Paul Vervaeck, Yves Defraigne en Lucien Van Kersschaever. Dat was het podium van het jaarlijkse referendum dat de coaches zelf organiseren om hun beste collega uit de Belgische competitie aan te duiden. Geen Aaron McCarthy, Giovanni Bozzi, Eddy Casteels of Tony Van den Bosch, de vertrouwde namen bij dit soort referenda.
...

Paul Vervaeck, Yves Defraigne en Lucien Van Kersschaever. Dat was het podium van het jaarlijkse referendum dat de coaches zelf organiseren om hun beste collega uit de Belgische competitie aan te duiden. Geen Aaron McCarthy, Giovanni Bozzi, Eddy Casteels of Tony Van den Bosch, de vertrouwde namen bij dit soort referenda. Nu al drieënhalf jaar stuurt Paul Vervaeck (45) Bree door de Belgische hoogste klasse. Bree kegelde dit seizoen landskampioen Antwerpen in twee beurten uit de play-offs en bezorgde Oostende even kriebels in de halve play-offfinale. Alleen in de beker ging het fout, weer uit bij Wevelgem, net als vorig seizoen. Bree speelde als eersteklasser nog nooit een thuiswedstrijd in de Belgische beker. Een kleine schaduwplek op een prachtig seizoen. Minstens even leuk oogt het palmares dat Yves Defraigne (36) op twee jaar bij elkaar raapte in Henegouwen, bij Mons-Hainaut. Pas in de verlenging uit de play-offfinale geduwd door Charleroi, Europees onder meer sterker dan het Italiaanse Rimini : het zijn stevige adelbrieven.Wat vinden jullie zelf van de uitslag van het referendum Coach van het Jaar ?Paul Vervaeck : Een terechte uitslag. We hebben allebei met onze ploegen - die nota bene nog steeds in opbouw zijn - knappe resultaten neergezet. In Wallonië kennen ze nu Paul Vervaeck ook. Collega's vragen me naar de redenen van het succes van Bree. Ze komen luisteren naar de clinics die ik geef. Ik voelde dit seizoen - waarin ik zowel op de Haarlem Basketbalweek in Nederland, als op de coachesbijeenkomst in Mechelen voor een grote groep collega's stond - dat de waardering duidelijk is toegenomen. Dat doet me wel wat. Yves Defraigne : Ik denk dat we allebei onze clubs nieuwe impulsen hebben gegeven waardoor op beide plaatsen, zowel in Bree als in Mons, een stuk professioneler gewerkt wordt. Heel bewust werken wij aan de onderbouw van onze teams. En dan gaat het niet alleen over de spelers, maar over het bestuur, de accommodatie, noem maar op. In het buitenland kunnen de spelers veel meer geld verdienen, zelfs bij Belgische teams als Charleroi en Oostende. Dus reiken we andere dingen aan. Vervaeck : Noem het een pakket dat een pak meer enthousiasme oplevert vanuit de spelersgroep. In Bree is alles prima geregeld. De spelers worden netjes op tijd en correct betaald, ze worden door iemand van de club met hun eigen wagen afgehaald aan de luchthaven, hun kledij is er, medici en fysiotherapeuten zijn altijd beschikbaar, de woonst is in orde. Zelfs voor de opvang van de spelers en hun eventuele gezin op vrije dagen zorgen we als dat nodig mocht blijken. Jullie hebben allebei een eerste klasseverleden achter de rug. Paul als speler en coach, Yves hoofdzakelijk als speler. Helpt dat ?Defraigne : Absoluut ! De denkrichtingen die wij nu in onze clubs toepassen, bestaan al jaren. We hebben heus niks nieuws uitgevonden, alleen gaan de besturen en het management resoluut mee op die ingeslagen weg. Ik heb zelf 16 seizoenen eerste klasse basket achter de rug. Bobcat Gent, Oostende, Kortrijk en Mons-Hainaut, waar ik twee jaar geleden een punt zette achter mijn spelerscarrière. In die periode heb je echt wel gezien hoe het moet en vooral hoe het niet moet. Vervaeck : Bree is een relatief jonge ploeg. De manager was een basketleek, maar ik heb er een enorme luisterbereidheid gevonden. Die mensen weten dat ik gewerkt heb met een topcoach als Van Kers bij Racing Mechelen. De bagage die ik daar heb kunnen meenemen is nu nog altijd van enorm belang. Elke dag bijna zitten Rik