Zes dagen op zeven is Danny Veyt met voetbal bezig. Alleen op vrijdag besteedt hij wat meer aandacht aan het familiale leven. "Ik had het geluk deel uit te maken van een gouden generatie bij de nationale ploeg. Daar profiteer ik nog altijd van. Als we uitgenodigd worden voor een match met de oud-internationals, beleven we de heroïek van toen telkens opnieuw. Het is eigenlijk bijna onverklaarbaar, maar we voelen elkaar ongelooflijk goed aan. Het compenseert zelfs de gemiste transfer naar Club Brugge toen ik zeventien was. Mijn ouders zagen er enorm tegen op dat ik dan in een pleeggezin zou terechtkomen."
...

Zes dagen op zeven is Danny Veyt met voetbal bezig. Alleen op vrijdag besteedt hij wat meer aandacht aan het familiale leven. "Ik had het geluk deel uit te maken van een gouden generatie bij de nationale ploeg. Daar profiteer ik nog altijd van. Als we uitgenodigd worden voor een match met de oud-internationals, beleven we de heroïek van toen telkens opnieuw. Het is eigenlijk bijna onverklaarbaar, maar we voelen elkaar ongelooflijk goed aan. Het compenseert zelfs de gemiste transfer naar Club Brugge toen ik zeventien was. Mijn ouders zagen er enorm tegen op dat ik dan in een pleeggezin zou terechtkomen." In een zwart gat viel hij niet, al viel het afscheid als speler hem wel zwaar. "Door een overbelasting van de achillespees moest ik er veel vroeger dan verwacht een punt achter zetten. Anders was ik zoals Simon Tahamata zeker nog enkele jaartjes doorgegaan, eventueel tot mijn 45ste. Conditioneel was en ben ik nog altijd volledig in orde - met dank aan Urbain Haesaert, Ik heb helemaal geen last van overgewicht, verschil slechts drie kilo met mijn vroeger competitiegewicht. "Ik ben tweeënhalf jaar bij de kinesist moeten gaan om van die problemen aan de achillespees af te geraken. Al die tijd dacht ik nog terug te kunnen gaan voetballen in eerste klasse. Die gedrevenheid heb ik meegekregen van Urbain. De goesting is er nog steeds, merk ik telkens als we een wedstrijd met de oud-internationals spelen. Daar mogen ze mij zelfs om middernacht voor uit mijn bed bellen. Tijdens de winterstop speelde ik mee op de memorial voor Sljivo. Ik werd echt niet belachelijk gemaakt door Danny Boffin, hoor. Met Quain, Quaranta, de Sart en Ernes werden zevende op 24 ploegen. Met de generatie van toen winnen we zelfs nu nog van een provincialer." Via het transportbedrijf van Zottegem-voorzitter Raoul Petit kwam Veyt uiteindelijk terecht bij DPB Plastics in Wilrijk. Daar is hij vandaag nog altijd magazijnier. "Het was mijn droom te eindigen bij AA Gent. Daarover bestonden al enkele afspraken met Jean Van Milders en Ivan De Witte. Ik voelde me daar echt thuis. Nu nog altijd trouwens. Als ik er kom, word ik telkens met open armen ontvangen. Dat is het mooiste souvenir dat ik heb overgehouden aan het voetbal : enorm veel contacten en warme menselijke relaties. "Voor mij was het belangrijk om me maatschappelijk ook goed in mijn sas te voelen. Dat is eigenlijk meteen gelukt. Ik was magazijnier, wat inhield dat ik alle verzendingen moest helpen lossen, laden en klaar zetten. Mijn huidige job is ongeveer hetzelfde, maar aangenamer, ook al omdat ik dichter bij huis ben. Bij Zottegem moest ik vaak op maandag beginnen om zes uur 's morgens tot vijf uur. Dan weet je wat echt werken is, zoals ik dat ook in mijn jeugd heb ervaren bij de Boomse Metaalwerken. Ik reed direct naar de training, waardoor mijn vrouwtje me eigenlijk maar weinig zag. Gelukkig hebben we daar een mouw aan kunnen passen. Nu stop ik meestal om vier uur 's avonds."Oude liefde roest niet en zo kwam Veyt ook weer in contact met Urbain Haesaert. Die overhaalde hem om een jeugdteam van GBA onder zijn hoede te nemen. Met het succes trouwens, want vorig seizoen speelde Veyt met de min zestienjarigen nationaal kampioen. "Omdat ik alleen maar met kwaliteit wilde werken, koos ik voor GBA. Het was elf jaar geleden dat er nog eens een jeugdploeg kampioen speelde. Dat doet deugd, want op die manier weet je dat je inspanningen beloond worden."Als ik de jongeren de dag van vandaag bezig zie, stel ik vast dat er enorm veel fout loopt. Ze moeten niks meer doen om iets te krijgen, worden te veel bemoederd. Ik wil ze leren beseffen dat profvoetballer zijn een droomjob is, die bovendien ook nog eens goed betaald wordt. We werpen die jongens tegenwoordig te gemakkelijk het geld in de schoot. Crazy ! Ik wil hen een aantal normen en waarden meegeven. Discipline, maar ook respect voor de medemens. Bij ons worden er bijvoorbeeld geen petten en oorringen gedragen en loopt iedereen altijd in dezelfde kledij. Voordeel is dat ik hen alle oefeningen nog zelf kan voordoen, dat ik geen bierbuik heb of over de bal val en dat ze weten wat ik als voetballer heb gepresteerd. Spelers horen me aan te spreken met 'trainer', maar ik heb er geen moeite mee dat ze ook eens 'Danny' zeggen. Als het maar op een beleefde manier gebeurt. Met hey of hola kom je niet ver in het leven." Veyt verleent ook een vriendendienst aan de voorzitter van de Antwerpse derdeprovincialer Kaart, waarmee hij dit seizoen de promotie hoopt te bewerkstelligen. Hoofdtrainer worden op een hoger niveau interesseert hem weinig, eventueel wil hij wel als assistent-trainer aan de slag. "Ik heb die ambitie niet. Ook al omdat ik daar heel realistisch in ben : zelfs al lever je goed werk, de appreciatie volgt niet altijd. In dat wereldje moet je heel geslepen zijn. Daar pas ik voor. Ik kan geen maskers opzetten en een koers varen zoals de wind draait. Zelfs in de lagere klassen gaat het zo toe. Sommige trainers werken stevig onder de prijs om een job te hebben. Dat kan ik niet. Ik blijf liever op de achtergrond. Geef mij dus maar de onbevangenheid van een derdeprovincialer."Ook wijn werd een passie. Danny Veyt beschouwt zichzelf niet echt als een kenner, maar leerde er wel door van het leven te genieten. "Bij de wijn is het vaak : hoe ouder, hoe beter. Wel, ik durf van mezelf te zeggen dat ik me ook almaar beter in mijn vel voel. Eigenlijk beleef ik nu een beetje mijn tweede jeugd. Ik doe echt alles waar ik zin in heb, ben helemaal nog niet uitgeblust. Om de twee jaar trekken we naar Bordeaux voor Vinexpo. Dan trekken we met de helikopter van kasteel naar kasteel en proeven we de grootste wijnen in schitterende kelders. Stilaan kennen we er elke straat. Maar altijd nuchter, hé ( lacht)." door Frédéric Vanheule'Die gedrevenheid, die heb ik van Urbain Haesaert.'