Ooit koos Servaas Bingé (38) voor huisartsengeneeskunde omdat hij zo snel mogelijk aan het leven wilde beginnen. Het pad leidde via een eigen praktijk, een opleiding urgentiegeneeskunde, shiften op spoed en een opleiding sportgeneeskunde naar Vacansoleil en daarna Lotto-Soudal, waar Bingé vandaag hoofd van de medische staf is. Werken met wielrenners opende zijn blik, zegt hij. 'Klassieke huisartsengeneeskunde is zeer reactief: mensen komen met een probleem en verwachten dat je het oplost. Een sporter is daarentegen niet ziek, maar heeft een zo gezond mogelijk lichaam nodig. Dat vraagt een totaal andere benadering.'
...

Ooit koos Servaas Bingé (38) voor huisartsengeneeskunde omdat hij zo snel mogelijk aan het leven wilde beginnen. Het pad leidde via een eigen praktijk, een opleiding urgentiegeneeskunde, shiften op spoed en een opleiding sportgeneeskunde naar Vacansoleil en daarna Lotto-Soudal, waar Bingé vandaag hoofd van de medische staf is. Werken met wielrenners opende zijn blik, zegt hij. 'Klassieke huisartsengeneeskunde is zeer reactief: mensen komen met een probleem en verwachten dat je het oplost. Een sporter is daarentegen niet ziek, maar heeft een zo gezond mogelijk lichaam nodig. Dat vraagt een totaal andere benadering.' Binnen de ploeg wordt gewerkt met een preventief model dat alle onderdelen van de renner maximaal moet laten renderen: van de bacteriële huishouding in zijn darmen tot de klikplaatjes onder zijn schoenen. Wetenschap en marginal gains, dat is het moderne wielrennen. Bingé rolde zijn visie intussen uit in zijn eigen lifestyle methodologie Healthitude, een boek ( Nooit meer naar de dokter) en een digitaal platform. Het gaat hard, maar: 'Eigenlijk draait het allemaal om hetzelfde: mensen gezond houden.' We spreken dokter Bingé in een kleine praktijkruimte aan zijn huis in de Gentse binnenstad. Binnen enkele weken zal de rust plaatsmaken voor de hectiek van de Tour. Lange dagen, verre verplaatsingen - 'makkelijk 38 uur per week op de bus' - en bedompte hotels. En dan moet er ook nog gefietst worden. De Tour is geen gezondheidswandeling.Wat zijn de typische kwalen na drie weken koersen? Servaas Bingé: 'Zitvlakproblemen, zowel ter hoogte van de huid als balzakknobbels en -abcessen. Je moet ze de laatste week eens op hun fiets zien stappen, het is echt zoeken naar een houding die nog een béétje comfort kan geven. Uitputting en vermoeidheid is natuurlijk ook een probleem: dat lijf is op. Renners kunnen anderhalve kilo spieren verliezen op die drie weken, puur omdat hun lichaam niet de tijd krijgt om te recupereren. Er zijn jongens die geen eetlust meer hebben, het niet meer kúnnen opeten. Daar geldt een oude wijsheid: als een coureur niet meer kan eten, zal het niet lang meer duren. En dan zijn er de jongens die volledig leeg zijn. Die in de derde week moeten afstappen omdat het niet meer gaat. Soms zie je dat ook gebeuren omdat ze mentaal de klik niet meer kunnen maken.' Kan u nog redding brengen indien een renner de totale uitputting nabij is? Bingé: 'Met mijn achtergrond in de urgentiegeneeskunde zouden we dat zeker kunnen, maar door de regels kunnen we die jongens eigenlijk te weinig helpen. Onze handen worden daar voor een stukje afgesneden.' U doelt op de no needle policy. Bingé: 'Inderdaad. Een renner kan drie, vier procent lichter over de streep komen door dehydratie: dan ben je al op een punt dat de lichaamssystemen beginnen te falen. Gezien we geen infusen mogen gebruiken, moeten we met drinkstrategieën werken. We berekenen dat individueel, afhankelijk van het gewicht van de renner en het vocht dat ze verliezen. In de wedstrijd moeten ze tot zes liter drinken, 's avonds moet je ze soms nog drie liter laten bij drinken. 