In een voetbalstadion zal je hem niet vinden, daarvoor duurt een wedstrijd hem ruim tachtig minuten te lang. Denk maar niet dat hij er daarom niets van kent. Naar aanleiding van de WK-kwalificatieduels tussen België en Tsjechië wil Lucien Van Kersschaever wel eens uitwijden over de verschillen en overeenkomsten tussen zijn sport en het voetbal.
...

In een voetbalstadion zal je hem niet vinden, daarvoor duurt een wedstrijd hem ruim tachtig minuten te lang. Denk maar niet dat hij er daarom niets van kent. Naar aanleiding van de WK-kwalificatieduels tussen België en Tsjechië wil Lucien Van Kersschaever wel eens uitwijden over de verschillen en overeenkomsten tussen zijn sport en het voetbal. Zal u kijken ?Lucien Van Kersschaever : Ik denk het niet. Als ik naar voetbal kijk, maak ik me kwaad. Gisteravond heb ik op Canal+ naar Standard-Anderlecht gekeken, zo'n beetje tussendoor. Ik ben weggezapt omdat ik me erover kwaad maakte dat daar zoveel spelers tussenlopen die in mijn ogen niet klaar zijn voor dergelijke prestaties. Dat stoort mij. Als ik kijk naar de verhouding tussen goede en slechte passes - in baskettaal : assists versus turnovers - in de wedstrijd van gisteren, kom ik tot een onthutsende conclusie. Is die verhouding in het basketbal één op één, dan zeggen we : we zitten goed. Eén assist tegen twee slechte passes, dat is al slecht. Maar gisteren, in die voetbalwedstrijd, was het misschien wel één tegen vijf, of één tegen zés ! Een gewone pass die helemaal verkeerd terechtkomt, dat frustreert mij, dat maakt mij kwaad. Vandaar dat ik rap ga zappen. Dus, België-Tsjechië... Als ik thuis ben en er is geen basketbal, zal ik waarschijnlijk wel zappen. De dag van de terugwedstrijd zit ik in Istanboel voor een basketbalwedstrijd.U ligt er niet van wakker.Nee. Pas op, ik zal supporteren. 't Is te zeggen : uiteraard zou ik willen dat België zich kwalificeert. Alleen, dat wordt niet bepaald in die twee wedstrijden. Want waarom moet België die wedstrijden spelen ? Omdat het niet klaar is om aan een dergelijke competitie deel te nemen. Een bondscoach - of het nu Waseige is, of Van den Bosch, of De Cauwer, of De Vlaeminck - is afhankelijk van de clubs. Als de clubs geen spelers klaarmaken, kan je geen nationale ploeg maken. Het is een vicieuze cirkel die begint bij de clubs. Als zij zich niet realiseren dat alles begint bij de jeugdopleiding - zoals KV Mechelen deed in de tijd van Fi Van Hoof en De Mos... Daar bent u naar gaan kijken ?Oh ja, absoluut. Zij hadden een zeer goede werking. Ik coachte Maes Pils Mechelen, we waren buren. Omdat wij een profclub werden, ben ik toen verscheidene keren gaan praten met Aad de Mos en Fi Van Hoof, over hoe zij dat deden, hoe het bij hen in elkaar stak. Ik heb nooit het genoegen gehad met die man van Auxerre te spreken - hoe is zijn naam ook alweer ?Guy Roux.Dàt zijn de voorbeelden, de mensen naar wie we moeten kijken. Opleiding is een kwestie van tijd en geduld. Een kind kan je niet op twee, drie jaar klaarmaken voor het hoogste niveau. Daar heb je acht à tien jaar voor nodig. Aan dat geduld moeten de clubs werken. Ze moeten niet bezig zijn met het transfereren van spelers, want daarin kan België niet meer mee. Wat dat betreft heeft het voetbal dezelfde problemen als het basketbal. Waar gaat het goed in België ? In het vrouwentennis en in het judo. Waarom ? Omdat de atleten door de tennisscholen van jongsaf klaargemaakt worden om aan de top te spelen. In het judo, precies hetzelfde. Ze worden klaargestoomd, niet om goed te zijn in België, maar voor de tóp. Het voetbal heeft