B jarne Riis, de manager van CSC die zich uitgeeft voor een controle-freak, vond niet dat hij het boetekleed moest aantrekken nadat de wielersport afgelopen vrijdag nog maar eens in puin lag. De Deen, die zelf niet echt een onbevlekt verleden heeft, zei verwonderd te zijn dat zijn kopman Ivan Basso bij het Spaanse dopingschandaal was betrokken. Nochtans, Riis heeft een vertrouwensrelatie met zijn renners, hij voert met hen openhartige gesprekken, hij volgt bij wijze van spreken stap voor stap wat ze doen, hij leidt en begeleidt ze, maar als het gaat over de manier waarop ze zich prepareren, dan weet hij van niets. Hij zegt nu te wachten tot Basso zijn onschuld kan bewijzen.
...

B jarne Riis, de manager van CSC die zich uitgeeft voor een controle-freak, vond niet dat hij het boetekleed moest aantrekken nadat de wielersport afgelopen vrijdag nog maar eens in puin lag. De Deen, die zelf niet echt een onbevlekt verleden heeft, zei verwonderd te zijn dat zijn kopman Ivan Basso bij het Spaanse dopingschandaal was betrokken. Nochtans, Riis heeft een vertrouwensrelatie met zijn renners, hij voert met hen openhartige gesprekken, hij volgt bij wijze van spreken stap voor stap wat ze doen, hij leidt en begeleidt ze, maar als het gaat over de manier waarop ze zich prepareren, dan weet hij van niets. Hij zegt nu te wachten tot Basso zijn onschuld kan bewijzen. Dat klinkt vreemd. Maar het is typisch voor het wielerwereldje, dat al van oudsher zijn beslotenheid koestert. Als er een dopingzaak losbarst, dan stijgt de verwondering op, maar wie helder en los van alle emoties probeert na te denken, kan niet anders dan tot de conclusie komen dat deze verontwaardiging gespeeld en niet gemeend is. Alle uitspraken die nadien worden gedaan, alle dreigende vingers die in de hoogte gaan, moeten dan ook in die zin worden geïnterpreteerd. Want als het erop aankomt en er dieper wordt gegraven, dan worden de rangen gesloten, dan gaan de lippen weer op mekaar. En als de storm is gaan liggen, dan gaat het gerommel weer verder, dan wordt er naar nieuwe methodes gezocht om de controles te omzeilen. Het is daarom een illusie te geloven dat dit, wat nu het grootste dopingschandaal uit de geschiedenis wordt genoemd, tot een zuiveringsactie zal leiden en dat de bom die nu tot ontploffing is gekomen, een nieuw tijdperk zal inluiden. Natuurlijk is het moedig dat de ploegen en de organisatoren van de Tour snel reageerden en de renners die op de lijst stonden van de deelnemerslijst schrapten. Maar wat bleef er hen anders over ? Van speculaties was er hier geen sprake. Het ging om hard bewijsmateriaal. Helemaal niets heeft de wielersport uit het verleden geleerd. Naïevelingen zijn die mensen die theorieën verkondigen over de pogingen om tot een cleane sport te komen. Het is bewonderenswaardig dat de UCI miljoenen pompt en spitsvondige technieken gebruikt om doping op te sporen. Maar het is hoog tijd om eens op een grondige manier de belastbaarheid van deze sport onder de loep te nemen en na te gaan of de drang om te internationaliseren de afgelopen jaren niet te veel offers vroeg. Dat vooral ronderenners naar doping grijpen, zet wat dat betreft aan het denken. Het doet de vraag rijzen of het nog wel van deze tijd is om een peloton in de Ronde van Frankrijk op één dag over zes cols te jagen. De Duitse krant Süddeutsche Zeitung wees er in een redactioneel commentaar op dat van alle renners die sinds 1960 de Tour wonnen, er slechts drie zijn wiens naam nooit in verband werd gebracht met doping : Lucien Van Impe, Bernard Hinault en Greg LeMond. Dat betekent niet dat eendagsrenners niet naar verboden middelen zouden grijpen. Ook al willen sommigen graag die indruk geven. De extreme belasting geeft renners uiteraard geen vrijbrief om de ethiek van deze sport te verkrachten. Maar in hun excessieve drang naar prestaties zijn ze vanuit hun irrationele leef- en denkwereld kennelijk niet sterk genoeg om aan alle verlokkingen te weerstaan. Al jaren is er in de wielersport een in de illegaliteit opererende maffia aan het werk, een industrie die weerloze renners gebruikt als objecten voor hun experimenten. Dat was al vier jaar geleden zo in de Ronde van Italië, toen levensgevaarlijke