We schrijven 1983. Mohamed Farah ziet het levenslicht in Mogadishu, als zoon van de in Engeland geboren Muktar Farah en zijn Somalische vrouw. Een jaar later ontvlucht de familie de hoofdstad van Somalië vanwege de aanhoudende burgeroorlog. Met zijn tweelingbroer Hassan en zijn zus groeit Mo op in het naburige Djibouti, bij hun grootmoeder. Op zijn achtste mag hij zich met zijn twee andere broers bij zijn vader in Londen voegen. Een nieuw leven kan beginnen. Maar ook een illustere sportcarrière, wanneer een turnleraar zijn looptalent ontdekt en de elfjarige Mo, ondanks diens droom om voetballer te worden bij Arsenal, richting een atletiekclub duwt. Vier olympische, vijf Europese en zes wereldtitels op de 5000 en 10.000 meter zullen volgen.
...

We schrijven 1983. Mohamed Farah ziet het levenslicht in Mogadishu, als zoon van de in Engeland geboren Muktar Farah en zijn Somalische vrouw. Een jaar later ontvlucht de familie de hoofdstad van Somalië vanwege de aanhoudende burgeroorlog. Met zijn tweelingbroer Hassan en zijn zus groeit Mo op in het naburige Djibouti, bij hun grootmoeder. Op zijn achtste mag hij zich met zijn twee andere broers bij zijn vader in Londen voegen. Een nieuw leven kan beginnen. Maar ook een illustere sportcarrière, wanneer een turnleraar zijn looptalent ontdekt en de elfjarige Mo, ondanks diens droom om voetballer te worden bij Arsenal, richting een atletiekclub duwt. Vier olympische, vijf Europese en zes wereldtitels op de 5000 en 10.000 meter zullen volgen. Zes jaar later, 1989. Bashir Abdi wordt geboren in Mogadishu, maar moet in 1997, als achtjarige jongen, met zijn vader, twee oudere broers en jongere zus vanwege de burgeroorlog naar een kamp van de Verenigde Naties vluchten. Gescheiden van hun moeder, die net in het buitenland was en Somalië niet meer binnen mocht. Het gezin Abdi kan gelukkig terecht bij familie in Djibouti, waar Bashir tot zijn elfde zal wonen. Zijn moeder wordt intussen erkend als politiek vluchteling in België. In 2002 krijgt ook de rest van de familie een visum. Na vier jaar zijn moeder niet te hebben gezien wordt Bashir met haar herenigd op een koude oktoberavond in Gent, terwijl de sneeuw - iets wat hij nog nooit heeft gezien - uit de lucht valt. Een nieuw leven kan beginnen. Maar ook een sportcarrière, eerst als rechtsmidden bij voetbalclub SKV Oostakker, vanaf zijn zeventiende als langeafstandsloper bij Racing Atletiek Club Gent. Na een langzame ontwikkeling breekt Abdi in 2018 definitief door met EK-zilver op de 10.000 meter en vervolgens twee Belgische marathonrecords in Chicago (2019) en Tokio (2020).Flashback naar 2008. De 25-jarige Mo Farah is dan een ontluikende wereldtopper, die twee jaar ervoor op het EK op de piste en op het EK veldlopen respectievelijk zilver (op de 5000 meter) en goud heeft veroverd. En zo, mede door zijn gracieuze stijl, de aandacht trok van zijn zes jaar jongere voormalige landgenoot. Op het EK veldlopen in Brussel kruisen hun wegen elkaar voor de eerste keer. Hoe die kiem jaren later tot een hechte vriendschap zal uitgroeide, vertelt Bashir Abdi zelf. Een monoloog. 'Met Bert Misplon, mijn trainingspartner en vriend van de atletiekclub, had ik me ingeschreven als vrijwilliger op het EK, waar ik absoluut Mo wilde ontmoeten. Toen al keek ik enorm naar hem op. Bij de start probeerde ik hem naar mij te lokken, maar tevergeefs: wellicht zag hij gewoon een zwarte jongen uitbundig zwaaien. ( lacht) Gelukkig had ik een badge die toegang gaf tot de atletenzone, waar ik Mo na lang wachten wel kon aanklampen. Hij was tot zijn ontgoocheling nipt als tweede geëindigd, maar reageerde bijzonder vriendelijk toen ik hem verlegen om een handtekening en een foto vroeg en in een mix van Somalisch en Engels kort mijn verhaal vertelde. Een eerste kennismaking die ik altijd zal koesteren, de handtekening bewaar ik zelfs nog in mijn slaapkamer. 