"Ik legde de basis voor mijn techniek in het zaalvoetbal", wijst João Carlos Pinto Chaves (24) op de oorzaak voor zijn ongeoorloofde trukendoos als verdediger. "In de ochtend speelde ik in de zaal en in de namiddag trainde ik met mijn ploeg op het veld. De meeste Brazilianen groeien zo op. Ronaldinho, Ronaldo, allemaal ontwikkelden ze hun talent in de zaal. Je leert snel denken aan de bal, dat komt later van pas in het veldvoetbal."
...

"Ik legde de basis voor mijn techniek in het zaalvoetbal", wijst João Carlos Pinto Chaves (24) op de oorzaak voor zijn ongeoorloofde trukendoos als verdediger. "In de ochtend speelde ik in de zaal en in de namiddag trainde ik met mijn ploeg op het veld. De meeste Brazilianen groeien zo op. Ronaldinho, Ronaldo, allemaal ontwikkelden ze hun talent in de zaal. Je leert snel denken aan de bal, dat komt later van pas in het veldvoetbal." Eigenlijk zou hij liever als zaalvoetballer aan de kost komen, de elegante Chaves, wiens zolenwerk tot het betere op de Belgische velden behoort. "Maar helaas kan je daar niet van leven", zegt hij. Wat hij wél kon kiezen, is de positie waarop hij terechtkwam. Waarom dan, als je toch zo van de techniek leeft, verdediger worden ? Want zelfs in zaal fungeerde Chaves als verdediger, zo blijkt : "Dat is toch iets anders, je wisselt constant van positie. Op het veld stond ik tot mijn vijftiende meestal middenvelder of rechtsback. Daar kon ik het minste kwaad. (grijnst) Ja, ik heb vaak overhoop gelegen met de trainers. Die konden mijn dribbels maar matig appre- ciëren. Bij de jeugd zette mijn trainer me als back omdat ik de neiging had altijd de eentegeneenduels op te zoeken. Centraal in de defensie is dat dodelijk. Bovendien was ik vrij snel, ik kon dus makkelijk de flank afgaan." Dat hij nadien omgeschoold werd tot centrale verdediger ligt aan een serieuze groeischeut op zijn vijftiende. Chaves : "Opeens was ik de grootste van de ploeg. En dus posteerde de trainer me achteraan. Het was voor mij op vele vlakken aanpassen, ook al omdat mijn startsnelheid - tot dan toe een grote troef - serieus was afgebot door dat plotse groeiproces."Bij Vasco da Gama en later in Bulgarije bij CSKA Sofia werd de Braziliaan nog wel eens gebruikt als middenvelder. Die positie draagt ook zijn voorkeur weg. "Bij Lokeren mocht ik slechts sporadisch als middenvelder spelen. Spijtig. Als middenvelder krijg je veel meer de gelegenheid om je techniek te etaleren. Als verdediger mag je zelden mee oprukken en probeer je niet al te vaak dingen uit, want één domme beweging kan je een tegendoelpunt kosten en dan krijg je de hele ploeg op je nek. Dat besef ik. Onder Slavo Muslin mocht ik wel mee naar voren trekken wanneer het kon, onze huidige trainer Ariël Jacobs vraagt me meer zekerheid in te bouwen. Al begint ook hij stilaan aanvallende impulsen van me te vragen." In feite is het een doodzonde, zeker voor de betalende toeschouwer, dat een balartiest als João Carlos beknot wordt in zijn technische vrijheid. Want wat de Braziliaan allemaal in huis heeft - die natuurlijke feel voor de bal, die flair en die fluwelen baltoets -, het lijkt allemaal vanzelf te gaan. Hij laat zijn techniek dan maar de vrije teugel op training. Tot amusement, maar evenzeer tot ergernis van de ploegmaats. Chaves : "In Brazilië waren de oefeningen helemaal anders dan in Europa. Soms trainde je op afwerken of passing, maar soms stond een hele training in het teken van techniek. Hier in Europa hamert men vooral op simpel spelen. Sommige ploegmaats of trainers vinden het niet leuk als ik dribbel, maar ik kan het niet laten, het zit in me. Het is geen voordeel of een nadeel, het is voor mezelf en voor het publiek. Ik denk ook niet op voorhand na over wat ik ga doen. Het komt in me op en wanneer het dan lukt, groeit mijn zelfvertrouwen en speel ik meestal een sterke wedstrijd. Een goede techniek is niet onontbeerlijk als verdediger, maar ik beschouw het als een extra troef. Zeker in Europa." We kunnen er niet omheen, de Braziliaanse samba zit João Carlos Chaves in het lange lijf. Het land van Zico, Pelé, Jairzinho, Romario en andere ho's en ha's geldt al decennialang als inspiratiebron voor voetballertjes aller landen. Ook Chaves had zo zijn helden ... "Pelé en zijn generatie waren ver voor mijn tijd. Ik had het meer voor Djalminha, de vroegere nummer tien van Deportivo La Coruña. Een geweldige persoonlijkheid en hij kon alles met