'Daarnaast moet een renner per dag tussen de vijf- en achtduizend calorieën binnen spelen. Dat zijn enorme hoeveelheden koolhydraten, en die maken de darmwand voor een stuk kapot, waardoor toxines en bacteriën niet meer tegengehouden worden, maar rechtstreeks in de bloedbaan komen. Daarop zegt het immuunsysteem: dit moeten we aanvallen. Dus wordt de renner sneller ziek. Je kan dat leaky gut-syndroom tegengaan met probiotica, maar vooral met vezels en gezonde voeding. Alleen kan je in bergetappes geen vezels geven, want elke vezel bindt een bepaalde hoeveelheid water en dan wegen ze te zwaar. In de Tour kan je de jongens ook niet vol steken met fruit en groenten, want dan zijn de volumes om die calorieload te bereiken niet te overzien.' Renners tasten voortdurend de grenzen van hun lichaam af. Stelt dat u als arts soms voor ethische dilemma's? Bingé: 'Ik herinner me een case uit de Tour een paar jaar geleden. Een renner werd ziek in de eerste week, maar we hadden hem echt nog nodig. Als arts weet je dat je hem beter naar zijn vrouw zou laten gaan, maar toch haal je alles uit de kast om hem erdoor te sleuren.' Wat moeten we ons voorstellen bij: alles uit de kast halen? Bingé: 'Zware sciencefiction kunnen we niet meer doen, hoor. Dat gaat om de huis-, tuin- en keukenmiddelen. Maar sporten met toestanden van infectie is een van de ongezondste dingen die je kunt doen. Dus kan je je afvragen of we niet af en toe botsen op de grenzen van de ethiek. Natuurlijk is het een voordeel dat je 24 uur per dag bij zo'n renner bent, dat zijn eigenlijk intensieve zorgen.' ( lacht) Wanneer haalt u een renner uit koers? Bingé: 'Er zijn bepaalde medische veto's. Als je wakker wordt met 39,5 graden koorts, dan is het einde verhaal. Bij koorts gaan je spieren kapot. Als je dan je hart drie uur uur lang 160, 170 slagen per minuut laat kloppen, kunnen er littekens ontstaan in je hartspier, waardoor je hartritmestoornissen kan krijgen. We hebben eens een renner gehad die een ganse winter toegewerkt had naar een bepaalde klassieker. De dag voordien valt hij en vertoont hij duidelijk symptomen van een hersenschudding. De hersenen, dat is eigenlijk een pakske boter. Bij een hersenschudding staan al die zenuwcellen een beetje gezwollen. Als je dan een inspanning doet op topsportniveau - wat wil zeggen dat je je bloeddruk naar 220, 250 jaagt - gaan er cellen kapot. Er zijn genoeg verbanden tussen hersenschuddingen en vroegtijdige dementie, slechter cognitief functioneren en depressies. Dus dan ben ik de man die zegt: neen, morgen niet. Op dat moment is vertrouwen heel belangrijk.' Bent u een soort vertrouwenspersoon voor de renners? Bingé: 'Absoluut. Ik denk dat we een zeer precaire functie hebben. Je werkt in het belang van de ploeg, maar voor mij komt de renner altijd op de eerste plaats. Als er iemand valt in de Tour, en ik moet uitleg geven aan de pers, dan vraag ik altijd eerst aan de renner wat ik mag zeggen en wat niet. In de periode van Stig Broeckx (die na een zware val in de Baloise Belgium Tour maanden in coma lag, nvdr) sprak ik bijna iedere dag met zijn vader Peter om te overleggen. Ik vind dat veel belangrijker dan het commerciële belang.' U zat in de Baloise Belgium Tour in de volgwagen toen twee motards in het peloton belandden. Bingé: 'Ik zat in de tweede auto, door de koersradio hoorden we paniek, paniek. Op dat moment bevonden wij