'Twee jaar later, in juli 2010, volgde een nieuwe ontmoeting, deze keer heel toevallig. Met enkele leden van Racing Atletiek Club Gent trokken we in een minibus naar Font-Romeu in de Pyreneeën, als tussenstop op weg naar het EK in Barcelona. Op de atletiekpiste was Mo er aan het trainen. Hij herinnerde zich ons van op het EK in Brussel en ging graag met de hele groep op de foto. In een kort gesprek vroeg hij me waarom ik graag liep, of het geen verplichting was. Ik vertelde dat ik uit het voetbal kwam, de groepssfeer wel miste, maar erg hield van de rust tijdens het lopen, alleen in een bos, zonder lawaai. Dat vond hij heel herkenbaar. Mo gaf me ook het advies om rustig, stap per stap, mijn trainingen op te bouwen. Ik dacht: als ik ooit met jou zou kunnen trainen... 'Daarna reden we door naar Barcelona, waar we op de tribune Mo goud zagen behalen op de 5000 meter. Toen hij zijn ereronde liep, zag ik plots zijn vrouw staan. Ik wilde haar begroeten, maar was zo gestresseerd dat ik teruggekeerd ben naar mijn zitje. ( lacht) Hem zien winnen, maar ook Kevin Borlée daags ervoor in de finale van de 400 meter goud zien veroveren, motiveerde me enorm. Ik heb toen tegen Johan De Beule ( een omroeper op vele atletiekmeetings in Vlaanderen, nvdr) gezegd dat ik ook ooit voor België wilde lopen op een groot kampioenschap en voor mijn nieuw land een medaille wou behalen. Als 'voorbereiding' heb ik die dag zelfs het Belgische volkslied geleerd.' ( lacht) 'Helaas verliep de lancering van mijn carrière heel moeizaam: het volgende jaar overleed mijn moeder, waardoor ik op mijn 22e plots voor mezelf en mijn zus moest zorgen. Een onmogelijke combinatie met mijn studie en trainingen. Daarenboven scheurde ik in november op de cross in Mol mijn fascia plantaris ( peesblad op het hielbeen, nvdr). Ik kon ruim twee maanden niet trainen, zat fysiek en mentaal zeer diep. Tot mijn vriend Bert op het idee kwam om op stage naar Ethiopië te gaan, in februari 2012. Een goeie zet, want ik kon er heel goed trainen en mijn moreel weer opkrikken. Met succes: kort erna werd ik tot ieders verrassing Belgisch kampioen. Als een volslagen onbekende, veel mensen verwisselden zelfs mijn voor- en achternaam. ( lacht) Voor mij was het echter een eerbetoon aan mijn moeder, die zoveel voor mij betekend had. 'In april 2012 ging ik opnieuw op hoogtestage, naar Kenia, waar ook Mo aan het trainen was. Hij verbleef in een duur resort, ik in een bescheiden huisje. We trainden er voor het eerst enkele keren samen en dat wierp zijn vruchten af, want ik liep daarna de limiettijd voor het EK in Helsinki. Het eerste deel van mijn droom werd werkelijkheid: voor België uitkomen op een groot toernooi. Met de nationale ploeg verbleven we in hetzelfde hotel als Mo en daar hebben we vaak gepraat op zijn kamer. Over ons verleden in Somalië, over de ups en downs in ons leven, over onze toekomst, over zijn aparte trainingsvisie. Toen we twee dagen voor de 5000-meterfinale gingen loslopen, was ik verrast door zijn heel trage tempo in het begin, terwijl ik gewoon was om de hele training dezelfde snelheid aan te houden. 'Je moet je lichaam eerst laten ontwaken en dan langzaam het tempo opdrijven', zei hij. En dat bleek, want op het einde waren we bijna aan het sprinten. 'Die 5000 meter in Helsinki was onze eerste wedstrijd samen. Hoewel ik me liet wegduwen in het gedrum en moest passen toen Mo op het einde zijn bekende, fenomenale versnelling plaatste - zoals tijdens onze training - werd ik wel achtste. Met de felicitaties van Mo op zak liep ik enkele dagen later, verlost van alle stress, zelfs naar een vierde plaats op de 10.000 meter, nipt naast het brons. Aanvankelijk was ik ontgoocheld, maar die prestatie gaf me wel een boost. En nog meer toen ik enkele weken later op tv Mo dubbel goud zag winnen op de Olympische Spelen, voor eigen publiek. Kippenvel! Als hij zoiets kan, misschien is er dan ooit zoiets voor mij weggelegd, dacht ik. Ook toen ik in die periode vele keren filmpjes van Mo's races op YouTube bekeek, zijn loopstijl, tactiek en positionering bestuderend.' 