MAANDAG 21 JUNI

Houdt het nu nooit op met het lawaai van die vuvuzela's? De scheidsrechters trainen in een school in de buurt van Pretoria en hebben het hele domein tot hun beschikking. De schoolvakanties in Zuid-Afrika zijn afgesneden op het ritme van het WK: vier weken vrij in de winter, dat hebben ze daar nog nooit meegemaakt. Voor het eerst mag ook de pers komen kijken. Twintig suppoosten en vijftien politieagenten houden het allemaal in de gaten. En wat valt er meteen op? Het geluid van de vuvuzela's schalt uit twee luidsprekers. Kwestie dat de arbiters het gewoon worden. "Terwijl je het met de oordopjes op nauwelijks hoort", zegt Frank De Bleeckere die later probleemloos interviews in drie talen geeft. En zegt dat hij zo de focus legt op zijn wedstrijden dat hij de andere matchen aan zich voorbij laat gaan: "Veel liever lees ik een boek of kijk ik op dvd naar een film. Hoewel ik moet zeggen: ik ben bijna door mijn voorraad heen."
...

Houdt het nu nooit op met het lawaai van die vuvuzela's? De scheidsrechters trainen in een school in de buurt van Pretoria en hebben het hele domein tot hun beschikking. De schoolvakanties in Zuid-Afrika zijn afgesneden op het ritme van het WK: vier weken vrij in de winter, dat hebben ze daar nog nooit meegemaakt. Voor het eerst mag ook de pers komen kijken. Twintig suppoosten en vijftien politieagenten houden het allemaal in de gaten. En wat valt er meteen op? Het geluid van de vuvuzela's schalt uit twee luidsprekers. Kwestie dat de arbiters het gewoon worden. "Terwijl je het met de oordopjes op nauwelijks hoort", zegt Frank De Bleeckere die later probleemloos interviews in drie talen geeft. En zegt dat hij zo de focus legt op zijn wedstrijden dat hij de andere matchen aan zich voorbij laat gaan: "Veel liever lees ik een boek of kijk ik op dvd naar een film. Hoewel ik moet zeggen: ik ben bijna door mijn voorraad heen." De sfeer blijkt prima onder de arbiters en de Afrikaanse fluiteniers respecteren hun cultuur: als ze wat rondjes lopen, zingen ze. Dat doen ze ook in de kleedkamer, voor een wedstrijd. En het klinkt nog goed ook. Langs de zijlijn staan de twee Belgische grensrechters, Walter Vromans en Peter Hermans. Ze hebben de wedstrijd tussen Argentinië en Noord-Korea geleid en vertellen hoeveel inspanningen het kost om het spel van de Argentijnse ploeg te volgen. "Je verbruikt in een wedstrijd van Argentinië tien procent meer energie dan anders", zegt Hermans. "Dat is enorm. En dat heeft te maken met de snelheid van Lionel Messi en de beweeglijkheid van de hele ploeg. Uiteindelijk volgen wij niet alleen de bal, we moeten het totale overzicht bewaren. Vooral dat vreet geestelijk enorm aan je." Is er iets mis met de stiptheid van de Duitsers? Om halféén 's middags moet de persconferentie beginnen in het stadion van Pretoria, één dag voor de wedstrijd tegen Ghana. Maar Joachim Löw en zijn gevolg zijn twaalf minuten te laat. Perschef Harald Stenger zet meteen orde op zaken. Hij zegt dat de fotografen de eerste vijf minuten van de persconferentie tijd krijgen om foto's te maken en vervolgens de ruimte dienen te verlaten. En hij laat ook weten dat er naast een Engelse ook voor een simultane Servische vertaling is gezorgd. Wat een verschil met de chaotische toestanden bij de Argentijnen en Brazilianen, waar iedereen door elkaar heen brult. Onvoorstelbaar welke rust de Duitse bondscoach uitstraalt. Als iemand van de gezaghebbende Süddeutsche Zeitung vraagt hoe moeilijk het is om juist een jonge groep na een nederlaag weer op te peppen, houdt hij een discours van bijna tien minuten. Op een haast docerende toon. Later vraagt een journalist van een boulevardkrant of hij ooit gehoord heeft dat de Braziliaan die de wedstrijd tegen Ghana gaat leiden ein Skandalschiedsrichter is. Löw kort: "We weten dat hij niet van discussies houdt op het veld. Daar is op zich niets mis mee." 