R oger van Damme ziet vooral veel gelijkenissen tussen topsport en koken op sterrenniveau. "Dat valt me telkens op als ik met sporters praat. We delen die gedrevenheid en zijn even bezeten door alle denkbare details. Je kunt een keukenbrigade gerust vergelijken met een wielerploeg, met een strikte hiërarchie van helpers en kopmannen. Wij rijden elke dag de Tour de France en er is geen tijd voor opgevers. Ik kan de service niet stilleggen omdat iemand in zijn vingers gesneden heeft. De Tour wacht niet, en dat doen onze klanten evenmin. Het is soms vallen, maar daarna weer doorgaan, altijd doorgaan. En uiteraard komt de eindverantwoordelijkheid altijd op mijn schouders, dus eis ik van mezelf nog het meest. Het mooiste is als de ketting goed geolied is en iedereen boven zichzelf uitstijgt.

"Vroeger was ik eerder een voetbalfan, intussen is ook wielrennen een echte passie. Als ik links of rechts een uurtje kan stelen, kruip ik op mijn Ridley. Een fiets met een prijskaartje uiteraard, maar je moet - net als in de keuken - durven te investeren in kwaliteit. Elke zondag verzamelen we met een aantal mensen van Studio 100 voor een ritje van een kleine 100 kilometer door de Kempen. We hebben zelfs onze eigen uitrusting: de broeken zijn van Njam! en de truitjes van Plopsa. ( lacht) Zwart is de hoofdkleur, afgewerkt met oranje, rood en roze. Echt mooi gedaan. Er zitten best wel wat wielerfanaten bij Studio 100. Van Gert Verhulst en Hans Bourlon is het geen geheim dat het competitiebeesten zijn en dat zie je op de fiets zeker terug. Op het vlakke verschuil ik mij meestal in de groep, ik vrees dat ik een beetje een wieltjeszuiger ben. Bij beklimmingen kom ik iets sneller naar voren, ook al omdat ik wat lichter ben. Volgend jaar willen we met de Studio 100-bende de bekende hellingen van de Ronde van Vlaanderen afwerken en daarna staat het Franse wielermonument Alpe d'Huez gepland. Daar kijk ik nu al enorm naar uit.

"Na onze eigen zondagse rit volg ik graag de echte toppers. Zeker tijdens de voorjaarsklassiekers ben ik niet van het scherm weg te slaan. Of volg ik het langs het parcours, als het even kan. Opdrachten om ter plekke te gaan koken sla ik meestal af, omdat ik dan geen tijd heb om de wedstrijd te zien. Ik ken enkele renners en ploegleiders persoonlijk en dat geeft het supporteren toch een andere dimensie. Ik leef heel hard mee, van blinde euforie tot oprecht verdriet. Het mooie aan koers is dat je op het puntje van je stoel zit zodra de finale begint. Zeker als de echte tenoren tegenover elkaar staan: je vraagt je af wie er als eerste breekt, wie bluft, wie nog een troef achter de hand houdt ... En dan is er die allerlaatste adrenalinestoot als ze met een select groepje naar de streep gaan. In de Ronde van Vlaanderen vind ik alles terug wat de koers voor mij zo aantrekkelijk maakt.

"Tijdens de winter volg ik het veldrijden met evenveel enthousiasme, ook al omdat Sven Nys en Niels Albert goede bekenden van me zijn. Dat gebagger door het slijk, ik vind dat heel mooi om naar te kijken. Ook dat volkse van een veldrit, de sfeer die eromheen hangt, snuif ik graag op. Ik voel me daar beter bij dan als ze me vragen om als paradepaardje van zakenmensen op te draven. Wie volgens mij wereldkampioen wordt? Niels Albert, alhoewel Sven dat niet graag van mij zal horen. ( lacht) Ik denk dat Niels na een rotseizoen net op tijd terugkomt om met de bloemen te gaan lopen. Ik weet trouwens dat Niels af en toe naar Njam! kijkt en ik verdenk hem ervan best een verdienstelijke kok te zijn. Door alle blessureleed heeft hij zijn niveau in de keuken misschien nog wat kunnen opdrijven. ( lacht) Sven Nys zie ik de Gazet van Antwerpen Trofee winnen, ik weet dat die altijd boven aan zijn verlanglijstje staat. Ach, ik gun het hen alle twee, ze moeten de prijzen maar onder elkaar verdelen. En daarna, als de riem er even af mag, mogen ze hun benen nog eens onder tafel schuiven in mijn restaurant." (lacht)

