Soms zitten vooroordelen diep en vaak is een mens er zich niet van bewust. Met wie we dan een afspraak wilden, had Eddy De Bolle, de assistent-trainer van Beveren, gevraagd. Marco Né, was het antwoord. Goed, antwoordde hij, dat zou wel lukken, want Marco is een slimme jongen. Op hem kon je rekenen. "Niet dat de anderen níet slim zijn", haastte De Bolle zich nog eraan toe te voegen, maar de suggestie van omgekeerde evenredigheid tussen zwart talent en intellectuele bagage was onbedoeld toch weer gemaakt.
...

Soms zitten vooroordelen diep en vaak is een mens er zich niet van bewust. Met wie we dan een afspraak wilden, had Eddy De Bolle, de assistent-trainer van Beveren, gevraagd. Marco Né, was het antwoord. Goed, antwoordde hij, dat zou wel lukken, want Marco is een slimme jongen. Op hem kon je rekenen. "Niet dat de anderen níet slim zijn", haastte De Bolle zich nog eraan toe te voegen, maar de suggestie van omgekeerde evenredigheid tussen zwart talent en intellectuele bagage was onbedoeld toch weer gemaakt. Vier dagen later schuift Marco Né na de enige training mee aan tafel voor de lunch. Hij gaat zitten naast het kwartet Belgen, tegenover die andere blanke uit Letland, en met links van hem al zijn Ivoriaanse landgenoten. Twee werelden keurig gescheiden en Né ertussenin. Nog voor hij zijn laatste stukje vis op heeft, is de opgewonden tafel al leeggelopen. Een Franse journalist verbaast zich over de haast waarmee de Afrikaanse spelers zich uit de voeten maken. "Ach, het zijn echt wel vriendelijke jongens", vraagt Né om begrip. "Maar morgen is een feestdag en na de finale vertrekken de meesten direct naar Abidjan. Dus rest er maar weinig tijd voor allerlei boodschappen nog. Vandaar hun haast, begrijp je ?"Marco Né, de jongere broer van de afgelopen winter naar Oekraïne getransfereerde Arsène Né, ís slim. Praat verstandig, doet niet druk en gek. Wat een maturiteit voor een twintigjarige met nog het uitzicht van een jongen. Zou het aan zijn positie liggen op het veld ? Die van verdedigende middenvelder, per definitie de man die toch minstens een beetje op de organisatie van het elftal moet toezien ? Schuchter glimlachend noemt hij Rui Costa en Guti als zijn voorbeelden. Allebei technisch bedreven en met vista, de ene offensief de betere, de andere defensief. "Maar ik weet niet in welke richting ik de volgende twee jaar wil evolueren : offensieve of verdedigende middenvelder." Vooruitblikkend naar de bekerfinale tegen Club Brugge : "Natúúrlijk voel je de stress. Dit is de finale van een beker en zo speel je er niet vaak. Dit is mijn eerste seizoen als profspeler en meteen al zo'n finale ! Ik wil een grote match spelen, maar vooral wil ik winnen. Voor al die supporters van Beveren die daarvan dromen, omdat het al zolang geleden is voor hen. Telkens als ik iemand tegenkom op straat, gaat het daarover : winnen, winnen, winnen. Daarom wil ik het zo graag. Natuurlijk is het ook belangrijk voor onszelf. Er zijn spelers met een fantastische carrière die nooit een trofee hebben gewonnen. Dit gaat dus om onze palmares. Trouwens, de wedstrijd komt rechtstreeks op televisie in Abidjan. Iedereen van de familie zal kijken, de vrienden ook, héél Ivoorkust. Ook voor hen moeten we winnen."Helaas. Club Brugge won. 4-2. Hoe sterk en onvoorspelbaar de Afrikanen van Beveren aan de bal ook zijn, eigenlijk stond het scenario vast. Hou ze met pressing van je zestien meter weg, laat ze tikken zoveel als ze willen, en als je voelt dat ze moe worden van al die nummertjes op te voeren, rol er dan voluit over. "Zoals de Kannibaal destijds, Eddy Merckx", lachte Chris Van Puyvelde, assistent van Trond Sollied voor de wedstrijd. "De voetriempjes aantrekken was het signaal. Iedereen wist het, maar toch deed hij