U weet dat wij ons graag vrolijk maken over de kwaliteitspers. Meer bepaald over De Standaard en De Morgen, die zichzelf als dusdanig bestempelen. Nu is 'kwaliteitskrant' haast per definitie een begrip dat je op jezelf toepast. Niemand noemt een andere krant een kwaliteitskrant, tenzij in één adem met de zijne. Het is ondenkbaar dat een journalist van Gazet van Antwerpen zou spreken over 'de kwaliteitspers', en daarmee dan De Standaard en De Morgen zou bedoelen en niet zijn eigen Frut. Zo een dwaas vliegt zelfs op linkeroever buite...

U weet dat wij ons graag vrolijk maken over de kwaliteitspers. Meer bepaald over De Standaard en De Morgen, die zichzelf als dusdanig bestempelen. Nu is 'kwaliteitskrant' haast per definitie een begrip dat je op jezelf toepast. Niemand noemt een andere krant een kwaliteitskrant, tenzij in één adem met de zijne. Het is ondenkbaar dat een journalist van Gazet van Antwerpen zou spreken over 'de kwaliteitspers', en daarmee dan De Standaard en De Morgen zou bedoelen en niet zijn eigen Frut. Zo een dwaas vliegt zelfs op linkeroever buiten.Nu heeft die kwaliteitspers zo veel kwaliteit te bieden, dat ze vóór de Franse presidentsverkiezingen de mogelijkheid van een tweede stemronde met Jacques Chirac en Jean-Marie Le Pen niet eens bij de theoretische mogelijkheden had vernoemd. Toen de uitslag van de eerste ronde binnenliep, vielen er dan ook een paar van verbazing van hun kwaliteitsstoel. Bladzijden verklaringen werden inderhaast volgepend, maar de enige conclusie die zich opdrong ('wij hebben er geen fluit verstand van') werd nergens gepubliceerd.Tot Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van De Standaard, toch maar mea culpa sloeg. De media hadden ook schuld, wij lezen het in zijn editoriaal van vrijdag 26 april. Wij journalisten denken te veel dat we het allemaal wel weten, maar we hebben slechts de vinger op de pols van de elite waarin we graag vertoeven, en niet van de man in de straat in wiens naam wij pretenderen te spreken."Stellen we het gestuntel en geknoei in sommige overheidsinstellingen, bij politie en gerecht, bij particuliere ondernemingen, op universiteiten, in de landbouw, in de medische wereld, in de cultuur, en in de (professionele) sport... wel voldoende en in de juiste bewoordingen aan de kaak ?"Dat schrijft die kerel, de hoofdredacteur ! Stel : u bent Çois Colin en u leest dat stuk. Dan valt u toch ter plekke dood ? Stellen wij het gestuntel en geknoei in de (professionele) sport wel voldoende en in de juiste bewoordingen aan de kaak ? De Çois doet al vijfentwintig jaar niets anders. Elke dag. Of het in de juiste bewoordingen is willen wij nog in het midden laten, maar dat het in voldoende bewoordingen is, dat staat als een windmolen boven het water van Knokke-Zoute. Weet u dat pas nadat wij dat hier zeventien keer hebben aangeklaagd, de rubriek sport eindelijk in de colofon van De Standaard is opgenomen ? En wij herhalen het, misschien wat te vaak : de sportbladzijden van De Standaard staan zowel qua stijl als inhoud op een eenzaam hoog niveau. Wij zouden bijna durven zeggen : een kwaliteitssportkrant. En dan schrijft de eigen hoofdredacteur... Op zijn bakkes, Çois, zoals ze dat op Het Nieuwsblad zeggen.door Koen Meulenaere,