daar geen message aan. Topvoetbal in België als contradictio in terminis.Ze zijn niet gerééd ! Kijk naar de Belgische spelers in het buitenland. Hoeveel zijn er die efficiënt meespelen ? De vraag stellen is ze beantwoorden.Ik zie in de laatste jaren één speler die heeft meegedaan - niet op de bank gezeten, hé. Luc Nilis. En vóór Luc Nilis was het Erik Gerets. Je hebt wel wat spelers in Italië die meegespeeld hebben, maar Luc Nilis heeft de tóp gespeeld. Erik Gerets heeft de tóp gespeeld. Noem mij andere namen en ik zal u zeggen... Marc Wilmots.Marc Wilmots heeft gedurende een periode bij Schalke 04 een behoorlijk niveau gehaald. Maar ze hebben hem toch weggedaan, hé. Marc Wilmots heeft één groot voordeel, dat hij een enorm hart heeft, een enorme inzet, en een enorme wilskracht. Maar techniek ? ( Zucht.) Dat schijnt ook niet belangrijk meer te zijn. Als je maar hard kan lopen.En hard schoppen. Ik geloof daar niet in. De basis blijft : techniek. En als je ze helemaal beheerst, moet je ze kunnen uitvoeren tegen een hoog tempo. Kijk naar alle grote voetballers in Engeland, zij kunnen hun techniek gebruiken onder pressure, tegen een hoge snelheid, enzovoort. Zij blijven goeie passes afleveren. Ik weet ook dat je geen voetbalploeg maakt met tien spelers als Beckham. Je moét werkmensen hebben achterin, role-players. Jaap Stam is zo'n typische role-player, maar niettegenstaande dat heeft hij een meer dan behoorlijke techniek. Techniek blijft de basis van elke sport. Als je daarvan afstapt en zegt : we hebben iemand nodig die alleen maar hard kan lopen en hard schoppen, dat blijft niet duren. U praat als een kenner. Bent u zeker dat u niet heimelijk méér naar voetbal kijkt dan alleen maar al zappend ?( Lacht) Neen. Ja. Ik zie Manchester wekelijks aan het werk, maar niet lang, hé. Vier of vijf minuten. Zes, misschien. Ik kan geen volledige wedstrijd uitkijken, daar heb ik het moeilijk mee. Ik kijk zeer graag naar Braziliaans voetbal, naar Argentijns voetbal ook, en Engeland uiteraard. Ik zie direct... Hoe eigenaardig het ook klinkt, ik kom uit een voetbalfamilie. Ik heb twee ooms, van wie de ene bij Cercle heeft gespeeld - Josef Van Kersschaever - en de andere, van moederszijde, bij Club Brugge - Albert Rauw. Dat was ten tijde van de eerste Belg die naar het buitenland ging, naar Tsjechoslovakije... Raymond Braine.Braine, juist. Ik kom uit een café dat het clubhuis was van Daring Blankenberge. Een club in provinciale, maar ik bedoel maar : ik weet wat voetbal is. Trouwens, je kunt voetbal zéér gemakkelijk vergelijken met basketbal en waterpolo. Omdat het balsporten zijn, ploegsporten ook. Deelt u het neerbuigende toontje waarmee vanuit andere sporten vaak over het voetbal wordt gesproken ?Ja en neen. Niet helemaal. Dat er meer aandacht gaat naar het voetbal, komt omdat het meer publiek heeft. Maar in Spanje, Italië of Griekenland krijgt het basketbal ook veel aandacht. Wat spelevoluties betreft, denk ik dat het basketbal al veel vroeger aandacht besteedde aan tactiek. Wat wij break-down noemen : het analyseren van de tegenstander en in functie daarvan bepalen hoe je zelf gaat spelen. Ik word gewaar dat men nu in het voetbal ook over zone begint te spreken. In het basketbal analyseren en trainen we facetten van het spel met twee of drie spelers. Ik veronderstel dat ze dat in het voetbal ook doen, voor corners en vrijschoppen, maar wij doen het al veertig, vijftig jaar. Wij zijn ook al lang bezig met het filmen van de tegenstander - en ook je eigen ploeg - om hem te analyseren. Ik weet dat Waseige veel van basketbal