Onze offers

William Owusu (29): 'De Fante, een stam in het zuiden van Ghana, organiseren jaarlijks een festival waarbij jongemannen op antilopejacht trekken. De uitdaging is om als eerste terug te keren met een levende antilope op je schouders. Wie daarin slaagt, wordt geroemd voor zijn moed. Het beest offeren ze.
...

William Owusu (29): 'De Fante, een stam in het zuiden van Ghana, organiseren jaarlijks een festival waarbij jongemannen op antilopejacht trekken. De uitdaging is om als eerste terug te keren met een levende antilope op je schouders. Wie daarin slaagt, wordt geroemd voor zijn moed. Het beest offeren ze. 'Elke stam in Ghana heeft zijn gebruiken. Mijn vader komt uit Kumasi en behoort tot de Ashanti. Mijn moeder komt uit Ada en hoort bij de Krobo. Ze ontmoetten elkaar in Accra. De familie van mijn moeder verkocht in de hoofdstad landbouwproducten; mijn vader werkte er als accountant. Tot hij naar Japan trok. Toen was ik twee. Hij kwam pas zes of zeven jaar later terug.' 'Toen ik net geboren was, wilde de familie van mijn moeder meteen Krobo-rituelen met mij uitvoeren. Dan kunnen bijvoorbeeld met een scheermesje sneetjes worden aangebracht op het aangezicht, iets wat zowel bij de Krobo als bij de Ashanti gebeurt. Bij de Krobo is het een identificatiemethode. Aan de hand van het aantal sneetjes en de plaats op het aangezicht waar ze zijn aangebracht, kunnen anderen zien dat jij ook bij de Krobo hoort. De Ashanti gebruiken zulke sneetjes dan weer om in die wonde medicijnen aan te brengen. Ik heb ooit één zo'n sneetje gekregen, maar dat kun je nu niet goed meer zien. 'Het zinde mijn vader niet dat de familie van mijn moeder met mij Krobo-rituelen wilde doen. Toch stond hij het toe. Tot ik als baby plots eens doodziek werd. Toen weet mijn vader het aan die rituelen en verbood hij ze. 'Lange tijd was het niet evident dat mensen van de ene stam trouwden met iemand van een andere stam. Nu nog zijn er families die zich daartegen verzetten, uit angst dat hun kind de voeling zal verliezen met de eigen stamcultuur. En zelfs bij relaties binnen dezelfde stam kunnen families zich verzetten. Soms stemmen de families er niet mee in omdat verre voorouders langs beide kanten ooit eens een dispuut hadden dat van generatie op generatie is doorgegeven. En geld kan ook een rol spelen. Ik heb één halfbroer die dezelfde vader heeft als ik, maar een andere moeder. Mijn vader had een prima relatie met die vrouw, maar haar familie was welgestelder dan de zijne. Haar ouders zetten haar onder druk om bij hem weg te gaan en naar het Verenigd Koninkrijk te trekken, waar zij al leefden. Ze deed dat; anders had ze niemand meer om op terug te vallen wanneer er iets zou gebeuren. Mijn halfbroer bleef bij ons tot 1997 of 1998; toen kwam zijn moeder hem halen.' 'Kom je naar Ghana, dan raad ik je een uitstapje aan naar het stadje Paga, in het noorden. Daar kun je als toerist op een levende krokodil zitten. Als je wil, gaat dat beest zelfs met jou even de rivier in en brengt het je veilig terug naar de kant. No risk.' ( lacht) 'Ghana heeft al prima voetballers voortgebracht. Abedi Pelé bijvoorbeeld, een fantastische speler. En Tony Yeboah. Spijtig genoeg lagen die twee vaak met elkaar overhoop. Sommigen zeggen dat Ghana prijzen misliep door de rivaliteit tussen die twee. Maar als je mij in mijn jeugdjaren had gevraagd wie de beste Ghanese voetballer was, had ik niet Pelé of Yeboah geantwoord, wel Nii Odartey Lamptey, die in de jaren negentig bij Anderlecht speelde.' 'In Ghana eten we vaak soep met fufu, een brij die gemaakt wordt van cassave en groene bakbananen. Als je zo'n maaltijd naar binnen hebt gewerkt, kun je úren slapen. Maar toen ik hier in België aankwam, kreeg ik plots heel ander eten: een bord met frieten en stoofvlees bijvoorbeeld. Toen ik dat leeg had, dacht ik: wanneer komt de hoofdschotel? ( lacht) En op restaurant waren de porties nóg kleiner. Maar intussen ben ik eraan gewend. Nu kan ik 's middags een bord spaghetti eten en met een voldaan gevoel van tafel gaan. Sterker nog: als ik in de Afrikaanse winkel nog eens fufu koop en dat klaarmaak, kan ik er maar een kleine portie meer van eten. Al na een paar happen voel ik me opgeblazen. België heeft dus mijn Afrikaans eetpatroon compleet om zeep geholpen.' ( lacht)