Vijftig kilometer ten zuiden van Parijs, in Clairefontaine, klopt het échte hart van het Franse voetbal. Daar is het dat de Franse nationale ploeg zijn uitvalsbasis heeft. Vanuit de kamers van de Résidence de l'équipe de France, door de bezoekers ook wel eens Le Château genoemd, kijk je uit op een gigantische replica van de wereldbeker. Neergepoot in het midden van een domein van 56 hectare groot, herinnering aan vier jaar geleden. Maar deze keer staat er geen bus van les Bleus op de parking, Olympique Lyon, de Franse landskampioen, heeft er zijn voertuig geparkeerd. Aan de buitenkant is nog steeds ook de naam van Jacques Santini te lezen, de man die de job van clubcoach inmiddels inwisselde voor die van bondscoach. Paul Le Guen volgde hem op. Hij staat voor een moeilijk seizoen. Na winst van de Ligabeker in 2001 en de landstitel vorig jaar wordt nu opnieuw gerekend op een prijs. Het zijn de wetten van de topsport, en ook Eric Deflandre, de Belgische rechtsachter met nog twee jaar contract in Lyon, kent ze.
...

Vijftig kilometer ten zuiden van Parijs, in Clairefontaine, klopt het échte hart van het Franse voetbal. Daar is het dat de Franse nationale ploeg zijn uitvalsbasis heeft. Vanuit de kamers van de Résidence de l'équipe de France, door de bezoekers ook wel eens Le Château genoemd, kijk je uit op een gigantische replica van de wereldbeker. Neergepoot in het midden van een domein van 56 hectare groot, herinnering aan vier jaar geleden. Maar deze keer staat er geen bus van les Bleus op de parking, Olympique Lyon, de Franse landskampioen, heeft er zijn voertuig geparkeerd. Aan de buitenkant is nog steeds ook de naam van Jacques Santini te lezen, de man die de job van clubcoach inmiddels inwisselde voor die van bondscoach. Paul Le Guen volgde hem op. Hij staat voor een moeilijk seizoen. Na winst van de Ligabeker in 2001 en de landstitel vorig jaar wordt nu opnieuw gerekend op een prijs. Het zijn de wetten van de topsport, en ook Eric Deflandre, de Belgische rechtsachter met nog twee jaar contract in Lyon, kent ze. Eric Deflandre : Paul Le Guen is net als Santini een man van de dialoog. Het voornaamste verschil is dat Le Guen me iemand lijkt te zijn, die eens hij zijn beste elf heeft gevonden, daar elke wedstrijd aan vasthoudt. Santini opteerde toch meer voor het rotatiesysteem. Met ongeveer dertig wedstrijd, alle competities meegerekend, was ik vorig seizoen één van de meest opgestelde spelers. Zelfs de zogezegde sterren ontzag hij niet. Op de critici uit België die beweren dat ik geen titularis ben bij Lyon, is dat mijn antwoord. Hij had genoeg van al de kritiek. Onze eigen supporters verweten hem dat hij de ploeg altijd weer door elkaar gooide. Zo bracht hij eens na een 3-0-overwinning tegen Bayern München en 4-0-winst tegen Guingamp, een compleet nieuw elftal aan de aftrap. We verloren punten en de supporters reageerden furieus. Achteraf bekeken heeft hij er goed aangedaan om de ploeg op die manier scherp te houden.Zeker niet, maar hij houdt van uitdagingen. Hij heeft zijn belagers toch altijd mooi van repliek gediend, bij les Blues zal dat niet anders zijn. Wat hij de voorbije twee seizoenen bij Lyon presteerde, moet de sceptici de mond snoeren. De Franse voetbalbond maakte een goede keuze. Ze kenden weinig geluk, maar ik denk vooral dat ze kapitale fouten hebben gemaakt. Beter hadden ze voor een compleet nieuwe koers gekozen in plaats van op de successen en de tactische lijnen van 1998 en 2000 verder te gaan. Verscheidene spelers waren duidelijk op het eind van hun Latijn, terwijl er tal van goede elementen thuisgelaten werden. Eric Carrière, bijvoorbeeld, de best mogelijke doublure voor Zidane. En ik had Govou gekozen boven Cissé. Het heeft me op mijn honger laten zitten, dat is duidelijk, ja. Maar goed, ik respecteer de keuze van Waseige. Hij bewees een uitstekende coach te zijn, want collectief presteerde België erg sterk. En dat ben ik nog altijd. Ik had niet echt de indruk dat ik deel uitmaakte van het avontuur. Alleen tegen Tunesië speelde ik. Dat is veel te weinig, zeker omdat ik ervan overtuigd was dat ik een goed WK ging spelen. In de kwalificatiecampagne had ik maar één wedstrijd gemist - door een schorsing. Ik ben ontgoocheld, verbitterd, noem het zoals je wil. De keuze van Waseige heeft me fel verrast, andere mensen fronsten ook de wenkbrauwen. Ik had net twee goede seizoenen in Frankrijk achter de rug.Die avond was de ontgoocheling enorm. Begrijpelijk, denk ik. Een galawedstrijd