Niet een ondeugdelijk transferbeleid, maar dat met Ronny Van Geneugden en Hein Vanhaezebrouck twee keer de verkeerde trainer was aangesteld, verklaarde volgens Herbert Houben waarom de resultaten van RC Genk zo waren tegengevallen de laatste jaren. Met de selectie was namelijk niets mis, vond de voorzitter. De ploeg bijeenhouden en er een goede trainer bij zetten, meer moest er niet gebeuren.
...

Niet een ondeugdelijk transferbeleid, maar dat met Ronny Van Geneugden en Hein Vanhaezebrouck twee keer de verkeerde trainer was aangesteld, verklaarde volgens Herbert Houben waarom de resultaten van RC Genk zo waren tegengevallen de laatste jaren. Met de selectie was namelijk niets mis, vond de voorzitter. De ploeg bijeenhouden en er een goede trainer bij zetten, meer moest er niet gebeuren. Meer gebeurde er ook niet. De juiste trainer werd anderhalf jaar geleden al gevonden in de persoon van Frank Vercauteren, een suggestie van algemeen directeur Dirk Degraen, en op enkele overbodige spelers na vertrok er niemand vorige zomer. En zie: met de jaarwisseling bezette Genk de tweede plaats. "We hebben gelijk gekregen, anders stonden we daar niet", besloot Houben in een groot kerstinterview. Houbens gelijk is hem van harte gegund, maar het verdient nuancering. Nadat vorig seizoen via play-off 2 in extremis Europees voetbal was afgedwongen, achtte Vercauteren zich met een ongewijzigde selectie niet tot hetzelfde kunstje in staat. Laat staan tot méér. De late troostprijs nam niet weg dat het reguliere kampioenschap was afgesloten op een povere elfde plaats. Dat zegde óók iets. Wilde Genk zijn ambities - top zes - waarmaken, dan moest het zich gevoelig versterken volgens de trainer. Toen dat niet gebeurde, stopte hij zijn ontgoocheling niet weg. Herman Vermeulen had dan al lang zijn conclusies getrokken. In juli al gooide de sportief directeur onverwacht de handdoek, wat de indruk van een club op drift alleen maar versterkte. Zeker toen men het er nadien intern maar niet over eens raakte hoe zijn vertrek moest worden opgevangen. Dat er geen spelers bij kwamen, was niet zomaar een bewuste keuze, maar deels ook geboren uit pure noodzaak. Jarenlang had RC Genk boven zijn stand geleefd. Van hoog tot laag, van de boekhouding tot de technische staf, moest worden bezuinigd in de Cristal Arena. Genk was nog wel een gezonde club, maar zonder drastische ingrepen stevende het af op een begrotingsverlies, onder meer wegens minder tv-inkomsten en goedkoper verkochte abonnementen. "Een strakker beleid zorgt voor meer bewustzijn", verdedigde Houben de saneringsronde. Voor transfers had Genk in de gegeven omstandigheden geen geld. Had het gewild, had het in augustus Kevin De Bruyne aan FC Twente verkocht en vijf miljoen euro op de bankrekening bijgeschreven. Het had dan zelf de markt op gekund, maar De Bruyne verkopen was geen optie. Dat leek op een principiële stellingname, maar was het niet, want wat gold voor De Bruyne, gold niet voor andere spelers. João Carlos, Jelle Vossen, Marvin Ogunjimi: ze mochten allemaal weg. Daarom ook tekenden Vossen en Ogunjimi eerst niet bij: omdat ze voelden dat de club niet in hen geloofde. Houben zei ook: "De grote voetbalwijsheid bestaat niet. Niemand wist dat Jelle Vossen vandaag zo goed zou zijn." Dat was eerlijk. Genk begon winnend aan het kampioenschap dankzij twee doelpunten van een voor zijn basisplaats vechtende Vossen. Een week later etaleerde De Bruyne zijn onversneden klasse: 0-4 op AA Gent. Twijfels maakten plaats voor zelfverzekerdheid. Vossen keek nog maar naar de bal of hij hing