveau zoeken naar synergieën tussen landen. Vervolgens de collapses. Toen was ik verantwoordelijk voor de Communicatie Services. Maar altijd heb ik de contacten met de voetbalbond behouden." "Ik werd geïnterviewd en zat in de shortlist, ja. Dat heeft meegespeeld. Het voetbal is duidelijk in een andere dimensie beland qua organisatie en ondersteuning. De deur werd nooit helemaal dichtgeklapt en is nu weer opengegaan." "Dat hoeft voor mij niet. De eerste maanden samenwerken met Steven Martens tonen aan dat de keuze voor Steven een goeie is geweest. Wij hebben het nu gemakkelijk, omdat we op dezelfde golflengte zitten. Mijn visie verschilt heel weinig van de zijne. Hij had al een sportfederatie gerund, ik kom uit een andere sector, waarin ik verschillende domeinen doorliep. Dat is nu heel complementair. Mijn ervaring van vroeger - hoe de wereld verandert, hoe je bedrijf verandert, wat de concurrentie doet, hoe je daarop moet reageren - dat zijn dingen die je ook in de voetbalwereld kunt en moet toepassen. De visie is er nu, de doelen moeten nu ook worden gerealiseerd, zodat iedereen het effect ziet. Je moet altijd mijlpaaltjes zetten. En aan de mensen soms een concreet resultaat tonen." "Uit het verleden kende men mijn kwaliteiten, ik begeleidde al scheidsrechters, was referee director, de band is nauw gebleven. Mijn rol is nu wel verruimd, daar moet ik nog een stuk in groeien. Ik ben geen voetbaltechnicus." "Dat is misschien uniek in Europa, ja. Ik ben in mijn nieuwe functie nog niet op congressen geweest, maar die komen er nog ongetwijfeld. Toen mijn aanstelling aan de UEFA werd gecommuniceerd, reageerde men positief en nieuwsgierig. Dat is dan toch de verdienste van Steven, dat hij het Uitvoerend Comité meekreeg in dat verhaal. Toch niet vanzelfsprekend." "Ja. Dat kan. Maar we zijn allebei zéér goed omringd." "Zo zie ik het, ja. Johan Walem is nog voor mij gekomen, we hebben er nu Gert Verheyen aan toegevoegd. Die begint volgend seizoen. Dat zijn geen kakkewieten. Johan en Gert waren heel goeie voetballers, boegbeelden. Johan speelde aan de top, in Italië. We hebben Marc Wilmots. Clubs doen dat ook: Ajax, Bayern München, die recupereren sommige generaties spelers. De KBVB doet net hetzelfde. Daar zit een visie achter. Het is heel belangrijk dat we een goeie vorming van onze jeugdspelers hebben, maar dat is iets wat ook de clubs doen. Die investeren daar meer en meer in. Omdat ze ook weten: dat is ons businessmodel, als wij goeie spelers opleiden, passeren wij ook langs de kassa als die naar Engeland of elders vertrekken. Onze kracht is dat wij jonge spelers goed kunnen opleiden, in een goeie sociale context. Vaak zijn ex-topspelers nu ook in clubs met jeugd bezig. Dat is goed." "Absoluut, en we hebben deze discussies binnen ons departement met verschillende mensen al regelmatig gevoerd. Dat is de tijdshorizon die we moeten uitzetten. We moeten nu denken aan 2020, op spelersniveau én op scheidsrechtersniveau. Ik wil nu de nieuwe Gumienny's van die periode ontdekken. "We zitten met onze jeugdspelers in een positieve flow. Dat succes heeft veel vaders. Ik wil niet weten wie allemaal, maar ik wil die goeie flow wel bestendigen. Onze vraag moet nu zijn: wie zijn onze Rode Duivels van Qatar 2022 en hoe maken we daar de beste spelers van? Deze generatie is nog vrij jong, tot 2018 zal het verdomd moeilijk zijn om sommige spelers uit die ploeg te spelen. Maar nu achteruit leunen en zeggen: alles gaat goed... Neen, wij moeten nu kijken naar de volgende generaties. Dat is de rol van Johan en Gert en alle anderen." "Johan Walem is als coördinator verantwoordelijk voor alle jeugdelftallen, hij steekt de kalenders in elkaar, overlegt met de clubs en is trainer van de U21. Gert is er voor de U18 en U19, die wil daar winnaars van maken, zei hij direct. In de bond moet je niet hiërarchisch werken, maar samenwerken. De poot van het vrouwenvoetbal