MAANDAG 14 JUNIWat een vreemd beeld in Soccer City. Eén uur na het einde van de wedstrijd tussen Nederland en Denemarken zijn vier mensen bezig met het gras te maaien. Plots, helemaal uit het niets, rent er een man het veld op. Er breekt paniek uit. Twaalf stewards lopen achter hem aan, het wordt een lange achtervolging in een akelig lege voetbaltempel. Uiteindelijk krijgen ze hem te pakken. Met zijn vieren gooien ze zich op hem, de anderen kijken triomfantelijk toe. Terwijl intussen verder het gras wordt gemaaid, wordt de indringer door vier man naar buiten gesleept: twee houden hem vast aan de armen, twee aan de voeten.

Doodsbang zijn ze hier dat er ook maar iets gaat gebeuren. Maar verbijsterend blijft het hoe verschillend er met veiligheid wordt omgegaan. Er is totaal geen uniforme manier van denken. Dat zorgt voor steeds meer irritaties. Zo vertellen trotse Nederlandse supporters dat ze nauwelijks een halfuur nodig hadden om vanuit Soweto, het grootste township van het land, met een gloednieuwe buslijn Soccer City te bereiken. Hen wacht 's avonds een koude douche: de bus rijdt niet meer omdat de chauffeurs staken.
...

Doodsbang zijn ze hier dat er ook maar iets gaat gebeuren. Maar verbijsterend blijft het hoe verschillend er met veiligheid wordt omgegaan. Er is totaal geen uniforme manier van denken. Dat zorgt voor steeds meer irritaties. Zo vertellen trotse Nederlandse supporters dat ze nauwelijks een halfuur nodig hadden om vanuit Soweto, het grootste township van het land, met een gloednieuwe buslijn Soccer City te bereiken. Hen wacht 's avonds een koude douche: de bus rijdt niet meer omdat de chauffeurs staken. Het past bij dit land van felle contrasten. Geen woord waarmee je Zuid-Afrika beter kan definiëren dan die schrijnende tegenstellingen. Het ene moment rij je langs krotten, 's avonds kom je toe in het guesthouse Strubenkop in Pretoria, drie weken lang ons basiskamp tijdens dit WK, in een bijna van de buitenwereld afgegrendelde wijk. We passeren dan telkens weer twee wachtposten. Bevolkt door respectievelijk één en twee man. Dag en nacht. Personeel kost in Zuid-Afrika geen geld. Op het streng bewaakte domein rijdt er 's nachts ook nog een patrouille rond. En het guesthouse is afgesloten door een elektrisch hek. Kan je een veiliger gevoel krijgen in een land dat als onveilig wordt afgeschilderd? Na één week Pretoria en Johannesburg wordt het tijd om iets anders op te zoeken. We gaan naar Nelspruit, 330 kilometer oostelijker, niet zo ver van de grens met Mozambique. Daar wordt Chili-Honduras gespeeld. Een tocht langs eindeloze en weidse landschappen. Af en toe duikt er een huis op, hier en daar een klein gehucht. Soms loopt er iemand langs de autoweg. Zelfs kleine kinderen. Blootsvoets. De politie ziet het maar reageert niet. Eén enkele keer word je via een bord gewaarschuwd dat je een gevaarlijk gebied doorkruist. Met een grote kans op criminaliteit. Hier kun je maar beter geen autopech hebben. Het laatste stuk gaat langs sinaasappelplantages. Je kunt vijf kilo sinaasappelen kopen voor één euro. Ze smaken heerlijk. Nelspruit is de kleinste stad waar tijdens deze wereldbeker wordt gespeeld: amper 20.000 inwoners. Op straat zie je er niet één blanke. En opmerkelijk: de overrompelende WK-sfeer van Johannesburg en Pretoria tref je er niet aan. Af en toe een auto met een vlag, maar geen dolle taferelen op straat, geen zingende en dansende mensen. Het leven gaat zijn gewone gang. Aan de rand van Nelspruit ligt het Krugerpark. We nemen een halve snipperdag. Dat moet kunnen tijdens het WK. De veiligheidscontrole waarmee je het park binnenraakt is bijna nog strenger dan die waarwee je in sommige stadions komt. En de waarschuwing