Palmares

In het seizoen 2010/11 doorbrak Asse-Lennik voor het eerst in vijftien jaar de traditionele play-offfinale tussen Noliko Maaseik en Knack Roeselare. Het staat nu voor de derde keer in vijf jaar in de finale, maar de twee landstitels die Asse-Lennik behaalde, dateren al van meer dan een kwarteeuw geleden. Onder in het volleybalmilieu 'legendarische trainers', respectievelijk Yurek Strumilo en Enrique Pisani, werd Asse-Lennik kampioen in 1987 en in '88. De Belgische beker won de club al vier keer: in 1985, '92, '93 en, nog fris in het geheugen, in februari van dit jaar toen Antwerpen in eigen stad vernederd werd.
...

In het seizoen 2010/11 doorbrak Asse-Lennik voor het eerst in vijftien jaar de traditionele play-offfinale tussen Noliko Maaseik en Knack Roeselare. Het staat nu voor de derde keer in vijf jaar in de finale, maar de twee landstitels die Asse-Lennik behaalde, dateren al van meer dan een kwarteeuw geleden. Onder in het volleybalmilieu 'legendarische trainers', respectievelijk Yurek Strumilo en Enrique Pisani, werd Asse-Lennik kampioen in 1987 en in '88. De Belgische beker won de club al vier keer: in 1985, '92, '93 en, nog fris in het geheugen, in februari van dit jaar toen Antwerpen in eigen stad vernederd werd. Knack Roeselare geldt al jaren als een van de vaandeldragers van het Belgische volleybal. Het palmares van de West-Vlaamse club oogt dan ook indrukwekkender dan dat van zijn tegenstander in de finale. De regerende landskampioen pakte in totaal acht keer de titel (1989, 2000, '05, '06, '07, '10, '13 en '14) en even vaak de Belgische beker (1989, '90, '94, 2000, '05, '06, '11 en '13). In het weekend van 17 en 18 maart 2002 schreef Roeselare bovendien geschiedenis door in het Poolse Czestochowa als eerste en vooralsnog enige Belgische mannenteam een Europese volleybalbeker te winnen, de Top Teams Cup. Ook qua financiële middelen moet Asse-Lennik duidelijk onderdoen voor Roeselare, dat over een werkingsbudget van ruim twee miljoen euro beschikt. Ongeveer de helft daarvan gaat naar spelerslonen. Asse-Lennik moet het stellen met 700.000 euro, waarvan 80 % gespendeerd wordt aan spelerslonen. Knack Roeselare draagt het begrip innovatie hoog in het vaandel in zijn marketing-strategie, maar daartegenover staat een grote stabiliteit wat commerciële partners betreft. Knack 'leent' al van voor de eerste landstitel zijn naam aan Roeselare en ook met de andere belangrijkste sponsors kon de club meerjarige contracten afsluiten. Een heel ander verhaal bij Asse-Lennik, dat vorig jaar naamsponsor Euphony failliet verklaard zag worden. Pas na 15.000 likes op Facebook vond de club de nieuwe geldschieters die onontbeerlijk waren om zich in te schrijven in de Liga. Voor volgend seizoen moet Asse-Lennik opnieuw op zoek naar een hoofdsponsor, want start-upbedrijf behappy2 maakte van een clausule in het driejarig contract gebruik om al na één jaar af te haken. Met de overname behoedden vier van de huidige bestuursleden de club drie jaar geleden al voor de ondergang. Voor de vele likers valt te hopen dat zij in de huidige sportieve successen de moed vinden om verder te doen. Nadat drievoudig kampioen VC Zellik er eind jaren negentig de brui aan gaf, nam Lennik (later Asse-Lennik) zijn intrek in sporthal Molenbos in Zellik. De sporthal heeft een maximale capaciteit van 1000 toeschouwers en is voor de thuiswedstrijden van Asse-Lennik met gemiddeld 700 mensen sfeervol en goed gevuld. Het probleem is echter dat de in 1984 gebouwde hal hopeloos verouderd is en niet voldoet