Het was een vraag die we de laatste weken voortdurend kregen: en wat denk je, wordt Club dit jaar kampioen? Aanleiding was de stevige reeks van Club na de oplawaai die Anderlecht op 20 december uitdeelde (1-4): zeven wedstrijden op rij gewonnen, 20 goals gemaakt, amper 4 tegengoals. En in dezelfde periode werd ook nog eens de plaatsing voor de finale van de beker afgedwongen. Het was bovendien al de tweede lange serie van het seizoen, want voor de dubbele nederlaag in december (de week voor Anderlecht werd ook bij Standard verloren) was er al eens een serie van zes keer winst op rij. Ook toen met uitstekende cijfers: 14 doelpunten voor, amper 2 tegen. Tegen andere tegenstanders bovendien. Je moest Michel Preud'homme na de 6-0 tegen Westerlo gelijk geven: Club wás op de goeie weg, na een kwakkelstart, met weinig regelmaat. De redenen daarvoor waren gekend: een moeilijke zomer met een vrij korte voorbereiding, wat lastige blessures in elk compartiment, wat gepuzzel met de nieuwe spelers die soms op posities (de flank) terechtkwamen die hun favoriete niet was. Maar 39 op 45 sinds eind oktober: dat is kampioensritme. In de eerste serie van zes mét rotatie, in de tweede zonder.
...

Het was een vraag die we de laatste weken voortdurend kregen: en wat denk je, wordt Club dit jaar kampioen? Aanleiding was de stevige reeks van Club na de oplawaai die Anderlecht op 20 december uitdeelde (1-4): zeven wedstrijden op rij gewonnen, 20 goals gemaakt, amper 4 tegengoals. En in dezelfde periode werd ook nog eens de plaatsing voor de finale van de beker afgedwongen. Het was bovendien al de tweede lange serie van het seizoen, want voor de dubbele nederlaag in december (de week voor Anderlecht werd ook bij Standard verloren) was er al eens een serie van zes keer winst op rij. Ook toen met uitstekende cijfers: 14 doelpunten voor, amper 2 tegen. Tegen andere tegenstanders bovendien. Je moest Michel Preud'homme na de 6-0 tegen Westerlo gelijk geven: Club wás op de goeie weg, na een kwakkelstart, met weinig regelmaat. De redenen daarvoor waren gekend: een moeilijke zomer met een vrij korte voorbereiding, wat lastige blessures in elk compartiment, wat gepuzzel met de nieuwe spelers die soms op posities (de flank) terechtkwamen die hun favoriete niet was. Maar 39 op 45 sinds eind oktober: dat is kampioensritme. In de eerste serie van zes mét rotatie, in de tweede zonder. Verandert de nederlaag in Genk daar iets aan? In principe niet. Ook 39 op 48 blijft top en er waren wat verzachtende omstandigheden: een slecht veld, iets minder evenwicht qua types op het middenveld (Claudemir infiltreert minder dan Ruud Vormer), iets minder evenwicht qua types in de spits (Jelle Vossen heeft minder diepgang dan Abdoulay Diaby en de verdienstelijke Sander Coopman begon pas voor het eerst dit seizoen aan een wedstrijd op een terrein dat minder bij zijn mogelijkheden paste - dat hij gaandeweg wegdeemsterde, was normaal). Bovendien mocht Club het zichzelf een beetje aanrekenen: het had voor de rust alles goed onder controle, tot de strafschop viel. En na de rust begon het te slap aan de tweede helft, net zoals in de eerste maanden van het seizoen, al had de tweede Genkse goal nooit mogen worden goedgekeurd. Ook scheidsrechter Wim Smet had niet zijn beste dag. Feit is wel dat Club opnieuw een uitwedstrijd verloor, voor de zevende keer al dit seizoen. Club in toppers uit, het is een lastig verhaal onder Preud'homme. Niet in diens eerste seizoen, tenminste niet in de reguliere competitie. Toen werd alleen op Anderlecht verloren. Tegen de andere ploegen die later dat jaar play-off 1 zouden spelen (Zulte Waregem, Lokeren, AA Gent, KRC Genk en Standard) was het uit gelijk of winst. In de play-offs was het een ander verhaal: verlies in Waregem, in Genk en opnieuw in Brussel. Vorig seizoen was het al minder in de reguliere competitie tegen de teams die later play-off 1 zouden halen: 6 op 18 tegen de rest