kent en daar ongetwijfeld zaken van gebruikt in het voetbal. Dat doen wij ook, ik ben zelf naar voetbaltrainingen gaan kijken. Spelers zijn met elkaar verbonden door een onzichtbare elastiek. Het kan niet dat een speler beweegt zonder dat de anderen mee bewegen, want dan krijg je problemen. Soms zie ik dingen in het voetbal waarvan ik denk : mensen toch, waar zijn jullie mee bezig ? De back krijgt de bal toegespeeld aan de zijkant en wordt daar opgepresst door de vleugelspeler van de tegenstander. Zijn laatste uitweg is de bal achteruit te spelen. Dan zie je dat de centervoor of de andere vleugelspeler, aan de weak side, dat gewoon laten gebeuren ! Waarom moet die ene vleugelspeler alle moeite doen om die back op te jagen als jij in je neus staat te peuteren in plaats van de lijn naar de keeper weg te nemen ? In het basketbal snij je de passinglijnen af. Alleen : je moet dat met z'n allen doen. Als er één niet meedoet, is het werk van de anderen nutteloos. In het voetbal is het precies hetzelfde. U ziet het te weinig gebeuren.In België zie ik het niét ! Dat stoort mij. Ik zie hier geen rotaties, in Engeland wel. Een voetballer verdient veel geld - een basketballer ook, versta me niet verkeerd. Ik vind dat normaal : het gaat om spektakel, entertainment, zoals de cinema. Maar dan zeg ik : voor dat geld moet je werken. Een voetballer moet minimum acht uur per dag met zijn sport bezig zijn. Hij moet niet noodzakelijk al die tijd op het veld staan, daar mag een uur video-analyse bij zijn, een uur krachttraining, er moet rust en verzorging ingebouwd worden, enzovoort. Maar een prof hoort 's morgens om acht uur op de club te zijn en acht uur later naar huis te gaan. Nu gaan ze 's middags naar huis, en wat ze de rest van de dag uitspoken, daar heeft niemand vat op.Ik herinner me dat Aad de Mos zei : rusten is ook trainen. Eerst begreep ik dat niet goed, maar hij had gelijk. Nu komen ze thuis, gaan met hun vrouw naar Delhaize en lopen dan veertig minuten lang zo'n karretje voor zich uit te duwen. Denk je niet dat dàt vermoeiend is ? Véél vermoeiender dan veertig minuten ball-handling. Of veertig minuten penalty's trappen. Of veertig minuten een bal door een opgehangen autoband sjotten. Waarom denkt men daar in het voetbal anders over dan u ?( Lacht) Dat weet ik niet. U heeft een indrukwekkende videocollectie. Hoeveel voetbal zit daartussen ?Niet zoveel, een cassette of vijf, maar ze zijn heel belangrijk. Die van de Ajaxschool, die van de conditietrainer van Feyenoord. Ze gaan vooral over het aanleren van technieken bij kinderen : evenwicht, snelle voeten krijgen, lateraal bewegen, pleometrics, agility. Op die Ajaxcassette is nog een piepjonge Patrick Kluivert te zien. Daar zie je hoe de bal voor die kinderen op den duur geen geheimen meer heeft. Amortie op de voet, op de dij, op de borst, alles alsof het niets is, alsof het automatisch gebeurt, zonder nadenken. Pas als je de basic skills beheerst, kan je verdergaan. Het heeft geen zin om basketbal of voetbal te beoefenen, als je schrik hebt om de bal te krijgen. Wij hebben ook allemaal eerst lettertjes leren schrijven, dan woordjes, dan zinnetjes, en pas dàn een opstel leren maken. Moet een trainer dan een teacher zijn, een leraar ?In de eerste plaats wel. Hoewel, helemaal juist is dat niet. Ik ben eerst teacher, dan coach. Maar je hebt coaches die geen teacher zijn en hun ploeg samenstellen via recrutering. Guy Thijs en Raymond Goethals waren in mijn ogen schitterende coaches, omdat ze zeer goed konden recruteren. Zij wisten welk type speler ze nodig hadden