Terwijl buiten Paul Van Himst een praatje slaat met John van den Brom, wandelt Matías Suárez (24) de perszaal in van het paars-witte oefencomplex in Neerpede. De schuchtere, timide Argentijn, die bijna vijf jaar geleden in het Astridpark belandde, is hij niet meer. Zelfverzekerd stapt hij op het aanwezige journaille af en geeft iedereen een hand.
...

Terwijl buiten Paul Van Himst een praatje slaat met John van den Brom, wandelt Matías Suárez (24) de perszaal in van het paars-witte oefencomplex in Neerpede. De schuchtere, timide Argentijn, die bijna vijf jaar geleden in het Astridpark belandde, is hij niet meer. Zelfverzekerd stapt hij op het aanwezige journaille af en geeft iedereen een hand. Maar mensen veranderen niet. Mati is nog altijd dezelfde eenvoudige jongen die recht in het leven staat, die zijn bescheiden afkomst nooit zal verloochenen en die zijn prioriteiten op orde heeft. In omwegen praten heeft hij nooit geleerd, zijn woorden zijn goudeerlijk, zijn stem monotoon. Een wandelende tango is hij niet, eerder een van de pampa doortrokken familieman, wiens zandbruine ogen oplichten als hij over zijn dochtertje praat. Een man ook die geen gelegenheid onbenut laat om te zeggen dat hij in Brussel het voetbalgeluk teruggevonden heeft. Matías Suárez: "Ja, toch wel. Maar het doet deugd om te horen dat de trainer zo over me denkt. Het geeft me veel vertrouwen." "Neen, ik ben veel veranderd. Mijn aanpassing aan België is lang een thema geweest. Maar goed, ik heb hier elk jaar veel bijgeleerd en waarschijnlijk ben ik nu ook sterker dan vorig jaar." "Goh, heel veel. Vooral op persoonlijk vlak: delen, luisteren, mijn mond meer opendoen... Mijn dochtertje Alona heeft daarin een grote rol gespeeld. Sinds haar geboorte maak ik de mooiste momenten uit mijn leven mee. Ze verrast me elke dag. Ik probeer een goede vader te zijn en te denken als een volwassene. Toen ik naar België kwam, was ik eigenlijk nog een kind, moet je weten." (overtuigd) "Ja. Ik dank God, mijn familie en mijn vrouw, ze hebben me altijd geholpen om te staan waar ik nu sta. Ik heb nergens spijt van. Integendeel, ik ben hier heel tevreden en ik ben ook heel trots dat ik in dit land woon." "Ja, eigenlijk is dat wel zo. Met mijn manager en met een paar mensen van hier zijn we dat aan het bekijken. Het interesseert me." "Euh... omdat een Belgisch paspoort veel deuren opent, op voetbalvlak. En omdat ik dit een geweldig land vind. Per slot van rekening is mijn dochter hier ook geboren. Drie van haar vier levensjaren heeft ze in België doorgebracht. Ze is meer Belg dan Argentijn." "Ik weet niet precies tot wanneer, maar dat kan kloppen, ja." "Daar ben ik heel blij mee. Maar volgende week (het interview werd vorige week donderdag afgenomen, nvdr) komt mijn manager naar hier en dan zal dat besproken worden." "Ja natuurlijk, ik denk ook nog altijd aan vertrekken. Maar het enige waar ik nu op focus, is: mijn knie én Anderlecht. We hebben nog heel moeilijke play-offs voor de boeg. De supporters van Anderlecht betekenen zo veel voor mij dat ik hen iets wil teruggeven." "Ja, maar mijn knie maakt het nu onmogelijk voor me om te vertrekken... En ik ben hier heel tevreden. Dat ik opnieuw wedstrijden kan spelen, is toch het belangrijkste voor mij. Ik geniet van elke match. Ik denk nu aan Anderlecht, vertrekken is even niet aan de orde." "Dat maakt me trots. En het motiveert me ook enorm." "Ja, helemaal. Met de knieblessure die ik nu gehad heb, moet ik eigenlijk constant blijven vechten. Elke seconde die ik verlies maakt mijn knie weer zwakker. Ik moet blijven oefenen om het geheel steviger te maken. Na de training leg ik thuis nog elektrodes op mijn knie, daarna behandel ik ze met ijs... De hele tijd ben ik bezig om te vermijden dat de pijn terugkomt." "Ja, dat komt omdat ik nog nooit zo lang out geweest ben. Acht maanden aan de kant blijven door een blessure, dat is - na de dood van mijn vader - het ergste wat me in mijn leven tot nu toe overkomen is. Ik moest helemaal alleen gaan trainen en mezelf gemotiveerd houden. Soms vraag je je dan af waarom je nog aan het trainen bent. Dat was best moeilijk. Maar ik probeer dat nu te vergeten en opnieuw te genieten van het voetbal bij Anderlecht." "Gelukkig was mijn vrouw altijd bij me, ze steunde