In 1973 tekende de US Open voor een primeur: voortaan zouden de winnaressen van het damestoernooi evenveel verdienen als hun mannelijke collega's. Op Wimbledon, het conservatieve tennisbolwerk, was het wachten tot 2007, maar de verschillen tussen mannen en vrouwen werden er niet helemaal weggegomd.
...

In 1973 tekende de US Open voor een primeur: voortaan zouden de winnaressen van het damestoernooi evenveel verdienen als hun mannelijke collega's. Op Wimbledon, het conservatieve tennisbolwerk, was het wachten tot 2007, maar de verschillen tussen mannen en vrouwen werden er niet helemaal weggegomd. Mark Leyland, schrijver én tennisfan, analyseerde alle wedstrijden die sinds 1993 op Centre Court en Court 1 werden gespeeld en kwam tot een verrassende conclusie: het marktaandeel van de mannen op de twee grootste terreinen bedroeg 61 procent. En, voegde hij eraan toe: door de langere duur van de wedstrijden spelen heren 2,5 keer langer op de twee showcourts dan de dames. 'Er is weinig beterschap sinds 1993', noteerde The Guardian, want vorig jaar was de verhouding nog altijd 58-42. Vorig jaar speelde Elina Svitolina, het vierde reekshoofd, haar vier wedstrijden op kleinere terreinen, terwijl het achtste reekshoofd bij de mannen - Dominic Thiem - zijn eerste drie matchen op Court 1 afwerkte. Dat was al eerder een bron van ergernis bij Venus en Serena Williams, samen goed voor 12 Wimbledontitels, die vonden dat ze te veel naar de kleinere terreinen werden verbannen. Volgens de toernooidirectie een bewering die nergens op sloeg, maar de cijfers gaven de Amerikaanse zusjes gelijk. Tussen 2007 en 2016 speelde Roger Federer in de eerste vier ronden van het toernooi 84 procent van zijn wedstrijden op Centre Court (31) en de resterende 16 procent op Court 1 (6). Serena Williams speelde slechts 18 keer op Centre Court (55%), 7 keer op Court 1 (21%) en werd zelfs 8 keer (24%) naar een kleiner terrein gestuurd. 'In de programmatie houden we vooral rekening met de wensen van het publiek en het is duidelijk dat de laatste jaren vooral het mannentennis tot de verbeelding spreekt', klonk het bij de Wimbledondirectie.