Lierse begon zondag de Intertotobeker in Andorra en deed dat met zijn beloften die al op 11 juni startten met de trainingen. Komend weekend zullen zij ook de terugwedstrijd spelen. "Na een slopend seizoen wou ik de A-kern wat meer rust geven", zegt trainer Emilio Ferrera (36). "Anderzijds wordt er altijd maar gepraat over de jeugd die kansen moet krijgen. Dit is een goeie gelegenheid om jongens van het eigen opleidingscentrum eens onder druk te laten spelen, tegen toch amateurs die slechts twee keer per week trainen."
...

Lierse begon zondag de Intertotobeker in Andorra en deed dat met zijn beloften die al op 11 juni startten met de trainingen. Komend weekend zullen zij ook de terugwedstrijd spelen. "Na een slopend seizoen wou ik de A-kern wat meer rust geven", zegt trainer Emilio Ferrera (36). "Anderzijds wordt er altijd maar gepraat over de jeugd die kansen moet krijgen. Dit is een goeie gelegenheid om jongens van het eigen opleidingscentrum eens onder druk te laten spelen, tegen toch amateurs die slechts twee keer per week trainen." Emilio Ferrera : Ja, want het zijn toch Europese wedstrijden en Lierse is een jonge ploeg met weinig of geen internationale ervaring. We moeten dat dus leren, Europees spelen, in tegenstelling tot Lokeren met al zijn internationals. Dat is voor ons de volgende stap, denk ik. Reizen, in een ander bed slapen, spelen, terug naar huis en drie, vier dagen later weer een match. Vorig seizoen was onze doelstelling onze thuisreputatie herstellen en het verdedigend aspect van ons spel op punt zetten. Daar zijn we in geslaagd, maar ik heb de indruk dat het maximale potentieel van de spelers nog niet is benut. De club vraagt weer naar de subtop te mikken, dat is binnen de eerste zeven te eindigen. Maar onze ambitie, die van spelers en trainers, ligt hoger. Hij heeft Europese ervaring én persoonlijkheid. Het is een winnaar. Ook als de ploeg niet draait, blijft hij pal staan en de bal vragen. Die kwaliteit hadden we vorig seizoen misschien niet zo. Smeets is een hele goeie speler. In februari kreeg hij een nieuw voorstel, maar hij vond het te weinig. Ik vermoed dat hij om financiële redenen voor een andere club heeft gekozen. De beste periode van Anderlecht was altijd mét Crasson, want hij is een echte winnaar. Ik bedoel niet in de competitie, want van Westerlo, Lierse en Lokeren winnen is normaal voor een ploeg als Anderlecht. Ik bedoel in Europees verband. Iedereen heeft zijn visie en zijn problemen waarvoor hij een oplossing probeert te vinden. Neen. Ik had drie prioriteiten. Eén : Crasson, twee : infrastructuur en drie : medische en sportieve omkadering. Op die drie vlakken is heel goed gewerkt. Tegen 1 oktober is er een nieuw oefencentrum in Berlaar klaar, met drie velden exclusief voor de A-kern. En met mezelf, Rik Vandevelde en Patrick Deman voor de A-kern en Eric Van Meir en Jean-Michel Lecloux voor de B-kern zijn er nu vijf proftrainers. Ik heb alles gekregen wat ik gevraagd heb. Ik voel enorm veel ambitie binnen de club. Het verbaast mij dan ook elke dag te moeten lezen dat Lierse spelers moet verkopen. Dit is een paradoxale situatie, want tegen mij heeft de voorzitter dat nog nooit gezegd. Maar zelfs Beckham mag van Manchester United voor een redelijke prijs vertrekken. Denk je niet dat dat ook geldt voor Jestrovic bij Anderlecht en Sonck bij Genk ? Waarom zou een speler van Lierse dan niet mogen vertrekken ? Ik lees het alleen maar van Lierse, dágelijks, terwijl het overal zo is ! Een goed voorstel voor een speler en hij is vertrokken. Ik weet niet van waar dat bedrag komt en ook niet of het klopt, maar het is duidelijk dat de tijd voorbij is dat er geld verdiend kon worden met de verkoop van spelers. Er moet een nieuw patrimonium gezocht worden. Immobiliën of shops of... Een stadion maar één keer in de veertien dagen gebruiken is niet genoeg meer natuurlijk. Je hebt elke dag financiële bronnen nodig. Het belangrijkste is dat de voorzitter blijft. Zolang GastonVets niet vertrokken is, blijf ik rustig. Ja. Je hebt van die mensen die voor een journalist