een bal. Helaas was hij ook een beetje gek in het hoofd, waardoor hij vaak botste met zijn trainers. Nu kijkt iedereen op naar Ronaldinho, maar voordien was Djalminha de grote ster in Brazilië. Denilson mocht er ook wezen als voortrekker van de dribbelkunst. Zijn overstapjes waren legendarisch." Ronaldinho, de naam is gevallen. Hij, dé referentie als het op balkunstjes aankomt. Chaves is zelf ook beslagen in het proberen van allerlei handigheidjes, maar toch moet hij toegeven dat er twee jongleerbewegingen zijn waar Ronaldinho hem op aftroeft. "De eerste is die waarbij hij de bal tussen de achterkant van het dijbeen en de hiel klemt om hem vervolgens met de hak van de andere voet weer aan het jongleren te brengen", demonstreert Chaves ons ondertussen met handen en voeten. "Een ander straf staaltje van hem is de overstap tijdens het jongleren. Hij maakt met zijn voet een cirkelvormige beweging rond de bal en vangt hem met dezelfde voet weer op. Eentje kan ik nog aan, maar Ronaldinho doet dat meermaals na elkaar. Ongelooflijk moeilijk. Ik breek mijn benen als ik dat probeer. De Ronaldinhodribbel om in één beweging met de tip van de schoen de tegenstander uit te kappen kan ik wél. Maar die gebruik ik zelden want hij is te riskant. Dat is meer iets voor een aanvaller."De Braziliaanse verdediger van Lokeren heeft nog wel meer trucjes in zijn doos. De no-lookpass, de schaarbeweging of de dribbel achter het steunbeen durft hij al eens in een wedstrijd demonstreren. (zie foto's en kadertjes) De beweging achter het steunbeen is die die Christian Wilhelmsson zo mooi uitvoerde tegen Stefan Teelen en Cercle Brugge twee seizoenen geleden. De Zweed maakte ooit ook Chaves belachelijk. Al kan hij er nu om lachen : "Hij voerde een dubbele schaar uit. Ik hapte bij de eerste overstap toe en hij ging uiteindelijk de andere kant uit. Op zo'n moment denk je : shit, hij heeft me ! I wanted to kill him ! (lacht) Ik kon hem moeilijk een hand gaan schudden, hé." Maar de beste technicus op onze Belgische velden is volgens Chaves de kleine Marokkaan van Anderlecht, Mbark Boussoufa. "Hij heeft een zuivere techniek, terwijl Wilhelmsson het toch vaker van loopacties moest hebben. Nu, als ik eerlijk mag zijn : in Brazilië kom je elke wedstrijd wel twee Boussoufa's tegen. Hier is het er gelukkig maar één." Tot slot willen we weten wat João Carlos zelf als zijn mooiste dribbel uit zijn Belgische repertoire beschouwt. Hij veert recht en beeldt uit : "Dat was thuis tegen Genk. Ik kreeg de bal toegespeeld met een tegenstander in mijn rug. Ik controleerde de bal heel eventjes, de tegenstander hapte toe en in twee bewegingen speelde ik de bal door de benen. Met de buitenkant van de voet." Chaves glundert. En dan een zucht : "Als ik mijn carrière mocht overdoen, werd ik aanvaller. Daar is het nu helaas te laat voor.""Dat is de eerste beweging die je in Brazilië aangeleerd krijgt. Eén overstap, een tweede, en dan een kant kiezen. Ronaldo beheerst die beweging perfect. Je moet natuurlijk goed je lichaam gebruiken om de tegenstander op het verkeerde been te zetten, want anders heeft het geen zin. Het helpt je wanneer er geen andere opties zijn. Het is misschien wel de efficiëntste passeerbeweging die er is. Ik gebruik deze al vanaf mijn zestiende.""Heel nuttig, helaas beginnen de ploegen in de Belgische competitie mij te kennen en dus schermen ze steeds vaker de passlijn af. Van een verdediger verwacht men dit soort passes niet. Het voordeel van deze beweging is dat de tegenstander niet weet waar de bal naartoe zal gaan. Je maskeert je bedoeling. Je kan deze beweging ook met de buitenkant van de voet doen. Vaak trek ik naar rechts, om dan zonder kijken een pass naar links te geven. Hasi, Overmeire en Filipovic weten dat ondertussen, ze staan altijd klaar om de pass te ontvangen. Deze techniek vereist dat je goed ingespeeld bent op je ploegmaats, zodat ze weten dat die bal kan komen. Daarvoor dienen trainingen natuurlijk.""Je trekt de bal naar achteren, achter je steunbeen door en met een klein kapje leg je hem in één vloeiende beweging weer voor je goeie voet klaar. Wilhelmsson deed deze dribbel met succes tegen Cercle. Een leuke en mooi om naar te kijken, gevaarlijk om te gebruiken. Daarom doe ik hem vooral op training. De kans dat je de bal verliest, is veel groter dan bij de schaarbeweging. Als verdediger laat je deze dus maar beter achterwege."Matthias Stockmans