De massale valpartijen in Brussel en in de afdaling van de Stockeu, de fairplayactie van Cancellara in Spa, de sleutelbeenbreuk van Fränk Schleck op de kasseien, de tranen en vijf ritzeges van Cavendish, de fatale tuimelpertes van Armstrong en Evans, de kopstoten van Renshaw, de surplace van Contador en AndySchleck, de geblokkeerde ketting, de excuusvideo op Twitter, de tweestrijd op de Tourmalet, de onverwacht spannende slottijdrit ... De Tour 2010 zal de geschiedenis niet ingaan als de sportief meest hoogstaande editie, maar wel als een van de meest geanimeerde ooit, waarin emoties - omhooggestuwd door de steeds toenemende druk op de renners - een hoofdrol speelden.
...

De massale valpartijen in Brussel en in de afdaling van de Stockeu, de fairplayactie van Cancellara in Spa, de sleutelbeenbreuk van Fränk Schleck op de kasseien, de tranen en vijf ritzeges van Cavendish, de fatale tuimelpertes van Armstrong en Evans, de kopstoten van Renshaw, de surplace van Contador en AndySchleck, de geblokkeerde ketting, de excuusvideo op Twitter, de tweestrijd op de Tourmalet, de onverwacht spannende slottijdrit ... De Tour 2010 zal de geschiedenis niet ingaan als de sportief meest hoogstaande editie, maar wel als een van de meest geanimeerde ooit, waarin emoties - omhooggestuwd door de steeds toenemende druk op de renners - een hoofdrol speelden. Een editie ook waarbij na afloop veel 'wat-als?-vragen' gesteld werden: wat als er in Spa niet was gewacht op Contador en daarna op de Schlecks? Wat als Fränk niet was gevallen op de kasseien? Wat als de ketting van Andy er niet was afgelopen? Wat als ...? Over die vragen zullen wielerfans binnen twintig jaar nog discussiëren, maar de feiten blijven dezelfde: Alberto Contador wint met 39 seconden voorsprong op Andy Schleck, het op vier na kleinste verschil ooit tussen de nummer één en twee en - o ironie - precies wat de Luxemburger verloor in het kettingdrama op de Port de Balès. Al kende Contador óók materiaalpech. In de kasseirit verloor hij door een slepend achterwiel twintig seconden op de groep met zijn ploegmaat Vinokourov, maar dat lijkt iedereen te zijn vergeten. Ook opvallend: de Spanjaard behaalde geen enkele ritzege, als zesde eindwinnaar in de naoorlogse geschiedenis. Wat zeker niet zal veranderen, is de perceptie dat beide hoofdrolspelers net iets te close waren om van een duel met eeuwigheidswaarde te spreken. Of zijn wij geïndoctrineerd door het verleden van het wielrennen, waarin extreme rivaliteiten geen vriendschap verdroegen? Anquetil vs. Poulidor, Ocaña vs. Merckx, Hinault vs. Fignon, vorig jaar nog Armstrong vs. Contador. Zij konden elkaars bloed drinken, terwijl de Luxemburger en de Spanjaard tientallen keren herhaalden hoeveel respect ze voor elkaar hadden. Ze waren zo lief, meneer ... Zo lief dat ze op de klim naar Ax 3 Domaines elkaar nauwelijks durfden te bestoken en een beschamend spelletje poker speelden. Een keer, na het kettingincident, vielen de twee vrienden uit hun rol. Dat Contador in tegenstelling tot in Spa niet gewacht had, dat kon een emotionele Schleck niet verkroppen. Respect voor zijn vriend sloeg even om in verachting, zeker toen de Astanakopman beweerde dat hij het niet gezien had. Het beest in de poeslieve Andy kwam naar boven, maar werd 's avonds getemd toen Contador een video met excuses op Twitter plaatste. Plat opportunisme om zijn imago (hij werd op het podium uitgejouwd) op te vijzelen? Of toch gemeende verontschuldigingen omdat hij voelde dat hij in een slechte dag een goede zaak gedaan had? Een combinatie van beide allicht, al begrepen veel waarnemers de zin ervan niet. Contador had het recht om door te rijden, want in de Tour wordt op niemand gewacht. Behalve in Spa ... De twee tenoren legden de dag erna hun ruzie weer bij, al bleef Schleck herhalen dat hij op de Tourmalet tot de laatste