zeer sterk zijn, maar heel klein als ze zich daarna voor hun uitspraken moeten verantwoorden. Dan is het : ik heb dat absoluut niet gezegd. Ach, ik krijg nog altijd liever kritiek dan dat ik medelijden wek. Mij raakt het niet, maar ik weet niet of het commercieel wel zo interessant is voor de club dat een jeugdtrainer in de media zegt dat er in Lierse niets te zien is. Natuurlijk voel je dat, elke dag, maar ik heb een heel goeie relatie met de voorzitter en voor mij volstaat dat. Hoe meer relaties, hoe problematischer. Voetbal is een wereld waarin iedereen denkt dat zijn mening de correcte is, hé. Belangrijk in de journalistiek is nu quoten, lijkt mij, als ik een krant opensla. Een beetje sensatiejournalistiek zoals in Italië en Spanje. Het verschil is dat voor ze in Spanje de stap naar sensatie zetten, ze jarenlang enorm met het spel zelf bezig zijn geweest. Zeker in de tijd van Johan Cruijff. Ik heb de indruk dat die stap in België is overgeslagen. Spijtig, want in de evolutie van het voetbal hebben we ook de journalist nodig, om de lezer op te voeden. Maar ik weet niet of hier voldoende financiële middelen zijn om zoals in landen als Spanje en Italië elke training te volgen en alles te analyseren. Er worden alleszins veel clichés gebruikt. Ik vind eigenlijk vooral dat je niet ernstig kunt praten als je een begrip niet eerst definieert. Wat precies is pressen, hoog spelen, op de helft van de tegenstander voetballen ? Ik probeer dat te zien op televisie bij Real Madrid en Barcelona, maar ik zie dat niet, hoor. Wat is offensief spelen ? Er is geen universele definitie. Vraag vijf trainers en vijf journalisten wat aanvallend voetbal is en je krijgt tien verschillende antwoorden. In de tijd van Cruijff was het op balbezit spelen, bij Beveren nu ook nog, maar bij Brugge is het iets anders. We zijn dus bezig met begrippen waarvan we de betekenis niet kennen. En je hoort en leest het elke dag, hé. We zullen offensief spelen. Supporters lezen dat natuurlijk graag, dat staat goed, maar wat is dat precies ? Als je meer doelkansen creëert dan de tegenstander is dat een belangrijk teken van offensief voetbal. Misschien is ook met hoeveel man je in de zestien meter komt een aanwijzing. Met één of met vier ? Als ik voel dat een journalist niet objectief of niet voorbereid is, ervaar ik dat als een gebrek aan respect. Wie nadat we niet onverdiend hebben gewonnen op Anderlecht in zijn analyse niet verder komt dan dat we een counterploeg zijn, gaat voorbij aan de feiten. Ik vind het ongepast. Bij een ploeg die het jaar voordien als 15de eindigde en nu topvijf is, topdrie zelfs een tijd, moet je niet heel de tijd komen zagen en zoeken naar wat er nog beter kan. Natuurlijk kan het altijd beter, maar spelen zoals Real Madrid zullen we waarschijnlijk wel nooit kunnen. Ik heb geen probleem met hem, ik weet alleen dat hij slechte dingen over mij heeft gezegd toen ik vier jaar geleden de voetbalwereld binnenkwam. Ik vind dat je mensen moet beoordelen op hun resultaten. Als ik de loopbaan van Franky bekijk, stel ik vast dat hij een heel goeie speler was. Mijn relatie met de pers is totaal veranderd. In het begin praatte ik met journalisten over voetbal als met... vrienden bijna. Je zegt alles wat je denkt, maar dan komen de foute interpretaties, hé. Dat doe ik dus niet meer. Ik heb geleerd dat hoe je een mening formuleert zeer belangrijk is. Mij interesseert in trainers niet zozeer de psychologische aanpak. Ik ben een trainer die vooral op zoek gaat naar functionele oefenstof. Ik ben beïnvloed door trainers die hun werk op het veld goed doen. Niets is mooier dan zaken waar je op oefent die je in de wedstrijd terugziet. Zo ben ik destijds, toen ik met Leo Beenhakker in Mexico bij América zat, onder de indruk geraakt van Marcelo Bielsa. Hij was er trainer van Atlas. Inhoudelijk waren zijn trainingen perfect. Hij is toen naar Spanje gegaan en nog later bondscoach van Argentinië geworden. Toen hij voor een stage met Argentinië in Nederland was, heb ik hem nog eens teruggezien. Ik heb altijd geleefd om te