'Ook positief was dat ik door die twee topachtplaatsen op het EK een profcontract bij Atletiek Vlaanderen kreeg, waardoor mijn stages voortaan vergoed werden. Zoals in 2014, toen ik naar Kenia trok, waar Mo ook zijn oefenkamp had gepland. We zaten in hetzelfde hotel, dronken af en toe een koffie, speelden PlayStation en trainden enkele keren samen - al was hij toen nog véél sterker dan ik. 'In Kenia spraken we toen ook af dat we in juni voor het eerst sámen op stage zouden gaan, naar Font-Romeu, ter voorbereiding van het EK in Zürich. Een fantastische ervaring, ook al moest ik passen voor zijn zwaarste trainingen. Ik kon wel terecht bij zijn kinesisten en hij stelde me toen ook voor aan zijn drie dochters en aan zijn vrouw - vier jaar nadat ik haar op het EK in Barcelona niet had durven te benaderen. ( lacht) Samen reisden we naar Zürich, waar een cameraploeg me volgde voor de documentaire Op weg naar Rio. Op de vraag welke ambities ik mocht koesteren, voorspelde Mo toen al dat ik een Europese medaille kon behalen, later zelfs een wereldtopper kon worden. 'Ook toen kon ik gebruikmaken van de faciliteiten waar hij, als ster van de Britse ploeg, over beschikte. Hij nodigde me zelfs uit voor een sessie cryotherapie. Daar zat ik dan, samen met een dubbele olympische kampioen, in een ijsbad. ( lacht) Voor de finale van de 10.000 meter warmden we ook samen op en gaf hij me de raad om tijdens de wedstrijd vóór hem te lopen, zodat hij me kon zien en advies kon geven. Wat hij ook deed, in het Somalisch, heel kort: nu versnellen, nu wat vertragen. Helaas had ik op het einde niet de extra versnelling in huis om hem te kunnen volgen. Ook een medaille zat er niet meer in: vijfde. Volgens sommigen omdat ik te veel voor Mo gewerkt had, maar ik was gewoon niet sterk genoeg. Bovendien had ik veel last van mijn voet, die achteraf flink gezwollen was. De dokter raadde me af om deel te nemen aan de 5000 meter, maar ik startte toch. Na één ronde stak de pijn echter al op. Ik eindigde pas als zestiende en was erna twee maanden buiten strijd - de prijs voor mijn koppigheid. 'Die periode, en ook de jaren erna, heb ik de fout gemaakt om te zwaar te trainen, me soms te veel te willen meten met Mo. Maar daar was mijn lichaam nog niet klaar voor. Vaak begon ik zo oververmoeid aan een toernooi. Zoals het WK in 2015 in Peking, waar ik tijdens de opwarming voor de 10.000 meter samen met Mo enkele sprintjes trok en mijn hamstring bezeerde. Allicht een scheur, wat Mo bevestigde toen hij me 's avonds aan de telefoon opdroeg om te stretchen tegen de muur en ik mijn hiel amper naar beneden kon duwen. Mo vloekte, voelde zich zelfs een beetje schuldig: hadden we die sprintjes wel moeten doen? Weer uit koppigheid ben ik de volgende dag toch gestart, maar na enkele ronden gaf ik al op. Te veel pijn. Enigszins verzacht door de vreugde van Mo, die de wereldtitel behaalde. 's Avonds laat, na alle plichtplegingen, belde hij: 'Kom morgen naar de Nike hospitality space, dan gaan we samen iets eten.' Hij moest nog de 5000 meter lopen maar nam toch de moeite om me op te monteren en mijn herstelproces te bespreken. 'Het jaar erna, helaas, hetzelfde verhaal. Op het EK in Amsterdam, een goeie maand voor de Spelen in Rio, was ik topfavoriet voor de 10.000 meter, maar drie dagen ervoor: weer een scheurtje in de hamstring. Ik paste, uit voorzorg, en ging naar Font-Romeu op stage, samen met Mo. Mijn topvorm in Rio was echter weg. Ik had ook enorm veel last van de hitte en de jetlag en finishte pas als zestiende, ver onder mijn niveau. Al werd de pijn opnieuw verzacht door Mo, die ik, met nog een kleine ronde te lopen, op het grote scherm voor mij naar de olympische titel zag sprinten. Even kon ik mijn verdriet vergeten. 