Hoe moet Luis Enrique, de trainer van Barcelona, zich hebben gevoeld toen zijn club zaterdagavond in Berlijn de Champions League pakte? Dacht hij, midden in de gigantische vreugde, terug aan het scepticisme dat één jaar geleden rond zijn aanstelling heerste? Of aan het akkefietje met Lionel Messi omdat hij, in januari in een trainingspartijtje, een fout op de Argentijnse superster niet had gefloten? Die vloog de trainer bijna naar de hals, Xavi kon de gemoederen net bedaren. Of spookte het moment nog eens door zijn hoofd dat hij Messi voor een uitmatch in San Sebastián op de bank had gezet en voorzitter Josep María Bartomeu de kant koos van zijn supervoetballer?
...

Hoe moet Luis Enrique, de trainer van Barcelona, zich hebben gevoeld toen zijn club zaterdagavond in Berlijn de Champions League pakte? Dacht hij, midden in de gigantische vreugde, terug aan het scepticisme dat één jaar geleden rond zijn aanstelling heerste? Of aan het akkefietje met Lionel Messi omdat hij, in januari in een trainingspartijtje, een fout op de Argentijnse superster niet had gefloten? Die vloog de trainer bijna naar de hals, Xavi kon de gemoederen net bedaren. Of spookte het moment nog eens door zijn hoofd dat hij Messi voor een uitmatch in San Sebastián op de bank had gezet en voorzitter Josep María Bartomeu de kant koos van zijn supervoetballer? Juist in die cruciale dagen, waarin Enrique vertelde zich zwakker te voelen dan ooit te voren, werd het fundament gelegd voor de schitterende campagne van Barcelona. De Catalaanse club serveert sindsdien pas goed voetbal als kunstvorm. Anders kan je het spel van Barcelona niet definiëren. Of het nu in de Spaanse competitie was, in de Spaanse bekerfinale tegen Athletic Bilbao of in de finale van de Champions League tegen Juventus, de patronen keren steeds weer terug. De subtiliteit in de acties, de creativiteit in het spel, de beweging zonder bal, de ruimtes dichtlopen en creëren, de moordende tempowisselingen, het is van een haast ontroerende schoonheid. In de eerste helft van de finale van de Champions League kwamen 92 procent van de voorzetten bij Barcelona aan, in de hele wedstrijd liep Barcelona niet één keer buitenspel. En dit gebeurt allemaal onder de heerschappij van Lionel Messi, de ongekroonde koning die tegen Athletic Bilbao zo had geschitterd dat zelfs de populaire Madrileense krant Marca op de frontpagina titelde 'Zijne Majesteit'. Een kreet met een dubbele boodschap want met koning Felipe VI zat er toen een andere hoogheid in het stadion, zij het dat die bij het spelen van het Spaanse volkslied op een schellend fluitconcert werd getrakteerd. Dat viel in Berlijn alleen van supporters van Juventus te horen toen Barcelona de bal had. Het bleek hen niet te irriteren. Het spel van Barcelona is onder Luis Enriquegevarieerder geworden. De ploeg werd fysiek en mentaal sterker, ook al door het rotatiesysteem van de trainer die tijdens deze voetbaljaargang 29 spelers opstelde. Heel nadrukkelijk cultiveert Enrique aanvallend voetbal en hij heeft zich al langer gedistantieerd van het obsessieve tiquitacaspel dat voor de tegenstanders amper nog geheimen had. Het maakte plaats voor een mengeling van dynamiek en opportunisme, zoals blijkt uit de 122 doelpunten die Messi, Neymar en LuisSuárez dit seizoen in 60 officiële wedstrijden samen scoorden, waarmee het record van het memorabele Realtrio Ronaldo-Benzema-Higuaín, die aan 118 treffers kwamen, werd gebroken. De successen hebben ook met een generatiewissel te maken die zich in alle openbaarheid voltrok. Xavi, de dwingende spelmaker uit de klassieke Barçaschool, werd uitgewuifd, hij mocht in Berlijn de laatste twaalf minuten voor uitblinker Andrés Iniesta invallen. Zelden verliep een afscheid zo stijlvol en zo zonder trauma's als dat van de middenvelder. Maar absoluut determinerend is de gedaanteverwisseling die Lionel Messi dit seizoen onderging. In Berlijn was de Argentijn niet zo dwingend, al verloor hij maar één keer de bal. Na de rust schudde hij een paar heerlijke acties uit de voeten en lag hij aan de basis van de tweede treffer. De afgelopen maanden doet Messi in niets denken aan de lethargisch optredende acteur uit voorgaande jaren. Hij speelde aanvankelijk op de rechterflank, vervolgens als een verkapte nummer negen, maar hij bestrijkt vooral erg veel terrein en verricht ook defensieve arbeid. Een solist groeide uit tot een teamspeler, een wonderkind werd een wonderman. Vijf kilo lichter na een bezoek aan een gereputeerde Italiaanse diëtiste en met een tattoo op zijn arm die in wezen niet bij zijn imago past. Het geeft hem allemaal meer innerlijke rust. En nog meer verantwoordelijkheidsgevoel. Althans op het veld. Daarbuiten trekt hij amper zijn mond open. Soms heeft een speler een traumatische ervaring nodig om te rijpen. Voor Messi was dat de verloren WK-finale tegen Duitsland. Hij treurde lang, maar in stilte. Hij begon moeizaam aan het seizoen maar hervond zich na het dispuut met Luis Enrique. De trainer van wie iedereen nu hoopt dat hij blijft. Want het elftal zit nog niet aan zijn plafond en als Messi dit niveau aanhoudt, dan blijven de Catalanen een niet te verschalken machine. Het is zoals Juventusdoelman Gianluigi Buffon het voor de finale treffend verwoordde: "Messi komt van een andere planeet die met ons, mensen, wil voetballen. Ik hoop dat hij in de finale een gewone mens is." Juventus had zich tegen Barcelona uitstekend verweerd en had zelfs kunnen stunten als een fout op de ijzersterke Paul Pogba bij een 1-1-stand met een strafschop was bestraft. Het behalen van de finale was al opmerkelijk. Want net zoals bij het aantreden van Luis Enrique in Barcelona werd ook de intrede van Massimiliano Allegri niet op applaus onthaald. De trainer komt uit Livorno, de stad waar de communistische partij van Italië werd gesticht, vandaag nog altijd een links bolwerk. Allegri komt stijf en onrevolutionair over, hij is in alle opzichten de antipode van zijn charismatische voorganger Antonio Conte die, na meningsverschillen over de transferpolitiek, bij Juventus geen internationale perspectieven meer zag. Maar vooral: Allegri komt over van aartsrivaal AC Milan. De nieuwe coach bouwde op de steunpilaren, de 36-jarige Andrea Pirlo voorop. Strikte opdrachten geeft hij alleen zijn verdedigers mee, van zijn aanvallers verlangt hij een soort gecoördineerde spontaniteit. Het maakt het spel van Juventus flexibeler en de legendarische Marcello Lippi loofde vooral de tactische vooruitgang van de ploeg. Allegri geldt als een meester in de coaching die mankementen bij de tegenstander snel erkent en daarop nog sneller anticipeert. Het bleek niet voldoende om Barcelona te stoppen. Ondanks de precisie in de acties zat er veel rauwheid in het spel. Er werden 24 fouten gemaakt. Vooral op Messi. Maar dat is dan ook een buitenaards wezen. DOOR JACQUES SYS IN BERLIJNSoms heeft een speler een traumatische ervaring nodig om te rijpen.