op een bepaalde positie. Dat was zuivere coaching. Wat voor een bondscoach het belangrijkste is, hij hoeft geen teacher te zijn.Inderdaad, hij moet vooral kunnen selecteren. Daarom zeg ik : bondscoach zijn is gemakkelijk als alle clubtrainers hun werk goed doen. Daar loopt het mis. Clubs beoordelen hun trainer vaak op het feit of de ploeg wint of verliest. Maar daar gaat het niet om, je moet hem beoordelen op zijn werk.Dat doen clubs niet, onder meer omdat ze zich laten leiden door de media die meestal alleen maar de wedstrijden en het resultaat beoordelen.Dus moet je als coach de media opleiden. Door met hen te praten, door hen te laten zien hoe voetbal of basketbal gespeeld wordt. Ik heb het ooit tegen een collega van u gezegd : gij zijt er enkel in geïnteresseerd dat een speler met die en die te doen heeft, en niet in het spelletje zelf. Zijn antwoord was dat het publiek daar niet in geïnteresseerd is. Vandaag word ik gewaar, nu ik zelf voor televisie werk, dat de mensen daar wél belangstelling voor hebben. Het is simpel : een pint is halfleeg, of ze is halfvol. Wat ik wil zeggen : je kunt de dingen altijd positief benaderen. Schrijf tien lijntjes over de spelers die goed waren en één over wie slecht was. Je moet het niet verzwijgen, maar geef het minder aandacht. Een coach kijkt toch ook vooral naar wat beter kan ?Dat is mìjn werk, niet dat van de pers.Is het de taak van de pers om een positief klimaat te creëren ?Ja, absoluut.Dus als Waseige vindt dat de pers de Rode Duivels te negatief benadert, terwijl wij er allemaal belang bij hebben dat België naar het WK gaat, ...... heeft hij gelijk.U heeft ooit gezegd dat de nationale ploeg het reisbureau is van de journalisten. "Zo zien jullie nog iets van de wereld."( Lacht) Dat was in mijn jonge tijd. Misschien een beetje cru uitgedrukt, maar toch. De kranten hebben er alleen maar profijt bij als België naar Japan en Zuid-Korea gaat. U staat, net als Waseige, bekend als een coach die zich snel opwindt bij een kritische vraag.Ja, als die vraag te vroeg komt. Na een wedstrijd moet je de spelers eerst minstens vijftien minuten met rust laten. Zoals in de NBA. Er ligt een belangrijke taak weggelegd voor goede managers om coaches en spelers op te leiden hoe ze met de pers moeten omgaan. Het heeft geen zin dat verklaringen in de pers komen die de club kunnen schaden. Zelfs al is het de waarheid, ja. En wie dat wel doet, moet er de consequenties van dragen. Zoals Jaap Stam.Nu u zich als een voetbalkenner ontpopt heeft...( Lacht.) ... denkt u dat de Rode Duivels het halen van Tsjechië ?Daarvoor ken ik de tegenstander onvoldoende. Wat ik wél heb gezien is dat het om een technisch zeer begaafde ploeg gaat. En dat is wat wij een beetje missen : technisch begaafde spelers die hun techniek ook kunnen brengen gecombineerd met snelheid.Het zit niet in onze aard, schijnt het. Belgen moeten het van hun inzet hebben.Dat is met ooglappen rondlopen. Niet willen zien wat er rondom jou gebeurt. Gemakzucht. Techniek kan je bijleren, dat is niet moeilijk, hoor. Trainen, trainen en nog eens trainen. Dag in, dag uit.Zou u een goede voetbalbondscoach zijn ?( Lacht hard) Haha ! Als ik mij er een jaar of twee mee zou kunnen bezighouden, ja. Ja. Voetbal verschilt niet veel van basketbal. Maar ik zou voor hetzelfde probleem staan als Waseige : als er geen spelers zijn kan een bondscoach geen ploeg maken. De vraag is ook : ben je content met erbij te zijn, of wil je aan de top spelen ? Frankrijk is momenteel de beste in het voetbal. Vragen wij ons wel af : waarom ? door Jan Hauspie