me constant. Ook mijn familie, mijn mama en mijn vrienden waren er voor me in de moeilijkste momenten." "Ja, maar dat had ook te maken met het feit dat ik in het Spaans met de dokters wilde praten over hoe mijn knie aanvoelde, waar het pijn deed, wat ik moest doen... Als ik op Anderlecht had gerevalideerd - wat ook perfect had gekund - dan had ik bovendien elke dag mijn ploegmaats het veld zien opgaan om te trainen, terwijl ik achter moest blijven. Daar zou ik me niet goed bij gevoeld hebben." "Ach ja, dat... Dat was eigenlijk een misverstand waar ik liever niet meer over praat. Ze lieten uitschijnen dat ik kwaad was op Anderlecht, en vervolgens was Anderlecht dan weer kwaad op mij, maar daar was allemaal niets van aan. Ik had alleen gezegd dat Anderlecht me na mijn operatie niet gebeld had en dat hebben ze dan een beetje opgeblazen. "Nu is dat allemaal geen probleem meer. Integendeel, ik ben de club heel dankbaar voor alles wat ze mij gegeven heeft, ik heb Anderlecht niets te verwijten." "Ik ben daar redelijk rustig bij gebleven omdat ik de hele tijd in contact stond met Lucky. Er is hier veel verschenen zonder dat de pers echt wist wat er aan de hand was. Ze hebben van een mug een olifant gemaakt. Lucky was ziek en na een tijd was hij terug. Meer dan dat was het niet." "Ja, hij voetbalt ook al zeven seizoenen bij Anderlecht. Voor alles wat hij aan de club gegeven heeft, verdient hij die transfer, vind ik. Aan mij hebben ze bij de nationale ploeg ook gevraagd om in een grotere competitie te gaan voetballen, in een liga die meer in de picture staat. In ieder geval, Lucas heeft het recht om zelf over zijn toekomst te beslissen." "Hij heeft het allemaal nogal vanop afstand gevolgd. Hij mocht zich er ook niet druk in maken, want dat was slecht voor zijn migraine. Nu, we zijn het hier allemaal al een beetje gewoon dat de pers iets schrijft en dat de mensen dat dan ook daadwerkelijk geloven." "Dat is hij voor mij ook. Een heel intelligente voetballer, een echte prof." "Uiteraard! Hij is een goed mens en een goeie voetballer met karakter en persoonlijkheid. Buiten het veld is hij misschien wat zwijgzaam, maar tijdens een wedstrijd toont hij dat hij de beste is. Zonder hem is Anderlecht niet hetzelfde, hij is de motor van de ploeg." (zucht) "Ja, Ronny... Die arme jongen zit een beetje in een dip. Hij heeft zich nog altijd niet honderd procent kunnen geven voor Anderlecht. Nu, ik begrijp hem. Ik heb min of meer in dezelfde situatie gezeten. Het komt er nu op aan om hem te motiveren, want op dit moment heeft hij zijn ploegmaats en zijn vrienden het meest nodig. Ik bel hem dan ook geregeld om hem gerust te stellen, om hem te zeggen dat hij er wel weer bovenop zal komen." "Je mag niet vergeten dat hij een hele tijd stilgelegen heeft. Dat is een beetje hetzelfde als bij mij. Je moet wedstrijden spelen om het vertrouwen terug te laten komen." "Neen, nog niet helemaal. Ik lig nog een beetje in de knoop met de bal, maar met de tijd en de wedstrijden komt dat wel in orde." "Wel ja, ik heb een heel grote familie. En in Argentinië gaat het op dit moment niet zo goed, er is veel werkloosheid, de ene na de andere verliest er zijn werk. Met het geld dat ik in Moskou ging verdienen, had ik dus heel wat mensen kunnen helpen. Niet alleen mijn familie, ook een paar vrienden die me gesteund hebben toen het niet zo goed met me ging. Mijn transfer naar Moskou was voor mij dus niet alleen een kwestie van veel geld te gaan verdienen, maar ook van iets voor hen te kunnen doen. "Begrijp me niet verkeerd: ik heb bij Anderlecht een goed contract. En uiteindelijk is van je leven genieten en tijd doorbrengen met je familie en vrienden belangrijker dan veel geld verdienen. Ik ben dus heel blij dat ik hier ben kunnen blijven." "Dat is zo. Toen ik jong was, had ik geen geld. Niks, niks, niks. En ik denk dat ik toen gelukkiger was dan nu... met mijn papa, mijn familie en mijn vrienden. Geld had ik niet nodig. Mensen die weinig hebben zijn vaak gelukkiger dan mensen met veel geld. "Nu goed, in de harde werkelijkheid heb je geld nodig. Om een auto te kopen, een mooi huis... Maar als dat niet lukt, moet je gewoon genieten van wat je hebt. Ik zou al mijn geld direct inruilen voor het leven van mijn vader." DOOR STEVE VAN HERPE