het." Zo deed Club het althans altijd in de onderlinge competitieduels, vaak met grote winstscores tot gevolg. "Tegen Beveren moet je rustig blijven, zorgen dat je niet nerveus wordt van hun getik en gedribbel", aldus Van Puyvelde. "Laat je niet intimideren door hun shownummers en al die beweging rond de bal. Blijf compact en goed in de organisatie spelen, dan geven ze toch wel eens een laterale of domme pass die je kunt onderscheppen en staan ze met zeven, acht man uit positie. Dat is het motto tegen Beveren. Het is mooi, maar hun kwetsbaarheid is dat ze soms te veel willen doen, bij balverlies te veel uit positie spelen en daardoor in de problemen komen."En ze zijn niet groot, en ze zijn jong en onervaren, en ze kunnen zich geen anderhalf uur concentreren, en ze zijn snel te intimideren, en ze pakken gemakkelijk rood, en ze komen moeilijk terug uit een achter- stand. "Ze houden niet van veel druk op de bal", zegt Philippe Clement, verdediger van Club Brugge. "In vorige wedstrijden ondervonden we al dat als je tegen hen hoog druk gaat zetten, ze risico's nemen achterin en nonchalant worden. We hebben er de fysieke mogelijkheden voor. We ondervonden ook dat ze het in de tweede helft moeilijker krijgen om die vele bewegingen rond de bal te blijven brengen en dat er dan veel meer ruimte op hun middenveld komt. Ze spelen niet gedoseerd, ze geven dikwijls alles het eerste uur. Ze komen op het veld om hun eigen spel te spelen en niet veel bezig te zijn met tactiek. Het is mooi om naar te kijken, maar niet direct de meest efficiënte stijl van voetballen." Wat er zondag in het Koning Boudewijnstadion van klopte, was dat de Ivorianen na één helft door hun beste krachten heen zaten. Het verschil was dat de machine van Trond Sollied deze keer nooit aansloeg, zelfs niet toen na de rust de ruimtes groter werden. Dat Club voor de rust veel last had om de aanvallen van Beveren tussen de lijnen te verstikken. Dat er toen barsten kwamen in het blok. "Dit was één van de slechtste helften ooit", vond Clement. "We slaagden er niet in collectief druk te zetten en we leden veel te snel balverlies. Jammer, want er was veel meer mogelijk."Efficiënt in de afwerking was Brugge wel : het zette bijna iedere kans om, zij het niet zonder de medewerking van de doelman en een niet altijd synchroon functionerende verdediging van Beveren. Club maakte zondag álle goals, ook de twee van zijn tegenstander. Het won, maar in het spel stelde het teleur. "We scoorden op de goede momenten," besloot Van Puyvelde, "in Italië zouden ze dat geweldig vinden.""Als we zover zijn geraakt," bedenkt Marco Né, "is het dankzij onze supporters. En als de supporters komen kijken, is dat ook door ons. Want zij willen spektakel zien en wij zijn de artiesten die mooi voetbal willen brengen. Wij willen de mensen gelukkig zien, begrijp je ? In die zin zijn we complementair. Voetbal is een feest van mensen. Zonder toeschouwers geen voetbal. Natuurlijk, het is ook ons wérk en dus moeten wij ons concentreren. Maar tegelijk is het onze plicht om aan de mensen te denken die komen kijken. Daarom ook horen we ons goed te gedragen op het terrein en respect op te brengen voor de tegenstander."Van racisme zegt hij geen weet te hebben. En dat Beveren meesmuilend SK Abidjan wordt genoemd, doet hem glimlachen. "Toegegeven : het is een speciale situatie. Zoveel zwarten op het terrein, dat is nergens vertoond. Mais bon, ik heb niet de indruk dat het de supporters stoort. En mezelf ook niet. Het belangrijkste voor ons is dat we kunnen voetballen. Maar het klopt : Beveren is spe- ciaal. Origineel. C'est bien ( lacht)." Geen kwaad woord dus ook over Jean-Marc Guillou. Hij is het niet die hen zal zeggen welke de volgende stap in hun carrière zal zijn. Dat