ademstoot zou trappen om het onrecht teniet te doen. Op de mythische Pyreneeëncol slaagde de Luxemburger er niet in om de Spanjaard bergop te lossen. Iets wat hem in deze Tour maar één keer lukte: richting Morzine. Daar had hij de duidelijke broze en bluffende Contador veel vroeger moeten aanvallen, maar hij werd op het verkeerde been gezet door de slimme Astana's die de hele rit op kop reden. Misschien wel Schlecks grootste fout in deze Tour. Vroeg aanvallen deed hij elf dagen later wel, maar op de Tourmalet was de Madrileen dus te sterk. En zo reden ze bijna mano a mano over de finish. Schleck net voor Contador. Een anticlimax. Van een cadeau wou die laatste niet spreken, eerder een teken van waardering, want de Tour, die was toch binnen, met alleen nog de tijdrit op het menu. Althans, dat dacht hij, want ook daar gaven de twee - tegen alle verwachtingen in - elkaar verbazend weinig toe. Omdat Schleck de tijdrit van zijn leven reed, maar ook omdat Contador niet meer vermocht wat hij vorig jaar wél nog kon: als enige renner excelleren. Lance Armstrong beweerde altijd dat zijn recept om een Tour te winnen simpel was: één beslissende aanval in de bergen en één goede tijdrit. Tot dat was Contador dit jaar niet in staat. Zo ging de eindzege niet naar de renner die altijd won, zoals in het tijdperk van Merckx, Hinault of Armstrong, maar naar de coureur die het minste tijd verlóór. De tranen van een bijzonder emotionele Spanjaard na de slottijdrit waren typerend voor zijn Tour. Hij had niet alleen een duel met Schleck uitgevochten maar ook met zichzelf. Nooit, gaf hij toe, had hij zo veel moeilijke momenten moeten doorspartelen. Dat zag je aan zijn manier van koersen: in plaats van zelf aan te vallen beperkte El Pistolero zich - behalve op zijn klim naar Mende - vooral tot terugschieten. Reageren in plaats van ageren, controleren in plaats van riskeren. Zoals Nederland op het WK voetbal. Het aanvallende tiki taka van de Spaanse wereldkampioenen had de Madrileen deze keer niet in zijn benen. Alberto Contador is geen patron en niet de meest charismatische figuur, maar qua atletisch vermogen blijft de 27-jarige Spanjaard een fenomeen. Sinds zijn eerste Tour, (31e in 2005), verloor hij nog geen enkele grote ronde: één Giro, één Vuelta (beide in 2008) en drie op drie in de Tour (2007, 2009, 2010). Van alle renners die minstens driemaal de Ronde van Frankrijk wonnen, waren alleen Merckx en Hinault jonger (26) toen ze voor de derde keer als eindwinnaar gehuldigd werden, Armstrong droeg pas op zijn 27e voor de eerste keer het geel in Parijs. Op het palmares van Contador hadden zelfs al vier eindzeges kunnen staan als de organisatie in 2008 Astana niet geweigerd had. Of die er volgend jaar zal komen - al dan niet bij een andere ploeg - zal vooral afhangen van de evolutie bij Andy Schleck (25). In de wetenschap dat die in de beste vorm van zijn leven verkeerde en Contador zijn hoogste niveau niet haalde, zal de Luxemburger een nieuwe stap vooruit moeten zetten, wil hij zijn vriend evenveel belagen als dit jaar. Zo niet, dan dreigt het Jan Ullrich-syndroom: altijd net niet. De Tour 2010 betekende ook het definitieve einde van de legende Lance Armstrong. De zevenvoudige Tourwinnaar moest toegeven dat de leeftijd hem definitief had ingehaald. Het lot van veel grote kampioenen, al was hem dat zonder comeback bespaard gebleven. Om Livestrong nieuw leven in te blazen keerde The Boss in 2009, op zijn 37e, terug. Dat hij in de Tour meteen als derde finishte, werd als een half mirakel beschouwd, maar voedde wel de hoop dat er misschien meer in zat. Zeker omdat zowel hij als Johan Bruyneel beweerde dat hij beter was dan vorig jaar en omdat alle waarnemers verwachtten dat hij in de eerste week, met een mogelijke waaieretappe en de gevreesde kasseienrit, een grote slag zou slaan. Maar de waaiers