DOOR JENS D'HONDT

R oger van Damme ziet vooral veel gelijkenissen tussen topsport en koken op sterrenniveau. "Dat valt me telkens op als ik met sporters praat. We delen die gedrevenheid en zijn even bezeten door alle denkbare details. Je kunt een keukenbrigade gerust vergelijken met een wielerploeg, met een strikte hiërarchie van helpers en kopmannen. Wij rijden elke dag de Tour de France en er is geen tijd voor opgevers. Ik kan de service niet stilleggen omdat iemand in zijn vingers gesneden heeft. De Tour wacht niet, en dat doen onze klanten evenmin. Het is soms vallen, maar daarna weer doorgaan, altijd doorgaan. En uiteraard komt de eindverantwoordelijkheid altijd op mijn schouders, dus eis ik van mezelf nog het meest. Het mooiste is als de ketting goed geolied is en iedereen boven zichzelf uitstijgt. "Vroeger was ik eerder een voetbalfan, intussen is ook wielrennen een echte passie. Als ik links of rechts een uurtje kan stelen, kruip ik op mijn Ridley. Een fiets met een prijskaartje uiteraard, maar je moet - net als in de keuken - durven te investeren in kwaliteit. Elke zondag verzamelen we met een aantal mensen van Studio 100 voor een ritje van een kleine 100 kilometer door de Kempen. We hebben zelfs onze eigen uitrusting: de broeken zijn van Njam! en de truitjes van Plopsa. ( lacht) Zwart is de hoofdkleur, afgewerkt met oranje, rood en roze. Echt mooi gedaan. Er zitten best wel wat wielerfanaten bij Studio 100. Van Gert Verhulst en Hans Bourlon is het geen geheim dat het competitiebeesten zijn en dat zie je op de fiets zeker terug. Op het vlakke verschuil ik mij meestal in de groep, ik vrees dat ik een beetje een wieltjeszuiger ben. Bij beklimmingen kom ik iets sneller naar voren, ook al omdat ik wat lichter ben. Volgend jaar willen we met de Studio 100-bende de bekende hellingen van de Ronde van Vlaanderen afwerken en daarna staat het Franse wielermonument Alpe d'Huez gepland. Daar kijk ik nu al enorm naar uit. "Na onze eigen zondagse rit volg ik graag de echte toppers. Zeker tijdens de voorjaarsklassiekers ben ik niet van het scherm weg te slaan. Of volg ik het langs het parcours, als het even kan. Opdrachten om ter plekke te gaan koken sla ik meestal af, omdat ik dan geen tijd heb om de wedstrijd te zien. Ik ken enkele renners en ploegleiders persoonlijk en dat geeft het supporteren toch een andere dimensie. Ik leef heel hard mee, van blinde euforie tot oprecht verdriet. Het mooie aan koers is dat je op het puntje van je stoel zit zodra de finale begint. Zeker als de echte tenoren tegenover elkaar staan: je vraagt je af wie er als eerste breekt, wie bluft, wie nog een troef achter de hand houdt ... En dan is er die allerlaatste adrenalinestoot als ze met een select groepje naar de streep gaan. In de Ronde van Vlaanderen vind ik alles terug wat de koers voor mij zo aantrekkelijk maakt. "Tijdens de winter volg ik het veldrijden met evenveel enthousiasme, ook al omdat Sven Nys en Niels Albert goede bekenden van me zijn. Dat gebagger door het slijk, ik vind dat heel mooi om naar te kijken. Ook dat volkse van een veldrit, de sfeer die eromheen hangt, snuif ik graag op. Ik voel me daar beter bij dan als ze me vragen om als paradepaardje van zakenmensen op te draven. Wie volgens mij wereldkampioen wordt? Niels Albert, alhoewel Sven dat niet graag van mij zal horen. ( lacht) Ik denk dat Niels na een rotseizoen net op tijd terugkomt om met de bloemen te gaan lopen. Ik weet trouwens dat Niels af en toe naar Njam! kijkt en ik verdenk hem ervan best een verdienstelijke kok te zijn. Door alle blessureleed heeft hij zijn niveau in de keuken misschien nog wat kunnen opdrijven. ( lacht) Sven Nys zie ik de Gazet van Antwerpen Trofee winnen, ik weet dat die altijd boven aan zijn verlanglijstje staat. Ach, ik gun het hen alle twee, ze moeten de prijzen maar onder elkaar verdelen. En daarna, als de riem er even af mag, mogen ze hun benen nog eens onder tafel schuiven in mijn restaurant." (lacht) DOOR JENS D'HONDT