Monnens, onze voorzitter, de manager en ikzelf samen. We discussiëren heel veel en dat is heel gezond voor de ploeg. De recrutering laten ze helemaal aan mij over. Sportief komen ze absoluut niet tussen. Ik zou het trouwens niet dulden. Paul, je bent drie jaar in Bree en hebt nog een contract voor drie seizoenen. Yves coacht twee jaar Mons-Hainaut en blijft minstens nog eens even lang. Geen van jullie beiden denkt er zelfs aan om van team te veranderen. Zijn dit lifetime-contracten ?Defraigne :Dat weet je niet, maar wat mij betreft, zou dat absoluut wel kunnen. Alleen kan je als coach geen 10 seizoenen na elkaar met dezelfde spelersgroep aan de slag. Maar als daar heel geregeld veranderingen in gebeuren, kan je perfect levenslang bij één team blijven. Ik zie het zo : drie jaar bouwen aan een team, oogsten en dan moeten het roulement weer werken. Dat kan alleen met Belgische coaches. Teams die met buitenlanders werken, vallen en staan met het resultaat dat die coach behaalt. In Italië bijvoorbeeld is de positie van de coach onaantastbaar. Dat kennen we in België niet. Ik woonde in Parijs tijdens de Final Four van de Suproliga een clinic van de Italiaanse topcoach Messina bij. Die man sprak heel andere taal dan wij over basketbal gewoon zijn. Bouwen, geduldig bouwen, daar gaat het allemaal om en dan speelt een coach een heel belangrijke rol. In België is de coach nog steeds een noodzakelijk kwaad. Ik denk dat wij, Bree en Mons-Hainaut, wel op de goede weg zitten. In die teams is een stukje eigen cultuur voelbaar. Ook in Charleroi trouwens. Eric Somme weet precies wat hij aan Bozzi heeft. Alleen wisselt Charleroi misschien te graag binnen de spelersgroep. Zo haal je belangrijke bouwstenen natuurlijk iets te snel weer weg. Het cement kan niet eens harden. Vervaeck : Ik kan effectief nog een tijd bij Bree aan de slag blijven. Uiteindelijk is het mijn doel een ziel in deze club te leggen. Je wordt als coach een stukje van die familie. Zowel in Mons als in Bree is basketbal een feest. Trommels, toeters en bellen. Als ik 700 VIPS in het Breese tentenkamp zie aanschuiven aan de feestdis, dan is dat niet alleen omdat ze daar culinair verwend worden, maar ook omdat op het veld wat te beleven valt. Het is een sneeuwbaleffect. Bij de eerste eerste klassewedstrijd van Bree zaten goed 100 mensen in de dinner-club en kochten in totaal 500 mensen een kaartje. Nu is de zaal weken op voorhand uitverkocht. We verhuizen volgend seizoen naar een gloednieuwe sporttempel met 4000 zitjes. Dat wordt onze nieuwe uitdaging : die weer allemaal bezet krijgen. Geloof me, dat gaat in Bree niet heel lang duren. Opvallend ook, tussen de veertien eerste klassecoaches lijken jullie wel uitzonderingen in de manier van coachen. Heel beheerst en zelden of nooit in de clinch met spelers of refs.Vervaeck : ( lachend) Maar wij zijn ook effectief de kalmste coaches uit de eerste klasse. Misschien daarom ook dat die verkiezing van mij als Coach van het Jaar voor sommigen verrassend overkomt. In stilte werken is het devies. Als je goed kijkt zie je zowel Yves als mezelf overal. Op wedstrijden, op clinics. Maar nooit op de eerste rij, altijd ergens achterin. Ik werk liever, knus in mijn eigen spelersgroep, met jongens die vooral karakterieel goed bij elkaar passen, gebaseerd op vertrouwen en eerlijkheid. Uit een speler waar je als coach achterstaat, haal je veel meer. Dat merken de spelers trouwens zelf ook heel vlug. Een coach met naam dwingt alleen daarmee één, hoogstens twee maanden respect af. Met een gepaste manier van werken duurt dat veel langer. Het is trouwens niet alleen zo dat ik weinig of nooit roep, ook onze spelers doen dat niet en het is hun nochtans nooit gezegd dat het niet mag. Het heeft voor mij alles te maken met de positieve ingesteldheid waarmee ze in Bree benaderd worden.Defraigne : Bij ons is het zo