Op de afsluitende nationale training voor de judoka's in Tongerlo flitsen de camera's aan wanneer Gella Vandecaveye op de mat komt. Vandecaveye keerde pas op het laatste moment in de selectie terug, nadat ze in januari haar definitief afscheid van het judo aankondigde. Dat de andere twee geselecteerde judoka's een beetje in de schaduw komen te staan, voelt Ilse Heylen, die samen met die andere Antwerpse atlete Cathérine Jacques het Belgische trio vervolledigt, niet aan als een nadeel : "Ik zou het niet fijn vinden de last van een heel land op mijn schouders te voelen. Ik vind het juist goed dat ik er niet alleen voorsta, dat Gella een deel van de publiciteit naar zich toe trekt. Ik zoek geen favorietenrol."
...

Op de afsluitende nationale training voor de judoka's in Tongerlo flitsen de camera's aan wanneer Gella Vandecaveye op de mat komt. Vandecaveye keerde pas op het laatste moment in de selectie terug, nadat ze in januari haar definitief afscheid van het judo aankondigde. Dat de andere twee geselecteerde judoka's een beetje in de schaduw komen te staan, voelt Ilse Heylen, die samen met die andere Antwerpse atlete Cathérine Jacques het Belgische trio vervolledigt, niet aan als een nadeel : "Ik zou het niet fijn vinden de last van een heel land op mijn schouders te voelen. Ik vind het juist goed dat ik er niet alleen voorsta, dat Gella een deel van de publiciteit naar zich toe trekt. Ik zoek geen favorietenrol." Dat België geen grote selectie afvaardigt, maakt bondscoach Alexander Jatskevitch niet minder ambitieus. "Wij gaan op de Spelen voor medailles", kondigt hij zelfbewust aan. "Anders was ik zelfs niet aan de voorbereiding van de Spelen begonnen. Na het WK in Osaka hebben we niets te verliezen. Dat was heel slecht. Het kan alleen maar beter." Wel had Jatskevitch naast de drie geselecteerden in Athene nog Ann Simons, Cédric Taymans en Koen Sleeckx verwacht. Simons haalde in Sydney nog brons. Jatskevitch gelooft nog in haar : "Het is een meisje met veel kwaliteiten. Ze kan nog altijd olympisch kampioene worden, maar dan over vier jaar en met een andere aanpak." De medaille in Sydney maakte Ann groot en bezorgde haar veel aandacht, zo stelt de bondcoach. "Veel mensen wilden haar helpen, zij geloofde al wat men haar zei." Niet Jatskevitch suggereerde haar om nieuwe technieken in te bouwen die tot haar diskwalificatie leidden op de wedstrijd waar ze zich wilde plaatsen voor de Spelen. Wie haar daar wel toe bracht ? Jatskevitch haalt de schouders op, dat is niet aan hem om te zeggen. "Ik ga er alleen van uit dat de mensen rond haar de allerbeste bedoelingen hadden, maar misschien niet altijd de juiste visie." De twee mannen die niet naar Athene gaan, mogen wat de bondscoach betreft pech inroepen : "Taymans keerde te laat terug uit blessure om maximaal in vorm te zijn op de grote toernooien. Wat Sleeckx betreft, moet ik de trainers van zijn tegenstanders feliciteren : zij ontdekten hoe ze Koen moeten aanpakken. Zijn manier van vechten is makkelijk te counteren, als je hem doorziet. Aan hem om straks fysiek nog beter te worden."De terugkeer van Gella Vandecaveye verdoezelt nog een beetje de crisis in het Belgische judo. De bondscoach is blij met haar terugkeer, maar wil geen druk leggen : "Objectief gezien kan het niet dat ze een medaille haalt, maar ik ken Gella's diepere kwaliteiten. Mentaal staat ze heel sterk en net dat speelt een hele grote rol in het judo." Jatskevitch wist dat Vandecaveye al na het WK 2001 in Moskou overwoog in schoonheid te stoppen. Toen ging ze door : "Omdat ze het nog graag deed. Eind vorig jaar was het vuur gedoofd, had ik al een paar maanden opgemerkt. Nu is er een beetje nieuw vuur gekomen. Dat kan heel snel aanwakkeren."Dat België slechts drie judoka's naar Athene afvaardigt, wil niet zeggen dat het Belgisch judo niets voorstelt, verdedigt de bondscoach zich. Met cijfers kan je alles bewijzen : "In Sydney waren we met negen atleten, maar we haalden slechts twee medailles. In tachtig was er maar één atleet, maar die haalde wél goud. Met cijfers kan je alle kanten op. Naar Sydney trokken we met oudgedienden. Die generatie is weg, op Gella na. Niemand staat erbij stil dat we twee atleten meenemen die nog nooit op de Spelen waren. De mensen moeten beseffen dat de generatie van de grote successen voorbij is. Wij moeten opnieuw vanop nul beginnen en niet jammeren over wat is geweest." Jatskevitch ziet jong talent, benadrukt hij. Voor de komende spelen in 2008 ziet hij zes, zeven kandidaat-olympiërs, waarvan twee in Wallonië : "Met olympiërs bedoel ik niet : atleten die kunnen gaan, maar atleten die kans maken op een medaille." De voorbije