Na het 3-3-gelijkspel van Club Brugge op KV Mechelen en het incasseren van drie knullige goals stelde Georges Leekens vast dat puur verdedigend denken niet in deze ploeg zit. Juist aan die defensieve stabiliteit werkte Chris-toph Daum toen hij negen maanden geleden het Jan Breydelstadion binnenwaaide. Omdat je volgens hem alleen aan het werk kan als er achteraan zekerheid is en er een grote kans bestaat dat je de nul kan houden. Het voetbal dat Daum serveerde, werd aanvankelijk vervloekt en verketterd. Te gemakkelijk kroop blauw-zwart achteruit, al mochten de cijfers gezien worden: in de zeventien competitiewedstrijden die Club onder Daum in de reguliere competitie speelde, kreeg het veertien doelpunten tegen, dat zijn er vier minder dan onder zijn voorganger Adrie Koster ...

Na het 3-3-gelijkspel van Club Brugge op KV Mechelen en het incasseren van drie knullige goals stelde Georges Leekens vast dat puur verdedigend denken niet in deze ploeg zit. Juist aan die defensieve stabiliteit werkte Chris-toph Daum toen hij negen maanden geleden het Jan Breydelstadion binnenwaaide. Omdat je volgens hem alleen aan het werk kan als er achteraan zekerheid is en er een grote kans bestaat dat je de nul kan houden. Het voetbal dat Daum serveerde, werd aanvankelijk vervloekt en verketterd. Te gemakkelijk kroop blauw-zwart achteruit, al mochten de cijfers gezien worden: in de zeventien competitiewedstrijden die Club onder Daum in de reguliere competitie speelde, kreeg het veertien doelpunten tegen, dat zijn er vier minder dan onder zijn voorganger Adrie Koster in dertien matchen. Het is op zijn minst een contradictie dat een offensief denkende trainer als Daum voor defensieve organisatie zorgde, terwijl de eerder behoudende Georges Leekens daar voorlopig niet in slaagt. Lang werd Leekens een verdedigende trainer genoemd die vaak met vijf man achteraan speelde, maar alle op- en aanmerkingen daarover op dezelfde manier pareerde: hij wilde vanuit een strakke discipline duidelijke accenten leggen en de spelers van daaruit de vrijheid geven zich te ontplooien. Het ging hem, zo zei hij vaak, nooit om het systeem, wel om de vraag wat er bij balbezit gebeurde. Het antwoord daarop is bij Club Brugge niet duidelijk. Vijf keer in twee wedstrijden gaf Club vorige week een voorsprong uit handen, vijf keer waren er achteraan fouten te zien en werd er te veel ruimte weggegeven. Club trok met Jim Larsen nochtans een krachtige en kopbalsterke verdediger aan die zich aan zijn specifieke opdracht houdt. Maar de problemen liggen rond hem: nu de aanvankelijk niet fitte Bart Buysse op defensief vlak voorlopig kennelijk niet voldoet, staat er met Jordi Figueras een voetballer op de linkerflank die voor deze positie snelheid en wendbaarheid mist. Maar veel nijpender is de nonchalance waarin Ryan Donk sinds het begin van het seizoen vervalt. Als hij gecontroleerd voetbalt, is Donk een topper, zoals hij vorig seizoen na een moeilijke aanloop bewees. Anderlecht wilde hem en Club slaakte een zucht van opluchting dat de Nederlander toch bleef. Nu zorgt Donk met zijn laconieke manier van voetballen voor onrust. De neiging om risico's te nemen en de concentratie te verliezen, zit kennelijk ingebakken in zijn natuur. In die gedaante is Donk, die ook in het verleden al vaker aan de basis lag van tegendoelpunten, een levensgroot probleem. Vreemd dat Georges Leekens, die houdt van rechte lijnen en als het moet krachtige taal, Ryan Donk niet in het gareel krijgt. Het lijkt erop dat hij een aantal zaken door de vingers moet zien. Dat botst met Leekens' zin voor perfectie. Het missen van de barrages in de Champions League is bitter voor Club Brugge. Het lijkt vooral een pijnlijke confrontatie met de realiteit. Ofschoon de start in de competitie met een zeven op negen niet werd gemist, bleek zaterdag in Mechelen dat de problemen niet alleen in de verdediging liggen: er is weinig balvastheid en veel onzuiverheid in het spel, de in bloedvorm verkerende Lior Refaelov buiten beschouwing gelaten. Veel werk heeft Georges Leekens nog om de juiste patronen te vinden. In afwachting daarvan zag hij zich al geconfronteerd met het gemopper van Mémé Tchité. Het zal de doelstelling van Club Brugge niet veranderen: na acht jaar moet er eindelijk weer een titel worden binnengehaald. Sinds Trond Sollied in 2005 het laatste kampioenschap behaalde is blauw-zwart bezig aan een lange zoektocht: 7 trainers en 65 nieuwe spelers werden er sindsdien gehaald. Alleen 20 nieuwe spelers waren er al sinds de zomer van 2011. Los van twee nieuwe voorzitters en tal van bestuurlijke omwentelingen, doorgevoerd onder de vlag van het professionalisme. Mooi is het om te proberen je als club beter te structureren. Maar gemeten wordt een club alleen aan de resultaten. Die bereik je door sportieve knowhow. En door een op sterke fundamenten gebouwde rust. Vooral daaraan heeft Club Brugge nood. DOOR JACQUES SYSSinds de laatste titel in 2005 kocht Club Brugge 65 nieuwe spelers.