Begint in de stad waar de voetbalcarrière van Foeke Booy startte ook het tweede luik van zijn loopbaan als trainer? Vóór de Friese spits medio 1988 op 26-jarige leeftijd naar KV Kortrijk trok, had hij in Nederland maar twee seizoenen in de Eredivisie gevoetbald. Booy was een rommelaar, een stuntelaar die op de lachspieren werkte door de houterige manier waarop hij zich langs zijn tegenspelers probeerde te wringen. In die gedaante presenteerde hij zich ook toen hij in 1989 samen met trainer Georges Leekens (en Lorenzo Staelens) van KV Kortrijk naar Club Brugge ging - en daar heel snel op de bank belandde - om vervolgens bij blauw-zwart met twee titels en een beker zijn grootste triomfen te vieren. En na het eerste kampioenschap nodigde Booy, die toen in Loppem woonde, de buurtbe...

Begint in de stad waar de voetbalcarrière van Foeke Booy startte ook het tweede luik van zijn loopbaan als trainer? Vóór de Friese spits medio 1988 op 26-jarige leeftijd naar KV Kortrijk trok, had hij in Nederland maar twee seizoenen in de Eredivisie gevoetbald. Booy was een rommelaar, een stuntelaar die op de lachspieren werkte door de houterige manier waarop hij zich langs zijn tegenspelers probeerde te wringen. In die gedaante presenteerde hij zich ook toen hij in 1989 samen met trainer Georges Leekens (en Lorenzo Staelens) van KV Kortrijk naar Club Brugge ging - en daar heel snel op de bank belandde - om vervolgens bij blauw-zwart met twee titels en een beker zijn grootste triomfen te vieren. En na het eerste kampioenschap nodigde Booy, die toen in Loppem woonde, de buurtbewoners uit en ging de champagne rond. Hij toefde graag tussen de mensen, hoewel hij zichzelf als een echte Fries karakteriseerde: nuchter maar ook nors. Heel aangenaam was het niettemin telkens weer om Booy te interviewen. Hij kon met passie over zijn rol van targetspits vertellen: een bal aannemen met een man in de rug, kaatsen, de bal vasthouden, wegdraaien, hij vond het even moeilijk als iemand uitspelen of een schaarbeweging maken. En soms gebeurde het wel eens dat hij zich op die manier met een vloeiende en gestroomlijnde beweging losdraaide van zijn tegenspeler om vervolgens genadeloos uit te halen en de doelman kansloos te laten. Steeds weer wreef iedereen zich dan verbaasd in de ogen want tot dat soort kunsten werd de granieten spits niet in staat geacht. Foeke Booy moest lang tegen vele oordelen en vooroordelen opboksen. Hij placht zich daarover nooit op te winden, maar hij vond het wel heerlijk om zes seizoenen (van 1988 tot 1994) in België te voetballen omdat het voetbal veel meer beweging, loopvermogen en kracht vereiste dan in Nederland. Omdat je geen ruimte krijgt, moet je constant geconcentreerd blijven en heel scherp trainen. Want zonder scherpte, doceerde Foeke, maakte je in België geen enkele kans. Dat vroeg een grote geestelijke omschakeling. Als Nederlandse spitsen in België niet slagen dan was dat volgens hem omdat ze die voortdurende alertheid mentaal niet aankunnen. Ja, hij klonk toen al als een trainer, Foeke Booy. Hij vond toen bijvoorbeeld dat je met één of twee spitsen in België offensiever voetbalde dan met drie aanvallers. Omdat je als spits veel in de breedte moest bewegen om variatie in de aanvalspatronen te brengen. Dat kon moeilijk als je met twee vleugelspelers speelde, die gaan je dan op een gegeven moment remmen. Met het gevolg dat je de ruimte voor de middenvelders afzette in plaats van ze te creëren. Dat was ook voor Foeke even aanpassen, hij die eigenlijk het liefst centers kreeg omdat hij vooral erg goed was met het hoofd. Tot in de kleinste details kon Foeke Booy vertellen hoe hij kopte: het timen, de veerkracht, het constant kijken naar de bal, het raken van die bal op de juiste plaats, het was een kwestie van aanvoelen. En nu mag Foeke Booy het dus allemaal uitleggen aan de spelers van Cercle Brugge, als een soort herkansing in zijn leven als trainer. In Nederland begon hij sterk als coach van FC Utrecht en won met die club twee keer de beker. Nadien ging het minder bij Al-Nassr FC uit Saudi-Arabië en Sparta Rotterdam. Hij keerde als technisch directeur terug naar FC Utrecht, waar hij in mei van dit jaar, na net geen drie seizoenen, werd ontslagen. Hij was beledigd door de manier waarop er met hem werd omgegaan. Of er trainers waren die hem hadden geïnspireerd? Vreemd in het licht van de recente gebeurtenissen dat ook Foeke Booy toen met ontzag praatte over de duidelijkheid waarvoor Georges Leekens zorgde, over defensieve patronen waarin het erom ging dat de twee spitsen gepakt werden door drie verdedigers die elkaar rugdekking gaven, waardoor Club Brugge eigenlijk zonder libero, maar met een vrije verdediger speelde en je constant een man op overschot had in de defensie. En niet in het middenveld, waar je niet te dicht in de buurt van Franky Van der Elst moest voetballen omdat die anders zijn controlerende functie zou kwijtraken. Soms hoor je al heel vroeg welke voetballers later als trainer aan de slag zullen gaan.