De kortste weg tussen twee punten is in de voetballerij zelden een rechte lijn. Na weken vol vraagtekens vernam Jacky Mathijssen vorige week dat hij volgend seizoen geen trainer van Club Brugge meer zou zijn. Eén dag later stond er in de media dat er met de Nederlander Adrie Koster was gesproken. Dat kan voor Mathijssen nauwelijks een verrassing zijn. De steun van bovenaf ontbrak de laatste weken, de haast verpletterende druk die op zijn schouders rust, werd op geen enkele manier weggenomen. Dat moet van Mathijssen een eenzame man hebben gemaakt. Dat zijn rapport onvoldoende is, werd hem niet openlijk gezegd. Het is inherent aan de voetbalsport en het zorgt er steeds weer voor dat trainers met een bitter gevoel afscheid nemen.
...

De kortste weg tussen twee punten is in de voetballerij zelden een rechte lijn. Na weken vol vraagtekens vernam Jacky Mathijssen vorige week dat hij volgend seizoen geen trainer van Club Brugge meer zou zijn. Eén dag later stond er in de media dat er met de Nederlander Adrie Koster was gesproken. Dat kan voor Mathijssen nauwelijks een verrassing zijn. De steun van bovenaf ontbrak de laatste weken, de haast verpletterende druk die op zijn schouders rust, werd op geen enkele manier weggenomen. Dat moet van Mathijssen een eenzame man hebben gemaakt. Dat zijn rapport onvoldoende is, werd hem niet openlijk gezegd. Het is inherent aan de voetbalsport en het zorgt er steeds weer voor dat trainers met een bitter gevoel afscheid nemen. Jacky Mathijssen is slim genoeg om te weten dat hij Club niet op het juiste spoor zette. Hij kreeg geen structuur in het elftal, de puzzel paste niet in elkaar, de fundamenten ontbraken. Dat Club Brugge in die omstandigheden een andere trainer zoekt, lijkt niet onlogisch. Dat het daarover niet wil communiceren zolang er geen duidelijkheid bestaat, is een filosofie die te volgen valt. Maar kennelijk slaagt het er niet in vertrouwelijke onderhandelingen intern te houden. Een lek zorgde ervoor dat de naam van Adrie Koster in de media verscheen. Met alle pijnlijke gevolgen. Het is en blijft verbijsterend hoe moeilijk Club Brugge de juiste sportieve koers vindt na de succesrijke periode onder Trond Sollied. In die zoektocht naar continuïteit zijn er raakpunten met het tijdperk na de gouden jaren onder Ernst Happel. Op een kort intermezzo onder Johan Grijzenhout na, zette Club toen trainers van een totaal verschillende pluimage voor de groep neer. De Hongaarse spelersmakelaar Bandi Beres bijvoorbeeld, aan wiens geestelijke gezondheid werd getwijfeld toen hij technische patronen wilde inoefenen op een ondergesneeuwd veld. Later was er de Fransman Gilbert Gress, die zijn spelers zonder bal liet trainen alsof hij ze op een marathon voorbereidde. Vervolgens de Luxemburger Spitz Kohn, die op de eerste trainingsdag international Guy Dardenne vroeg op welke positie hij speelde. En ten slotte Rik Coppens, die tijdens ieder trainingspartijtje de vrije trappen en hoekschoppen zelf nam. Folkloristische verhalen uit een nog niet zo ver verleden. George Kessler voerde vervolgens weer de discipline in, installeerde een spelershome en scherpte zo het groepsgevoel aan. Hij was de grondlegger van een nieuwe succesrijke periode. Toen Kessler vertrok, medio 1984, werden er in 21 jaar nog zes trainers aangetrokken. Nu zoekt blauw-zwart na het Solliedtijdperk de vijfde trainer in vier jaar. Dat Club zich daarvoor weer op de buitenlandse markt oriënteert, lijkt niet verkeerd. Over Adrie Koster, die wel heel erg snel als een grijze muis wordt getypeerd, zijn de meningen verdeeld, al pleit voor hem dat hij in de buik van een vereniging - Ajax - werkt met een heel nadrukkelijke voetbalideologie. Juist door die duidelijkheid beleefde Club de meest vergulde periode uit zijn historie. Ernst Happel had een welomlijnd concept toen hij bij Club arriveerde. Hij schoof monumenten als Johny Thio en Pierre Carteus opzij en trok spelers aan die binnen zijn stramien pasten: oprukkende flankverdedigers, een inschuivende libero achter een spijkerharde voorstopper, een symbiose van tactisch inzicht, loopvermogen en genialiteit op het middenveld, snelheid, beweeglijkheid en opportunisme vooraan. Vanaf het moment dat het geraamte er stond, werden er in vier jaar tijd veertien transfers gedaan ter versteviging van het geheel. Nu contracteerde Club alleen al tijdens deze voetbaljaargang tien nieuwe spelers. Slechts bij vlagen gaven ze het elftal een meerwaarde. Dat is ook niet echt flatterend voor de dezer dagen nerveuze sportmanager Luc Devroe, die voorlopig uit de wind blijft. De tijden mogen dan veranderd zijn, de hamvraag blijft dezelfde: waar wil je als vereniging naartoe, welke trainer past in het plaatje en welke spelers passen in het concept? Nu bepalen de opportuniteiten van het moment de sportieve klemtonen. Niet alleen bij Club Brugge. S door JACQUES SYS