bleven uit en een lekke band richting Arenberg zette hem zelfs op achterstand. Toen hij in de rit naar Morzine voor de zoveelste keer ten val kwam, spatte de droom uit elkaar. Terwijl de adrenaline hem vroeger vooruit gestuwd had, legde Armstrong zich nu verbazingwekkend gemakkelijk neer bij zijn lot. The Boss die, met de handen in de zij, naar het asfalt en zijn fiets staart, het was hét beeld van de Amerikaan in deze Tour. Hij zou daarna "zijn ploegmaat Levi Leip-heimer helpen en op een ritzege mikken."Dat eerste heeft hij nooit gedaan en in de eerste rit over de Tourmalet slaagde hij er niet in om zijn laatste offensief succesvol af te ronden. Moedig, maar toch een einde in mineur. Armstrong mag zich nu richten op Floyd Landis. Een dopingzaak die hem misschien nog veel meer pijn zal doen. In de schaduw van de twee grote tenoren brak Jurgen Van den Broeck definitief door met een vijfde plaats. Even goed als Claude Criquielion in 1986 en - gezien de steeds toenemende concurrentie - misschien wel de strafste Belgische prestatie in de Tour sinds de eindzege van Lucien Van Impe in 1976. Na zijn zevende plaats in de Giro van 2008 en zijn vijftiende stek in de Tour van vorig jaar mikte de Morkhovenaar terecht op de top tien. Iedereen mocht weten hoe ambitieus hij was. Toen in de loop van de Tour meer mogelijk leek, bleef hij echter herhalen dat alleen top tien telde, soms tot wanhoop van de journalisten. Wat hij niet zei, was dat hij weken voor de Tourstart manager Marc Sergeant toevertrouwde dat hij heimelijk op meer - top vijf - hoopte. Dat hij die grote vooruitgang boekte, is de vrucht van een maniakale beroepsernst en van jarenlang investeren in klimtrainingen. Een teken van zelfkennis ook. Bovendien slaagde Van den Broeck erin een tactisch bijna perfecte Tour te rijden. De ploegleiding van Omega Pharma-Lotto zou VDB wel meer in de schaduw willen zien klimmen en niet voortdurend in de eerste drie, maar als hij zich daar gemakkelijk bij voelt, moet hij dat niet veranderen. Het enige smetje op zijn blazoen was de bijna arrogante manier waarop hij de pers te woord stond. Toegegeven: sommige journalisten begrijpen nog altijd niet dat ze een renner na de aankomst best een paar minuten laten uitblazen, maar ook Van den Broek moet beseffen dat een correcte omgang met de media, zeker in de Tour, part of the job is. Dat hij zich achteraf excuseerde voor zijn soms nijdige reacties sierde hem wel. De kans dat de 27-jarige Kempenaar zal doldraaien in de molen van de loftuitingen lijkt vrij klein. Al zal hij moeten leren leven met de steeds groter wordende druk. Heel België zal volgend jaar dromen van het podium, terwijl een nieuwe topvijfplaats al mooi zou zijn. Jongere talenten als Roman Kreuziger (25) en vooral Robert Gesink (24) zullen ook niet stilzitten. Bovendien kun je je de vraag stellen of Van den Broeck de intrinsieke kwaliteiten bezit om nóg hoger te mikken, want tussen een vijfde plaats en de derde stek gaapt nog een grote kloof. Dit jaar net geen vijf minuten ... Bijzonder knap was ook de prestatie van Kevin De Weert (28), die in zijn eerste Tour achttiende werd, op bijna 22 minuten. Dat had zelfs top vijftien kunnen zijn als de Tremelonaar op de kasseien en in de etappe naar Morzine niet had moeten wachten op geletruidrager Sylvain Chavanel. In die twee ritten verloor hij bijna acht minuten ... Opmerkelijk voor iemand die alle Vlaamse én Waalse klassiekers reed, terwijl alle andere renners uit de top twintig van de Tour op die ene koers konden focussen. Dat belooft als de Quick-Steprenner - bij de jeugd absolute wereldtop - volgend jaar een aangepast programma kan rijden. De klassementsrenner naar wie Patrick Lefevere al jaren op zoek is, heeft hij misschien al in de ploeg. door jonas creteur"Jurgen Van den Broeck zal moeten leren leven met de steeds groter wordende druk."