Roman Smolansky is een Jood van Oekraïense afkomst. Hij is een gewezen bokskampioen en wou na zijn carrière graag bokstrainer worden, maar in Netanya draait sport vooral rond voetbal en de rivaliserende clubs Maccabi en Beitar Nes Tubruk, vertelt hij. Onder meer Barak Badash (Waasland-Beveren), Shlomi Arbitman (Bergen) en Dudu Biton (ex-Standard) groeiden op in de badplaats dertig kilometer ten noorden van Tel Aviv. Eind oktober vorig jaar werd er nog een nieuw stedelijk voetbalstadion ingewijd en in februari werd daar de interland tegen Finland gespeeld.
...

Roman Smolansky is een Jood van Oekraïense afkomst. Hij is een gewezen bokskampioen en wou na zijn carrière graag bokstrainer worden, maar in Netanya draait sport vooral rond voetbal en de rivaliserende clubs Maccabi en Beitar Nes Tubruk, vertelt hij. Onder meer Barak Badash (Waasland-Beveren), Shlomi Arbitman (Bergen) en Dudu Biton (ex-Standard) groeiden op in de badplaats dertig kilometer ten noorden van Tel Aviv. Eind oktober vorig jaar werd er nog een nieuw stedelijk voetbalstadion ingewijd en in februari werd daar de interland tegen Finland gespeeld. Nu is Roman Smolansky taxichauffeur. Hij zet ons af aan Abu-Shbib 6, het appartementsblok waar Barak Badash zijn jeugd doorbracht en waar op de hoogste verdieping nog altijd zijn vader Eli en zijn moeder Dvora wonen. Ran Badash, Baraks oudste broer, wacht ons op en stelt voor om eerst eens tot aan het nabijgelegen veldje te wandelen, waar zijn twee jaar jongere broer als kind begon te sjotten. "Op een dag zag een vader van een van zijn vrienden hem hier spelen en zei: 'Jij moet bij Maccabi Netanya gaan voetballen.' Maar in het begin dachten mijn ouders niet dat het voor hem de juiste weg was. Pas toen er een vertegenwoordiger van de club bij ons thuis kwam, zagen ze dat het ernstig was en beslisten ze om hem te laten aansluiten. Hij was op dat moment zes jaar. Maar omdat vader een heel religieuze man is, gingen wij naar een religieuze school en daar paste de levensstijl van een voetballer niet bij. Telkens als Barak moest gaan trainen, was het als een militaire operatie: dan wachtte moeder op hem in een zijstraat, bracht ik hem daar ongemerkt heen en at en kleedde hij zich om in de wagen. Dat kon zo niet blijven duren natuurlijk en na een tijd is hij naar een gewone school gegaan." Het onthaal op de zesde etage is buitengewoon warm. Zodra de deur van het appartement opengaat, worden we geconfronteerd met krantenknipsels van Barak die in de gang zijn opgehangen. In de woonkamer worden nog meer uitgeknipte en geplastificeerde persartikels bovengehaald, alsook het shirt waarmee hij in augustus met Kiryat Shmona aan de derde voorronde en de play-offs van de Champions League deelnam. "Je moet begrijpen dat zodra Barak begon te spelen en op de televisie kwam, dat voor onze ouders een droom was die in vervulling ging", zegt Ran. "Op de sabbat, die duurt van vrijdagavond tot zaterdagavond, mogen ze niet met de wagen rijden en ook niet met iemand anders meerijden, maar dan gingen ze te voet naar thuiswedstrijden kijken. Van hier was dat tien kilometer heen en tien kilometer terug." Eli: "Cry, me cry." Waarna hij tegen zijn zoon voortgaat in het Hebreeuws. Ran: "Mijn vader zegt dat hij dan soms huilend terugkeerde, omdat Barak niet eens was mogen invallen." Vorig seizoen schreef Barak Badash mee geschiedenis door landskampioen te worden met Hapoel Ironi Kiryat Shmona, de club uit een stadje van maar een 20.000 inwoners tegen de Libanese grens, dat tot dan vooral het nieuws haalde met zelfmoordaanslagen en raketaanvallen van Hezbollah. Maar de weg naar succes was lang en moeilijk. Ran: "Héél moeilijk, maar de hele familie pushte hem om altijd maar te blijven doorzetten. Toen hij achttien was, kreeg hij bij