Eigenlijk is het bij ons nooit saai', bedenkt Danny Geerts (57), terwijl hij het manuscript van zijn laatste uitgave doorbladert. 'Meer zelfs, op 't Kiel is het nagenoeg altijd plezant. Dat was ook de insteek om opnieuw iets te maken, want we beschikken momenteel over een grote schare aan jonge fans. Zij zijn misschien niet allemaal op de hoogte van ons palmares, want we werden tussen 1922 en 1939 toch zeven keer Belgisch kampioen en haalden in totaal drie bekerzeges. Die gasten willen nog eens vernemen waarom Marc Degryse bij zijn korte passage - amper drie jaar - zo veel mooie herinneringen overhield aan onze twaalfde man en clubsfeer. Als onze fans iemand in hun hart sluiten, is dat voor altijd.'
...

Eigenlijk is het bij ons nooit saai', bedenkt Danny Geerts (57), terwijl hij het manuscript van zijn laatste uitgave doorbladert. 'Meer zelfs, op 't Kiel is het nagenoeg altijd plezant. Dat was ook de insteek om opnieuw iets te maken, want we beschikken momenteel over een grote schare aan jonge fans. Zij zijn misschien niet allemaal op de hoogte van ons palmares, want we werden tussen 1922 en 1939 toch zeven keer Belgisch kampioen en haalden in totaal drie bekerzeges. Die gasten willen nog eens vernemen waarom Marc Degryse bij zijn korte passage - amper drie jaar - zo veel mooie herinneringen overhield aan onze twaalfde man en clubsfeer. Als onze fans iemand in hun hart sluiten, is dat voor altijd.' Vijftien jaar geleden verscheen zijn eerste naslagwerk over den Beerschot. Maar de ex-journalist van Het Nieuwsblad (van 1983 tot 2005) en oud-persverantwoordelijke van Germinal Beerschot - die sinds het seizoen 2013/14 als huisorgaan de officiële communicatie via de website en sociale media verzorgt - voelde het opnieuw kriebelen. 'Om alles toch een beetje in het juiste perspectief te plaatsen', verwoordt Geerts. 'Iets uitgebreider vertellen over de oprichting, de info over het stadion, de Olympische Spelen van 1920 én zeker de hoogtepunten in de clubgeschiedenis. Alles werd opgehangen aan spelers die een beslissende invloed uitoefenden. Bij onze eerste titel had je Arthur Van Meenen. Die jongen vertoefde een heel seizoen bij de reserven, maar voor de beslissende titelwedstrijd - een zogenaamde 'belle' - tussen Beerschot en Union in Gent moest hij de centervoor vervangen, want die zat opgescheept met een vormcrisis. Van Meenen scoort, brengt het tweede doelpunt aan en lijkt vertrokken voor een mooie loopbaan. Niks van, dus. Veel opzoekingswerk, via schaarse krantenartikels uit de jaren twintig en dertig, leerde ons dat de aanvaller bonje kreeg met het bestuur en nooit meer voor den Beerschot uitkwam. Ik vond zowaar een exclusief interview terug.' Geerts probeerde ook nieuwe feiten of anekdotes naar boven te halen over de clubiconen Raymond Braine, Juan Lozano, Jan Tomaszewski en de in februari overleden Rik Coppens. 'We vonden toch nog nieuw materiaal, om het nostalgische gevoel aan te wakkeren.' Het werd uiteindelijk een hele reconstructie van het verleden, met een aantal sleutelwedstrijden als uitgangspunt. Geerts tuurde vele uren naar vergeeld papier van oude krantenartikels. 'We vonden wel leuke en originele foto's terug, dankzij enkele hevige supporters. Wat me opviel, is de vaststelling dat 't Kiel in de jaren twintig en dertig - toen het voetbal nog echt in zijn kinderschoenen stond - bijna altijd afgeladen vol zat. Dan spraken we toch snel van 20.000 tot 25.000 toeschouwers. Dat was een uitloper van het succes van het Belgisch olympisch team dat op den Beerschot in 1920 kampioen werd.' Ook dit seizoen raakt het Olympisch Stadion van de derdeklasser telkens goed gevuld. Dat zeven- tot achtduizend fans de thuiswedstrijden volgen, daar kunnen veel Belgische ploegen op het hoogste niveau alleen maar van dromen. Een bewijs van vooral veel clubliefde. 'Onze loges zijn ook altijd volgeboekt, gemiddeld zitten we met vijf- tot achthonderd eters per thuiswedstrijd', zegt Geerts. 'Overal waar wij komen, vormen wij een attractie, zeker op verplaatsing. Bepaalde clubs krijgen - met alle respect - vaak amper drie- tot vierhonderd toeschouwers over de vloer. Iedereen ontvangt KFCO Beerschot-Wilrijk dan ook met open armen. Het lijkt vaak op een soort opendeurdag. Ook op 't Kiel wordt iedereen met de nodige egards ontvangen. Wij proberen hen te betrekken in de positieve sfeer. Wij zijn min of meer professionele amateurs, die optimaal gebruik willen maken van de bagage uit eerste klasse. Onze club wordt nu gedragen door veel vrijwilligers, mensen die dit bij wijze van spreken tussen de soep en de patatten over hebben voor hun passie.' Op termijn is dat onhoudbaar, beseft Geerts. 