1 Alejandro Valverde kroonde zich al voor de 4e keer tot eindwinnaar van de WT (na 2006, 2008 en 2014). De Spanjaard doet zo beter dan landgenoot Joaquim Rodríguez (winnaar in 2010, 2011 en 2013), die nu 2e werd. Valverde evenaart ook Laurent Jalabert, die de enige renner was in de laatste 25 jaar die 4 keer (in 1995, 1996, 1997 en 1999) het seizoen beëindigd had als nummer 1 van de wereld, in wat toen nog de UCI-ranking was.
...

1 Alejandro Valverde kroonde zich al voor de 4e keer tot eindwinnaar van de WT (na 2006, 2008 en 2014). De Spanjaard doet zo beter dan landgenoot Joaquim Rodríguez (winnaar in 2010, 2011 en 2013), die nu 2e werd. Valverde evenaart ook Laurent Jalabert, die de enige renner was in de laatste 25 jaar die 4 keer (in 1995, 1996, 1997 en 1999) het seizoen beëindigd had als nummer 1 van de wereld, in wat toen nog de UCI-ranking was. Terugkerend fenomeen: in de top 10 staan, naast ronderenners als Quintana, Aru, Froome en Contador, slechts 2 'klassieke' types, met Alexander Kristoff op 4 en Greg Van Avermaet op 8. Het gevolg van een onevenwichtige puntenverdeling over de eendagsraces en (grote) rondes. 2 Spanje won voor de 9e maal sinds 2005 (de start van de WT) het landenklassement. Alleen Italië doorbrak in 2005 en 2011 die hegemonie. Het eindigde sinds 2005 7 keer als 2e, zoals ook afgelopen seizoen. Derde werd Colombia, dat zich de laatste 3 jaar (7e 2014, 3e 2013) heeft opgeworpen tot een van de beste wielernaties. Groot-Brittannië eindigde als 4e en handhaaft zich voor het 5e jaar op rij in de top 5. 3 België finishte als 5e in het landenklassement, dankzij de punten van Van Avermaet (8e), Tim Wellens (25e), Philippe Gilbert (29e), Bart De Clercq (43e) en Tiesj Benoot (47e). Niet slecht, al deden we in 2014 (3e), 2012 (4e), 2011 (2e) en 2010 (3e) beter. Met die nuance dat alleen de punten van de 5 beste renners meetellen, waardoor het landenklassement niet altijd een representatief beeld geeft van de sterkte in de breedte. Ten bewijze: in het landenklassement van de CQ-ranking, die de punten van 10 renners in rekening neemt over álle koersen (ook de ProContinentale), eindigde België na Spanje zelfs als 2e, de beste plaats ooit in die ranking. Dat weerspiegelt zich ook in het individuele WorldTourklassement. Weliswaar slechts 2 renners in de top 25 (Van Avermaet en Wellens), maar sinds 1990 zijn er nooit meer dan 2 landgenoten in die eerste schijf van het klassement geëindigd, behalve in 1999 (3) en 2014 (4). Opvallender zijn de liefst 15 Belgen in de top 100, net geen verdubbeling i.v.m. 2014 (8) en het hoogste aantal sinds de oprichting van de WT (in 2005) en zelfs het UCI-klassement (in 1992). Het vorige record stond op 12, in 1992 en 2011. Niet toevallig hebben de vaderlandse coureurs de meeste top 3- (38), top 5- (73) én top 10-plaatsen (147) in WorldTourwedstrijden behaald in de laatste 5 jaar. Met 12 WT-zeges scoorden we in het voorbije decennium zelfs alleen in 2011 beter (toen 16, in het wonderseizoen van Gilbert). Voor het eerst sinds 1987 behaalde België zelfs een ritoverwinning in elke grote ronde (Gilbert en Keisse in Giro, Van Avermaet in Tour en Stuyven in Vuelta). Een Belgisch tópjaar dus? Niet helemaal, want in wielrennen draait het vooral om de gróte afspraken, en daar schoten we (net of flink) tekort: geen enkele zege in een klassiek monument of medaille op het WK, en verontrustender: welgeteld één toptienplaats in het eindklassement van een grote ronde of rittenkoersen à la Parijs-Nice. Klassieke types genoeg, maar geen klimmers - een pijnpunt van vele jaren. DOOR JONAS CRETEUR