Wanneer Beñat San José over zijn 'killer' spreekt, heeft hij het over Smail Prevljak. De Bosnische aanvaller kwam in januari 2020 naar Eupen en weet het doel goed te vinden. Zo maakte hij tussen 9 en 20 januari van dit jaar zes doelpunten, waaronder de twee die Anderlecht de das omdeden. Een portret in zijn eigen woorden.
...

Wanneer Beñat San José over zijn 'killer' spreekt, heeft hij het over Smail Prevljak. De Bosnische aanvaller kwam in januari 2020 naar Eupen en weet het doel goed te vinden. Zo maakte hij tussen 9 en 20 januari van dit jaar zes doelpunten, waaronder de twee die Anderlecht de das omdeden. Een portret in zijn eigen woorden. Wanneer Smail Prevljak in mei 1995 geboren wordt, woedt de oorlog in Bosnië-Herzegovina al drie jaar. Enkele maanden later zullen NAVO-troepen tussenbeide komen en een einde maken aan het conflict. Op dat moment zijn er 100.000 doden gevallen, van wie de helft burgers, en zijn twee miljoen mensen op de vlucht. De speler van Eupen herinnert zich zijn eerste jaren in een stad vol ruïnes. 'Ik groeide op in een klein stadje, Konjic, dat aanvankelijk heel leuk was om in te wonen. In Bosnië zeggen ze dat het een klein Monaco is. Je vindt er rivieren, meren, groen en bergen waar je in de winter kunt skiën. De oorlog heeft bijna alles verwoest, maar vreemd genoeg is het daar helemaal geen gespreksonderwerp. Integendeel, het is een beetje taboe. De mensen denken: we hebben enorm geleden, maar vandaag is alles in orde, dus we kijken alleen maar vooruit. Ze willen zichzelf er niet mee belasten, want het is erg pijnlijk voor hen. Bosnië-Herzegovina is weer opgebouwd, de toeristen komen terug, het is niet langer een gevaarlijk land: daar willen ze zich op focussen. 'Mijn familie heeft veel meegemaakt. Ons huis werd volledig verwoest, mijn vader ging vechten, familieleden stierven. Iedereen in Bosnië kent mensen die niet uit de oorlog zijn teruggekeerd. Als kind stelde ik mijn vader wel eens vragen, het fascineerde me. Hij bleef altijd vaag, vermeed het onderwerp liever. Tot op de dag van vandaag praten mijn ouders er liever niet over. Mijn streek is opnieuw erg mooi geworden, ze heeft haar charme en haar Monacogehalte teruggevonden. Alles is nieuw.' Op achttienjarige leeftijd verlaat Prevljak zijn geboortestad en zijn club om alleen in Leipzig te gaan wonen, waar hij aanvankelijk traint met de U19. Hij wordt gespot door een scout van de Red Bullstructuur. Smail ontdekt een nieuwe wereld, een andere cultuur en een onbekende taal die aan de spelers wordt opgelegd. Om hun acclimatisatie te bespoedigen, mogen ze onderling enkel Duits spreken. 'Ik ben op mijn vijftiende prof geworden in Bosnië, wat daar redelijk normaal is. Een tijdje heb ik het proberen te combineren met school, maar dat vond ik te zwaar, dus heb ik alles op het voetbal gezet. Intussen besefte ik dat het een riskante keuze was en heb ik mijn humaniora afgemaakt via afstandsonderwijs. Leipzig nodigde me uit voor een test, het ging goed en ze gaven me een contract. Ik wist niets van Leipzig, ik dacht dat ik bij een kleine club terecht zou komen die niet veel geld had. In die tijd waren ze net kampioen geworden in de vierde divisie. Ze begonnen op te klimmen tot waar ze nu staan: aan de top van de Duitse competitie en geregeld in de Champions League. 'Ik trok grote ogen. Alles was strak georganiseerd, niet alleen voor de profs, maar ook voor de jongerenteams. Red Bull heeft enorm veel middelen, het opleidingscentrum is buitengewoon. Je voelde dat Leipzig ooit in de Champions League zou spelen, we spraken er al over toen de club nog in de derde divisie zat. Als je aankomt in Leipzig, nemen ze de tijd om je de Red Bullfilosofie uit te leggen: de manier van trainen, de speelstijl, het hele concept. Tactisch gezien weet je heel snel waar je aan toe bent, op welke positie je ook staat. Je wordt opgeleid door maniakken, ongelooflijk perfectionistische kerels. Ze nemen uitgebreid de tijd om je alle aspecten van de pressing bij te brengen. In het begin heb ik afgezien. Ik was alleen, er was het taalprobleem en gedurende enkele maanden had ik rugklachten. Maar eenmaal je in het systeem zit en geacclimatiseerd bent, is het een uitzonderlijke plek om te werken.' Red Bull Salzburg is in Oostenrijk wat PSG is in Frankrijk: een machine die alles op haar pad verplettert. In totaal zal Smail Prevljak een vijftigtal wedstrijden spelen met de club en een hele hoop trofeeën mee naar huis brengen: vier titels en drie Oostenrijkse bekers. Een mooi resultaat, ook al staat hij niet altijd in de basis. Prevljak wordt ook verkozen tot beste speler van het seizoen met het Red Bull B-team, dat in de tweede klasse speelt. Hij krijgt echter een grote tegenslag te verwerken: gescheurde kruisbanden en een maandenlange revalidatie. De blessure dwingt hem om ritme te gaan opdoen bij Mattersburg, een ander team uit de Oostenrijkse eerste klasse. 