Maccabi Netanya te horen dat ze hem niet meer moesten. Hij is ook lang klein en mager gebleven, Barak is een laatbloeier. Daarna speelde hij vele jaren in de tweede, derde en vierde klasse, bij verschillende clubs, maar de droom gaven we nooit op. Al zijn vrienden van bij de jeugd zijn al gestopt met voetballen, maar hij niet. Als wij iets willen, geven we niet op." We krijgen Turkse koffie aangeboden en zelfgebakken cake, en we worden uitgenodigd ons te gedragen alsof we thuis zijn. "Wees niet verlegen, voel je vrij, tast toe!" Ran: "Toen Barak achttien was, moest hij zoals iedere jongen voor drie jaar naar het leger. Alleen internationals kregen faciliteiten, dus hij niet, want hij zat toen bij een vierdeklasser. Hij werd ingedeeld bij een eenheid in Eliat, dat is van hier ongeveer zeven uur rijden. Maar hij ging niet, omdat dat het einde van zijn voetbalcarrière betekend zou hebben. Barak was spoorloos voor het leger! Nadat hij twee keer niet op een oproepingsbevel was ingegaan, kreeg hij zijn zin en mocht hij naar de basis in Tel Aviv. Zo kon hij blijven trainen. Bovendien kreeg hij een job in de keuken onder de leiding van een voetbalfanaat van wie hij geen poot moest uitsteken. Na zijn legerdienst maakte hij voor derdeklasser Maccabi Ramat Amidar meer dan twintig doelpunten. Ook in een vriendschappelijke wedstrijd tegen Hapoel Tel Aviv knalde hij er een binnen, waarna hij twee uur later een contract tekende voor die Israëlische topclub. Dat gaf hem een enorme push." Eli: "All night not sleep." Party! Ran: "Inderdaad. We zijn hier toen total loss gegaan: de buren uitgenodigd, muziek aangezet, moeder heel veel lekker eten klaargemaakt, zingen, dansen... Extase! Je moet weten dat er een tijd is geweest dat wij het meer wilden dan Barak. Hij twijfelde vaak, raakte ontmoedigd, maar die nacht is zijn denken helemaal omgeslagen. Van stoppen is onderweg nooit sprake geweest, omdat hij wist dat het vooral voor zijn moeder onbespreekbaar was. Voor ons is Barak altijd een ster geweest." Het ultieme succes kwam er toen hij vorig jaar met Kiryat Shmona van de Champions Leaguesfeer mocht proeven en op 30 augustus, op zijn dertigste verjaardag, een aanbieding kreeg van Waasland-Beveren. Hij liet zijn club geen andere keuze dan hem voor een seizoen ter beschikking te stellen van de Belgische neo-eersteklasser. Ran: "Barak voetbalde de voorbije jaren wel voor meer Israëlische eersteklassers, maar de grote klik kwam er pas bij Kiryat Shmona. Dat was een echt team, zonder vedetten, en zo functioneert hij het best. Barak is temperamentvol, maar hij is vooral heel open, vriendelijk en trouw in de vriendschap." We worden aan tafel uitgenodigd, waar ons een bord couscous wordt voorgezet. "Dat is het nationale voedsel van onze roots", zegt Ran. "Wij zijn afkomstig uit Libië, het land van Khadaffi, weet je wel. Mijn vader was zes maanden toen hij naar Israël kwam." Eli: "My father... football ... number 5... Puyol... Maccabi Tripoli. " De ZlatanIbrahimovic-look van Barak mag dan duidelijk afkomstig zijn van moederszijde, de voetbalgenen worden opgeëist door vaderszijde. Ran: "Mijn grootvader speelde voetbal in Tripoli en daardoor zijn er in onze familie veel die voetballen, denken wij. De laatste is Yuda, de vijftienjarige zoon van Galit, mijn vijf jaar oudere zus. Hij zit bij de jeugd van Maccabi Netanya. Onlangs wonnen ze een toernooi in Italië. Hij is een 9, een diepe spits. Net als Barak, en net als Kobi, onze jongere broer van 25 die voor een tweedeklasser uitkomt." "Onze grootouders zijn naar hier gevlucht nadat in 1948 met de oprichting van de staat Israël een plaats voor Joodse mensen was gecreëerd", vertelt hij. "De vader van mijn moeder was toen twaalf en kon zich met de hulp van een vriend tussen een scheepslading