's Middags naar Johannesburg voor een interview met Georges Leekens. Twee uur gepraat, zes koffies gedronken. En die vervolgens proberen te betalen. Alleen: de rekenmachine was stuk. Tot vijf keer toe probeert de serveerster uit te rekenen hoeveel we moeten betalen. Vijf keer een nieuwe berekening proberen te maken, in potlood, op een klein papiertje. Bij iedere verkeerde poging werd de vertwijfeling groter. Een triest tafereel. Omdat Afrikanen hun trots hebben, durven we niet tussen te komen. Uiteindelijk loopt ze radeloos weg. En komt wat later toch met de rekening. De conclusie dat Afrikanen dom zijn, wordt hier dan snel getrokken en verwoord. Veel te snel. Inderdaad, het duurt in dit land allemaal wat langer. Maar wie kan hen dat kwalijk nemen? Deze mensen zijn anders opgeleid. Als we 's avonds gaan eten en de ober een fooi willen geven, zoals dat in Zuid-Afrika de gewoonte is, laat hij weten dat dit niet hoeft. "Het is hier inbegrepen in de prijs", zegt hij. Dat zien we in België nog niet zo snel gebeuren. Een ober in Zuid-Afrika verdient net geen twee euro per uur. Zuid-Afrika is uitgeschakeld. Ligt de trots nu aan diggelen? Nee, de zege tegen Frankrijk maakt dat de ploeg met opgeheven hoofd uit het toernooi kan stappen, de media spraken van een bitterzoet einde. De al een tijdje uit het straatbeeld verdwenen Zuid-Afrikaanse vlaggen worden weer aan de auto's vastgemaakt. Alleen wappert er nu aan iedere auto een tweede vlag. Hoe langer we in dit land zijn, hoe meer we ervaren: het zijn niet de prestaties van de Bafana Bafana maar het vermogen om zo'n evenement te organiseren, dat de mensen trots maakt. Maar het blijft vreemd dat vele stadions nog zo veel lege plekken vertonen. En dat je bijvoorbeeld twee uur voor de wedstrijd tussen Duitsland en Ghana nog probleemloos kaarten kan krijgen. Alleen bij de toegangstickets voor de pers ligt het moeilijker. Voor iedere wedstrijd zijn er lange wachtlijsten. Journalisten van landen die deelnemen, hebben voorrang, voor de anderen hangt het af van de FIFA-ranking van hun land. En dan sta je als Belg helemaal achteraan. Op den duur moeten journalisten zelf nog tickets kopen om wedstrijden bij te wonen. Gezien er voor Duitsland-Ghana een overrompeling wordt verwacht, wagen we ons daaraan. Voor 140 euro per stuk. Goed voor één keer. Maar voor dit bedrag moet een Zuid-Afrikaanse bouwvakker, die anderhalve euro per uur verdient, bijna twee weken werken. Belgen, je ziet ze niet veel in Zuid-Afrika. Twaalf journalisten van de schrijvende pers, niet meer. Maar wie ontwaren we daar? Dirk Degraen, de algemeen directeur van RC Genk. Komt hij een transfer doen? Nee, gewoon even kijken naar de prestaties van Anele. En contacten leggen. "Dat is nodig als je zo vaak achter je bureau zit als ik." Ook nu wemelt het op dit WK weer van makelaars. Op zoek naar het grote geld. Ze slapen in dure hotels en hebben een chauffeur. In hun ogen blinkt geld. Niets zien ze van de ellende rondom hen. Na Frankrijk moet nu ook Italië naar huis. De tol van de arrogantie. Een ploeg zonder ziel en zonder vuur waren de Italianen op het WK. Marcello Lippi liet grote namen thuis en hij debiteerde vooraf dat hij wist wat hij deed. Nu staat Lippi tijdens de wedstrijd tegen Slowakije in Ellis Park in Johannesburg constant recht. Hij reageert nauwelijks. Hij is alleen verbijsterd. Na het laatste fluitsignaal spoedt hij zich naar de kleedkamer. We hebben ons altijd geërgerd aan Lippi. Een aristocraat als trainer. Bruin gebrand en ogenschijnlijk nooit gestresseerd. En perfect ééntalig. De vanzelfsprekendheid waarmee hij vindt dat iedereen maar Italiaans moet begrijpen, irriteert. Je moet het doen: 30 jaar werken aan de top en geen andere taal spreken. Hoewel: ook Italiaanse journalisten beheersen doorgaans geen andere taal. Dan staat de Slowaakse trainer Vladimir Weiss veel verder. Hij praat Engels. Maar of hij trots moet zijn op zijn ploeg? De Slowaken dragen bijna allemaal tatoeages en zien eruit als straatvechters. Ze voetballen potig en bekampen de Italianen met hun eigen wapens: het spel op een irriterende manier vertragen. En af en toe een stukje komedie opvoeren. Dag zeventien in Zuid-Afrika. We zijn halverwege. Wat blijft er over van alle verhalen over onveiligheid en oneerlijkheid? Voorlopig niets. Natuurlijk weten we intussen welke wijken we in Johannesburg moeten mijden. "Maar", roepen