van de G5, Charleroi en Kortrijk. De drukke kalender zat er voor iets tussen, maar in de play-offs werd, met een vermoeide kern, met 4 op 15 die lijn doorgetrokken En dit seizoen is het uit nog minder. Ze zijn met acht voor zes plaatsen in play-off 1. Tegen die zeven mogelijke tegenstanders pakte Club Brugge uit slechts 4 punten. Het won in Oostende en speelde gelijk in Charleroi. Wedstrijden in Waregem, Luik, Brussel, Genk en Gent gingen allemaal verloren. In Brugge daarentegen kon alleen Anderlecht wat halen, al de rest beet daar in het zand. Club heeft een ijzersterke thuisreputatie, maar uit is er werk aan de winkel. Lijden ook andere ploegen aan hetzelfde euvel, is het niet voor iedereen lastig op verplaatsing? We zijn het even nagegaan, voor die acht teams die nog kans maken op play-off 1. Club haalde 18 op 21 thuis en 4 op 21 uit. KRC Genk heeft nog een uitwedstrijd bij Standard en een thuismatch tegen KV Oostende te goed, maar lijdt aan dezelfde ziekte: thuis pakte het tot dusver 13 op 18, uit 2 op 18 (gelijke spelen in Waregem en op Anderlecht). Anderlecht heeft een betere uitreputatie (8 op 21), maar deed het thuis dan weer slechter (13 op 21). KV Oostende ontvangt nog Charleroi en moet naar Genk en komt voorlopig uit op 12 op 18 thuis en 6 op 18 uit. Standard krijgt thuis nog Genk en klokt voorlopig af op 12 op 18 thuis en 7 op 21 uit. Zulte Waregem sprokkelde het minst tegen de directe concurrentie: thuis 8 op 21, uit 4 op 21. Charleroi (nog tegen Oostende en Gent) zit aan 9 op 18 thuis en 6 op 18 uit. En AA Gent sluit voorlopig af met 14 op 21 thuis en 8 op 18 uit. Kortom: met 8 punten (tenzij Gent, Oostende of Charleroi hun laatste uitduel winnen) ben je bij de beteren. Zo veel verschil met de 4 van Club Brugge is dat dus niet, want straks worden die punten toch gehalveerd. Maar anders is het verhaal in de play-offs. Hoe zit het daar, in die rechtstreekse duels? Daarvoor doken we opnieuw in de statistieken. Ze beginnen er straks voor de zevende keer aan, er ligt dus wel wat vergelijkingsmateriaal. Samen met Anderlecht is Club Brugge de enige ploeg die er telkens bij was. Van de G5 misten AA Gent en KRC Genk twee keer de afspraak, Standard tot dusver één keer. Slechts één ploeg won ooit zijn vijf thuiswedstrijden, Standard in 2011. Anderlecht, vier keer ook de uiteindelijke landskampioen, haalde wel drie keer op zes deelnames thuis 13 op 15. Het beste maximum van Club was twee keer 12 op 15, het minimum (één keer) was 9 op 15. In 2012 en 2013 werd Anderlecht twee keer kampioen met 8 op 15 thuis. Wat dat betreft zit Club dus goed. Maar een tweede opvallend gegeven: wie kampioen werd, haalde in 4 van de 6 play-offs de meeste punten van allemaal... op verplaatsing. Twee uitzonderingen daarop: Club (!) in 2013 (het haalde uit 10 punten en kampioen Anderlecht slechts 7), en Standard in 2011 (het pakte in die fantastische play-offs uit 11 punten en kampioen Genk slechts 6). Maar alle andere keren was de kampioen goed voor 9 tot 11 punten op verplaatsing. Met dat in het achterhoofd baart het verleden in de play-offs gekoppeld aan de prestaties in de huidige reguliere competitie de fan van blauw-zwart toch wat zorgen. Club op verplaatsing in play-off 1 was, op 2013 toen de counter met Carlos Bacca en Maxime Lestienne optimaal rendeerde na, niet goed. Vorig jaar 4 punten, het jaar voordien 6 en in de andere jaren 5, 5 en 2 op 15: daarmee word je geen kampioen. Kortom: er is werk aan de winkel om de hoofden (en de lichamen) fris te houden. Vandaar ook wellicht voor het eerst een andere aanpak, na de bekerfinale een korte stage in Spanje, waar de hoofden vrij kunnen worden gemaakt en de lichamen kunnen uitrusten. Maar wie straks op Club wedt, houdt best een slag om de arm, tot half april de eerste uitwedstrijden achter de rug zijn... DOOR PETER T'KINT - FOTO BELGAIMAGEDe kampioen was in de play-offs bijna altijd goed voor 9 tot 11 punten op verplaatsing.