is duidelijk: de ramen moeten dichtblijven. Vier uur lang dompelen we ons onder in een prachtige natuur. Maar de dieren laten het aanvankelijk afweten. Eerst wat herten, dan neushoorns. Meer niet. Maar dan, plots een opstopping. Drie leeuwinnen liggen languit op straat. Ze staren verveeld naar de auto's. Aan de rand van de weg kijkt een leeuw toe. Hij brult af en toe vervaarlijk. Het is wachten tot de leeuwinnen de goedheid hebben om op te stappen. Dat duurt drie kwartier. Alle motors worden afgezet. Het is een heel beklijvend moment: mensen en roofdieren zo dicht bij elkaar. Wie denkt er op zo'n moment nog aan het WK? 's Avonds in het hotel drinken Chilenen en Italianen een pint. Voetbal als verbroederingsfeest. Zo ziet Sepp Blatter het graag. Wat de Italianen hier komen doen? Wachten op de wedstrijd van vier dagen later, tegen Nieuw-Zeeland. Je kunt maar beter op tijd zijn. Het stadion van Nelspruit ligt vijf kilometer buiten het stadscentrum. Het is een imposant bouwwerk. Aan de bouw van dit stadion hangt de geur van fraude en corruptie. De burgemeester en gemeentesecretaris zouden steekpenningen hebben ontvangen. Dat soort schandalen en belangenvermengingen hoort bij een land dat na een verdorven verleden snel, te snel een nieuwe identiteit probeert te krijgen. De bouw van deze arena, waarvoor een school moest wijken, stuitte op veel protest. Leerlingen demonstreerden. Opvallend dat de Zuid-Afrikaanse media daar niet over berichten. Je leest vooral verhalen over vrolijkheid. Wat er nadien met het stadion van Nelspruit (43.000 plaatsen) gaat gebeuren terwijl er in deze stad geen voetbalclub van niveau is? Niemand die het zich afvraagt. Nelspruit is niet verwend door de loting. Na Chili-Honduras volgen nog Italië-Nieuw-Zeeland, Australië-Servië en Noord-Korea-Ivoorkust. Het stadion staat langs de kant van de drukste weg. Als trofee van een land dat een sportevenement wil gebruiken om zichzelf weer op de internationale kaart te zetten. 's Avonds snel terug naar Pretoria, een nieuwe rit van 330 kilometer. Langs de autostrade staan opvallend veel politiewagens. Na vier uur blinken in de verte al de lichtmasten van Pretoria. Daar waar die avond het licht van het Zuid-Afrikaanse voetbal voor even wordt gedoofd. In mails uit België weerklinkt steeds weer dezelfde vraag: is het geluid van de vuvuzela's nog te harden? Het is ook een vraag die Leen Demaréstelt, 's ochtends in een gesprekje voor JOE FM. Zuid-Afrikaanse journalisten begrijpen niets van al die opwinding. "Wie zegt dat ze de vuvuzela's moeten afschaffen, snapt niets van de manier waarop wij de sport beleven", roepen ze. Sepp Blatter, die zich steeds meer als een ontwikkelingshelper voor Afrika profileert, snelt hen ter hulp. Terecht, want het geluid van vuvuzela's viel vorig jaar al tijdens de Confederations Cup te horen. Trouwens, hoe zou het met Blatter zijn? Hij lijkt wel een staatsman met een vredesmissie. Hij spreekt over sociale campagnes en blijft praten over een betere toekomst voor een heel continent. Hij roept dat sport een levensschool is en heeft het over een boodschap van geluk, liefde en hoop. Enig pathos is de Zwitser nooit vreemd geweest. Anderzijds: dat de FIFA als geldverslindend orgaan wordt afgeschilderd, is ook niet helemaal juist. De wereldvoetbalvond investeerde veel geld in dit WK toen de organisatoren in moeilijkheden verkeerden. En een groot deel van de winst wordt in zogenaamde ontwikkelingslanden gepompt. 