ons nog een kilometer achter het ongeval. We reden door tot iedereen stopte, iedereen sprong uit de auto's en liep naar voren. Daar kwamen we in een soort oorlogsgebied terecht. Ik zag jongens en ploegleiders in paniek rondlopen, er lagen jongens in de gracht, op de baan. Je schakelt over op rampengeneeskunde. Je begint triage te doen, je checkt wie aanspreekbaar is en wie niet. Plots kwam Kristof De Kegel me zeggen: 'Servaas, Stig is ook gevallen.' We hebben ons met drie artsen over Stig ontfermd en onmiddellijk de MUG en de helikopter laten komen. Mijn collega Anneleen Geerts van Veranda's Willems heeft de rest verder gecoördineerd, de andere collega's ingelicht over welke renners naar welke ziekenhuizen waren afgevoerd. We hadden het geluk dat er drie ambulances waren en dat ploegleiders ook renners afgevoerd hebben, maar eigenlijk moest het medisch rampenplan daar afgekondigd zijn.' Wat ging er door u heen op het moment dat u bij Stig kwam? Bingé: 'Je past je reflexen als arts toe en koppelt je emoties los. Op het moment dat Stig in de helikopter lag, heb ik de papa gebeld om te zeggen dat hij naar Aken was... Ik weet nog exact waar ik stond, maar van het gesprek zelf herinner ik me niets.' Stig Broeckx was wekenlang kritiek. Hoe heeft u dat beleefd?Bingé: 'Ik herinner mij hoe ik de jongens vlak voor het BK moest vertellen hoe slecht het eigenlijk ging met Stig. Ze zaten allemaal bij elkaar. Het ging toen echt heel slecht met Stig. ( geëmotioneerd) Dat was hard. ( zwijgt) Op het moment dat ik mijn werk moet doen, kan ik mijn emoties loskoppelen, maar ik heb daar wel mijn klop van gehad. Het doet me enorm deugd om te zien waar Stig nu staat. Zijn vechtlust werkt inspirerend, ook voor mij.' Bent u banger geworden? Bingé: ( snel) 'Ja. Als ik nu naar een sprint kijk, kijk ik naar een potentieel gevaar. Pas in tweede instantie vind ik het leuk en hoop ik dat we winnen. Binnen de ploeg druk ik meer op veiligheid. We hebben de jongens allemaal een reanimatiecursus gegeven. In de koers zelf zou ik vroeger altijd gezwegen hebben, nu zeg ik soms: we strijden hier niet meer voor de overwinning, doe maar rustig. We hoeven niet aan tachtig per uur tegen de kofferbak te hangen. En ik ben altijd blij als ze allemaal veilig binnen zijn. Soms is een renner aan de aankomst superpissed, maar ik kan op zo'n moment de prestatie wel tot op zekere hoogte relativeren.' ( lacht) Hoe vangt u renners op die gevallen zijn in een Touretappe? Bingé: 'De Tour is wat dat betreft fantastisch georganiseerd: er is bijvoorbeeld een mobiele RX aan de finish, en een kamer met schoon licht om hechtingen te doen. Soms kruip ik met de renner mee onder de douche om de schaafwonden uit te krabben. Dat is het enige moment waarop de pijn van mijn patiënt op de tweede plaats komt, want hoe properder de wonde, hoe beter ze geneest. Gelukkig hebben renners een heel hoge pijngrens. Ik schrik er soms zelf van. Dan komen ze op de bus en zeggen ze: het valt wel mee, terwijl heel hun rug open ligt. Een renner zal zelf niet snel zeggen hoe erg het is, hij wil altijd zo lang mogelijk doorfietsen.' Een andere grens die renners meer en meer opzoeken is die van het gewicht. Met een vetpercentage van acht procent stond je vroeger mager, nu ben je bijna een dikkerd. Bingé: 'Ja, wat is daar wijsheid? Een renner mag een optimaal gewicht nastreven, maar hij mag zijn lichaam niet in afbraak drijven. Opbouwen doe je door periodisering van voeding, periodisering van training, heel specifieke vormen van training. Daar zit nog een enorme winst, om