is in handen van Ives Serneels. Kris Van Der Haegen heeft de poot van de trainersopleiding in handen. De Pro Licence nog beter maken is een van zijn taken. Maar denk nu niet dat er drie, vier mensen op de bond zitten die het voetbal hebben uitgevonden. Samen met de clubs moet je denken over die visie. Daar wil ik echt naar streven. Clubs hebben elk een eigen visie, en dat snap ik, maar als er een goeie samenwerking komt, kunnen we mekaar helpen. Dit is geen top down-oefening, maar een bottom up." "Vergelijk eens het succes van de nationale ploeg in Mexico '86 met de halve finale Bayern-Barça. Dat voetbal is to-taal anders, véél sneller. In 2022 gaat het - en ik herhaal dat ik niet de specialist ben - nog sneller en compacter zijn. Specialisten genoeg om daarover te discussiëren. Welke type speler heb je tegen dan nodig? Wat moet je doen om dat spel in de toekomst te krijgen? Gaat dat over opleiding, spelsysteem, fysieke voorbereiding? Daar hebben we allemaal goeie mensen voor. Fysiekcoaches, technische coaches, misschien mensen voor het kopke. De rijkdom zal juist zijn dat je dat met meerdere mensen bespreekt. Clubs werken al heel goed, wij moeten proberen wat extra's te geven." "Het gaat mij over dit: geef mensen een omgeving waarin ze hun ding kunnen doen, binnen een visie die we ontwikkelen. Geef ze die vrijheid, maakt dat het hun project is. Het gaat niet om het beter te weten, maar om een omgeving te creëren waarin iedereen graag naar de voetbalbond komt." "Daar gaan we op het juiste moment goed over communiceren. Opnieuw zijn er twee takken: aan de basis moeten we zien dat we voldoende scheidsrechters hebben. Hoe groter de groep, hoe meer keuze je hebt. Het blijft evenwel een moeilijke job. We gaan toch eens moeten nadenken over dit: we kunnen niet meer naar elke wedstrijd een scheidsrechter sturen. Zeker Namen en Luxemburg zijn problematische provincies. In Nederland heeft men veel meer wedstrijden in het weekend en evenveel scheidsrechters als wij. Daar heeft men dat opgelost met 'clubscheidsrechters'. Die hebben wij nu ook al bij de U5, U6, U7. Jonge spelers van het eerste elftal of beloften die jeugdwedstrijden leiden. We moeten durven zeggen dat we dat meer gaan doen. In die reeksen geen ranking meer opmaken en het contingent clubscheidsrechters verhogen, maar ook daarin de clubs ondersteunen. Die mensen krijgen een opleiding, organisatorisch moeten we dat omringen. Innovatief en creatief." "Neen. Dat is nog embryonaal, maar we moeten naar meer clubscheidsrechters, denk ik. Daarnaast is het ook belangrijk dat we, zoals bij de nationale jeugdvoetballertjes, onze jeugdtalenten onder de scheidsrechters sneller detecteren. Nu wordt provinciaal ook gewerkt met talenten, maar als die nationaal komen, is het opeens: hier zijn ze. Als we die vroeger leren kennen, kunnen we sneller met hen werken. Van dat talentdetectieapparaat moeten we een kopie maken van hoe je met voetballers werkt. Ik pleit sowieso voor meer cross-overs." "Als je met talenten werkt, zeker op het allerhoogste niveau, moeten die opleiding krijgen van mensen die weten wat voetbal op het allerhoogste niveau is. Dan denk ik aan Walem, aan Verheyen." "Dat moeten we nu 'institutionaliseren'. Wij hebben veel goeie dingen gedaan aan de fysiek, maar daarom ben je nog geen toparbiter. Weer: pak die match van 1986 en ver- gelijk met nu. Zo veel sneller. Maar om top-scheidsrechter te zijn is er nog wat meer nodig dan een goeie fysiek. Spelinzicht, systemen, tactiek. Op het allerhoogste niveau heb je vijf, zes sleutelbeslissingen per match. Niet meer. Penalty, rode kaarten, buitenspel. Daar komen journalisten op terug. Niet op een inworp die misschien voor de tegenstander was. Onze uitslagen zijn geen basketcijfers, maar 1-0, 2-0, 2-1. Die beslissingen zijn zó belangrijk. Dat is ook een mentaal gebeuren, de moeilijkheid voor een scheidsrechter is zijn