Ondanks een grondige make-over van de defensie een jaar geleden bleef OHL ook vorig seizoen bijzonder kwetsbaar achterin. Met als gevolg dat opnieuw aan een zo goed als nieuwe verdediging werd gebouwd. OHL stapt zijn derde seizoen in de Jupiler Pro League ook in met eindelijk de lang gezochte creatieve middenvelder in de rangen. Meer zelfs: met twéé creatieve middenvelders. Voorin lijkt het niet aan kwaliteit te hebben ingeboet.
...

Ondanks een grondige make-over van de defensie een jaar geleden bleef OHL ook vorig seizoen bijzonder kwetsbaar achterin. Met als gevolg dat opnieuw aan een zo goed als nieuwe verdediging werd gebouwd. OHL stapt zijn derde seizoen in de Jupiler Pro League ook in met eindelijk de lang gezochte creatieve middenvelder in de rangen. Meer zelfs: met twéé creatieve middenvelders. Voorin lijkt het niet aan kwaliteit te hebben ingeboet. Bailly is weer een betrouwbaar sluitstuk en zag dat beloond met een opengebroken contract. De huurovereenkomst van Mikulic liep af en in zijn plaats werd de jonge, beloftevolle Pettersson aangetrokken. Op links ging Weuts en kwam Subasic. Een (Bosnische) international voor een wisselspeler, waardoor een titularis (Thompson) naar de bank verhuist: van een ambitieus signaal gesproken. Subasic wil na een avontuur in de Duitse tweede Bundesliga via Leuven naar het WK in Brazilië. Wijns - Leuvenaar en tot voor een paar jaar een van de betere rechtsbacks in tweede klasse - moet op rechts de met een beenbreuk uitgevallen Vanaudenaerde concurrentie aandoen. Robson blijft de enige echte certitude. Raymaekers is nog geblesseerd en voor de centrumverdedigers Bastiaens en Buekers komt een basisplaats te vroeg. Buysens werd in de voorbereiding als derde centrumverdediger uitgeprobeerd, in een systeem dat de backs moet toelaten hoger te spelen. OHL onderhandelde lang met Barda, maar beide partijen kwamen er financieel niet uit. Met Messoudi was een akkoord wel snel gevonden. Van de voormalige belofte-international wordt de offensieve creativiteit verwacht die het elftal al enkele jaren miste. Maia is een tien van hetzelfde type en heet 'een opportuniteit' te zijn geweest. Naast de oude krijger Geraerts maakt Gíslason (aanslepende kuitblessure) voorlopig plaats voor Ngolok. Van Goethem lijkt vooral nog als wissel te zullen worden gebruikt. Zeker met ook nog eens de vorig jaar al meetrainende Haïdara in de kern, een grote controlerende middenvelder die ook centraal achterin uit de voeten kan en van wie toch iets wordt verwacht. Op rechts is Karuru een optie als er gelopen moet worden. Messoudi doet dat vooral tussen de lijnen, wat hij ook van rechts naar binnen komend kan doen, zoals Ibou op links, waardoor er ruimte ontstaat voor oprukkende backs - en twee centrumspitsen. Topschutter Ibou bleef, maar met Chuka ziet OHL de eerste speler vertrekken voor wie de club een springplank is geweest. Zijn vertrek maakt ruimte voor Cerigioni, aan wiens doorbraak bijna niet meer wordt getwijfeld aan Den Dreef. Anders is er Ogunjimi nog, met wie Van Geneugden de uitdaging aangaat er weer een voetballer van te maken, iets wat hem eerder lukte met Remacle en Bailly, net als Ogunjimi spelers die hij nog onder zijn hoede had bij de jeugd van RC Genk. Voor de gevallen Rode Duivel wordt OHL de laatste kans om zijn carrière weer op het goede spoor te krijgen. Van de jongeren maken Yagan en vooral het lokale talent Dehond de beste indruk, in tegenstelling tot Azevedo, voor wie het inmiddels vijf voor twaalf is. Local heroRuytinx doet er na een seizoen van inactiviteit (knieoperatie) nog een jaartje bij. Pettersson, Subasic en Ogunjimi worden gehuurd met een aankoopoptie, Messoudi en Maia waren vrije spelers. OHL versterkte onmiskenbaar zijn selectie, maar nam geen financiële risico's én het houdt door de opties alles in eigen hand. Het zocht en vond enkele ontbrekende schakels in de kern en bracht de globale kwaliteit naar een hoger niveau. De ambitie is niet meer die van een voorzichtige debutant, maar die van een zelfbewuste blijver. In zijn eerste seizoen bij OHL promoveerde Van Geneugden meteen naar eerste klasse, waar het als debutant nooit in degradatiegevaar kwam, waarna vorig seizoen zelfs de finale van play-off 2 werd bereikt. In zijn vierde seizoen - geen betere illustratie voor de continuïteit in het Leuvense beleid - wordt naar de plaatsen acht, negen en tien gemikt. Gezien de toegenomen kwaliteit en evenwicht in de selectie is dat geen onrealistische gooi. DOOR JAN HAUSPIE