'Sinds die Spelen in Rio heb ik ingezien dat je te veel kunt trainen, dat rust even belangrijk is als je blessures wilt vermijden. Mijn vrienden en trainer Peter Robbens hadden me dat vele malen ingepompt, maar je moet het vooral zelf beseffen. Geen toeval dus dat mijn prestaties daarna in continue, stijgende lijn gingen. Zoals gepland schakelde ik ook over naar de marathon, weliswaar met nog een laatste tussenstap op de piste: het EK in 2018 in Berlijn, waar ik minstens een medaille wilde behalen. Het werd zilver, nipt geklopt door de Fransman Morhad Amdouni ( die wegens dopinggebruik zijn titel mogelijk nog kan kwijtraken, nvdr). Eerst was ik erg ontgoocheld, maar in het hotel besefte ik: ik heb mijn belofte van 2012, dat ik ooit een medaille aan België zou geven, eindelijk ingelost. Ik begon te huilen van ontroering, ook toen Mo mij achteraf belde. Later die zomer liep ik op de Memorial nog een persoonlijk record op de 5000 meter en in oktober werd mijn dochtertje geboren. Ik voelde me gelukkiger dan ooit.' 'De laatste jaren werd mijn band met Mo ook steeds beter. Voor mij was hij na zijn nieuwe olympische dubbelslag in Rio 2016 een even groot kampioen als Usain Bolt. Maar bovenal beschouwde ik hem als Mo, mijn vriend. Een heel mooi moment volgde begin 2017, toen hij een special guest was op mijn huwelijk met Nimo, een Somalische die ook gevlucht is voor de oorlog en die ik in Nederland had leren kennen na een voetbalmatch van mijn broer. Die had alles bekokstoofd en geregeld voor Mo: de vlucht naar Amsterdam, het hotel. Ik wist van niets, tot Mo plots van de trap afdaalde. Ik geloofde mijn ogen niet. Net als veel andere Somalische gasten, plots stond hij zelfs even in het middelpunt van de belangstelling. ( lacht) Daar kickt hij nochtans niet op. Integendeel, ondanks al zijn successen is Mo een heel eenvoudige, bescheiden kerel, die erg begaan is met anderen en zijn kennis wil delen. Een vriend met wie ik over alles kan praten en lachen, met wie ik PlayStation kan spelen en fel kan discussiëren over het voetbal - hij als fan van Arsenal, ik van Manchester United. ( lacht) 'Als atleet had ik hem vroeger nodig, om mij aan op te trekken - soms zelfs iets te veel - maar de laatste jaren zijn we volwaardige trainingspartners geworden, leunen we op elkaar. Zeker sinds ik na het zomerseizoen van 2018 opgenomen ben in zijn vaste trainingsgroep, onder leiding van de vermaarde coach Gary Lough ( de echtgenoot van Paula Radcliffe, ex-wereldrecordhoudster op de marathon, nvdr). Mede door zijn kennis, vertrouwen en trainingsschema's heb ik veel vooruitgang geboekt. En heb ik op de marathon, als leerling, mijn meester Mo zelfs ingehaald. 'Daar heeft hij echter nooit moeite mee gehad. Ook niet toen ik in oktober 2019 in Chicago het Belgisch record verbeterde ( 2u06'14, nvdr), nadat ik lang bij Mo was gebleven en hem voor de eerste keer in een race had achtergelaten. Toen Mo, die door een blessure een slechte dag had, finishte, zei hij meteen: 'Jij hebt mij al zoveel keer gefeliciteerd, nu is het mijn beurt.' Hij was oprecht blij en trots. En hij kreeg gelijk, want hij had voorspeld dat ik 2u06 zou lopen - na al die stages samen kent Mo me intussen door en door. 'Hij was er dan ook van overtuigd dat ik nog sneller kon, want in Chicago liep ik een heel rap slot. Toen we begin dit jaar in Ethiopië samen trainden in aanloop naar de marathon van Tokio, voorspelde Mo zelfs dat ik er in goeie omstandigheden onder de 2u05 zou lopen. En ook dát klopte: 2u04'49, de op één na beste Europese tijd ooit - hét hoogtepunt in mijn carrière. Voorlopig toch... ( lacht) 'Mede dankzij Mo, die mij heeft toegelaten in zijn dichte kring van getrouwen en ervoor heeft gezorgd dat ik gebruik kon maken van zijn professionele entourage. Die mij geleerd heeft om op de juiste manier mijn grenzen te verleggen, hoe je fysiek en mentaal, met oog voor elk detail, kunt pieken naar wedstrijden.'Mo heeft me ook leren inzien dat, als je geduldig blijft en hard werkt, je elke tegenslag kunt overwinnen. En je uiteindelijk altijd beloond wordt voor het afzien, de vele opofferingen en de weken uithuizigheid, weg van mijn vrouw en kinderen. Zonder hem was ik nooit zo ver geraakt, zou ik niet de topatleet zijn die ik vandaag ben. En daarvoor zal ik hem altijd dankbaar blijven.'