In mei 2000 werden twee oud-spelers van Westerlo, Marc Cox en de Nederlander Coen Burg, opgepakt door de politie van Kortrijk. Motief : op 18 april 1999 had het duo wat minder hard zijn best gedaan bij een verplaatsing van Westerlo naar Kortrijk, volop verwikkeld in de degradatiestrijd. Uitslag 4-2. De Belgische interventie kwam er op vraag van de Nederlandse politie. Die had uitgevlooid dat Cox en Burg omgekocht waren door de Nederlandse drugsmaffia. Die investeerde opbrengsten van ha...

In mei 2000 werden twee oud-spelers van Westerlo, Marc Cox en de Nederlander Coen Burg, opgepakt door de politie van Kortrijk. Motief : op 18 april 1999 had het duo wat minder hard zijn best gedaan bij een verplaatsing van Westerlo naar Kortrijk, volop verwikkeld in de degradatiestrijd. Uitslag 4-2. De Belgische interventie kwam er op vraag van de Nederlandse politie. Die had uitgevlooid dat Cox en Burg omgekocht waren door de Nederlandse drugsmaffia. Die investeerde opbrengsten van haar illegale handel in immobiliën en aanvankelijk op weddenschappen in Oostenrijk. Een Surinamer koos voor een andere manier en benaderde in Nederland, België en Marokko spelers van wedstrijden waarop hij zwaar inzette om het resultaat te beïnvloeden. Via een vriend waarmee hij zaalvoetbal speelde, raakte Burg bij het schandaal betrokken. Burg sprak daarop Marc Cox aan. Volgens de politie verdeelden beide spelers 1250 euro. Beiden werden zwaar gestraft. De KBVB schorste Burg voor drie, Cox voor twee jaar en het gerecht veroordeelde Cox tot zes maanden cel met uitstel, Burg tot dezelfde straf, zonder uitstel. Gokken als weg om zwart geld wit te wassen, het is bij de kansspelcommissie geen onbekend fenomeen. Wie zwaar wint en het wat handig speelt, kan zijn combinatie gemakkelijk doorverkopen, met nog een extra procentje. De ergernis van de commissie in deze materie is dat het sportwedden buiten haar (controle)bevoegdheid valt. Toen naar aanleiding van de komst van een casino in Brussel de wetgever de wet op de kansspelen hertekende, vielen daar twee sectoren buiten. De loterijen (om niet te raken aan het monopolie van de nationale loterij ?) en de weddenschappen op sportmanifestaties. Casino's en speelholen zijn aan ontzettend veel regels onderhevig (dagelijks bekendmaken van omzet, strikte eisen qua ligging...), maar de pronostieken zijn nog geregeld door oude wetten. Zo maakt men een onderscheid tussen wedden op paarden (via een wet uit 1970 gecontroleerd door het ministerie van financiën) en wedden op sportuitslagen. Die sector wordt geregeld door een wet uit 1963 en behoort tot de bevoegdheid van het Bloso in Vlaanderen en het Adeps in Wallonië. Zo kan het dat de maatschappijen in Vlaanderen en Brussel 15 procent omzetbelasting betalen en in Wallonië slechts 11 procent. De hele sector heeft nood aan regulering meent de kansspelcommissie die schat - want exacte cijfers krijgen is heel moeilijk omdat bijvoorbeeld wedden op het internet amper te controleren is - dat het hier gaat om jaarlijks 225 miljoen euro. Ter vergelijking : de streng gereguleerde casinosector zet jaarlijks ongeveer 50 miljoen euro om.