de Zuid-Afrikanen in koor, "niet door ons, maar door de Nigerianen. En de Zimbabwanen." De uitschakeling van Nigeria, eerder in de week, komt de Zuid-Afrikanen niet slecht uit. De vreemdelingenhaat neemt in dit land gigantische proporties aan. Het is een sluimerend probleem. Het is winter in Zuid-Afrika en de zon schijnt. Op het middaguur 23 graden. We eten buiten, laten onze auto staan en stappen naar het stadion van Pretoria waar 's avonds Spanje tegen Chili speelt. "Laat je auto hier, ik zal er goed op letten en het is maar vijf minuten te voet naar het stadion", zegt een man. Hij is kinderlijk blij als hij twintig rand krijgt, omgerekend twee euro. Die vijf minuten blijken tegen te vallen: het is bijna driekwartier. De wedstrijd begint goed, Chili is een uitstekende ploeg maar moet uiteindelijk onderdoen. Bij een 2-1-stand voor Spanje tikt de Europese kampioen de bal heen en weer. Twintig minuten lang. De Chilenen kijken er apathisch naar, ze zijn ook geplaatst en kunnen met deze uitslag leven. Een irriterend schouwspel. Vijf minuten voor tijd gaat Marc Degryse, tijdens dit WK analist voor Het Laatste Nieuws, naar de perszaal. "Hiervoor ben ik niet naar Zuid-Afrika gekomen", bromt hij. Na de wedstrijd staat onze auto er nog. Het is al na middernacht als we terug naar ons guesthouse rijden, in Lynnwood, een rustig stadje net voor de poorten van Pretoria. Binnen het bewaakte domein bevindt zich ook de ambassade van Israel. Elke ochtend en elke avond passeren we twee slagbomen. De bewakers laten ons meteen door. We vragen ons af waarom ze hier eigenlijk staan. Op naar Rustenburg, 120 kilometer van Pretoria voor het duel tussen Ghana en de Verenigde Staten. Nauwelijks huizen langs de autostrade, wel fietsers die op de pechstrook rijden. En vrouwen die op de middenberm lopen, de boodschappentas op het hoofd. Ook in Rustenburg, een mijnstad niet zo ver van de grens met Botswana, die eeuwige contrasten. Mooie flatgebouwen bij het binnenkomen van de stad. En dan plots, in een desolate omgeving, kleine huisjes, kinderen die blootsvoets spelen op een zandvlakte. Ze zullen eeuwig aan het WK worden herinnerd. Voor hen duikt het Royal Bafokengstadion op, al in 1999 gebouwd maar nu hertimmerd tot een moderne arena met ruim 44.000 plaatsen. Het is het enige WK-stadion dat eigendom is van de lokale gemeenschap. De wedstrijd zelf heeft weinig om het lijf. Ghanezen die verbeten proberen te verdedigen en Amerikanen die alleen maar wild de bal wegtrappen. Dat de Engelsen tegen deze ploeg niet konden winnen. Snel weer naar Pretoria, het is koud en de rit langs de donkere autostrade nog lang. We maken haast maar wie loopt ons voor de voeten? Tiens, het is Bill Clinton. Snel wordt hij door veiligheidsmensen in de richting van zijn auto geduwd. Hij zal geëscorteerd worden door zestien politiewagens. Van de wedstrijd moet hij nauwelijks hebben genoten. Tenzij van een amicale babbel aan de rust met ... Mick Jagger. Argentinië en Mexico spelen in Soccer City de vierde achtste finale van het toernooi. Vrijwel iedere wedstrijd in dit stadion wordt door een Belg bezocht. Dat zal ook na het WK niet anders zijn. Het is Marc Meire, de West-Vlaamse burgerlijk ingenieur die al 26 jaar in Zuid-Afrika woont. Hij stond mee in voor de realisatie van dit stadion. Als operationeel manager was hij verantwoordelijk voor de opvolging van de werken. De plannen van Soccer City werden getekend door een Nederlandse architect. Ook Meire geniet van het enthousiasme rond het WK. Maar hij is niet verbaasd over de uitgelatenheid die rond de wedstrijden hangt: "Dat heb je hier altijd, dat heeft echt niets met het WK te maken." Hij ergert zich aan de vooroordelen die over dit land zijn geventileerd: "Natuurlijk is deze wereldbeker perfect georganiseerd. Al komt dat natuurlijk ook door de FIFA, die hier al jaren mensen heeft laten meehelpen. Alleen wordt dat niet benadrukt. Dat is niet goed voor hun zelfbeeld." door jacques sys" Een wedstrijd van Argentinië kost een grensrechter tien procent meer energie dan een andere match. " " Tiens, wie loopt ons hier voor de voeten? Het is Bill Clinton. "