die systemen per renner individueel te optimaliseren. Dat is ook de wetenschap die Sky altijd gebruikt heeft. Hoe krijg je een renner als Geraint Thomas, die klassiekers wint, plots in shape om de Tour de France te winnen? Dat is vijf wetenschappers op één renner zetten. Zoiets vraagt een grote structuur, veel organisatie en veel middelen. Mocht je mij nu volgend jaar een ongelimiteerd budget geven, dan heb ik wel enkele ideeën.' ( lacht) Marc Sergeant zei dat jullie in 2016 moesten ingrijpen omdat te veel renners binnen de ploeg op eigen houtje te extreem met hun gewicht bezig waren.Bingé: 'Een paar jongens waren er te hard mee bezig. Terwijl het voor mij niet om dat ene cijfertje van het vetpercentage gaat. Kijk naar Alexander Kristoff in de klassiekers: volgens mij had hij het hoogste vetpercentage van het ganse peloton. Ik vind dat iedere renner zijn individuele power to weight ratio moet leren kennen, in plaats van zich blind te staren op de algemene trend. Dat lukt niet op één seizoen. Ze moeten hun lichaam daarin leren kennen, en dan loop je al eens tegen de lamp.' Tim Wellens moest twee jaar geleden afstappen in de Tour vanwege een hitte-allergie. Hij wilde geen medische uitzondering vragen voor cortisonen, en hij weigert ook een puf te gebruiken voor zijn astma. Wat vindt u daarvan als arts? Bingé: 'Ik vind Tim een fantastische renner, hij heeft een heldere mening en je weet wat je aan hem hebt. Op dat vlak maakt hij het je zeer gemakkelijk. Hij legt de lat voor zichzelf heel hoog, en dus ook voor ons. Cortisone zou hem niet helpen met zijn hitte-allergie, maar ik vind het heel sterk van hem dat hij daar een standpunt durft in te nemen. Tim is voor mij een renner van de nieuwe generatie.' Vraagt u vaak TUE's (therapeutic use exemptions) aan? Bingé: 'Ik heb in die zes jaar dat ik ploegdokter ben één TUE aangevraagd en die is geweigerd. Dus heb ik die renner uit competitie gehaald.' Er is nog steeds een grijze zone: de TUE's, de puffers, de pijnstillers... Bingé: 'Tramadol is er nu uit, dat is een fantastische zaak. Voor mij mag de playing field geleveld worden. Bepaalde regels zijn nu voor interpretatie vatbaar, en daar kan je kiezen om de grenzen af te wandelen. Binnen onze ploeg is de visie heel duidelijk. De Nationale Loterij en Soudal zouden het nooit tolereren als je je met zoiets inlaat. Het is me mijn beroepscarrière niet waard om voor iemand een risico te lopen. We volgen de regels van het WADA en de UCI, én we zijn lid van het MPCC, waarbij we onszelf nog een keer strengere regels opleggen, Tramadol is er bij ons al járen uit. Ik ben er in 2013 ingekomen, nadat alle boeken over doping verschenen waren, en ik ze allemaal gelezen had natuurlijk.' ( lacht) En u had toch nog zin om eraan te beginnen? Bingé: 'Ja, omdat ik meteen in contact kwam met die nieuwe generatie renners. Het is veranderd. Plus: je groeit mee met die jongens. Om u een voorbeeld te geven: op een bepaald moment belde een renner me: 'Ik heb een brief gekregen dat ik positief ben, en ik heb echt niets gedaan, ik zweer het u.' Ik zeg: 'Jongen, rustig, ik geloof je, we gaan wel vinden wat het is.' Al snel werd duidelijk dat het om een administratieve fout ging die we konden rechtzetten. 'Ga ik mijn handen in het vuur steken voor mijn renners? Neen. Maar ik ken mijn pappenheimers. Van deze renner wist ik eigenlijk van in het begin dat hij in dit specifieke geval niets bewust verkeerd had gedaan. Vertrouwen gaat in twee richtingen en de mooiste manier om vertrouwen te krijgen, is vertrouwen te geven.'