In Sport/Voetbalmagazine van 8 augustus blikt Jacques Sys terug op het opmerkelijke verhaal van Leon Mokuna, de Congolese parel en voetbalpionier van La Gantoise. Volgens Sys is Mokuna de eerste zwarte speler in onze competitie. Dat klopt niet helemaal. Een kleine dertig jaar voor Mokuna in België kwam spelen, voetbalde bij Daring Club de Bruxelles, een van de voorgangers van RWDM, al ene Louis Cousin (1912-1989). Zijn verhaal is zeker even opmerkelijk als dat van Mokuna.
...

In Sport/Voetbalmagazine van 8 augustus blikt Jacques Sys terug op het opmerkelijke verhaal van Leon Mokuna, de Congolese parel en voetbalpionier van La Gantoise. Volgens Sys is Mokuna de eerste zwarte speler in onze competitie. Dat klopt niet helemaal. Een kleine dertig jaar voor Mokuna in België kwam spelen, voetbalde bij Daring Club de Bruxelles, een van de voorgangers van RWDM, al ene Louis Cousin (1912-1989). Zijn verhaal is zeker even opmerkelijk als dat van Mokuna. Cousin was de eerste gekleurde speler in ons land, de halfbloedzoon van een Belgische vader en Congolese moeder, vernoemd naar de rivierboot waarop hij geboren werd. Cousin keerde samen met zijn vader terug naar België, begon hier te voetballen en debuteerde in 1930 in de hoogste voetbalklasse. Hij deed dat nog behoorlijk succesvol bovendien. Zo trad hij bijvoorbeeld ook aan met de 'avondschool' van de Heizel, een soort belofte-elftal van de Rode Duivels avant la lettre, samen met latere internationals als Bob Paverick van Antwerp en Jean Capelle van Standard. Cousin speelde als aanvaller. Op privévlak had hij het in België echter niet onder de markt. Zijn stiefmoeder zorgde ervoor dat hij door zijn vader verstoten werd en hij kreeg het financieel moeilijk. Dat was ook een van de redenen waarom hij het voetbal vaarwel zei en voor een in die tijd meer lucratieve sporttak zou kiezen, het boksen. Cousin mat zich een nieuwe, Amerikaans klinkende naam aan en ging voortaan als Al Baker de ring in. Als bokser bereikte Baker de Europese top, al zou hij als kleurling nooit een Europese titel grijpen in de tijd van het nazisme. Na de Tweede Wereldoorlog schreef Cousin zich nog in aan de Heizelschool om trainer te worden, maar daarna begon hij aan een carrière van twaalf stielen en dertien ongelukken. Hij runde onder meer een muziekclub in het centrum van Brussel en zou in de jaren 60 ook een reeks interviews doen met Belgische boksers voor een verre voorloper van dit blad, Sport 67. Overigens, om nog even terug te komen op Mokuna. Hij mag dan wel niet de eerste zwarte voetballer in onze competitie geweest zijn, hij schreef wel degelijk geschiedenis. Op 16 juni 1957 - nog voor zijn vertrek naar Gent - maakte hij deel uit van een Congolees elftal dat het in Leopoldstad (nu Kinshasa) tijdens een galamatch opnam tegen een rondtoerend Union Saint-Gilloise. De wedstrijd werd na enkele betwistbare beslissingen van de Belgische scheidsrechter gewonnen door de Brusselaars. Het Congolese publiek kon dat, na alle vernederingen van de afgelopen decennia, niet meer pikken en er braken na afloop van de wedstrijd rellen uit. Het zouden de allereerste rellen worden in de geschiedenis van de Congolese onafhankelijkheid. Mokuna heeft dus een beetje de Congolese onafhankelijkheid mee op gang geschoten.