beslissen ze zelf wel, maar het spreekt dat hij hun vertrouwen heeft als het op advies aankomt. "Wij zijn jong en misschien makkelijker te manipuleren. Misschíen. Maar vóór alles moeten wij slagen in het voetbal. De problemen die Guillou nu heeft in Ivoorkust, gaan ons niet aan. Wij beogen een voetbalcarrière en de beste weg daartoe, denken we, is de academie van Guillou. Daar hebben we allemaal onze opleiding gekregen en die was van zeer hoog niveau." De verwijten die hem worden gemaakt, zijn niet terecht, vindt Né. "Guillou is een werker. Een echte kenner van het voetbal, iemand met een filosofie. Een koppige man ook, iemand die altijd gelijk wil hebben, maar boven al een gepassioneerde man. Weet je : toen wij tot de academie toetraden, moesten we daar niks voor betalen. Alles was gratis. Voor ons was dat een droom. Zelfs de school was geregeld. Welke ouder zou zijn kind dan de toegang ontzeggen ? Nooit hebben we ons onheus behandeld gevoeld. Nooit ! De academie, dat was het paradijs. Echt, we zijn als familie. Want onze echte familie, die zagen we niet vaak aangezien we erg jong al op de academie zaten. Jean-Marc heeft ons de waarden van het leven bijgebracht. Als er dan spelers naar een grote club kunnen, vind ik dat hij het recht heeft daar op te verdienen. Want hij is als een vader voor ons. Zelfs Aruna Dindane, die niet van de academie komt, belt hem om de haverklap." Chris Van Puyvelde zag Beveren dit seizoen zes, zeven keer en noemt zichzelf een Beverenliefhebber. "Als ik talent wil zien, ga ik meestal naar Beveren kijken", zegt hij. "En talent is techniek. Ik hou van het voetbal : snelheid, techniek, frivoliteit. Ik amuseer me daar altijd. Daar gebruik ik het werkwoord 'scouten' niet, maar het woord 'amusement'. Soms zie je dat ze als ploeg fantastische patronen op de grasmat leggen en twee minuten later schelden ze elkaar de huid vol. Dat is ook hun manier, hun temperament, hun warmte. De klassieke Beve- renaar, toch wel gekend als een criticaster, kon zich ondertussen grotendeels vereenzelvigen met die ploeg en dat vind ik wel klasse van Guillou. Als dat de redding van Beveren betekent en als ik zie hoe die jongens werken en leven, dan zeg ik : noem dat toch geen mensenhandel ! Wie ben ik dan om daar problemen mee te hebben, ik ben niet van het Vlaams Blok, hé. Ik ben in Afrika geweest en als mens hoop je daar dat je zulke mensen kunt helpen. Dat is spelers een toekomst geven. Ze presenteren talent, hé. Er zijn er al drie goede vertrokken en er zijn er nog vier, vijf die in eender welke andere eersteklasser kunnen meedoen. Eboué, Né, Boka, Romaric, Kaiper bij flitsen." Né weet waarom. "In de academie was het altijd : de bal, de bal en nog eens de bal. Dankzij het vele werk daar hebben wij onze techniek zo goed ontwikkeld : dat is onze belangrijkste kwaliteit. En we zullen nóg beter worden. Maar we zijn ook tactisch geschoold en fysiek worden we sterker. Kijk maar naar Aruna, hoe sterk die is. En Kolo (Touré, nvdr) bij Arsenal. Wie van de academie komt, trekt nadien zonder probleem zijn streng in een club. Ik ben er zeker van dat als we hard blijven werken, we het kunnen maken in om het even welke club." "Voetballen in Europa betekent dat je een ambassadeur bent van het volk in Afrika. Zóveel jongeren dromen ervan om op een dag in Europa te spelen. Omdat hier de beste kampioenschappen zijn en omdat het voetbal hier volop media-aandacht krijgt. Dus zijn we allemaal ambassadeurs."Afrikanen. Het bekt zo makkelijk. "Maar," onderbreekt Né meteen, "je kan niet spreken van dé Afrikanen. In fysiek opzicht zijn Afrikanen sterker, dat is waar, maar met een middelmatige techniek red je het niet. Je hebt struise Afrikanen, maar wij in Beveren zijn eerder klein. Fysiek houden we maar