dat spelers die te ver gaan tegen een ref onmiddellijk door mij worden aangepakt en tijdelijk naar de bank moeten. Dat levert dan ook respect van de scheidsrechters op. Het rustig blijven heeft volgens mij ook alles te maken met de algemene benadering van de competitie door onze teams. Een wedstrijd op zich is voor ons geen doel. Het behalen van de play-offs bijvoorbeeld wel en dan weet je dat er onderweg ooit wel een accidentje kan gebeuren. Een off-day, bijvoorbeeld. De tijd van roepen om te roepen is volgens mij voorbij. Je kan een speler niet beter maken door er veertig minuten staan tegen te brullen. Waar ik me wel kan over opwinden, is dat ze iets, waar we al wekenlang mee bezig zijn, domweg blijven fout doen. Dat krijgen ze wel te horen. Laat me duidelijk stellen dat ik ook enorm teleurgesteld ben na een nederlaag, maar ik hoop dat ze me nooit afrekenen op het resultaat van één of een paar wedstrijden. Met een behandeling zoals Lucien Van Kersschaever die dit jaar bij Oostende heeft gekregen, zou ik enorm veel moeite hebben. Net als jij Paul. Jij organiseerde de week na het ontslag van Van Kers bij Oostende, een actie van de Belgische coaches.Vervaeck :En ze hebben me gelijk gegeven, zelfs nu in het referendum. Van Kers is derde geworden. Weet je wat er opvallend is : geen enkele coach die een prijs heeft gehaald, is verkozen. McCarthy wint titel en beker en staat niet in de topdrie. Zijn eigen fout, niks meer, niks minder. Ik heb dit seizoen toch dikwijls genoeg tegen Oostende gespeeld. Drie wedstrijden in één week tijdens de play-offs en geen enkele keer een handdruk of wat dan ook. Een heel klein ventje, kijk maar naar de spelers die nu één voor één Oostende de rug toekeren omdat hij blijft. Terwijl de actie die ik opzette niet eens tegen hem gericht was. Kijk, wij coaches leven en beleven basketbal en Van Kers is zowat onze peetvader. Ik reageerde vooral tegen de manier waarop hij aan de deur gezet werd. Met een telefoontje van Vande Lanotte in de spelersbus op weg naar Oostende, na winst in Ieper en met een afgetekende leiderspositie op zak. En zelfs een zekere plaatsing voor de tweede ronde in de beresterke Suproleague. Zoiets van ge moet morgen niet meer komen. Kijk, je kan een ploeg niet tegenhouden om van coach te wisselen, punt uit. Maar een menselijke behandeling is het minste wat wij kunnen vragen, nee zelfs eisen. Defraigne : Ik heb minder dan Paul een Van Kers-verleden, maar ik ben wel ingegaan op zijn vraag om de persconferenties na de wedstrijden van dat weekend te boycotten. Samen met Erik Rogiers van Aalst, onze tegenstander toen. Dat moet een signaal geweest zijn naar de clubs. Wat Oostende daar deed was er ver over. Lucien verdiende beter dan die hondenbeet. Vervaeck : Maar ook de coacheswereld zelf kan hard zijn. Yves, ik haal me zo jouw eerste weken als coach voor de geest, twee jaar geleden. Het heeft maanden geduurd vooraleer je als nieuwkomer aanvaard werd door de coacheswereld. Er werd gefluisterd en zelfs al stiekem gelachen dat jij, als nieuwkomer en pas speler-af, er nooit wat zou van bakken. En dan nog met Jurgen van Meerbeeck als assistent. Een heel onervaren duo. Ondertussen weet iedereen wel beter. Het lachen is overgegaan in bewondering, dat merk je zelf wel. Weet je, het komt er gewoon op aan dat je de kans krijgt om te tonen wat je kan, voor mij is het niet anders geweest. Falen staat niet in de woordenboek van de meeste clubs. Ik heb het geluk om in Bree te mogen bouwen aan een team, nu weer met de transfer van bijvoorbeeld Yves Dupont en Julius Joseph, een Brit waar men in België nog van zal opkijken. Bree is een club naar mijn hart en die luxe heeft Yves in Mons ook. Daarom dat onze titels van Coach en vice-coach van het Jaar ook de prijzen van onze besturen zijn. Ook daar van kunnen andere teams beslist veel leren. door Dirk Jacobs