Het was een gure donderdagavond in december 1975, iets voor zeven uur. In de kleedkamer van Deerlijk Sport zaten de spelers te wachten op het begin van de training. Ze doodden de tijd op de gebruikelijke manier: wat babbelen, een beetje aan de schoenen frunniken. Plots weerklinkt het geblaf van een hond. "Is dat Stockman?", vraagt een van de spelers en meteen barst iedereen in gelach uit. Dat verstomt echter als Jacques Stockman een paar seconden later als een tornado de kleedkamer binnen komt gevlogen en briest: "Iedereen naar buiten, wie niet klaar is, betaalt 150 frank boete." En grijnzend zegt hij tegen de verslaggevers van Sport '70, de voorloper van dit magazine: "Discipline moet er zijn. Zelfs bij een club uit bevordering."
...

Het was een gure donderdagavond in december 1975, iets voor zeven uur. In de kleedkamer van Deerlijk Sport zaten de spelers te wachten op het begin van de training. Ze doodden de tijd op de gebruikelijke manier: wat babbelen, een beetje aan de schoenen frunniken. Plots weerklinkt het geblaf van een hond. "Is dat Stockman?", vraagt een van de spelers en meteen barst iedereen in gelach uit. Dat verstomt echter als Jacques Stockman een paar seconden later als een tornado de kleedkamer binnen komt gevlogen en briest: "Iedereen naar buiten, wie niet klaar is, betaalt 150 frank boete." En grijnzend zegt hij tegen de verslaggevers van Sport '70, de voorloper van dit magazine: "Discipline moet er zijn. Zelfs bij een club uit bevordering." Twee jaar na zijn afscheid als speler is Jacques 'Jacky' Stockman trainer van Deerlijk Sport en dat zullen ze daar geweten hebben. Hij probeert de vechtlust en de winnaarsmentaliteit die hem als speler kenmerkten, op het elftal over te planten. De spelers kreunen onder zijn regime, de trainingen verlopen in een waanzinnig tempo. Toch moet Stockman concessies doen aan de geplogenheden van deze club: hij heeft nauwelijks inbreng in de samenstelling van het elftal, dat is de taak van een selectiecomité dat bestaat uit de voorzitter, de ondervoorzitter en de schatbewaarder. Jacky Stockman is hooguit een soort raadgever. Ondanks de status die hij als voetballer opbouwde, kon hij daarmee leven. Hij wilde graag verder in het trainersvak, hij leefde op als hij de geur van het gras kon snuiven. Jacky Stockman, die in het begin van de jaren negentig nog sportief manager was bij Waregem, zou nooit hoger trainen dan de lagere afdelingen. Hij zag het voetbal nochtans goed en voorspelde bijvoorbeeld Lorenzo Staelens een grote carrière toen hij die bij WS Lauwe in de eerste ploeg liet debuteren. Hij had zelfs nog zijn naam doorgespeeld aan Cercle Brugge, dat hem aanvankelijk niet wilde. Stockman was gecharmeerd van Staelens, iemand die nooit zeurde en altijd werkte en tegen een stootje kon, heel anders dan vele jonge, weke voetballers die snel klaagden omdat ze thuis in de watten waren gelegd. Daar gruwde Stockman van. Qua karakter en doorzettingsvermogen herkende hij in Staelens een deel van zichzelf. Jacky Stockman was een snelle, hardwerkende spits met een staalhard schot. De Oost-Vlaming gold bij Anderlecht als opvolger van de legendarische bombardier Jef Mermans. Hij zou de aanval van paars-wit negen jaar lang leiden, hij kwam in 236 wedstrijden aan 142 doelpunten en scoorde in 32 interlands 21 keer. Maar Stockman, die de bijnaam Zorro had omdat hij Anderlecht eens in een Europese wedstrijd op Bologna bevrijdde, was geen man van cijfers. Anderzijds, zo bleek die avond na de trainingen in Deerlijk, toen we met hem nog even doorpraatten, kon hij haast ieder doelpunt haarfijn omschrijven. De drie goals die hij met de nationale ploeg in 1963 tegen het Brazilië van Pelé maakte bijvoorbeeld, het meesterstuk uit zijn carrière en een memorabele avond voor het Belgisch voetbal want de Rode Duivels wonnen met 5-1. Maar ergens zat Jacky Stockman ook met een frustratie: dat velen hem een technisch beperkte voetballer noemden, een man die alleen maar kon rommelen en frommelen in de zestien meter. Terwijl dat, zo zei hij, alleen te maken had met de opdracht die de toenmalige trainer, Pierre Sinibaldi,hem gaf. Stockman mocht niet tonen dat hij kon voetballen, hij diende te wachten op de bal. En hij vertelde een anekdote die hij later nog vaker zou herhalen: dat hij op Waterschei eens drie doelpunten maakte en Anderlecht 0-4 voorstond, dat de ploeg vervolgens de bal begon rond te tikken en hij werkloos toekeek, en dat hij dan maar besloot om naar het middenveld terug te zakken en mee te voetballen. Waterschei strafte de arrogantie van Anderlecht af en kwam tot 2-4 terug. Na de match gaf Sinibaldi één speler een uitbrander: Jacky Stockman. Achtentwintig was Stockman toen hij bij Anderlecht vertrok. Een jonge Nederlandse spits had zich toen al als zijn opvolger gemanifesteerd: Jan Mulder. Later zou Stockman nog wel een seizoen naar het Astridpark terugkeren. Afgelopen vrijdag overleed Jacky Stockman op 74-jarige leeftijd. ?