's Avonds iets gaan eten in een Frans restaurant in Pretoria, La Madeleine. En zowaar, de chef is een Belg. Uit de buurt van Luik. Hij woont al 36 jaar in Zuid-Afrika. Of we al iets van de onveiligheid hebben gevoeld, wil hij weten. Hij kijkt verbaasd als we dat ontkennen en montert dan het moreel op: "Ga dan maar niet naar het centrum van Pretoria. Veel kans dat ze je in kleine stukjes hakken." Voordien serveerde hij wel een heerlijk gerecht: aperitief, soep, zalm, lamsvlees, kaas, chocoladepudding, koffie. En een uitstekende wijn. Prijs: 44 euro. We voelen ons schuldig bij zo veel heerlijkheden. In een land met zo veel stuitende armoede. Precies één week is het WK bezig. Het lijkt erop dat het land steeds meer tot rust komt. Geen dansende mensen meer op straat en niet langer mensen die aan ieder verkeerslicht vlaggen verkopen. Of zou iedereen er intussen al één hebben? Wel weer de werkelijkheid. Bedelaars en daklozen dolen 's avonds door de stad. Hen wacht een ijskoude nacht. Het is vijf graden maar de gevoelstemperatuur ligt een stuk lager. Op een bord staat dat ze honger hebben. Iedereen negeert hen. Vreemd is dat, een WK in Afrika in de winter. Dat voetballers met handschoenen aan spelen, dat sommige journalisten op de perstribune met moeite kunnen tikken. En uit Kaapstad bereiken ons onheilspellende berichten: ook daar ijstemperaturen maar ook regen en wind. Zuid-Afrikanen kunnen er niet mee omgaan. Telkens weer als we door Pretoria rijden zijn we gechoqueerd door hetzelfde beeld: kleine bestelwagens vervoeren in de open laadruimte enkele arbeiders. Ze zijn warm ingeduffeld en dragen een muts en handschoenen. Met die handschoenen bedekken ze hun gezicht. Je ziet alleen hun ogen. Het zijn ogen van doffe ellende. Ruzie bij de Engelsen. Over het gedrag van de supporters die de ploeg de wedstrijd voordien na het bloedeloze 0-0-gelijkspel tegen Algerije hadden uitgesloten. En wie had het vuur voordien aangestoken? Franz Beckenbauer, daar heb je hem weer. Hij debiteerde dat de Britten te veel kick-and-rush brengen. Beckenbauer, we wisten dat we iemand misten. Vier jaar geleden was hij tijdens het WK van Duitsland de rode draad door dit dagboek. Franz vloog met een helikopter van stad naar stad en dook bij zo veel wedstrijden op dat sommigen dachten dat ze hem hadden gekloond. En tijdens het WK trad Franz dan nog eens in het huwelijk. Voor de vierde of vijfde keer, we zijn de tel kwijtgeraakt. Of Beckenbauer nog iets te vertellen heeft over de Duitse ploeg die ten onder was gegaan tegen Servië en waarbij er zich op het veld geen enkele leider profileerde. Beckenbauer: " Kein Problem, dan moeten ze maar alle elf een deel van dat leiderschap opnemen." Soms kunnen analyses heel eenvoudig zijn. 's Avonds live gekeken naar Denemarken-Kameroen. Match nummer zeven sinds onze aankomst in Zuid-Afrika. En zeker niet de minste. Naast het veld hangen drie spandoeken met de kleuren van de Belgische vlag en telkens hetzelfde woord: Diegem. Dat moeten echte voetbalfanaten zijn. Dag tien van dit WK. Voor de zoveelste keer de autostrade op tussen Pretoria en Johannesburg. Veel auto's maar slechts twee met Zuid-Afrikaanse vlaggen. 's Middags iets gaan eten in Sandton, in restaurant Butcher's Shop, een bekend etablissement. Naar het beeld van het oude Zuid-Afrika: het cliënteel is blank, de bediening zwart. Plots horen we een verhaal over een explosie in de persruimte. Vals alarm, blijkt al snel. Het blijkt om een oefening te gaan iets verderop. Een oefening op zondag? Voor de persingang staan geen stewards maar politieagenten. Het is vier uur 's middags en boven het stadion cirkelen helikopters. Pas over vier en een half uur begint de wedstrijd tussen Brazilië en Ivoorkust. De explosie een testoefening? Niet iedereen is er gerust in. door jacques sysSepp Blatter lijkt wel een staatsman met een vredesmissie.Ga maar niet naar het centrum van Pretoria. Veel kans dat ze jullie in kleine stukjes hakken.