net onze kop boven water. Dankzij onze techniek. Fysiek komt later wel door de vele trainingen. Toen mijn broer naar Beveren kwam, was hij magerder dan ik. Maar toen ik hem een jaar later terugzag, was hij eens zo breed geworden." "Talent is er in overvloed in Afrika", zegt Van Puyvelde. "Als je zulke jongens kunt leren in groepsverband spelen zoals het in de Franse centres de formation gebeurt, kan je een pletwals krijgen zoals de Franse nationale ploeg. Daar zit al generaties lang veel import uit hun voormalige kolonies tussen. Frankrijk beschikt over Afrikaans bloed en Afrikaanse heupen. Kijk overal in de wereld waar Franse voetballers zitten : er zit een kleurtje op. Niet van de zon, maar van origine." "Afrikaanse voetballers hebben op het fysieke vlak grote voordelen ten opzichte van ons, gewoon door hun lichaamsontwikkeling", aldus Clement. "Het zijn veel mooiere atleten. Niet zozeer op uithouding, wat bij sommigen iets minder is dan bij ons, maar ze zijn veel sneller, krachtiger, explosiever en leniger. Hun nadeel is dat ze dikwijls tactisch minder sterk zijn, maar ik denk dat dat vooral met de opleiding te maken heeft. Kimoni, met wie ik bij Genk speelde, groeide hier op en had dat tactische wel. Fadiga ook, maar die kreeg zijn opleiding dan weer in Frankrijk. Afrikaanse verdedigers houden meer van het avontuur en van een mooie oplossing. Lembi had ook de reputatie één keer in een match een fout te maken. Maar anderzijds : de verdediging van de Franse nationale ploeg zijn allemaal jongens van Afrikaanse afkomst, maar die in Frankrijk hun opleiding genoten en de besten ter wereld zijn. Ik denk dat er een groot verschil is tussen Afrikanen die tijdens hun jeugd in Afrika voetbalden en zij die hier werden opgeleid." De academie van Guillou heeft wat van de twee : gesitueerd in Afrika, maar gerund volgens de filosofie van een Fransman. Né haalt een voorbeeld aan : "In 1999 klopte ASEC Abidjan Tunis voor de Afrikaanse Supercup. Het deed dat met bijna uitsluitend spelers uit de academie, jongens die tot dan nog nooit in competitie hadden gespeeld. Zeg mij : waar heb je dat ooit gezien ? Nergens ! Veel mensen in Ivoorkust storen zich aan het feit dat een buitenlander er zo'n goed werk levert. Ze zouden hem beter helpen : het Ivoriaanse voetbal zou er alleen maar beter van worden."Er zijn er die geloven dat het Afrikaanse continent vroeg of laat het mondiale voetbal zal overheersen. Marco Né kijkt er niet van op. "Afrikanen," zegt hij, "hebben het in hun eigen handen om het voetbal te gaan domineren. Misschien dat er in Afrika niet zoveel aan opleiding wordt gedaan als in Europa, maar kinderen voetballen er ontzettend veel op straat. Hier zitten ze meer binnen, computerspelletjes te spelen, weet ik veel. Al van toen ik zeven jaar was, deed ik mee aan toernooien tussen wijken. Altijd maar voetballen op straat, zo kweek je een natuurlijke techniek. Alleen : we zijn niet altijd even ernstig, dat moeten we durven toegeven. Europeanen zijn professioneler dan Afrikanen. Maar dat komt wel : door naar Europa te komen, doen we ervaringen op die ons professioneler zullen maken."In 2010 zijn de beste Ivoriaanse spelers van vandaag tussen 26 en 30 jaar. Rijp voor de wereldtitel ! "Ben ik het mee eens", antwoordt Né zonder zweem van ironie. "Maar nogmaals : alles zal ervan afhangen of we serieus met ons vak bezig blijven zijn. Doen we dat, dan zullen we over een erg goede ploeg beschikken in 2010 ( ingetogen lachje)." door Jan Hauspie en Christian Vandenabeele'Wat Beveren doet, is zeker geen mensenhandel.' (Marc Degryse) 'De academie van Guillou, dat was het paradijs !' (Marco Né) 'Ivoorkust wereldkampioen in 2010 ? Het kan.' (Marco Né) 'In Beveren amuseer ik me altijd.' (Chris Van Puyvelde)