Eigenlijk stapt Lierse met hetzelfde probleem het seizoen in als een jaar geleden : een gebrek aan spitsen. Vorig jaar brak het de ploeg lang zuur op, ook dit jaar heeft Lierse aardig wat voetballend vermogen, maar in de zestien meter zorgt het voor te weinig dreiging. Hoe zwaar het gebrek aan een goeie diepe spits kan doorwegen, leerde trainer Paul Put vorig jaar bij Lokeren : het kostte hem zijn kop.
...

Eigenlijk stapt Lierse met hetzelfde probleem het seizoen in als een jaar geleden : een gebrek aan spitsen. Vorig jaar brak het de ploeg lang zuur op, ook dit jaar heeft Lierse aardig wat voetballend vermogen, maar in de zestien meter zorgt het voor te weinig dreiging. Hoe zwaar het gebrek aan een goeie diepe spits kan doorwegen, leerde trainer Paul Put vorig jaar bij Lokeren : het kostte hem zijn kop. Toch wil Put doen wat Lierse van hem vraagt : aanvallend voetballen. Terwijl Lierse vorig jaar zeventig procent aan verdedigen dacht en dertig procent aan aanvallen, wil Put dat dit jaar omkeren. Dat gebeurt bij voorkeur vanuit een 4-4-2, met twee controlerende middenvelders, twee aanvallend ingestelde flankspelers en voorin Dan Marius Mitu in een positie achter de diepe spits. Tien meter hoger dan vorig jaar wil Put Lierse zien verdedigen, ondanks het gebrek aan snelheid achterin. Over doelman Yves Van der Straeten maakt de trainer zich geen zorgen : die won vorig seizoen een flink aantal punten voor zijn ploeg en staat garant voor zekerheid achterin. Een beetje zorgen maakt Put zich over Michael Nnaji, die centraal in de verdediging goed bezig was, maar minstens tot nieuwjaar out is. Gelukkig heeft Put centraal achterin keuze te over. De voorkeur lijkt uit te gaan naar het duo Laurent Fassotte- Jonas De Roeck, tenminste op voorwaarde dat De Roeck, die al lang op de sukkel is, zich fysiek en mentaal tijdig herpakt. Lukt dat niet, dan kan Igor Nikolovski de afwezigheid van Nnaji aanwenden om een titularisplaats op te eisen, terwijl iedereen ook benieuwd is naar de inbreng van eigen talent Timothy Dreesen. Links zit Lierse krap. De beste linksachter in de selectie is de nieuwe Bosniër Ninoslav Milenkovic, maar die wordt door Put al meteen naar het middenveld verschoven. Daardoor blijft Hasan Kacic, vorig jaar al de regelmaat zelf, vaste linksachter. Alternatief op links is Jimmy Smet, die wel het nadeel heeft rechtsvoetig te zijn. Op rechts zal Bertrand Crasson moeite hebben om Nicolas Timmermans van een titularisplaats te houden. Timmermans is verdedigend minder sterk, maar moet aan een sterke voorbereiding voldoende zelfvertrouwen overhouden om zijn aanvallende kwaliteiten (met inbegrip van een goeie voorzet) te tonen. Twee centrale pionnen die qua recuperatievermogen sterk zijn, aangevuld met twee flankspelers die vooral aanvallend ingesteld zijn : die combinatie wil Put op het middenveld. Qua buitenspelers zit hij veeleer krap. Eigenlijk zijn er voor een basisplaats aan de buitenkant nauwelijks alternatieven voor Laurent Delorge op rechts en Adolphe Tohoua. Wanneer fit zijn zij voor Put onbetwiste titularissen. Rechts kan Archie Thompson, te licht bevonden als spits, met zijn snelheid en techniek het gebrek aan overzicht dat op een centrale positie opvalt compenseren. Nog een alternatief op rechts is, meer dan een spits, de jonge Jurgen Raeymaeckers. Centraal krijgt Stef Wils het gezelschap van Milenkovic, nu al beschouwd als sterkhouder. Centraal of aan de linkerzijde blijft Werry Sels een nuttige ploegspeler, terwijl ook Kristof Imschoot achter de spitsen of aan de zijkant kan aantreden. De diepe, balvaste spits waar Put zo op hoopte, heeft hij vooralsnog niet. De Bulgaar Milen Georgiev verhoogt wel het voetballend vermogen, maar een echte targetspits is hij niet. De testspelers op die positie hadden wel potentieel, maar brachten geen onmiddellijke meerwaarde. Komt er niemand meer bij, dan krijgt Bjorn De Wilde, die Put niet als balvaste targetspits beschouwt, nog een kans. Normaal rekent men op hem om vanaf de bank als invaller het verschil te maken. Tweede spits is Mitu, door Put consequent Deco genoemd. Kwam hij onder Emilio Ferrera nauwelijks uit de middencirkel, dan wordt hij nu van zijn verdedigende taken ontlast en moet hij voor doelgevaar zorgen. Negatief punt is dat Lierse voorin geen wisselmogelijkheden heeft. Tot de zestien meter heeft Lierse een degelijk elftal dat zelf het spel kan maken. Als het voorin een aanspeelpunt vindt, kan het een rustig seizoen in de middenmoot beogen met af en toe een uitschieter. Niets moet, alles mag. Voor een negende of tiende plaats met een paar aardige thuisprestaties wil iedereen op het Lisp tekenen. door Geert Foutré