'Toen ik van Leipzig naar Salzburg verhuisde, voelde ik me niet ontheemd. Alles is hetzelfde: de organisatie, de structuur, de spelfilosofie, de technische en tactische richtlijnen. Het is alsof je een opleidingscentrum van het ene land naar het andere verplaatst. Red Bull is Red Bull. Ik heb veel goede herinneringen aan mijn tijd daar, maar ik onthoud ook dat het Oostenrijkse kampioenschap eentonig en te voorspelbaar is. Salzburg voert de rangschikking aan, één of twee ploegen liggen iets achter en de rest is vrij ver weg. In België is de competitie compacter, met veel teams die zich handhaven achter Brugge. 'Toen ik mijn kruisbanden scheurde, was dat de moeilijkste periode uit mijn carrière. Het gebeurde toen ik helemaal alleen stond tijdens de match. Ik vertrok naar het doel en plots knakte mijn knie naar rechts. Ik had geen stabiliteit meer, dus ik wist meteen dat het ernstig was. Ik heb bijna tien maanden niet gespeeld. Toen ik terugkeerde, besefte ik dat het moeilijk zou worden om mijn plaats in het team te vinden, want er waren veel spitsen. We gingen met het management rond de tafel zitten en beslisten dat ik het goede gevoel terug zou gaan zoeken op een lager niveau, bij Mattersburg. Het was de juiste keuze, ik heb mijn niveau daar teruggevonden. Ik maakte veel doelpunten, gemiddeld één per twee wedstrijden, en gaf ook een resem assists.' In januari 2020 wordt Prevljak uitgeleend aan KAS Eupen. Door het opschorten van het kampioenschap in maart komt hij weinig aan spelen toe: slechts vijf wedstrijden in totaal. Maar hij maakt wel vier doelpunten, voldoende om het management te overtuigen om hem in de zomer definitief naar de club te halen. Het spaarvarken wordt opengebroken en met twee miljoen euro wordt de Bosniër de duurste inkomende transfer ooit in de geschiedenis van Eupen. Officieel was Mamadou Sylla een duurdere transfer, maar dat was een puur financiële constructie: Eupen lichtte de optie van 2,3 miljoen euro terwijl er al een akkoord was met KAA Gent voor een verkoop van 3,8 miljoen. 'Ik had het gevoel dat ik in Oostenrijk alles gezien had, ik wilde iets anders ontdekken. Ik sprak met verschillende clubs, maar het discours van de coach en de sportief directeur van Eupen overtuigden me. Ik had een goed gevoel over het pakket dat de club aanbood. Dat ik hier de duurste speler uit de geschiedenis was, wist ik niet. Maar dat zet me niet onder druk. Druk is iets waar ik niet mee wil leven. Zodra ik dat toelaat, verlies ik mijn voetbal en ben ik mezelf niet meer. Om goed te zijn, hoef ik alleen maar plezier te maken op het veld. Ik werk hard, maar ik laat me niet overweldigen door stress of statistieken. Toen ik jonger was, had ik daar een probleem mee. Ik legde de lat te hoog en dat werkte zelden. Ik ging het veld op met de gedachte dat ik absoluut dit en dat moest doen, maar het leverde niets op. Ik begon aan het mentale te werken om wedstrijden anders te benaderen, meer onthecht. Het ging meteen beter.' Antwerp, Standard, Anderlecht, Gent, Charleroi, Oostende, Beerschot: al deze (sub)topclubs zijn al het slachtoffer geworden van Smail Prevljak, die sinds zijn verblijf in België iets meer dan één doelpunt per twee wedstrijden heeft gescoord. Het valt op dat hij makkelijk de opening vindt bij tegenstanders die het spel maken. En vaak scoort hij van dichtbij. Vandaar zijn reputatie als sluipschutter van de rechthoek, zowel de kleine als de grote. 'Het is leuker en een beetje makkelijker als het team aan de overkant niet alles probeert dicht te timmeren. Ik zie mezelf als een speler voor de zestien meter. Je kunt dat bekritiseren, mij verwijten dat ik wacht op goede ballen, daar heb ik geen problemen mee. Als iemand die opmerking maakt, is dat omdat ik de kunst versta om op het juiste moment op de juiste plaats te staan. Zoiets moet je aanvoelen en dat is een van mijn voornaamste kwaliteiten. Het lijkt misschien alsof ik niet beweeg, maar dat klopt niet. Ik weet me dáár te plaatsen waar ik moet zijn als de actie eindigt. Voor mij zijn de mooiste doelpunten degene die ik van dichtbij maak, met één enkele baltoets. De bal valt, ik zet mijn voet, boem. Dat heb ik liever dan acties waarbij ik scoor met een afstandsschot of een kopbal. 'Als de wedstrijd begint, heb ik alleen positieve gedachten. Er zijn spitsen wier dag naar de vaantjes is als ze hun eerste ballen niet goed raken. Niet bij mij. Ik blijf tegen mezelf zeggen dat ik op elk moment kan scoren. Zelfs als ik negentig minuten lang middelmatig speel, blijf ik erin geloven. Zolang de wedstrijd niet is afgelopen, kan ik nog een goede kans krijgen in blessuretijd. Na elke actie, of die nu goed was of niet, begin ik vanaf nul, positief. Als je na vijf minuten denkt dat je alles gaat verprutsen omdat je je eerste kans gemist hebt, is dat dodelijk. Het is ook een mentale kwestie.'