spelen in Parijs, in het dolle enthousiasme voor de wereldbeker, voor een voetballer uit de Franse Division 1 is dat een hoogdag. Waseige heeft me de situatie toen uitgelegd : Jacky Peeters had net een operatie achter de rug en miste wedstrijdritme. Hij wilde hem testen vlak voor de grote afreis, zei hij. Dat vond ik een beetje vaag als uitleg. Mogelijk betaalde ik het gelag voor de collectief zwakkere prestaties tegen Slowakije en Algerije. Een beetje wrang dat alleen Deflandre daarvoor moest boeten, want in die wedstrijden speelde geen enkele Rode Duivel op niveau. Meer zelfs : ik vond niet eens dat ik bij de slechtsten was. Tegen Frankrijk viel ik in zo'n twintig minuten voor het einde, redde nog een bal van de lijn en had een voet in ons tweede doelpunt. Toen ik de kleedkamer binnenstapte, was dat met het gevoel dat ik de puntjes op de i had gezet. Daar gaf Waseige tactische redenen op. Hij achtte Peeters beter in staat om de hele rechterflank voor zich te nemen, omdat hij dat in Gent ook deed. Eerlijk gezegd : dat begreep ik niet helemaal. Maar goed, geen rancune : ik ben ervan overtuigd dat hij zijn keuze in eer en geweten heeft gemaakt. Wat niet wegneemt dat ik sinds de wedstrijd in het Stade de France enorm aan het twijfelen was geslagen. Jammer genoeg terecht. Na de succesvolle kwalificatiecampagne had ik nooit durven te vermoeden dat de zaken nog zo slecht zouden lopen. Tegen Tunesië kreeg ik opnieuw een kans, maar werd ik eens te meer het slachtoffer van een collectieve off-day. Was ik dan zo slecht tegen Tunesië ? Ik dacht het niet. Wilmots feliciteerde me zelfs achteraf. Maar goed, het was niet de enige beslissing van Waseige die Wilmots niet begreep... Nee, het ligt niet in mijn aard om bij de trainer te gaan uithuilen. Als hij zelf geen uitleg gaf, is het waarschijnlijk omdat hij daar geen zin in had.Daar begrijp ik niets van. In de eerste plaats ben ik een verdediger. In Frankrijk beschouwt men mijn wedstrijd als geslaagd, als ik verdedigend secuur heb gespeeld. Wat er in offensief opzicht bijkomt, is een bonus. Weet je, bij de Rode Duivels aanziet men mij voor iemand die ik niet ben. Als de middenvelders en de aanvallers aanvallend niets kunnen forceren, mag je dan van een rechtsachter verwachten dat hij dat wel doet ? Ik ruk zo'n acht keer per wedstrijd mee op naar voor en lever evenveel voorzetten af : volstaat dat niet ? Wat wil men van mij ? Dat ik tien assists geef per wedstrijd ?Mogelijk. De pers kan een grote invloed uitoefenen op sommige trainers. De Vlaamse pers lust me niet meer sinds ik Brugge verliet. In de aanloop naar het WK hebben ze er alles aan gedaan om Peeters in de ploeg te schrijven. Ze zijn er uiteindelijk nog in geslaagd ook. De lastercampagne kende zijn hoogtepunt tegen Tsjechië. In Brussel hield ik Smicer en Nedved anderhalf uur in bedwang en veegde ik een bal van de lijn. Krijgen we daar een doelpunt tegen, mogen we een kruis maken over het WK. Ik kwam er zelfs een paar keer goed uit op mijn flank. Maar wat lees je achteraf in de Vlaamse kranten ? Het was beter geweest met Jacky Peeters ! Ik heb die bewuste journalisten enkele dagen geboycot en daarvoor heb ik moeten boeten. En zij haalden hun gram : in Japan koos Waseige voor Peeters. Terwijl ik ervan overtuigd was dat ik een sterk WK ging spelen. Ik had geen kopzorgen. Voor het WK in 1998 lag ik overhoop met ErikGerets, die me bij Club Brugge passeerde voor de bekerfinale tegen Genk. Desondanks hoorde ik in Frankrijk toch bij de betere internationals. Vlak voor het Euro 2000 gonsde het van de transfergeruchten. De ene dag zou ik naar Liverpool gaan, de andere dag naar Lyon, en weer een andere dag zou ik in Brugge blijven. En de kranten er maar plezier in scheppen om naar Serge Scalet te bellen, een Franse manager die snel wat geld wilde verdienen over mijn rug. In diezelfde periode kampte ik bovendien met privé-problemen : mijn dochtertje, toen één week oud, had aan ademhalingstoornissen. Een week lang heeft ze tussen leven en dood gezweefd. Alleen machines hielden haar in leven. Maar opnieuw overwon ik de problemen en achteraf riepen verscheidene kranten mij uit tot beste Belg van het EK. In de aanloop naar Japan voelde ik me echt fris in het hoofd. Ik had twee goede seizoenen in Frankrijk achter de rug en stond klaar voor een grootse prestatie. door Pierre Danvoye'Ik ben ontgoocheld, verbitterd, noem het zoals je wil. Nog altijd.''Bij de Rode Duivels aanziet men mij voor iemand die ik niet ben.'