al tegen de touwen. De ploeg kreeg een boost en het geloof in eigen kunnen groeide. Bijgedraaid door de resultaten haastte Genk zich met contractverlengingen voor Vossen, Ogunjimi, De Bruyne en Thibaut Courtois, op dat moment ook maar door een samenloop van omstandigheden titularis tussen de palen geworden. Alleen al door te winnen werd Genk sterker. Het mooiste bewijs daarvan was João Carlos. Wel de aanvoerder, maar niet de man die voorop liep wanneer het wat minder ging. Een degelijke verdediger was hij dan, meer niet - een zesje. Maar zet hem in een winnend team en hij wordt steevast tot de uitblinkers gerekend - een acht. Net daarom niet onmisbaar, maar nu dus wel outstanding. Soms zorgt winnen alleen, met dezelfde spelers, maar in the winning mood, voor een verbetering van het systeem. Zeker: het heeft Genk een heel jaar lang niet tegen gezeten. In de voorbereiding, het kampioenschap, de beker, Europa, na de winter en in de play-off: telkens won het zijn eerste wedstrijd. In mentaal opzicht waren dat belangrijke momenten. Nooit werd ook twee keer na elkaar verloren, tot tijdens de play-off tegen Standard (2-1) en Anderlecht (2-0). De enige keer dat het toch gebeurde, zat er een gewonnen bekerduel tussen. We schreven de traditioneel als gevaarlijk bestempelde herfstmaanden oktober en november en meer dan een dipje was het niet. De verklaring? Onbekend, al viel het wel samen met de klierkoorts van De Bruyne. Aan blessures lag het zeker niet, want daarvan had de selectie weinig te lijden. De kern was krap, maar mede door een deskundig uitgekiende omkadering werd Nieuwjaar gehaald zonder noemenswaardig fysiek leed en schorsingen. Het elastiek werd niet op de proef gesteld. Was het geluk of eigen verdienste? Van de twee. Met een niets aan het toeval overlatende aandacht voor organisatie en periodisering slaagde Vercauteren erin de beperkingen van zijn selectie feilloos te beheren. Al stak een gelukkige timing toch minstens een handje toe, waardoor hij nooit met spelers moest gaan schuiven. Toen hij Vossen en Ogunjimi dan toch eens samen moest missen, was het al februari en had de club zich gewapend. Vier spelers waren in de wintermercato aangetrokken en zij gaven de selectie de zuurstof waar ze na de eerste seizoenshelft aan toe was. De Nigeriaanse aanwinst Kennedy speelde Standard prompt in het verlies. Met de winterversterkingen drukte Vercauteren nog meer zijn stempel. Niet alleen als trainer, maar vanaf de jaarwisseling ook als technisch directeur. Zijn aandeel in het Limburgse successeizoen kan onmogelijk worden overschat. De titel van RC Genk is de titel van Frank Vercauteren. De Brusselaar bewees dat vakmanschap in de dug-out en geduld met jonge talenten loont. Maar vooral ook slaagde hij erin een team te managen, op en rond het veld, waarin elke schakel zich kon ontplooien en optimaal renderen. Dat het resultaat de verwachtingen ver overtreft, is ongetwijfeld ook voor de trainer een verrassing. Of zou hij ons allemaal lelijk bij de neus hebben genomen en altijd hebben geweten hoeveel rek er nog zat op het elastiek? Zeker is dat de succestrainer beter dan wie ook beseft dat dit Genk heeft geprofiteerd van de misstappen van de concurrentie. Club Brugge was slechts een schim van zichzelf en Standard labiel als vanouds, tot aan de play-off. Dat zal zich niet elk jaar herhalen. De grote uitdaging voor Herbert Houben en Frank Vercauteren nu zal zijn om elkaar te vinden in nieuwe doelstellingen. Realistische doelstellingen. DOOR JAN HAUSPIEZeker: het heeft Genk een heel jaar lang niet tegen gezeten.