trainen. Ik heb duiveltjes getraind, preminiemen, miniemen, knapen, scholieren... Ik heb in tweede provinciale getraind, in eerste provinciale, in bevordering, in derde klasse... Alles. Nu wordt een trainer trainer omdat zijn spelerscarrière ten einde is en hij zegt : oei, wat zal ik nú doen ? ! Ik heb dat altijd al willen doen, zoals ik ook altijd onderwijzer ben willen zijn. Op de lagere school gaf ik al les, aan klasgenoten die ik hielp. Ik denk wel dat het een goeie staf zou zijn, maar... het zou moeilijk zijn... Met één Ferrera is het al niet makkelijk, kan je je voorstellen wat het met twee of drie zou zijn ? Mijn manier van werken wordt binnen de club soms slecht geïnterpreteerd. Ik praat niet veel, ik heb weinig contacten. Ik ben geen sociale man, ik praat alleen met mensen die ik interessant vind. Een dag is zo kort dat ik geen tijd te verliezen heb. Dat wil nog niet zeggen dat ik een probleem heb met andere mensen. Ik ben gewoon niet sociaal en ik ben timide. Naar feestjes ga ik niet en als het echt niet anders kan, dan zit ik er niet op mijn gemak. Ik doe dat niet graag. Het best voel ik mij in mijn familie en onder mijn vrienden, die trouwens nog altijd dezelfde zijn als twintig jaar geleden. En op het veld of in mijn bureau met de spelers. Maar sympathiek zijn tegenover anderen hoeft voor mij niet. Niet dat ik het niet wil, het is gewoon mijn karakter. Neen, maar ik ben dan ook hier geboren. Ik ben dus een Belgisch product. Ik denk het niet. Het feit dat Valencia als landskampioen zijn nieuwe trainer haalde bij een ploeg die promoveert van de tweede klasse zegt ook veel over de mentaliteit in het Spaanse voetbal natuurlijk. Het belangrijkste is de filosofie en de manier van werken, maar ik merk dat in België meer de trainer à la mode wordt genomen. Wat wil je dat ik daarop antwoord ? Vijf jaar geleden was ik trainer in bevordering, bij Lombeek, dus is Lierse voor mij al een fantastisch avontuur. Ik hoop dat het avontuur blijft duren. Technisch is het spel in Europa minder goed dan vroeger, omdat er bijna niet meer op straat wordt gevoetbald. Spelers die nu nog een fantastische techniek hebben, zijn spelers van de straat. Daarom denk ik dat Europa de komende jaren veel zal verliezen ten opzichte van Afrika en Zuid-Amerika. Als we technisch beter voetbal willen, moeten we voor ruimtes zorgen waar die kleine gasten kunnen spelen én zorgen dat ze zoveel mogelijk matchen zien. Want een kleine leert niet dribbelen van zijn trainer, maar van Ronaldo die hij op televisie ziet en nadoet. Daarom vind ik ook dat de individuele technische training die ze de jeugd bij Lierse gaan geven onzin is. Dat iedereen binnen zijn cultuur moet blijven. Italiaanse ploegen zijn op een bepaald moment door de filosofie van Arrigo Sacchi op een andere manier willen gaan spelen, maar dat trok op niks. Ondertussen grijpen ze terug naar de belangrijkste twee parameters van hun cultuur : fysieke arbeid en spelen om te winnen, niet om mooi te zijn. Voor de Italianen wel. Maar hun succes in de Champions League komt ook doordat andere ploegen zijn blijven hangen. In Spanje denken ze nog altijd dat ze zullen winnen door alleen maar mooi te zijn. Niet dat ze moeten doen wat de Italianen doen, want dat kunnen ze niet, maar ze moeten ook niet meer denken dat balbezit genoeg is om te winnen. Omdat bijna alle spelers bij hun club in een ander concept spelen. Dan is het bijna mission impossible om daar een geheel van te maken. De kwaliteit is er, maar niet de tijd. Hoe kan je harmonie in een ploeg hebben als je voor een wedstrijd maar twee keer samen kunt trainen ? In Spanje stelt zich dat probleem niet, want daar spelen bijna alle ploegen op dezelfde manier. Vier verdedigers, twee controlerende middenvelders, twee man aan de buitenkant, een diepe spits en een hangende. Al eens gezien hoeveel concepten er in België bestaan ? door Christian Vandenabeele'Ik heb alles gekregen wat ik gevraagd heb.''Ik krijg liever kritiek dan dat ik medelijden wek.''Ik heb geleerd dat hoe je een mening formuleert zeer belangrijk is. '