De eerste wereldkampioen in Stuttgart heette Lars Boom. Na een beklijvend duel hield de 21-jarige Nederlander precies acht seconden over op de Rus Mikhail Ignatiev. Boom legde het parcours van 38,28 kilometer af met een snelheid van 46,86 kilometer per uur. De Fransman Jerome Coppel werd derde, onze landgenoot Francis De Greef tiende.
...

De eerste wereldkampioen in Stuttgart heette Lars Boom. Na een beklijvend duel hield de 21-jarige Nederlander precies acht seconden over op de Rus Mikhail Ignatiev. Boom legde het parcours van 38,28 kilometer af met een snelheid van 46,86 kilometer per uur. De Fransman Jerome Coppel werd derde, onze landgenoot Francis De Greef tiende. Bij de dames ging de overwinning in de tijdrit verrassend naar de 33-jarige Hanka Kupfernagel. Uittredend wereldkampioene Kristin Armstrong bleef 23 seconden en 47 honderdsten onder de tijd van Kupfernagel, die het circuit van 25,1 kilometer met een gemiddelde snelheid van 43,432 kilometer per uur aflegde. Christiane Soeder werd derde, An Van Rie strandde op de 28ste plaats. Bij de elite was het goud voor het tweede jaar op rij voor Fabian Cancellara. De Zwitserse topfavoriet ging als een komeet van start en reed de hele wedstrijd aan de leiding. Vlak voor de finish haalde hij David Zabriskie in, twee minuten voor hem gestart. Na 44,9 kilometer liet Cancellara een gemiddelde van 48,38 kilometer per uur noteren en hield hij 52 seconden en tien honderdsten over op de Hongaar Laszlo Bodrogi. De Nederlander Stef Clement pakte verrassend brons. Uittredend beloftewereldkampioen Dominique Cornu finishte erg knap als elfde in zijn eerste WK tijdrijden bij de profs, Jurgen Van Den Broeck werd 23ste. In de wegrit bij de dames ging de zege naar de twintigjarige Marta Bastianelli. De Italiaanse ontsnapte op vijftien kilometer van het einde en hield nipt stand tot aan de streep. De sprint met een beperkte kopgroep om de tweede plaats werd gewonnen door Marianne Vos voor Giorgia Bronzini. Lieselot Decroix, ook in de kopgroep, legde beslag op de twaalfde plaats. Ondanks aanvalswerk van onder meer Lars Boom en Jelle Vanendert in de laatste rondes eindigde de wegrit bij de beloften na 172 kilometer in een sprint met vijftig. Die werd met overschot gewonnen door de Slovaak Peter Velits voor Wesley Sulzberger en Jonathan Bellis. Beste Belg was Nikolas Maes op de negentiende plaats. Bij de profs wordt de wedstrijd hard gemaakt door tal van ontsnappingen waarin ook de Belgen erg actief zijn, maar het is wachten tot de laatste ronde vooraleer de beslissende vlucht vertrekt. Op de laatste beklimming van de Herdweg forceren Fabian Wegmann, Michael Boogerd en Björn Leukemans de beslissende ontsnapping, even later komen onder meer Paolo Bettini, Filippo Pozzato, Philippe Gilbert, Thomas Dekker, Cadel Evans, Fränk Schleck, Stefan Schumacher en Alexandr Kolobnev aansluiten. Alle favorieten dus, met uitzondering van Oscar Freire, Alejandro Valverde en Erik Zabel. Op de Birkenkopf voert Bettini de verdere selectie door, hij krijgt enkel Schleck, Kolobnev, Evans en Schumacher mee. In een razend spannende slotkilometer raakt niemand meer weg, Paolo Bettini wint de sprint en kroont zich voor de tweede keer op rij tot wereldkampioen. Kolobnev pakt zilver, Schumacher brons. Gilbert wordt knap achtste, Leukemans dertiende. In het peloton finishen Van Goolen (26ste), Aerts (45ste), Van Avermaet (63ste) en Monfort (64ste). S