aan de voorwaarden voor Champions Leaguevolleybal. Als Asse-Lennik in de Champions League, waarvoor het dankzij de finaleplaats gekwalificeerd is, wil spelen, zal het moeten uitwijken. Het bestuur heeft al laten weten dat het daartoe niet bereid is als dat zoals in het verleden voor een financiële kater zorgt. Verhuizen zal op termijn sowieso moeten, want wanneer over twee jaar het huurcontract van Asse-Lennik afloopt, zal het Molenbos, dat naar verluidt jaarlijks ruim 145.000 euro verlies maakt, hoogstwaarschijnlijk afgebroken worden. Sport & Eventhal Schiervelde staat in schril contrast met de infrastructuur van Asse-Lennik. Het moderne sportcomplex in Roeselare, dat perfect omgebouwd kan worden tot auditorium, congresruimte of concertzaal, biedt voor volleybal plaats aan 2250 toeschouwers. De thuiswedstrijden van Knack Roeselare trokken dit seizoen gemiddeld 1600 mensen. Emile Rousseaux (54) is aan zijn derde seizoen bezig als coach van Knack Roeselare en ligt nog een jaar onder contract. De gewezen Volleyballer van het Jaar (1990) verdiende zijn strepen als trainer in de Topsportschool. Met verscheidene nationale jeugdteams (van 16- tot 19-jarigen) behaalde hij ereplaatsen op meerdere EK's. In zijn eerste seizoen bij Roeselare realiseerde hij de dubbel en vorig jaar bevestigde hij met een nieuwe landstitel en een ongeslagen status in de poulefase van de Champions League. Het leverde Rousseaux voor de tweede keer op rij een bekroning als Coach van het Jaar op. Steven Vanmedegael is sinds vorig seizoen zijn gewaardeerde assistent. Bart De Gieter verruimde dit seizoen de technische staf als scouter. Johan Devoghel (33, de jongste coach in de Ethias Volley League) beëindigde zijn volleybalcarrière al op zijn 24e. Hij was zes jaar assistent-coach bij Asse-Lennik, waarna hij Alain Dardenne in 2011 volgde naar Menen. In 2013 nam hij loopbaanonderbreking als leerkracht LO om hoofdcoach te worden bij Asse-Lennik. De club beloonde zijn beloftevolle coach voor het succes (bekerwinst, halve finale CEV-Cup, finale play-off) met een nieuw driejarig contract. Geert Walraevens combineert administratieve taken met het assistent-coachschap. Glenn Colemonts staat in voor de scouting. Het belangrijkste is natuurlijk wat er op het terrein gebeurt. Waar Asse-Lennik op extrasportief vlak niet het niveau haalt van Roeselare is het verschil volleybaltechnisch en -tactisch tussen beide teams beduidend minder groot. Het prijs-kwaliteitsrendement pleit dus voor Asse-Lennik. Beide ploegen beschikken over een sterke bank. Ze kunnen allebei wissels doorvoeren zonder veel kwaliteitsverlies. Ook qua groepsdynamiek zit het zowel bij Roeselare als bij Asse-Lennik goed. Roeselare doet het al een paar jaar met grotendeels dezelfde kern, maar ook Johan Devoghel slaagde er bij Asse-Lennik bijzonder goed in om van een nieuwe ploeg een tactisch uitgekookt én hecht geheel te maken. Waar zit dan het (kleine) verschil? Het tempo op de hoeken en de snelheid van spelverdeling liggen bij Roeselare hoger dan bij Asse-Lennik. Robin Overbeeke kan erg vlug komen in de rug, maar bij Hendrik Tuerlinckx zit er nóg meer snelheid op. Roeselare toonde zich tot dusver ook wat stabieler in receptie. Tot slot is er de factor ervaring. De Roeselaarse kern, met zijn talrijke Belgische internationals, weet wat het is om de play-offfinale te spelen en te winnen. Kortom, Roeselare is net iets meer favoriet om voor het derde jaar op rij de titel te pakken. DOOR ROEL VAN DEN BROECKHet prijs-kwaliteitsrendement pleit voor Asse-Lennik.