producten die nog niet waren vrijgegeven, in het peloton opdoken. En dat is nu niet anders. Het lijkt op zijn minst twijfelachtig dat de verantwoordelijken van de ploeg daarvan niet op de hoogte zijn. Bloeddoping is een oude kwaal. Er werd alleen naar meer geraffineerdere methodes gezocht om het prestatievermogen op te drijven. Dat dokters daaraan hun medewerking verlenen, is al even verbijsterend dan het gegeven dat renners naar moorddadige producten grijpen. Normen zijn er duidelijk al lang niet meer in de (top)sport. In de Tourgids die dit blad drie weken geleden op de markt bracht, sprak professor Frans Delbeke over dat wat de nieuwe methode zou zijn : bloed aftappen en meteen epo gebruiken. De wielersport is niet bij machte zijn eigen problemen op te lossen. Alle dopingschandalen die er in het verleden zijn geweest, bleken de populariteit niet te hebben aangetast. Ook de komende weken zal blijken dat de Ronde van Frankrijk ook met een geamputeerd deelnemersveld deze storm overleeft. Gegarandeerd verdringen er zich dan weer honderdduizenden op de flanken van de Alpen en de Pyreneeën. Het zijn uiteindelijk niet de sterren die de Tour maken, de Tour maakt de sterren. Maar dat het publiek nu naar renners kijkt die zogezegd zuiver zijn, zoals sommigen nu luidop dromen, zullen slechts weinigen geloven. Toch rijst de vraag hoelang de wielrennerij nog alle uitwassen kan overleven. Meer dan ooit leeft deze sport bij de gratie van sponsors. Geen enkel groot bedrijf zal zich op termijn nog willen associëren met een verdorven wereld. En met renners die in alle omstandigheden staalhard blijven liegen. Het past bij de tragiek van een figuur als Jan Ullrich dat hij hierin een penibele hoofdrol speelt. Ullrich schreeuwt al weken zijn onschuld uit, maar weigerde een DNA-test te ondergaan. In feite was dat al een stille schuldbekentenis. Nu wordt hij ontmaskerd als een bedrieger. Verwonderlijk maar nu heel begrijpelijk was het de laatste jaren eigenlijk dat je Ullrich nooit de stem hoorde verheffen toen er rond Lance Armstrong dopingverhalen opdoken. Terwijl Ullrich door de (inmiddels van alle schuld vrijgesproken) Amerikaan toch een paar zeges misliep. Maar renners of ex-renners die daarover praten, worden door het milieu als nestbevuilers aanzien. Greg LeMond ervaarde het toen hij het had over een samenwerking van Lance Armstrong met de dopingdokter Michele Ferrari. En toen de Spanjaard Jézus Manzano twee jaar geleden gedetailleerd verhaalde over de manier waarop epo zijn intrede had gedaan in het peloton, werd hij met de vinger gewezen door de voorzitter van de Spaanse wielerbond. Nu blijkt dat er op de lijst van 40 renners die werd vrijgegeven, 32 Spanjaarden staan. Het frustrerende is nu dat je geen enkele prestatie nog in zijn juiste context kan plaatsen. Het is eigenlijk vreemd dat er de voorbije jaren slechts weinig mensen zich vragen stelden over de brutale conditieschommelingen van Jan Ullrich die midden april nog in de lappenmand lag, een maand later met verpletterend overwicht een tijdrit won in de Ronde van Italië en nog een maand later de Ronde van Zwitserland op zijn palmares schreef. Het werd op den duur allemaal toegeschreven aan zijn uitzonderlijke atletische mogelijkheden. Dat soort fel contrasterende prestaties zijn vooral de afgelopen jaren eigen aan de wielersport. Ivan Basso zakte vorig jaar door het ijs in de Giro en won die nu met een voorhistorische voorsprong en de Spanjaarden frapperen al jaren door de manier waarop ze in de Vuelta spetteren. De wielersport heeft nood aan een nieuwe moraal en een nieuwe mentaliteit, aan reflectie en bezinning. Het verleden heeft geleerd dat het niet volstaat om een nieuwe antidopingwet uit te vaardigen om het probleem op te lossen. Geen stap hebben alle razzia's deze sport verder geholpen. De wielersport leek wel te bestaan uit bedriegen, zwijgen en winnen. Het heeft voor een klimaat van wantrouwen gezorgd waarin geen enkele sport op termijn nog kan overleven. Dat het nu allemaal nog maar eens ontspoorde, is niet alleen de schuld van die renners die nu zijn gebrandmerkt. Iedereen die in deze sport een sleutelfunctie bezet, is er mee verantwoordelijk voor. JACQUES SYS