'Het gaat allemaal wat snel, na twee opeenvolgende promoties. Iedereen werkt zich de ziel uit het lijf, maar we moeten erop anticiperen dat niet iedereen aan dit tempo kan blijven volgen. Gelukkig zie ik nu veel realisme. De overgebleven bestuurders van het oude Beerschot zijn echte supporters, die veel hartzeer hebben gekend en vaak op hun ziel werden getrapt door de zogenaamde redders die het allemaal lieten verloederen. We moeten sportief gestaag groeien. Voor de supporters misschien niet eenvoudig, want zij verkeren al meer dan twee en een half jaar in extase.' KFCO Beerschot-Wilrijk is een sexy product. Met Hernán Losada (voor de derde keer), Davy De Beule, Jimmy De Jonghe, Anthony Portier, Kenny Thompson, Kevin Geudens, Vincenzo Verhoeven, Tom Pietermaat en Jonas Laureys telt de derdeklasser een pak ex-eersteklasseprofs in haar A-kern. 'Het enthousiasme werkt aanstekelijk voor sponsors en spelers', weet Danny Geerts. 'Bij de onderhandelingen moeten er niet veel argumenten op tafel worden gegooid om iemand te overtuigen. Liever op 't Kiel dan pakweg tekenen bij Walhain. Geudens keek uit naar het eerste contact met ons stadion en de fans, want het deed hem sterk terugdenken aan het fanatisme bij KV Mechelen. Den Beerschot, dat is gewoon de Belgische volksclub bij uitstek. Dat onthield ik ook van Jan Verheyen, de vader van Gert. Hij won als aanvoerder van den Beerschot de beker in 1971. Die seizoenen op 't Kiel staken er bovenuit, ook al was hij vaste waarde bij de Rode Duivels en voetbalde hij nog voor Anderlecht en Union. Of je had Herman Houben. Een zogenaamd boerke van Wortel, die een driejarig profcontract kon tekenen bij den Antwerp, maar daar na amper een seizoen vertrok - ondanks het geld - omdat hij er werd weggelachen. Johan Coninx, Dirk Goossens en Patrick Vervoort zeiden het ook: als je op den Beerschot binnenkomt, dat is puur genieten. Het zoontje van Daniel Cruz, die opnieuw in Colombia woont, is nu vijf jaar oud en heeft wel wat talent. Maar zijn vader wil slechts één ding: dat die kleine ooit nog eens bij den Beerschot kan spelen.' De samenwerking met Germinal Ekeren in 1999 catalogeert Danny Geerts als een verstandshuwelijk, bij KFCO Wilrijk herkent hij eerder dezelfde mentaliteit als bij Beerschot. 'We moeten hen heel dankbaar zijn voor de volledig nieuwe start, ook al liggen we ocharme twee kilometer uit elkaar. De meeste van hun supporters waren sowieso al Beerschotminded. Zij waren het beu om als een jojoclub te worden versleten tussen eerste provinciale en bevordering. Daar kwam gemiddeld niet meer dan 125 man kijken thuis. De rauwe en cynische humor van 't Kiel appreciëren ze. Onze opmerkingen waren zeker niet slecht bedoeld, maar de mensen van Ekeren hadden er last mee toen wij bij de eerste thuiswedstrijd aan de inkom zeiden: 'Mannen, zet jullie klompen hier maar achter de hoek. En na de match, trek ze dan maar weer aan.' Je kan je niet voorstellen hoeveel personen zich daaraan stoorden, ze beschouwden het als een persoonlijke aanval op de boeren. Wat daarna gebeurde, met de smet van het faillissement in 1999, beschreef Geerts bewust niet, zegt hij, maar: 'Ik kon het niet laten een ferme veeg uit de pan te geven aan Patrick Vanoppen, die op amper twee jaar tijd alles kapot kreeg wat er was opgebouwd. Over die mens kan ik echt niks positiefs zeggen.' 'Nu vormen we een hechte bende, we zijn ook gelouterd door het verleden. Met de huidige bewindsploeg is er geen tweespalt mogelijk. Op de fandag van 2013, bij het prille begin, realiseerden we ons dat hier iets groots mogelijk is. We hadden gerekend op maximaal 3000 fans, maar uiteindelijk werden het er 8000. Iedereen kreeg daarvan de tranen in de ogen. Het is slechts een statistiek, maar de voedingsbodem en basis van alles. Voor mij ook het bewijs dat een echte Beerschotter zijn club nooit in de steek laat. Wij zijn straffer dan Jezus, want wij stonden al twee keer op uit de dood. Zelfs onze burgemeester Bart De Wever, die lange tijd helemaal geen voeling had met het voetbal, snapt ondertussen de impact van Beerschot als ambassadeur voor de stad en een bepaalde groep inwoners. Wij leerden echt de tering naar de nering te zetten.' De afgelopen twee seizoenen werden Jef Snyders en Dyron Daal uitgeroepen tot Rat van 't Jaar, na de legendarische materiaalman Jos Van Hout - die ook een pagina mocht vullen in het boek - in het seizoen 2012/13. 'Noem ons maar Beren of Mannekens, dat bekt beter dan Ratten', lacht Danny Geerts. 'Wij zijn dan wel gegroeid uit een groep van notabelen, nu is KFCO Beerschot-Wilrijk van iedereen. Want Wilrijk, dat zijn de geiten. Er heerst een Engelse sfeer op onze tribunes en we beschikken over een kennerspubliek. Zelfs uit het buitenland komen er delegaties naar ons toe van verdwenen traditieclubs, zoals vorig jaar nog het Nederlandse HFC Haarlem. Ons project, Beerschot als club van en voor de supporters, heeft dus een toekomst.' 'Carnaval op 't Kiel' wordt uitgegeven door Van Halewyck, telt 260 pagina's en kost 22,50 euro. DOOR FRÉDÉRIC VANHEULE - FOTO'S BELGAIMAGE'Als onze fans iemand in hun hart sluiten, is dat voor altijd.' - DANNY GEERTS 'Daniel Cruz wil maar één ding: dat zijn zoontje ooit nog eens voor den Beerschot kan spelen.' - DANNY GEERTS