jaren kreeg Jatskevitch heel wat over zich heen. Na het verdwijnen van Jean-Marie Dedecker werd hij vaak met de vinger gewezen, hoewel niemand de trainerscapaciteiten van de voormalige medaillewinnaar (brons op de OS in 1980 voor de USSR) in twijfel trekt. Jatskevitch zou te braaf en te weinig manager zijn en vooral te veel concessies doen naar de verwende jeugd in vergelijking met de normen die hij voordien in de USSR hanteerde. Robert Van de Walle : "Sasja zou de dingen moeten aanpakken zoals hij het vroeger deed, véél strenger zijn en minder tolerant voor de ego's van atleten en hun persoonlijke begeleiders. Alleen riskeert hij dan geen enkele atleet over te houden." Jatskevitch geeft toe dat hij in acht jaar België compromissen leerde sluiten : "Belgen stellen zich tegenwoordig al tevreden met een selectie voor een EK of WK. Ze beschouwen dat als een doel op zich in plaats van een kans om iets te bewijzen. De vorige generatie ging altijd voor medailles. De huidige Belgische judoka's moeten opnieuw leren dat winnen normaal is in plaats van juichend tot tegen het plafond te springen als ze een kamp naar zich toe trekken." Hier te lande heerst nu eenmaal een andere cultuur dan waar hij vandaan komt, leerde Jatskevitch : "Onlangs kreeg ik weer een brief van een jongere die beleefd bedankte voor een stage met de nationale selectie : 'Sorry, maar voor mij primeren studies, sport blijft een hobby.'" Hij gaat niet met zo'n jongen praten, brengt begrip op voor die keuze : "Een diploma garandeert een inkomen, maar wat biedt judo ? Jaren zwaar investeren garandeert je niets. Je moet minstens een olympische medaille winnen om financieel sterk te staan. Zonder olympische medaille is een judoka maar een gewoon mens, zonder inkomen. Judoka's zijn gedreven mensen, ze doen judo omdat ze van deze sport houden."Benadrukken wat verkeerd loopt, doet Jatskevitch niet graag. Hij zoekt in moeilijke dagen liever de positieve punten : "Anders blijft de hele judosport in een negatieve sfeer hangen. Daar is niemand bij gebaat. In december loopt het contract met onze hoofdsponsor Dexia af. We moeten een nieuwe hoofdsponsor zoeken, maar eerst heb je een goed product nodig. Dexia kwam ook maar toen Gella in Hamilton goud won. Daarom hoop ik op medailles in Athene, als locomotief voor het talent dat klaar staat."Lukt dat niet, dan blijft de bondscoach, net als in het internationale voetbal, een makkelijk doelwit : "Alleen is het bij ons nog moeilijker dan in het voetbal. Wij moeten niet zomaar een bal in de lucht verplaatsen, maar een mens. Probeer dat maar eens. Trouwens : wie nu op mij schiet, vergeet dat ik ook als trainer aan de rand van de mat zat toen al die medailles behaald werden door de Belgen." Jatskevitch heeft wel suggesties hoe het beter kan. Niet dat België bijvoorbeeld veel kan leren van het detectiesysteem van jong talent dat de vroegere USSR had : "Omdat in gevechtsporten het mentale heel erg belangrijk is. Judoka's beoordeel je op wedstrijden. Iemand kan een mooie stijl hebben, maar mentaal helemaal ten onder gaan op een gewestelijk kampioenschap."Het probleem blijft het motiveren van jonge atleten. Dat kan de bondscoach zelf niet : "Ik zie ze pas op de Belgische jeugdkampioenschappen. Wat daarvoor met hen gebeurt, is de verantwoordelijkheid van de clubtrainers. Als de kwaliteit van die trainers te zwak is, kan ik met mijn hoofd tegen de muur bonzen, het zal niets uithalen. Regionale trainers moeten gemotiveerd worden voor topsport. Doorgaans zijn ze dat niet. Ze moeten hun atleten leren dat er meer bestaat dan recreatief judo, dat ze op zoek moeten gaan naar de topsporter in zichzelf. Maar welk belang heeft zo'n man daarbij ? Hij leeft van de inkomsten van het lidgeld van zijn honderd clubleden dat hij na zijn dagtaak opstrijkt. Verlegt hij zijn normen naar topsport, houdt hij vijf atleten over. Daar kan hij niet van leven. Dus ? Geef zo'n man een beloning als hij iemand naar een Belgische titel brengt, geef hem nog een extra beloning als iemand een internationale medaille haalt. Maak hem trots dat hij naast zijn recreanten tijd vrij maakte om een atleet mee te vormen."Hét selectiecriterium om een potentiële topjudoka te detecteren, besluit de bondscoach, is : "Een hart voor die sport. Als ouders een sport moeten kiezen voor hun kinderen, gaan ze voor tennis of voetbal. Daar valt geld mee te verdienen. Niet met judo. Judo doe je omdat je hart voor die sport klopt, omdat je je limieten wilt verkennen."door Geert Foutré'Zonder Olympische medaille is een judoka maar een gewoon mens, zonder inkomen.''De huidige Belgische judoka's moeten opnieuw leren dat winnen normaal is.'