Het moeten er 378 zijn geweest, denkt hij. "In elk geval speelde niemand ooit meer wedstrijden in het eerste elftal van KV Kortrijk." En uit een referendum onder de KVK-supporters kwam de Duitse centrale verdediger als de derde beste speler uit de geschiedenis van de club, na Boudewijn Braem en Michel Timmerman. "Niet slecht voor een buitenlander, hé." Niet schlecht vuur ein boitenlander, klinkt dat dan. Er hangen nog wat Duitse klanken aan zijn Nederlands, maar verder is de Duitser helemaal Kortrijkenaar geworden. Getrouwd met Brigitte, drie stevige zoons, een mooi, groot huis in Kuurne.
...

Het moeten er 378 zijn geweest, denkt hij. "In elk geval speelde niemand ooit meer wedstrijden in het eerste elftal van KV Kortrijk." En uit een referendum onder de KVK-supporters kwam de Duitse centrale verdediger als de derde beste speler uit de geschiedenis van de club, na Boudewijn Braem en Michel Timmerman. "Niet slecht voor een buitenlander, hé." Niet schlecht vuur ein boitenlander, klinkt dat dan. Er hangen nog wat Duitse klanken aan zijn Nederlands, maar verder is de Duitser helemaal Kortrijkenaar geworden. Getrouwd met Brigitte, drie stevige zoons, een mooi, groot huis in Kuurne. "Tot mijn dertigste was ik profvoetballer. Een mooi leventje, veel terrasjes gedaan. Van dan af heb ik mijn job van vroeger weer opgepikt. Ik had een diploma van loodgieter, had door kleine klussen ervoor gezorgd dat ik wat bij was gebleven. Ik beschouwde het eerst als bijberoep, en haalde tussendoor in avondonderwijs de nodige getuiggeschriften. Toen mijn voetbalcarrière erop zat, kon ik probleemloos als zelfstandig loodgieter aan de slag." Sindsdien raast Sanitair Dieter Schwabe ("Genoeg machines om drie mensen in te schrijven, maar ik werk liever alleen") door Kortrijk en omgeving. Overal is hij nog Dieter Schwabe van de Veekaa. En een beetje van Essevee, de provincialer waar hij een paar seizoenen trainer is geweest. En nu misschien wel opnieuw van KV Kortrijk, want de derdeklasser vroeg hem om toe te treden tot het bestuur. "Maar ik wacht liever nog wat af. ( Grijnzend) Het probleem is dat ik overal mijn gedacht zeg. En dat valt in Kortrijk nogal moeilijk." Van een vriend, Rainer Gebauer (ex-Sporting Charleroi), had hij gehoord dat het goed toeven was in België, via manager Pavkovic kon hij testen. In Frankrijk, in Tongeren en in Kortrijk, toen nog in tweede klasse. Eerst werd hij afgetest door Georges Heylens : "Die vond dat ik te dikke billen had, stel je voor." Het was Henk Houwaart die hem uiteindelijk pakte. Dertien jaar bleef hij in de club : "Ik voelde mij meteen thuis in Kortrijk, maakte er vele vrienden." Via de eindronde promoveerde hij al het eerste jaar naar eerste klasse. Weer grijnzend : "Ze zijn pas gedegradeerd het jaar nadat ik er vertrokken was." Dat was twaalf seizoenen later, veelal schöne Jahre. "Ik had er financieel meer kunnen uithalen, maar ik ben tevreden. Ik speelde lang in een een vriendenploeg, met Horvath, Johan Vermeersch, Bo Braem, later Nico Broeckaert, Damir Desnica, de doofstomme spits die we veel later in Split nog zijn gaan opzoeken. Hij kon maar één naam uitspreken : Die-ter. We hebben gouden jaren gekend, zijn onder Leekens nog een keer als zesde geeïndigd. Tussendoor kreeg ik wel