tomaten verschansen. De overtocht duurde een maand en al die tijd at hij alleen maar tomaten. Maar ook hier was het leven hard. Mijn vader is bouwvakker en mijn moeder voedde de kinderen op. Wanneer we het moeilijk kregen, ging ik werken om te helpen overleven. Ik voetbalde zelf ook, ik was net als mijn grootvader een 5. Als vrienden mij vragen waarom ik geen profvoetballer ben geworden, antwoord ik hen altijd: 'God maakte mijn broers vaardig met de voeten en mij met de handen.' Ik ben elektricien." Eli staat recht, hij moet naar de synagoge om te bidden. Ran: "Hij gaat trainen." Bij het afscheid nodigt Eli ons uit om 's anderendaags met zijn familie het vrijdagavondmaal bij ingang van de sabbat te komen nuttigen, maar we kunnen niet op de invitatie ingaan omdat we dan al in Jeruzalem zullen zijn. Netanya is een populaire badplaats met een voetbaltraditie, maar is ook om minder vreedzame redenen bekend. Zo vond er op 27 maart 2002, op de eerste dag van het joodse paasfeest, in het Park Hotel een door de Palestijnse verzetsbeweging Hamas gepleegde zelfmoordaanslag plaats waarbij 30 doden en 140 gewonden vielen. Barak was toen negentien. Ran: "We hoorden die knallen tot hier. In die tijd was het in Netanya niet veilig. Er waren in dezelfde periode ook bomaanslagen in het busstation en het winkelcentrum. Het was niet aangewezen om naar plaatsen te gaan waar veel volk samentroepte en dat deden we dan ook niet. De eerste keer dat je ermee te maken krijgt, is dat choquerend. Maar wanneer je in al die rotzooi leeft, wordt het een routine. Het is al zo vaak gebeurd dat je het gewoon wordt: ofwel bombardeert Israël hen, ofwel zij ons. Je weet dat het elk moment kan gebeuren." Hij vocht ook al mee. "Het leger bracht mij in die positie om het land te verdedigen", zegt hij. "Ik ben para geweest en nam deel aan operaties in Libanon en Gaza. Sommigen zitten tegen hun zin bij het leger, maar bij mij was dat niet het geval. Het was mijn keuze om naar de gevechtstraining te gaan. Ik doe dat graag. Maar mijn vrouw staat mij nu niet meer toe dat ik bij het leger ga." "Work, no war", zegt ze. Ran excuseert zich dat hij weg moet. Terwijl hij zich in de badkamer klaarmaakt, houdt zijn vrouw ons aan tafel nog even gezelschap. "We missen Barak", zegt ze. "Meer dan wie ook willen we zijn succes en nu is het een beetje moeilijk, maar in de toekomst zal zich dat terugbetalen en dat is het belangrijkste." Ze kijkt in de richting van zijn moeder in de keuken. "Wanneer ze hem op tv ziet, staat het huis op stelten. Weet je dat ze hem in Israël Zlatan noemen? Ze is gek van hem. Met al haar kinderen is ze sterk verbonden. Het is haar leven." Zelf droomt ze niet van een zoon die voetbalt, bekent Rans vrouw. "Neen, er zijn er al genoeg in de familie die voetballen. Ik wil een piloot!", lacht ze. Een piloot?! "Ja." Een piloot van een gevechtsvliegtuig of van een lijnvliegtuig? "Euh... dat maakt niet uit." Waarom een piloot? "Omdat mijn man dat wilde zijn en zijn zoon het misschien kan worden." Waarom geen voetballer? "Omdat je veel geluk nodig hebt om te slagen. En als je niet slaagt, krijg je grote problemen, want in de lagere reeksen verdien je niet genoeg. Dan moet je je op dat moment toch weer gaan afvragen wat je in je leven nog kunt doen voor de kost. Ik wil niet dat mijn zoon dat meemaakt. Hier zijn al twee sterren in huis, dat volstaat." Maar met ons onderweg naar de lift passeert ze in de gang de wand met de krantenknipsels van Barak en komt ze daar ongevraagd nog eens op terug. "Ik denk dat we er toch niet aan zullen ontkomen", zegt ze met een glimlach. "Als we ooit een zoon krijgen, zal hij voetballen." ?DOOR CHRISTIAN VANDENABEELE IN ISRAËL - BEELDEN: GF"Wanneer zijn moeder hem op tv ziet, staat het huis op stelten." Baraks schoonzus