concentratie 90 minuten behouden. Knipperlichten moeten aangaan als de bal rond de zestien komt. Anticiperen op een volgende situatie. Ik geef een concreet voorbeeld. Als een speler een bal ingespeeld krijgt en die schiet van zijn voet, dan wil hij direct de bal heroveren. Zo'n speler vliegt daarnaartoe, met de voet vooruit. Een scheidsrechter die zo'n slechte controle ziet, moet dan al weten: hier gaat iets gebeuren. Waakzaam zijn. Als je dat weet, mag je die fase niet missen. Opnieuw: cross-over. Dit verhaal moet je bij die jonge voetballer ook brengen. Dat zoiets potentiële rode kaarten zijn." "Absoluut. De scheidsrechter is verantwoordelijk, maar hij heeft nu iemand in die zone achter het doel die daar de beslissingen neemt. Ik heb vroeger zelden beslissingen van mijn assistent overruled. Misschien drie, vier keer op al die tijd. Als nu iemand achter het doel staat en die roept 'strafschop, strafschop' en de scheidsrechter is zelf niet honderd procent zeker, dan moet hij toch fluiten. De ander heeft het immers wél gezien. Daar moeten ze nu mee leren omgaan. Een tweede leerpunt is: ze moeten niet naar hetzelfde kijken." "Je hebt daar mensen op gezet die er Europese ervaring mee hebben. Er was ook training en begeleiding in de aanloop. Je moet érgens beginnen. Een weg terug is er niet meer, maar het moet wel worden verfijnd. We zien evolutie, hun positionering wordt beter." "De kwaliteit van de arbitrage moet omhoog, zodat er zo weinig mogelijk wedstrijden zijn waarin het resultaat wordt beïnvloed. Is dat met video, doellijntechnologie? Ik ga in elk verhaal mee dat daartoe bijdraagt. Hoe ga je zo'n call bekijken? Puur de buitenspelfases? Alleen als de bal uit het spel is? Wat als je verkeerd afvlagt? Ga je dan de bal weer in het spel brengen en zeggen: loop maar naar de goal? Het moet geen kakofonie worden. Ik ben er niet tegen, maar je moet er praktisch gezien zeer goed over nadenken." "Dit is een uitspraak van het bondsparket dat hier duidelijk een onafhankelijke beslissing heeft genomen. En waar wij als KBVB in principe niet kunnen tussenkomen. Maar ik kan best begrijpen dat hier vragen bij gesteld worden. Voor ons als bond misschien een signaal om de werking van het bondsparket bij te sturen..." "Dat is de oefening waar we nu mee bezig zijn, samen met hen. Ook met de assistenten. Waar willen we over vijf jaar staan? Dan spreek ik over de top vijftien, top twintig. Dat moeten volgens mij mensen zijn die zich de hele week op het voetbal voorbereiden en ermee bezig zijn. De match op dvd analyseren, hun match voorbereiden. Krijg je Gent volgende week? Bekijk dan wat dvd's van Gent en de tegenstander. Hoe spelen die? Volgend jaar al invoeren? Dat moet groeien. Als we dat tenminste invoeren. Dat gaat over keuzes maken. "Maar je kunt niet anders dan verder te professionaliseren, dat zie je ook in andere landen. Het Engelse model is volgens mij een referentiemodel. Daar heb je vijftien, zestien man die alle matchen doen. Gasten van 52 die City-United fluiten en kwaliteit leveren. Aan zo'n pool moeten wij werken. Hoeveel spelers zijn er in de Jupiler League? In elke kern minstens 25. Maal 16 ploegen. Dat zijn minstens 400 profs, wellicht nog wat meer. Je moet dat in die ruimere context zien. Vijftien scheidsrechters en dertig assistenten. Dat is een visie op de lange termijn, denk ik." "Dat valt onder mijn verantwoordelijkheid, ja, maar opnieuw: daar heb ik een manager voor." "Ik werk 's morgens eerst wat thuis en na negen uur mogen de mensen altijd bellen. In de auto kun je ook mobiel werken. (lacht) Ik denk dat dit een job van 24 op 24 is." DOOR PETER T'KINT"Clubs als Ajax of Bayern recupereren oud-spelers. De KBVB doet met Wilmots, Walem en Verheyen net hetzelfde." "Geef mensen een omgeving waarin ze hun ding kunnen doen. Geef ze die vrijheid." "De scheidsrechters moeten leren omgaan met die extra assistent achter het doel."