De Belg Tim Hubar leefde vorig seizoen in de buik van het Braziliaanse voetbal. De 22-jarige middenvelder, die ooit in de jeugd van Sint-Truiden, Tongeren en Heusden-Zolder voetbalde en bij Dessel Sport de tweede ploeg haalde, belandde door toevalligheden in het land van de wereldkampioen en stond onder contract bij het in de hoogste klasse uitkomende Nova Iguaçu, een club op 30 kilometer van Rio de Janeiro. Hubar volgt de prestaties van Brazilië in Duitsland op de voet en begrijpt na een jaar van de plaatselijke voetbalcultuur te hebben geproefd waarom er een overdaad aan weelde is. "Ik stond in België bekend als een technisch behoorlijke voetb...

De Belg Tim Hubar leefde vorig seizoen in de buik van het Braziliaanse voetbal. De 22-jarige middenvelder, die ooit in de jeugd van Sint-Truiden, Tongeren en Heusden-Zolder voetbalde en bij Dessel Sport de tweede ploeg haalde, belandde door toevalligheden in het land van de wereldkampioen en stond onder contract bij het in de hoogste klasse uitkomende Nova Iguaçu, een club op 30 kilometer van Rio de Janeiro. Hubar volgt de prestaties van Brazilië in Duitsland op de voet en begrijpt na een jaar van de plaatselijke voetbalcultuur te hebben geproefd waarom er een overdaad aan weelde is. "Ik stond in België bekend als een technisch behoorlijke voetballer maar ginder vonden ze dat ik er niets van kon", zegt hij. "Volgens hen was mijn balbehandeling zelfs rampzalig, ze zeiden dat ik niet in één tijd kon voetballen en niet goed bewoog. Daar sta je dan wel van te kijken, want in België had niemand me daarop gewezen. Terwijl ik echt met een hele stoet jeugdtrainers werkte. Het heeft natuurlijk allemaal te maken met visie. Bij ons beweren ze : 'Techniek heb je of heb je niet.' Daar denken ze ginder anders over. Volgens hen kan techniek aangeleerd worden. Dat doen ze dan ook. De technische trainingen worden gedaan in groepen van maximaal vijf spelers. En vooral : de oefensessies duren heel lang. Eerst drie uur 's ochtends, vaak in de verzengende hitte. En dan nog twee uur 's namiddags. Je wordt op alle mogelijke manieren in het voetbal onderwezen." Techniek aankweken, zo constateerde Tim Hubar, gebeurt al van in de jeugd : "Er wordt met de jeugd heel veel zaalvoetbal gespeeld om de technische aspecten onder de knie te krijgen. Zaalvoetbal is ook heel goed voor het doorzicht. Ieder zichzelf respecterende club telt per jeugdcategorie vijf trainers. Als je dat meemaakt, kan je alleen maar concluderen dat er in België niet wordt getraind. Je kan ook de mentaliteit niet vergelijken : in Brazilië gaan zelfs de grootste vedetten na de trainingen nog individueel door. De drang om zich te vervolmaken is ongemeen groot."Techniek primeert te allen tijde, ervaarde Hubar : "De creativiteit is het belangrijkste. Ik speelde voor een middenmoter maar dat nam niet weg dat de trainer altijd maar hamerde op de zuiverheid van het rondspelen. En op de snelheid van uitvoering. Omdat het tempo zo hoog ligt, moet de fysiek goed zijn. Daarom wordt er iedere dag in het zand gelopen. Twee uur aan een stuk. De eerste week konden ze me na zo'n oefening naar huis dragen. Maar je past je aan. En je voelt je steeds sterker worden. Technisch en fysiek. Het duurde niet lang voor ik geregeld met de eerste ploeg mocht meedoen. Terwijl er met Zinho iemand op mijn plaats stond die in 1994 nog in de nationale ploeg stond toen Brazilië in Amerika wereldkampioen werd. Zinho voelde zich niet te groot om na de trainingen nog met mij te werken, daar stond ik echt van te kijken." Tim Hubar, die hoopt op een Belgische aanbieding en anders terugkeert, begrijpt dat Brazilië talenten produceert en blijft produceren. "Als je ziet hoe ze met hun voetballers omgaan, dan is het eigenlijk de normaalste zaak van de wereld dat ze al vijf wereldtitels hebben gewonnen. Ook al omdat ze aan iedere voetballer aandacht besteden. Ze gooien niemand weg, ze proberen je in het voetbal te onderwijzen. En dat kan, want de school is afgestemd op de sport. En niet omgekeerd."