eens aanbiedingen, van Aloïs Derycker van Lokeren ondermeer, in de periode Larsen- Lubanski- Lato. Ik kon er heel veel geld verdienen, heb lang getwijfeld, maar heb uiteindelijk bij Kortrijk bijgetekend wegens André Van Maldeghem. "Van Maldeghem was een man naar mijn hart. Militair streng, maar wel eerlijk. Ik herinner me dat ik alleen wilde bijtekenen op voorwaarde dat ik in de winter tien dagen vakantie kreeg om mijn toenmalige vriendin te gaan bezoeken. Meteen na de laatste wedstrijd voor de winterstop nam hij mij bij de arm. Oei, Dieter, je lijkt een verrekking aan de lies te hebben opgelopen. Je kan beter tien dagen rust nemen. Zo'n zaken bonden mij aan die club. Nu verhuist men om de haverklap van club, alleen voor het geld. Zo is ook de klad in de Veekaa gekomen. "Ze kochten dure vedetten : Desmet, Plessers, Krüzen, Janssen. Goeie voetballers, goeie mensen ook, maar ze hadden geen binding met de club en de supporters. De sfeer brokkelde af. Uiteindelijk werden ook vraagtekens gesteld achter mijn prestaties. Ik was één van de oudjes, hé, moest mij dubbel bewijzen. Toen mijn contract moest worden verlengd, bleef dat maar aanslepen, kon ik slechts voor een appel en ei blijven. Een pijnlijk gebrek aan respect vond ik dat voor alles wat ik die dertien jaar voor de club had gedaan. Daar bleek hoe ondankbaar mensen kunnen zijn. Ik ben dan ingegaan op een voorstel van Aalst." Het begin van het einde werd het toen Han Grijnzenhout bij de neo-eersteklasser na enkele maanden al Laszlo Fazekas verving. Grijzenhout, de enige trainer met wie hij in Kortrijk zwaar had geruzied. "Een schitterende trainer, maar als mens een zero. Hij moest mij niet hebben, schold mij uit. Zes maanden heb ik gezwegen, maar na het zoveelse banale incident op training ben ik ontploft. Ik ben op hem toegestapt en met mijn studs op zijn tenen gaan staan : jij of ik ! Eén van ons beiden moest weg, vond ik. Hij is vertrokken op het einde van dat seizoen en ik ben gewoon vaste waarde gebleven. Toen hij bij Aalst kwam, begon de ellende opnieuw. Wéér dat schelden en zo. Ik kon er echt niet meer tegen, besliste in maart te stoppen bij Aalst. Ik heb nog even gevoetbald bij SK Ronse, op vraag van Bo Braem, maar toen ging het werk al voor." De voetballer werd loodgieter. Zo een die nooit honderd procent tevreden is over zijn werk. Zo deed hij het ook als trainer, eerst bij SV Kortrijk, dat hij van tweede naar eerste provinciaal bracht, waarna opnieuw werd gedegradeerd, daarna bij derdeprovincialer Rekkem. "Ik ben heel perfectionistisch, nooit tevreden. Al wonnen we met 10-0, nog had ik het over dat kleine foutje. Dat maakte het niet gemakkelijk. Vooral ook omdat ik het moeilijk had met het gebrek aan tactisch inzicht en mentaliteit. Ik heb vorig jaar zelfs nog drie wedstrijden meegespeeld, op mijn 45ste, en je zag de ploeg zó beter voetballen." Veel voetbal is er momenteel niet in zijn drukke leven. "Van eerste klasse volg ik van ver nog de uitslagen, meer niet." Hier en daar gaat hij nog eens kijken. "Gewoon tussen het volk. Men herkent mij nog wel, maar ik kom niet binnen met een hoog opgestoken kraag, begrijp je ? Ik betaal mijn ticketje zoals iedereen. Ik ben ook maar een gewone mens die hard werkt voor zijn centen."door Frank Buyse